HOME

 

Groninger kermis

Werken op reis met gebakkramen 1850-1961 

 

Eerste druk:
Auteursrecht:
Auteur:
Redactie:
Vormgeving:
Uitgeverij:
ISBN:
NUR:
Prijs:
juni 2015
Henk Werk
Henk Werk
Piet Wijker
Margriet Prins
Free Musketeers
978-90-484-3724-5
693
€ 29,95
  300 pagina's; rijk geïllustreerd; full colour; harde omslag.
  Verkrijgbaar via de boekhandel en www.bol.com
   
'Werken aan Werk', een televisieserie van de RVU, besteedde in 1990 in twee uitzendingen aandacht aan de familie Werk. Een aantal familieleden uit Leiden en Groningen, waaronder ikzelf, vertelde over hun werk of keken uitgewerkt achterom, over hun ambities en of werk gelukkig maakte. Die uitzendingen waren voor mij het startpunt voor genealogisch onderzoek, dat uiteindelijk halverwege de zeventiende eeuw strandde bij de Utrechtse burger Philip(s) Werck. In 1990 had ik nog geen flauw vermoeden, dat dit onderzoek zich als een olievlek zou uitbreiden naar een studie over de oorsprong van kermisgebak en over de Groninger kermis. Een kwart eeuw onderzoek is nu samengebundeld in een, uit vijf delen bestaand, kloek boekwerk.  
 

Groningen, Meikermis 1927
(Fotoarchief Historische Vereniging Gemeente Zuidlaren)
 
Ten geleide
 
Deel 1, Vier generaties Werk op reis met gebakkramen 1850-1961
Variétéartiesten en dieren die kunstjes vertoonden zijn verdwenen, misvormde mensen worden niet meer tentoongesteld. Paarden trokken draaimolens in de rondte. Gebleven zijn kermisexploitanten die de lekkere trek kunnen stillen: ijs, suikerspinnen, zuur- en kaneelstokken en noga, poffertjes en oliebollen.
Veel hebben vier generaties WERK vanaf 1850 zien veranderen, maar zij bleven hun ambacht trouw. Hoeveel oliekoeken, oliebollen en beignets zullen zij uit het vet hebben gehaald? Hoeveel draaibewegingen van hun rechter pols waren nodig om de poffertjes op de bakplaat te keren? Ontelbare klontjes boter - margarine was vloeken in de kerk - en bergen suikerpoeder zijn door hun handen gegaan.
Zij reisden per schip door de noordelijke provincies. Soms zeilend, maar meestal hun schip aan de lijn voortrekkend, of in ondiep water met een boom voortduwend. De derde generatie bracht daarin verandering. In 1934 kochten Nanno Klaas, Folkert, Trientje en Klaas Werk, die zich de Gebroeders Werk noemden en voor een vrijgezellenbestaan kozen, een gebakkraam op wielen. Vanaf dat moment breidden zij hun werkterrein uit tot heel Nederland. Gebroeders' neef Louwrens Werk, met broer Hendrik reizend onder de firmanaam J. Werk-Huizinga, kende na de Tweede Wereldoorlog het gemak van een opduwertje: een duwende, gemotoriseerde sloep nam de zwaar vermoeiende menskracht over.
Door gebrek aan opvolgers kwam in 1961 na 111 jaar een eind aan het reizend bestaan van de familie Werk.
 
Deel 2, Kermis op afstand
Twee getrouwde broers van de Gebroeders Werk volgden de kermiswereld op afstand. De oudste, mijn grootvader Hindrik Werk, trad in 1909 in dienst bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Hij werd aangenomen als voorslager en sloot zijn carrière na 40 jaar dienstverband als wagenmeester af bij de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Johannes Christiaan Werk werd zelfstandig ondernemer. Hij handelde in Groningen in groenten, fruit en aardappelen. Beide broers waren geheelonthouder. Een opvallende keuze, want geheelonthoudersverenigingen streden actief voor afschaffing van kermissen, waar overmatig bier- en sterkedrankgebruik tot onmaatschappelijk gedrag leidden. 
 
Deel 3, Groninger kermis
Kermisgangers zullen hoogst verbaasd zijn als zij twee eeuwen worden teruggeschoten naar de Groninger voorjaars- en najaarskermis met een overvloed aan kramen, waar van alles en nog wat te koop werd aangeboden. Koorddansers en gebrekkigen vertoonden kunstjes. Om je aan exotische dieren te vergapen bezoek je vandaag de dag een dierentuin, toen liep je op de kermis een tent van een menagerie binnen. Met grote ogen zullen kermisgangers toen gekeken hebben naar de kunstjes van gedresseerde bijen en kanaries. Paardendressuur - ook wel paardenspel genoemd en tegenwoordig in circussen, stadion of thuis op een plat beeldscherm te aanschouwen - was een vertrouwde kermisattractie.  
Er werd gezwierd en gedraaid, maar Groningers, die zich een krant konden permitteren of de leeskunst machtig waren, werden niet op de hoogte gehouden over de komst van draaimolens of carrousels. Er zat niets anders op dan 'blind' over het kermisterrein te slenteren.
Een oogkwaal of rotte tanden en kiezen? Op of tijdens de kermis kon men oculisten en kies- en tandmeesters raadplegen en zich door hen laten behandelen. Een geslachtsziekte opgelopen? Bij praktiserende chirurgijns en venusmeesters kon men terecht voor consultatie. Goed tegen allerlei kwalen werden elixers aangeboden.
Lekkere trek werd ook toen reeds gestild met chocolade, suikerwerken, poffertjes, wafels, en Groninger en Deventer koek.
Traditiegetrouw nam de familie Werk een standplaats in op de Groninger Meikermis en op de kermis ter gelegenheid van het Gronings Ontzet, ook Achtentwintigsten, genoemd naar de dag dat de bisschop van Münster, Bommen Berend, het beleg van Groningen in 1672 opgaf. Door epidemieën en de Eerste en Tweede Wereldoorlog bleven Stadjers en Ommelanders meerdere keren verstoken van kermis verstoken. Eén raadslid kwam in 1921 terug op zijn stem voor afschaffing van de Meikermis. Op het nippertje bleef een traditie in Groningen overeind. 
 
Deel 4, Speurtocht naar de oorsprong van kermisgebak
Poffertjes, oliebollen, wafels en beignets waren onlosmakelijk verbonden met kermis. Poffertjes en oliebollen zijn dat nog steeds, hoewel oliebollen vooral in grote hoeveelheden worden gegeten tijdens Oud en Nieuw. De familie Werk liet vaag omschreven, halfbakken, recepten na. Uit eeuwenoude bronnen zijn daarentegen talrijke recepten opgediept. Zo werd het bereiden van oliekoeken, de platte voorloper van de oliebol, al in 1667 vastgelegd in de eerste druk van De Verstandige Kock. Het oudst bekende recept voor poffertjes is in 1746 gepubliceerd in De Volmaakte Hollandsche Keuken-Meid. De eerste wafelrecepten verschenen reeds in de zestiende eeuw. Romeins censor Cato (234-149 v.Chr.) beschreef scriblita, vermoedelijk de voorloper van de beignet.
De begrippen appelbeignet en appelflap worden, zelfs door professionele bakkers, nog steeds door elkaar gehaald. Met die spraakverwarring wordt afgerekend.
Zelf bakkende zoetbakkers, zoals de Vlamingen ze noemen, kunnen inspiratie opdoen voor het bakken van poffertjes, bollebuizen, oliebollen, wafels, appelbeignets en appelflappen.
 
Deel 5, Genealogie familie WERK
De stamboom van de familie Werk gaat terug tot de eerste helft van de zeventiende eeuw, toen het wortel schoot in Utrecht. Stamgrootouder is Nicolaes Werck, waarvan niet meer bekend is dan dat hij met Elisabeth Wellens (Weylens) was getrouwd. Hun zoon Philip(s) Werck (Wercx) werd vóór 1646 geboren, groeide op met twee jongere halfbroers, repareerde schoenen, welk vak hij vermoedelijk leerde van stiefvader Peter Jansz. Feyckus, kocht omstreeks 1667/1668 het poorterschap van Utrecht en trouwde op 15 april 1668 te Utrecht met Geertje Jans van Fickraad.
Philips kleizoon Lammert (Lambertus) Wer(c)k, geboren omstreeks 1714 uit Claes (Nicolaes) Werks en Elsje Lamberts van Schuuren (Elsje Sobalt) vertrok als vrijgezel naar Leiden en zorgde aldaar vanaf 1738 voor mannelijk nageslacht. Tot halverwege de negentiende eeuw verdienden Lammerts' nazaten hoofdzakelijk hun brood in de Leidse textielnijverheid.
Met het huwelijk in 1850 van Lammerts'in Leiden geboren achterkleinzoon Hendrik Werk met de Groningse koopvrouw Clara Tuntelaar groeide in Groningen een tweede loot aan de stamboom. Vanuit Groningen begonnen Hendrik en Clara, en drie generaties na hen, ieder jaar aan de reis langs kermissen.

Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.
Nieuwe pagina: juni 2015.
Copyright © Henk Werk. Gehele of gedeeltelijke overname is alleen toegestaan na schriftelijk toestemming.