GèZA BERGER & ANNETTE VOS
![]() |
|
||
| Bron: Fotocollectie A. G. Steenbergen |
| Nederland bezet, 1940. Gèza Berger was 27 jaar oud toen hij 1 januari 1920 bij de Rijksuniversiteit Groningen werd aangesteld als assistent anorganische chemie. Hij zal in de verste verte niet verwacht hebben dat hij ruim twintig jaar later (opnieuw) in angst en onzekerheid zou moeten leven. Wanneer 10 mei 1940 het Duitse leger Nederland binnenvalt woont Berger in Wageningen alwaar hij werkt aan de Landbouwhogeschool. Volgens de nazi-ideologie is het 'joodse ras' inferieur aan het Duitse, of Arische ras. Om te bepalen wie joods was werd gekeken naar het aantal joodse grootouders. Met vier - minimaal drie - joodse grootouders was Berger per definitie Jood en behoorde in de ogen van de nazi's tot een minderwaardig ras. Een van de eerste maatregelen in het eerste bezettingsjaar was het schorsen van joodse ambtenaren, waaronder Gèza Berger, drie maanden later gevolgd door ontslag. Daartoe gedwongen vestigde Berger zich op 1 september 1941 in de Amsterdamse Jodenbuurt. Met ingang van 3 mei 1942 worden alle Joden vanaf zes jaar verplicht de Jodenster - Davidster met gele letter J - zichtbaar op hun kleding te dragen. Zij werden gedwongen vier Jodensterren tegen vier cent per stuk en tegen inlevering van één textielbon aan te schaffen. Juli 1942 begint de georganiseerde vervolging, de Joden worden gedeporteerd en zogenaamd in Duitsland en Polen te werk gesteld, maar in werkelijkheid via kamp Westerbork en kamp Amersfoort op transport gesteld naar een van de vernietigingskampen in Polen. Maart 1943 waren deze deportaties grotendeels voltooid. |
| Joden getrouwd met niet-Joden behoorden niet tot de eerste doelgroepen van de Duitse wetgeving en werden tot maart 1942 min of meer met rust gelaten. [1] Nederland telde ongeveer 20.000 gemengde huwelijken. De 14.000 gemengd gehuwde Joden met kinderen konden zich veilig wanen zoals blijkt uit een brief die commissaris-generaal Rauter op 24 september 1942 schreef aan Reichsführer Himmler: 'Im Einvernehmen mit dem Reichskommissar [Seyss-Inquart] schiebe ich aber auch alle jüdische Teile der Mischehen ab, sofern aus diesen Mischehen keine kinder hervorgegangen sind. Es werden dies ca 6000 Fälle sein, sodass ca 14000 Juden aus Mischehen zunächst hier bleiben.' [...] 'Diese [Rauter noemt nu een getal van 13.000] Mischjuden erhalten auf ihren Judenausweis einen Vermerk, dass sie die Berechtigung haben, in Holland zu bleiben.' [2] De geschorste en ontslagen Gèza Berger ontkwam echter niet aan vervolging. Ondanks dat hij was getrouwd met een niet-joodse vrouw en met haar een zoon had werd hij in Amsterdam opgepakt, op 6 juni 1942 vastgezet in kamp Amersfoort en kort daarop op 16 juli op transport gesteld naar Auschwitz. Naar schatting hebben acht- tot negenduizend joodse gemengd gehuwden - voornamelijk vrouwen met en zonder kinderen - de oorlog overleefd. 'De meeste mannen vielen uiteindelijk ten prooi aan de Duitsers', aldus Moore. [1] De kans was dus klein dat Gèza Berger ontkomen zou zijn aan de vernietigingsdrang van de nazi's. |
| Genealogisch overzicht |
| Gèza Berger, geboren Budapest 2 augustus 1892, overleden Auschwitz 21 augustus 1942, scheikundig ingenieur. Trouwde Wageningen 28 december 1923 Annette Vos, geboren Groningen 29 november 1891, overleden Zeist 18 april 1975, onderwijzeres. Uit hun huwelijk is één kind, een zoon, geboren. 5 februari 1931 scheidden hun wegen: Annette Vos verhuisde met hun zoon naar Amsterdam, Gèza Berger woonde op verschillende adressen in pension te Wageningen en Bennekom. |
| Gèza Berger is geboren uit joodse ouders Moritz Berger, advocaat, en Paula Bresslauer. Gèza benadrukt zijn joodse afkomst in een in vlekkeloos Nederlands geschreven brief, die hij 24 januari 1941 richt tot Wagenings burgemeester IJzerman: 'vermoedelijk zult U als Nederlander geen bijzondere belangstelling in de afstamming van Uw medeburgers hebben; neemt U mij het niet kwalijk, als ik U desondanks mededeel, dat ik, voor zover ik het weet, 4 (vier) joodsche grootouders bezit.' [3] Hij beschouwt zichzelf als niet-religieus. Annette Vos, van protestantse komaf, is geboren uit Jan Vos en Henke Schuitema. Haar vader was kleermaker, evenals grootvader Jan Vos, overgrootvader Jan Vos en betovergrootvader Jan Vos. |
| Op eigen verzoek is Gèza Berger in 1938 uit het 'Hongaarsche Staatsverband' ontslagen, werd stateloos en diende een verzoek tot naturalisatie in. Kreeg op 2 juni 1939 een gunstpaspoort. [4] Eind 1940 was hij nog steeds niet in het bezit van de Nederlandse nationaliteit en zou deze ook niet meer krijgen. Annette Vos raakte door het huwelijk met Gèza Berger haar Nederlandse nationaliteit kwijt, werd ambtelijk geregistreerd als 'vreemdeling' (Groningen) en 'Hongaars' (Amsterdam) en kreeg op onbekende datum het Nederlanderschap terug. |
| Met de overlijdensadatum van Gèza Berger is noodgedwongen geknoeid. Volgens de burgerlijke stand is hij overleden op 30 september 1942. Dat is, zoals bij vele lotgenoten, een schatting geweest. Zonder overlijdensdatum geen overlijdensakte, die nodig was om erfenissen te kunnen afhandelen. Pas in de jaren negentig werden de Totenbücher van Auschwitz ontdekt in de archieven van de Russische geheime dienst KGB. Daaruit blijkt dat Gèza reeds op 21 augustus 1942 is omgekomen. |
| Loopbaan Gèza Berger in een notendop |
| 1 januari 1920: assistent anorganische chemie Rijksuniversiteit Groningen tegen een jaarwedde van 1500,-, binnen drie maanden aanzienlijk verhoogt tot een jaarwedde van 2000,-. [5] |
| 1 januari 1921: assistent anorganische chemie Rijksuniversiteit Groningen tegen een jaarwedde van 2200,-. Op eigen verzoek dienstverband niet verlengd. [5] |
| 1922 - 1940: scheikundige, laboratorium voor organische scheikunde Landbouwhogeschool Wageningen. |
| 21 februari 1925: promoveert aan de Polytechnische Hochschule te Aken. Titel van zijn proefschrift: Konstitutive Einflüsse bei der saürekatalytischen Esterverseifung. |
| 22 november 1940: geschorst zoals alle joodse ambtenaren. |
| 1 maart 1941: ontslagen dr. G. Berger, scheikundige, met hem ir. M.W Polak, Rijkslandbouwningenieur en lector, en dr. ir. A. Schweizer, docent. Tot aan zijn schorsing was Gèza Berger practicumleider kandidaatsstudenten, laboratorium voor organische scheikunde. [6] Ontslagen door rijkscommissaris Seyss-Inquart, de hoogste niet-militaire autoriteit in Nederland. |
| Na zijn ontslag wijdt Gèza Berger zich aan een onderzoek over de synthese van vitamine C. Hij kiest een sluipweg: 'Daartoe heeft hij den weg gekozen, welken ook andere wetenschappelijke onderzoekers meermalen volgen, en zich, na storting van het college- en inschrijvingsgeld ad 335,-, voor volledig onderwijs laten inschrijven.' [7] |
| Dit onderzoek is hem slechts korte tijd gegund. 1 september 1941 dwingt de Duitse bezetter hem tot verhuizing naar de Jodenbuurt (Weteringschans) in Amsterdam. |
| Klik op Gèza Berger voor een uitgebreid artikel over zijn wetenschappelijke loopbaan. |
![]() |
| Midden: voormalig hoofdgebouw Het Bassecour van de Landbouwhogeschool Wageningen aan de Heerenstraat nr. 18. Rechts: op nr. 16 het laboratorium voor organische scheikunde, twee decennia de werplek van Gèza Berger. Het laboratorium stond onder de leiding van professor Olivier, een van de weinige hoogleraren die zich verzette tegen de Duitse bezetter. Mei 1990 verhuisde het bestuurscentrum van Wageningen Universiteit naar de Costerweg. Het voormalige hoofdgebouw werd grondig gerenoveerd en verbouwd tot appartementencomplex. Bron: Fotocollectie Historische Vereniging Oud-Wageningen. |
| Nog voordat de uitroeiing van de Joden systematisch werd aangepakt was Gèza Berger reeds in Amsterdam gerarresteerd en via kamp Amersfoort afgevoerd naar Auschwitz. Met welke maatregelen kregen de Joden in Amsterdam na zijn arrestatie zoal te maken? [8] |
| Vrijdag 19 juni 1942, burgemeester Voûte krijgt opdracht van de Sicherheitspolizei zo spoedig mogelijk een lijst met de namen en adressen van de Nederlandse joodse huishoudens in Amsterdam te leveren. |
| Zondag 5 juli 1942, Joden worden voor de eerst keer door Amsterdamse agenten aangezegd voor tewerkstelling in Duitsland. Dit betrof uitsluitend niet-Nederlandse Joden. [In Nederland woonden naar schatting 10.000 niet-Nederlandse Joden, waarvan 7.000 het Naziregime in Duitsland waren ontvlucht.] |
| Woensdag 15 juli 1942, in de vroege ochtend. Eerste transport per trein van Amsterdam (centraal station) naar kamp Westerbork. |
| Donderdag 6 augustus 1942, eerste razzia. Te weinig Joden meldden zich aan door de angst die was ontstaan nadat commissaris-generaal bijzondere doeleinden had verklaard dat de Joden naar het Oosten werden gevoerd en dat hun lot daar hard zou zijn. |
| Woensdag 2 september 1942, Joden worden voor de eerste keer zonder voorafgaande aanzegging opgehaald. |
| September 1942, grootschalige acties waardoor een voldoend aantal Joden in kamp Westerbork werd opgesloten om voor het einde van het jaar het streefgetal van 40.000 te halen. |
| Mei en juni 1943, razzias markeren het einde van het grootschalig oppakken van Joden. 100.000 van de 140.000 Joden (waaronder 55.000 van de 80.000 Joden in Amsterdam) waren vastgezet in Westerbork en Vught. In de zomer van 1943 waren 73.000 van hen afgevoerd naar de vernietigingskampen. Overbleven: gemengd gehuwde Joden, Joden met bijzondere vrijstellingen en joodse onderduikers. |
| Dinsdag 29 september 1943, laatste grote razzia in Amsterdam. |
| Auschwitz (in het Pools
Oswiecim). Plaats gelegen in het zuiden van
Polen waar het Duitse naziregime vier tot vijf miljoen
gevangenen in de loop van de oorlog bijeenbracht en het
grootste vernietigingskamp (Auschwitz II,
Birkenau)
opzette. Mannen en vrouwen moesten zich uitkleden,
meisjes en vrouwen werden bovendien kaalgeschoren. Klaar
om te 'douchen' werden de Joden echter binnen enkele uren
na aankomst vergast en vervolgens gecremeerd. Gèza
Berger was een van de 2½* miljoen
Joden, die bijna allen omkwamen. Op 27 januari 1945
hebben Russische troepen Auschwitz bevrijd. Zij troffen
slechts 5000 overlevenden aan. 'ARBEIT MACHT FREI' was het eerste dat de dwangarbeiders lazen wanneer zij het concentratiekamp Auschwitz I binnen werden gedreven. Dwangarbeid gaf hen slechts uitstel van executie. Zij kwamen om als gevolg van honger, ziekte en mishandeling. Duitse concerns als Krupp, Siemens en IG Farben maakten in Auschwitz gebruik van slavenarbeid. Het laatstgenoemde bedrijf betaalde aan de SS een dagtarief van vier Reichsmark voor een vakman en drie Reichsmark voor een hulparbeider (akkoord gesloten voor de periode 1 tot 31 december 1943). [9] Met directielid Dr. Otto Ambros als drijvende kracht stichtte IG Farben in 1941 het derde Buna-Werk, een fabriek voor het vervaardigen van synthetisch rubber gebouwd door dwangarbeiders uit Auschwitz. [9] Om de fabriek te kunnen bemannen werd concentratiekamp Auschwit III, Monowitz opgericht. |
| Persoonlijke indrukken op de derde dag tijdens een
twaalfdaagse reis door Polen. De slagboom met het bordje
'Halt' 'Ausweisse vorzeigen' omhoog, daarachter de
draaihekken wagenwijd open, de toegangspoort met het
opschrift 'Arbeit macht frei', wachttorens en dubbele
hekken afgezet met prikkeldraad. Toch lukt het me
nauwelijks een voorstelling te maken van de drama's die
zich in Auschwitz hebben afgespeeld. Het zonnige weer en
de schone en aangeharkte paden en grasvelden helpen niet
mee. Beklemmend wordt het pas wanneer ik tot museum
ingerichte gebouwen binnenkom. De foto's komen me bekend
voor [9]. Niet de stille getuigen zoals koffers, haar,
brillen, prothesen, scheerkwasten, kledingborstels,
schoenen .............. en het door de Duitsers
afgebroken en naderhand door de Polen gereconstrueerd
crematorium. Als stille getuige ook het schavot, waarop
oprichter en kampcommandant Rudolf Frans Ferdinand
Höss op 16
april 1947 werd opgehangen. Hij verklaarde na de oorlog: Ik
voerde het bevel in Auschwitz tot 1 december 1943 en
schat, dat minstens 2.500.000 slachtoffers daar door
vergassing en verbranding geëxecuteerd en uitgeroeid
werden; minstens nog een half miljoen zijn door honger en
ziekte gestorven, hetgeen een totaal van ongeveer 3
miljoen doden vormt. Dit getal is ongeveer 70 tot 80 %
van alle personen, die als gevangenen naar Auschwitz
gestuurd werden, de anderen werden voor slavenarbeid in
de industieën binnen en rondom het concentratiekamp
gebruikt. [9] * Schatting van kampcommandant Rudolf Frans Ferdinand Höss. Op basis van de capaciteit van de verbrandingsovens is een lagere schatting gemaakt, te weten 1 tot 1,1 miljoen omgebrachte Europese Joden. (Bron: Geert Mak, In Europa, Reizen door de twintigste eeuw II, p. 43, Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen 2005.) |
![]() |
![]() |
| Concentratiekamp Auschwitz I (1996). Links houten barakken, onderkomen van de dwangarbeiders, rechts gereconstrueerd crematorium. Copyright © Henk Werk. |
Bronnen
| [1] | Bob Moore, Slachtoffers en overlevenden, De nazi-vervolging van de joden in Nederland, Amsterdam 1998. |
| [2] | Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging, 1940-1945, p. 142-143, Querido, Amsterdam 1985. |
| [3] | Brief van G. Berger aan burgemeester IJzerman van Wageningen, Wageningen 24 januari 1941. Archief Joods Wageningen A.G. Steenbergen. |
| [4] | Brief van burgemeester IJzerman van de gemeente Wageningen aan de Commissaris van de Koningin van de provincie Gelderland, Wageningen 17 oktober 1940. Archief Joods Wageningen A.G. Steenbergen. |
| [5] | RHC Groninger Archieven. Toegangnummer 52. Inventarisnummer 158: Registers van docenten en beambten, verbonden aan de universiteit. Met alfabetische naamindex, c. 1919-1960. Folio 19, Assistent bij de Anorganische Chemie. |
| [6] | Brief van SG Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming aan het College van Curatoren van de Landbouwhogeschool, 's-Gravenhage 11 maart 1941. Archief Joods Wageningen A.G. Steenbergen. |
| [7] | Brief van het College van Rector-Magnificus en Assessoren aan het College van Curatoren van de Landbouwhogeschool, Wageningen 22 april 1941. Archief Joods Wageningen A.G. Steenbergen. |
| [8] | Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging, 1940-1945, p. 228, 234, 236-238, 241, 258 en 291, Querido, Amsterdam 1985. |
| [9] | Robert Neumann en Helga Koppel, Hitler, Aufstieg und Untergang des Dritten Reiches, Verlag Desch, München, Wenen, Bazel, ongedateerd. Dit platenboek is in het Nederlands vertaald door J.B.Th. Spaan en door De Boekerij (Baarn) onder de titel Hitler de gesel van Europa uitgegeven. |
Personen en instellingen
| Wageningen 1940-1945, Wageningse burgers omgekomen door oorlogsgeweld. |
| A.G. Steenbergen, Archief Joods Wageningen |
| José Martin, Historisch Centrum kamp Westerbork, Een naam en een Gezicht |
| Historische Vereniging Oud-Wageningen |
| The Central Database of Shoah Victims' Names, www.yadvashem.org |
| Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus. |
Nieuwe pagina: 10 juli 2007. Voor het laatst bijgewerkt 13 maart 2008.
Copyright © Henk Werk Met uitzondering van genealogische data is gehele of gedeeltelijke overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.