HOME
HOLOCAUST
De
massale moord op Joden in de Tweede Wereldoorlog
Armoede, gebrekkige behuizing,
gebrek aan hygiëne, vervuild (drink)water, eenzijdig voedsel,
cholera-epdemieën, kindersterfte, 'misdaad', een paar min of
meer willekeurige thema's die van invloed zijn geweest op het
leven van de familie Werk en hun aangetrouwde verwanten.
Inderdaad misdaad 'tussen haakjes', want wat tot twee eeuwen
terug nog als misdaad werd beschouwd kunnen we ons in de
eenentwintigste eeuw nauwelijks meer voorstellen. Laat staan de
straffen die destijds werden opgelegd. Zoals lijfstraffen, te
pronk stellen, brandmerken, verbanning bij overspel, doodstraf
door ophanging of verwurging bij (verdenking) van homosexualiteit
of 'tegennatuurlijke ontucht' zoals dit ook wel werd genoemd,
........... Tegenwoordig zouden we de meeste van deze straffen
barbaars, wreed of onmeedogend noemen. Hoewel, in vele landen
worden lijfstraffen en doodstraf kennelijk nog steeds gezien als
een deugdelijke manier de misdaad terug te dringen. Of geldt hier
nog steeds 'oog om oog, tand om tand'?
Maar het kan nog vele malen
erger, zoals de Eerste (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog
(1940-1945) hebben laten zien. De oorlogshandelingen in de Eerste
Wereldoorlog, waarin tienduizenden militairen hun leven lieten in
de loopgraven, is Nederland voorbij gegaan, maar de Tweede
Wereldoorlog heeft ook in Nederland diepe wonden achtergelaten.
Ongeveer zes miljoen Joden werden door het Duitse nazigeboefte om
het leven gebracht; vooral in de Poolse vernietigingskampen in
Auschwitz en Sobibor. Naar schatting woonden in Nederland 140.000
Joden, 100.000 daarvan overleefden de oorlog niet. Onder hen
nazaten van Moritz Berger en
Paula Bresslauer,
Alexander
Wagenaar en Nanette Ephraim van Praag, Mozes
Schellevis en Heintje Wertheim, Gerrit Meents en
Lea Fles en Leijzer van Gelder en Rachel Frank.
| I. Alexander Wagenaar, geboren Amsterdam 7 augustus
1821, overleden Amsterdam 5 mei 1888 (aktedatum),
koopman. Zoon van Aron Abraham Wagenaar, koopman,
galanterieventer, en Sprentz Israël van Praag. Trouwde
Amsterdam 6 juni 1850 Nanette Ephraim van Praag, geboren Amsterdam 24 maart 1827,
overleden Amsterdam 25 mei 1902. Dochter van Ephraim Lion
van Praag, commissionair, winkelier, en Aaltje Levie
Winnink. |
| Uit dit
huwelijk: |
| I.1 Aäron
Wagenaar, geboren Amsterdam 26 september 1854, overleden
Amsterdam 27 april 1855. |
| I.2 Lion
Wagenaar,
volgt IIa. |
| I.3 Sprins
Wagenaar, geboren Amsterdam 23 augustus 1857, overleden
Amsterdam 8 april 1929. Trouwde Amsterdam 12 mei 1887
Simon Salomons, geboren Amsterdam 18 november 1855,
overleden Amsterdam 8 februari 1927, leraar
Nederlands-Israëlitisch Seminarium Amsterdam. Zoon van
Mechiel Salomons, koopman, commissionair, en Ester
Abraham Susan. |
| |
Uit het huwelijk van
Sprins Wagenaar en Simon Salomons: |
| - |
Esther Salomons, geboren
Amsterdam 14 juli 1888, overleden
Auschwitz 11 december 1942. Trouwde
Amsterdam 3 september 1913, scheidde
Amsterdam (vonnis
Arrondissementsrechtbank) 21 december
1923 Joseph Drukker, geboren Amsterdam 24
juni 1891, overleden Auschwitz 6 maart
1944, schoenstikker, voorzanger
Israëlitische gemeente. Zoon van Samuel
Drukker en Regina Bleekroode. |
| |
Uit dit
huwelijk geen kinderen bekend. |
| - |
Alexander Salomons, geboren
Amsterdam 14 juli 1890, overleden Sobibor
9 juli 1943, sinds 1925 rabbijn te
Nijmegen. Trouwde Amsterdam 4 mei 1921
Roosje Hes, geboren Den Helder 9 februari
1894, overleden Sobibor 9 juli 1943.
Dochter van Abraham Hes en Sara Polak. |
| |
Ook hun
kinderen Louis (overleden Sobibor 9 juli
1943), Sara (overleden Sobibor 9 juli
1943), Sprins (overleden Sobibor 23 juli
1943) en Abraham (overleden Sobibor 9
juli 1943) overleefden de Tweede
Wereldoorlog niet. |
| - |
Machiel Salomons, geboren
Amsterdam 3 juli 1891, overleden
Auschwitz 2 november 1942,
handelsreiziger. Trouwde Amsterdam 5
januari 1920 Sara Duque, geboren
Amsterdam 8 januari 1893, overleden
Auschwitz 2 november 1942. |
| |
Ook hun
kinderen Sprins (overleden Auschwitz 12
oktober 1942) en Salomon (overleden
Midden-Europa 31 maart 1944) overleefden
de Tweede Wereldoorlog niet. |
| - |
Nanette Salomons, geboren
Amsterdam 1 oktober 1892, overleden
Auschwitz 13 november 1942. Trouwde
Amsterdam 14 augustus 1919 Maurits Beer,
geboren Amsterdam 6 maart 1893, overleden
Midden-Europa 31 maart 1944,
winkelbediende, koopman in speelgoederen,
handelsreiziger. Zoon van Nathan Hermanus
Beer en Paulina Scheffer. |
| |
Ook hun
kinderen Paul (overleden Auschwitz 27
maart 1944) en Simon (overleden
Auschwitz? 20 januari 1944) overleefden
de Tweede Wereldoorlog niet. |
| - |
Abraham Salomons, geboren
Amsterdam 28 november 1893, overleden
Amsterdam 28 maart 1979, handelsreiziger
in papier, chazan synagoge
Gerard Doustraat in Amsterdam.
Trouwde (1)
Amsterdam 9 juni 1927 Gertrud Rom,
geboren Zürich (Zwitserland) 12 augustus
1905, overleden Amsterdam 10 september
1927.
Trouwde (2) Zürich 26 februari
1929 (schoonzus) Louise Rom, geboren
Zürich 21 januari 1907, overleden
Amsterdam 26 december 1987. Gertrud en
Louise Rom dochters van Abraham Isaak Rom
en Sophie Tachauer. |
| - |
Leon Salomons, geboren
Amsterdam 4 april 1895, overleden
Amsterdam 3 juli 1911. |
| - |
Frederika Salomons, geboren
Amsterdam 28 mei 1896, overleden
Auschwitz 10 september 1942,
boekhoudster, nooit getrouwd. |
|
|
| I.4 Levie
Wagenaar,
volgt IIb. |
| I.5 Marianne Wagenaar,
geboren Amsterdam 13 mei 1862, overleden Amsterdam 16
juni 1931, nooit getrouwd. |
| Peruaanse paspoorten. Abraham Salomons, Louise Rom en
hun kinderen Trudy, Mirjam, Izak en Riwka Chaja
overleefden de Tweede Wereldoorlog. Via kamp Westerbork
worden de gezinsleden gedeporteerd naar concentratiekamp
Bergen-Belsen waar zij ongeveer een jaar verblijven. Het
gezin weet bij elkaar te blijven en komt begin februari
1945, na enkele dagen verblijf in een kazerne te
Weingarten, in een van de dertien in Duitsland geklegen
interneringskampen terecht: Internierungslager V-B in
Biberach an der Riß (Zuid-Duitsland) dat onder toezicht
stond van het Rode Kruis. Vooral door de Peruaanse
paspoorten, gekregen met hulp van Zwitserse familie,
ontliepen zij deportatie naar een van de
vernietigingskampen. (Bronnen: Izak Salomons;
Herinneringscentrum kamp Westerbork) |
| Izak Salomons studeerde
architectuur aan de TU-Delft en restaureerde samen met
zijn vrouw Cootje de synagoge aan de Gerard Doustraat in
Amsterdam waarin hun (schoon)vader Abraham Salomons
chazan was. |
| Chazan: voorzanger en voorganger tijdens
de synagogedienst. Reciteert de psalmen, spreekt
afwisselend alleen of samen met de andere aanwezigen de
gebeden uit en zingt de traditionele melodieën. |
| |
| Het gezin van Alexander (Alex)
Salomons en Roosje (Rosa) Hes, Nijmegen omstreeks 1936 |
 |
| Van
links naar rechts: Sara (11 jaar), vader Alex Salomons,
Bram (6 jaar), Louis (13 jaar), moeder Rosa Hes, Sprins
(10 jaar). Het gezin zou de Tweede Wereldoorlog niet
overleven, allen kwamen om in Sobibor. |
| Foto
beschibaar gesteld door Izak Salomons, volle neef van
Alex Salomons. |
| Wonderlijke hersenkronkel
kampcommandant Gemmeker |
| Met
uitzondering van Sprins werd het gezin van Alexander
Salomons en Roosje Hes op 6 juli 1943 vanuit Westerbork
op transport gesteld naar Sobibor. Drie dagen later na
aankomst werden zij om het leven gebracht. Sprins bleef
ziek achter en werd om die reden later dan haar ouders,
broers en zus, op 20 juli 1943 op transport gesteld naar
Sobibor. Drie dagen later onderging zij hetzelfde lot.
Genezen verklaard en op de trein gezet naar Sobibor om
alsnog te worden vergast! |
| Albert Konrad
Gemmeker was kampcommandant van het Durchgangslager
Westerbork en verantwoordelijk voor de
wekelijkse transportlijsten. De gevangenen werd
voorgehouden dat zij op reis gingen om te werken in
Duitsland. Om die reden werden alleen gezonde mensen op
transport gezet. Gemmeker hield de 'schone' schijn op tot
in het uiterste, zoals blijkt uit het korte leven van Machiel
Prins. |
| Veel te vroeg geboren,
tweeënhalf pond zwaar en zes dagen oud wanneer Machiel
samen met zijn moeder Jeannette Ensel vanuit kamp Vught
wordt overgebracht naar Westerbork. Gewikkeld in truien
en vesten weet zijn moeder hem warm te houden. Gemmeker
laat vanuit het Academisch Ziekenhuis in Groningen een
couveuse (naast een school beschikte Westerbork ook over
een ziekenhuis) en hoogleraar kindergeneeskunde Van
Creveld overkomen en stelt twee verpleegsters aan om hem
te verzorgen. Machiel krijgt sondevoeding en om de twee
uur een paar druppels cognac! uit notabene de
drankvoorraad van kampcommandant Gemmeker. Zes pond zwaar
en ruim drie maanden oud zet Gemmeker Machiel en zijn
moeder alsnog op een transportlijst naar Auschwitz. |
| Gezin Prins |
| Mozes Prins,
geboren Amsterdam 27 maart 1908, overleden Kommando
Ludwigsdorf 11 maart 1943, kantoorbediende, marktkoopman.
Zoon van Machiel Prins en Keetje Agsteribbe. Trouwde
Amsterdam 4 augustus 1937 Jeannette Ensel,
geboren Amsterdam 25 augustus 1902, overleden Auschwitz
24 september 1943, lingerienaaister. Dochter van David
Ensel en Klaartje Stodel. |
| Uit dit huwelijk: |
| Machiel Prins,
geboren kamp Vught 31 mei 1943, overleden Auschwitz 24
september 1943. Samen met zijn moeder op 21 september
1943 op transport gesteld van Westerbork naar Auschwitz.
Mozes Prins was ondergebracht in het werkkamp De Beetse
in Sellingerbeetse en is van daaruit op 2 oktober 1942
overgebracht naar kamp Westerbork en vervolgens op 2
november 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. |
Lion
Wagenaar en Helene Wormser. Lion Wagenaar was van 1886 tot 1895 opperrabbijn
van het ressort Friesland en daarna van Gelderland tot 1918. Hij
maakte naam als kanselredenaar en polemist, preekte niet in het
Jiddisch zoals zijn voorganger R. Baruch Bendit ben Naftali
ha-levi Dusnus, maar in het Nederlands. Zijn eerste preek vanaf
de kansel in Leeuwarden deed dan ook veel stof opwaaien, want een
deel van de oude garde verliet ontstemd de synagoge.
Mijn overgrootmoeder Margrietha
Groen (Groningen 1869 - Groningen 1954), ongehuwd en van beroep
dienstbode, bevalt in het Academisch Ziekenhuis te Groningen in
de nacht van 18 op 19 otober 1891 van een tweeling. Voor
middernacht van Anna, mijn grootmoeder, na middernacht van een
levenloos geboren meisje. Maar net drie maanden later verlaat
Margrietha Groningen en vertrekt naar Leeuwarden, waar zij op 5
januari 1892 als min in dienst treedt van het gezin Wagenaar. De
zorg voor haar pasgeboren dochter vertrouwt zij toe aan Anna
Kolle, haar stiefmoeder. Min staat volgens Van Dale voor
een "vrouw die een kind van een andere vrouw zoogt"
ofwel 'natte' min. De andere vrouw was ongetwijfeld Helene
Wormser, die drie weken daarvoor op 14 december was verlost van
dochter Betty. Een jaar daarvoor, nog geen drie weken oud,
overleed haar zusje en naamgenote. Was Helene te zwak als gevolg
van twee bevallingen in één jaar, had zij te weinig moedermelk?
Of was zij 'alleen maar' overbezorgd opnieuw een pasgeboren
dochter te verliezen? Die vragen zullen wel nooit beantwoord
worden. Evenals het antwoord op de vraag hoe de 22-jarige
Margrietha Groen aan haar dienstje in Leeuwarden kwam. Lang bleef
Margrietha niet in Leeuwarden, want op 1 november 1893 vertrekt
zij naar Amsterdam. Na een korte hereniging met dochter Anna
verlaat Margrietha voor de tweede keer Groningen, vertrekt naar
Den Haag en keert opnieuw voor een korte periode terug. Wonende
in Den Haag trouwt zij in Groningen in 1910 met
soldaat-ziekenverpleger en voormalig KNIL-soldaat Johannes
Wilhelmus Joosten en zou zich pas in 1932 opnieuw in Groningen
vestigen. Met haar gepensioneerde echtgenoot en nu definitief. De
schaamte voorbij?
| IIa. Lion Wagenaar, geboren Amsterdam 22 september
1855 (op Jom Kippoer van het joodse jaar 5616), overleden
Amsterdam 4 juni 1930, begraven te Arnhem (begraafplaats
Moscowa), conrector Nederlands-Israëlitisch Seminarium
Amsterdam, opperrabijn ressort Friesland, opperrabijn
ressort Gelderland, rector Nederlands-Israëlitisch
Seminarium Amsterdam. Trouwde Karlsruhe 30 mei 1882 Helene
Wormser,
geboren Karlsruhe 25 februari 1857, overleden Arnhem 10
januari 1916, begraven te Arnhem (begraafplaats Moscowa),
regentesse van het Nederlands-Israëlitisch
Oudeliedengesticht, presidente van vrouwenvereniging
Bigde Kodesj. Dochter van Baruch Wormser, koopman, en
Bettij Forchheimer. |
| Uit dit
huwelijk: |
| IIa.1 Baruch
Haïm Wagenaar, volgt IIIa. |
| IIa.2 Aäron
Wagenaar,
volgt IIIb. |
| IIa.3
Bettij Wagenaar, geboren Leeuwarden 5 december 1890,
overleden Leeuwarden 23 december 1890. |
| IIa.4
Bettij Wagenaar, geboren Leeuwarden 14 december 1891,
overleden Amsterdam 10 april 1931. Trouwde Arnhem 19
september 1916 Julius Levie, geboren Zwolle 13 januari
1891, overleden Amsterdam (tehuis De Joodsche Invalide) 8
september 1940 (5 Eloel 5700), koopman in gummi,
bestuurder / voorzitter Ritueel Eten Op Reis en IWRT
(afkorting van ??). Zoon van Benjamin Levie, winkelier,
en Vrouwke Lievendag. |
| |
Uit
het huwelijk van Bettij Wagenaar en Julius Levie: |
| - |
Helene
Levie, geboren Amsterdam 12 mei 1918, aankomst
kamp Westerbork 24 juli 1943, ontslagen kamp
Westerbork 9 september 1943, aankomst kamp
Westerbork 29 september 1943, deportatie naar
Auschwitz 8 februari 1944, overleden Auschwitz 30
april 1944, naaister. |
| - |
Benjamin
Levie, geboren Amsterdam 21 juni 1920, overleden
Auschwitz 29 augustus 1942, kantoorbediende. |
|
| IIa.5 Alexander
Wagenaar,
volgt IIIc. |
| # # # # # |
| IIb. Levie Wagenaar, geboren
Amsterdam 21 november 1859, overleden Amsterdam 19
februari 1939, kantoorbediende, commissionair in
effecten, effectenhandelaar, president kerkbestuur
Haarlem, voorzitter kerkbestuur Nederlands-Israëlitische
Hoofdsynagoge, ridder in de Orde van Oranje-Nassau
(1925). Trouwde Amsterdam 9 september 1884 Sara
Jacobson, geboren Amsterdam 11 juli 1865, overleden
Amsterdam 31 augustus 1922. Dochter van Isaac Jacobson,
kantoorbediende, en Rozette Goldschmidtson. |
| Uit dit
huwelijk: |
| IIb.1 Izaak
Wagenaar, geboren Arnhem 30 augustus 1885, overleden
Apeldoorn (Het Apeldoornse Bos) 13 maart 1919, nooit
getrouwd. |
| IIb.2
Rosette Wagenaar, geboren Haarlem 14 maart 1888,
overleden Auschwitz 25 januari 1943, nooit getrouwd. |
| IIb.3
Alexander Wagenaar, geboren Haarlem 4 augustus 1889,
overleden Apeldoorn (Het Apeldoornse Bos) 19 november
1918, nooit getrouwd. |
| IIb.4 Jacob Wagenaar,
geboren Haarlem 6 oktober 1890, overleden Haarlem 12
december 1890. |
| IIb.5 Lion Wagenaar,
geboren Haarlem 17 april 1893, overleden Apeldoorn (Het
Apeldoornse Bos) 23 december 1942, nooit getrouwd. |
| IIb.6 Eduard Wagenaar,
geboren Haarlem 12 juni 1897, overleden Auschwitz 25
januari 1943, nooit getrouwd. |
| IIb.7 Nanette Wagenaar,
geboren Haarlem 24 juni 1898, overleden Haarlem 22
november 1898. |
| Centraal Israëlitisch
Krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bos. |
| Zelden
zal een gezin zoveel leed te verwerken hebben gekregen
als het gezin van Levie Wagenaar en Sara Jocobson. Jacob
en Nanette overleden in het eerste levensjaar; Izaak en
Alexander overleden als jong volwassenen in Het
Apeldoornse Bos, waar joodse psychiatrische patiënten
sinds 1909 in een bosrijke omgeving bij Apeldoorn werden
behandeld. Nog geen 20 jaar oud werd Rosette voor enige
maanden opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis
Meerenberg te Bloemendaal en zou later, evenals Lion en
Eduard in Het Apeldoornse Bos worden verpleegd. |
| In de
nacht van 21 op 22 januari 1943 werd Het Apeldoornse Bos
onder leiding van Aus der Fünten - Hauptsturmführer
bij de SS en betrokken bij
de deportatie van Joden naar de verntietigings- en
concentratiekampen - 'schoongeveegd'. Verpleegkundigen en
weerloze patiënten, waaronder Eduard en Rosette, werden
in veewagons naar Auschwitz vervoerd. Drie dagen later
was het noodlot van broer en zus bezegeld. |
| # # # # # |
| IIIa.
Baruch Haïm Wagenaar, geboren Amsterdam 11 mei 1883, overleden
Naarden 22 april 1943, directeur (bij zijn huwelijk),
reiziger en handelaar. Trouwde Arnhem 19 mei 1908 Bertha
Adèle Susholz, geboren Meppel 30 maart 1878, overleden
Naarden 22 april 1943. Dochter van Levie Susholz,
handelsreiziger, en Maria van der Veen. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIIa.1 Maria Leonie
Wagenaar, geboren Naarden 2 november 1913. |
| Zelfdoding. Onder druk van de omstandigheden
hebben Baruch en Bertha op een dag tussen 29 april en 6
mei 1943 een einde aan hun leven gemaakt. [1] De datum
van hun beider overlijden - 22 april 1943 - was slechts
een 'administratieve handeling'. (Bron: persoonskaart
CBG.) "Eén kind dat nog thuis woonde heeft de
oorlog overleefd." [1] Boedelinventaris. Twee jaar na hun in Arnhem
gesloten huwelijk vestigden Baruch Haïm Wagenaar en
Bertha Adèle Susholz zich aan de Lambertus
Hortensiuslaan 28 in Baarn. Tot aan hun dramatische
besluit zouden zij daar blijven wonen, in een groot huis
met zes kamers, keuken, kelder en een zolder. Een klein
jaar voor hun dramatische beslissing werd de inboedel op
28 mei 1942 geïnventariseerd. Inboedels werden in beslag
genomen door de Duitse bezetter en waren bestemd voor
Duitsgezinden, door Joden verlaten huizen werden ook wel
leeg gerooofd door niet-joodse buren. Uit de
inboedellijst is een zekere welstand af te lezen. In de
keuken en in alle zes kamers hingen vitrage en
overgordijnen voor de ramen. De vloeren waren bedekt met
harde (Balatum of linoleum) vloerbedekking, de
keukenvloer met een mat en twee voetmatten en de
benedentrap met een loper vastgezet met roeden. In drie
kamers stond een kolenkachel - in het tuinhuisje waren
naast twee tafels en een trap ook een kolenkit
opgeslagen. De boedelbeschrijvers troffen ondere andere
aan: een barometer (in de gang), een wandbord, een
wandplaat, drie beeldjes, drie klokken, een wekker, een
luidspreker, een paraplubak, een schemerlamp, drie
spiegels, een theekomfoortje, een theemeubel met
theeservies en vijf vazen. Gemusiceerd werd er kennelijk
ook, want in een van de vertrekken stond een vleugel.
Twee kamers waren ingericht als slaapkamer. Een voor het
ouderpaar (tweepersoonsbed met beddengoed en twee
nachtkastjes, en een garderobe) en een kinderkamer (bed
met ombouw en kapokmatras, en een nachtkastje). De zolder
was ingericht als kantoor gezien de inrichting met
schrijfbureau, bureaustoel en een typemachine merk
Underwood. De vier kisten, vijf koffers en een weegschaal
hebben ongetwijfeld te maken met Baruchs beroep als
handelaar en reiziger. Bertha zal Baruch wel eens in zijn
werkzaamheden hebben gestoord om was op te hangen, want
op de inboedellijst staan twee wasmanden en een droogrek.
Het eten (aardappelen en levensmiddelen) lag opgeslagen
in de kelder, Bertha kookte op twee gasstellen. [1]
|
| # # # # # |
| IIIb.
Aäron Wagenaar, geboren Amsterdam 15 februari 1886,
overleden Sobibor 9 april 1943, grossier in luxe
artikelen, voorzanger Israëlitisch Oude Mannen- en
Vrouwenhuis Den Haag. Trouwde Amsterdam 3 juni 1914 Suse del
Canho,
geboren Amsterdam 28 oktober 1885, overleden Sobibor 9
april 1943. Dochter van Jonas del Canho en Salij de
Vries. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIIb.1 Joanna Wagenaar,
geboren Amsterdam 6 oktober 1915, overleden "in de
omgeving van Oswiecim [Auschwitz] in Polen" 12
februari 1943. |
| IIIb.2 Lion Wagenaar,
geboren Amsterdam 25 november 1916, overleefde de Tweede
Wereldoorlog. |
| # # # # # |
| IIIc.
Alexander Wagenaar, geboren Leeuwarden 14 oktober 1893,
overleden Amsterdam 31 december 1930, handelsreiziger.
Trouwde Frankfurt am Main 6 december 1918 Ella
Helena Dzialoszynski, geboren Kempen (gelegen in de Duitse
deelstaat Nordrheinland-Westfalen tussen Venlo en
Krefeld) 28 augustus 1888, overleden Auschwitz 31 januari
1944, pensionhoudster. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIIc.1 Lion Mordechai
Wagenaar, geboren Frankfurt am Main 3 maart 1920,
overleden Sobibor 9 april 1943, landarbeider. |
| Verwarring, omdat de bronnen elkaar
tegenspreken. Lion Mordechai Wagenaar werd op
straftransport gesteld en kwam op 31 maart 1943 aan in
Kamp Westerbork (barak 57), 6 april daaropvolgend werd
hij doorgestuurd naar Sobibor en op 9 april aldaar
vergast. (Bron: Herinneringscentrum kamp Westerbork,
gebaseerd op archief Rode Kruis, tranportlijst kamp
Westerbork en registratiekaart Joodse Raad.) Guus
Meershoek zaait echter verwarring. Hij beschrijft in zijn
proefschrift in de zaak-Joure hoe Lion Wagenaar wanhopige
pogingen doet aan deportatie te ontkomen. Uitstel van
'executie' want hij zou niet op 9 april 1943 in Sobibor
maar ruim een maand later in Auschwitz zijn omgebracht. De zaak-Joure. Theo Dobbe, van de verzetsgroep Vrij
Nederland, had Joden geholpen onder te duiken in
Friesland. Onder vals voorwendsel (als inspecteur van de
Bevolkingsregisters) kwam hij het gemeentehuis van Joure
binnen en stal daar met zes makkers blanco
persoonsbewijzen om de door hem geholpen Joden een
'identiteit' te geven. Het onderzoek naar deze overval
werd vanuit Amsterdam verricht door de
Rijksrecherchecentrale. Tijdens dat onderzoek werd een
aantal Joden opgepakt en gedeporteerd. Twee families
ontsprongen de dans door, daartoe gedwongen, mee te
werken aan het politieonderzoek tegen Dobbe en door een
forse som geld van hun bankrekeningen in Zwitserland toe
te zeggen. Zij hadden huisarrest in het Amsterdams
hotel-restaurant De Gerstekorrel in de Damstraat. Een
dochter van een van beide ouderparen maakte begin
februari 1943 kennis met Lion [Mordechai] Wagenaar, die
door Nederland zwierf om aan deportatie te ontkomen. De
ouders verboden de omgang met Lion, waarna zij samen de
benen namen. Zij werden verraden op de Veluwe en
vastgezet in het Amsterdams hoofdbureau van politie. Lion
deed een mislukte zelfmoordpoging, werd overgedragen aan
het bureau Joodsche Zaken, overgebracht naar Westerbork,
ontsnapte en vluchtte naar Amsterdam, door Amsterdamse
rechercheurs op 12 mei 1943 op de Nassaukade
gearresteerd, opnieuw overgedragen aan het bureau
Joodsche Zaken en overgebracht naar Westerbork en
gedeporteerd naar Auschwitz. Het - onbekende - joodse
meisje zou na betaling van het losgeld veilig in
Zwitserland terechtgekomen zijn. (Bron: Guus Meershoek, Dienaren
van het gezag, De Amsterdamse politie tijdens de
bezetting, p. 292-303, Van Gennip, Amsterdam 1999.
Ook verschenen als proefschrift UvA. Meershoek
baseert zich op afschriften van de cellenregisters van 24
maart, 7 april, 19 april, 12 mei, 13 mei en 19 mei
1943.)
|
| IIIc.2 Berta Helena
Wagenaar, geboren Frankfurt am Main 3 mei 1921, overleden
Sobibor 28 mei 1943, naaister, jeugdleidster. |
| "[...]
was van oorsprong naaister, maar wist een baantje te
regelen bij de Joodse Raad als jeugdleidster." Werd
op 30 april 1943 ontslagen en via kamp Westerbork
(aankomst 22 mei 1943) op 25 mei naar Sobibor
gedeporteerd. (Bron: Herinneringscentrum kamp
Westerbork.) |
| IIIc.3 Abraham Wagenaar,
geboren Frankfurt am Main 3 november 1924, overleden
Auschwitz 31 januari 1944. |
Mozes
Schellevis en Heintje Wertheim. Slechts vier jaar duurde het huwelijk tussen de
'Iraëlieten' Mozes Schellevis en Heintje Wertheim. Heintje liet
drie zonen achter: Hartog, erkend bij haar huwelijk met Mozes
Schellevis, Machiel en Salomon. Het zou vijftien jaar duren
voordat Mozes zou hertrouwen, en wel met de niet eerder getrouwd
geweest zijnde Geertruida Bremer. Dit gemengde huwelijk -
Geertruida was rooms-katholiek - was eveneens een kort leven
beschoren. Na acht jaar kinderloos huwelijk overleed Mozes op
49-jarige leeftijd. Geertruida Bremer, een nicht van mijn overgrootmoeder Frouke Bremer, is in 1879 geboren te Groningen en
vertrok op 20-jarige leeftijd naar Amsterdam. Zij en haar jongste
stiefzoon Salomon Schellevis overleefden de Tweede Wereldoorlog.
I. Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 28 mei 1874,
overleden Amsterdam 1 september 1923, kruier, (los)
werkman, koetsier en havenarbeider. Zoon van Hartog
Salomon Schellevis, werkman, kruier, en Judic Engelsman.
Trouwde (1) Amsterdam 2 september 1896 Heintje
Wertheim,
geboren Amsterdam 27 maart 1875, overleden Amsterdam 4
september 1900. Dochter van Machiel Wertheim,
sigarenmaker, koopman, en Jagia Nebig. |
| Uit dit
huwelijk: |
| I.1 Hartog
Schellevis,
volgt IIa. |
| I.2 Machiel
Schellevis,
volgt IIb. |
| I.3 Salomon
Schellevis,
volgt IIc. |
| Trouwde (2)
Amsterdam 28 april 1915 Geertruida Bremer,
geboren Groningen 8 oktober 1879, overleden Amsterdam 2
januari 1953, kerkelijke gezindte RK. Dochter van Johannes Hendrik Soce Leopol Bremer, touwslagersknecht, muzikant,
koopman, venter, arbeider en mattenmaker, en Saaktje
Cazemier. |
| Uit dit
huwelijk: geen nakomelingen. |
| # # # # # |
| IIa.
Hartog Schellevis, geboren Amsterdam 11 augustus 1894,
erkend bij huwelijk Mozes Schellevis en Heintje Wertheim,
overleden Sobibor 16 juli 1943, los werkman, martkoopman
in fruit en bloemen in Amsterdam, (Na herhaalde
waarschuwingen zijn standplaats beter te bezetten en het
staangeld te voldoen, werd zijn marktvergunning op 20
augustus 1935 ingetrokken.), koopman in groenten,
werkzaam voor de Joodse Raad met betrekking tot de
distributie van groenten.Trouwde Amsterdam 16 augustus
1916 Rachel
Vet, geboren
Amsterdam 17 mei 1894, overleden Sobibor 16 juli 1943,
werkster. Dochter van Levie Vet,
diamantslijper, en Lea Fles. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIa.1 Levie
Schellevis,
volgt IIIa. |
| IIa.2 Mozes
Schellevis,
volgt IIIb. |
| IIa.3 Gerrit Schellevis,
geboren Amsterdam 31 januari 1925, overleden Sobibor 28
mei 1943. |
| IIa.4 Machiel
Schellevis, geboren Amsterdam 27 juli 1927, overleden
Sobibor 16 juli 1943. |
 |
 |
| Vader
Hartog en zoon Levie Schellevis |
| Bron: marktkaarten
Stadsarchief Amsterdam. |
|
| Hartog
Schellevis, Rachel Vet en hun jongste zoon Machiel
arriveerden tegelijkertijd in Kamp Westerbork en werden
zeven dagen later op 13 juli 1943 op transport gesteld
naar Sobibor. (Bron: Herinneringscentrum kamp
Westerbork.) De reis naar dit aan de Pools-Russische
grens liggende vernietigingskamp duurde drie dagen, zodat
aangenomen mag worden dat ouders en zoon onmiddelijk na
aanlomst zijn vergast. De een na jongste zoon Gerrit was
reeds eerder opgepakt en naar Sobibor gedeporteerd. De
twee oudste zonen Levie en Mozes Schellevis overleefden
de Tweede Wereldoorlog. |
| Levie Vet overleed op
32-jarige leeftijd te Amsterdam op 19 januari 1896. Lea
Fles hertrouwde Gerrit Meents
met wie zij vijf kinderen kreeg, waarvan alleen hun
jongste kind - zoon Hartog - de Tweede Wereldoorlog
overleefde. De genealogie van de familie Meents vindt U
na die van de familie Schellevis. |
| # # # # # |
IIb.
Machiel Schellevis, geboren Amsterdam 17 april 1897,
overleden Auschwitz 19 september 1942, kruier, los
werkman en expediteur(sknecht).
Trouwde (1)
Amsterdam 26 januari 1921 Jetje Leeman,
geboren Amsterdam 18 november 1900, overleden Amsterdam
13 juli 1924. |
| Uit dit huwelijk:
geen nakomelingen bekend. |
| Trouwde (2) Amsterdam 7 oktober 1925 Anna
Schijveschuurder, geboren Amsterdam 23 oktober 1903,
overleden Auschwitz 17 september 1943. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIb.1 Mozes Schellevis,
geboren Amsterdam 25 augustus 1927, overleden Amsterdam
18 februari 1928. |
| IIb.2 Mozes Schellevis,
geboren Amsterdam 23 juli 1929, overleden Auschwitz 19
augustus 1942. |
| IIb.3 Mietje Schellevis,
geboren Baarn 26 juni 1931, overleden Amsterdam 19
februari 1935. |
| IIb.4 NN Schellevis,
zoon, overleefde de Tweede Wereldoorlog. |
| IIb.5 NN Schellevis,
dochter, overleefde de Tweede Wereldoorlog. |
| Gezinssituatie.Tijdens de Tweede Wereldoorlog
woonde het gezin van Machiel Schellevis en Anna
Schijveschuurder gescheiden. Machiel met zoon Mozes
(IIb.) in Amsterdam aan de Nieuwe Batavierstraat,
echtgenote Anna Schijveschuurder met twee kinderen (IIb.4
en IIb.5) aan de Dijkweg in Baarn. Het gezin - ouders en
zoon Mozes - verhuisde 29 april 1931 naar Baarn. Eind
1934 vertrokken de vijfjarige Mozes en zijn te Baarn
geboren driejarige zusje Mietje naar Amsterdam, waar zij
werden opgevangen door hun stiefoma Geertruida Bremer.
Vader Machiel volgde twee jaar later en nam weer de zorg
op zich van de toen zevenjarige Mozes. (Bronnen: Gezins-
en persoonskaarten Stadsarchief Amsterdam; [1].) Boedelinventaris. Eén jaar voor Anna's deportatie
naar Auschwitz werd haar inboedel geïnventariseerd.
Inboedels werden in beslag genomen door de Duitse
bezetter en waren bestemd voor Duitsgezinden, door Joden
verlaten huizen werden ook wel leeg gerooofd door
niet-joodse buren. Anna woonde in een huis bestaande uit
woonkamer, kamer, kelder, keuken, zolderslaapkamer en een
zolderruimte. Een tuinhuisje, met tuingereedschap,
wasgoed en gerei, verraadt de aanwezigheid van een tuin.
De inboedellijst wekt niet bepaald de indruk dat Anna
welgesteld was. De enige 'versiering' bestond uit een
vaas, een wandplaat en een wandspiegel in de kamer.
Tevens de enige kamer in haar huis met, harde,
vloerbedekking. In de zolderruimte waren slechts
"waardeloze spullen" opgeslagen. [1]
|
| # # # # # |
| IIc.
Salomon Schellevis, geboren Amsterdam 20 april 1899,
overleden Amsterdam 7 december 1952, karrijder,
chauffeur, expediteur, marktkoopman in ijzer- en
staalwaren in Amsterdam: marktvergunning voor Nieuwmarkt
en Uilenburg. Trouwde Amsterdam 23 juni 1920 Dina Hurks, geboren Amsterdam 26 november
1900, overleden Amsterdam 8 maart 1980, kerkelijke
gezindte RK. Dochter van Petrus Hurks en Immetje
Hasselman. |
| Uit dit huwelijk:
|
| IIc.1 Heintje
Schellevis, kapster, kerkelijke gezindte RK. |
| IIc.2 Petrus Schellevis,
geboren Amsterdam 25 april 1921, overleden Amsterdam 1
juli 1922, tweeling met Heintje. |
| IIc.3 Petronella
Schellevis, kerkelijke gezindte RK. |
| # # # # # |
| IIIa.
Levie Schellevis, geboren Amsterdam 11 december 1916,
aankomst kamp Westerbork 30 december 1942, vrijgelaten
kamp Westerbork 22 juni 1943, overleden Amsterdam 31
augustus 1982, herenkapper in loondienst en zelfstandig
herenkapper. Trouwde Amsterdam 20 juli 1939 Mirjam
Waterman,
geboren Amsterdam 24 december 1915. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIIa.1 Hartog
Schellevis. |
| # # # # # |
| IIIb.
Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 12 oktober 1920,
overleden Amsterdam 31 augustus 2005, gecremeerd
Amsterdam (De Nieuwe Ooster) 6 september 2005. Trouwde
Amsterdam 4 november 1947 Jacoba Johanna van der
Linden. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIIb.1 Madeleine
Marjorie Schellevis. |
| I. Gerrit Meents, geboren Amsterdam 23 juli 1873,
overleden Sobibor 2 april 1943, venter met groenten. Zoon
van Hartog David Meents, groentekramer, groenteventer, en
Jansje Mozes de Brave. |
| Trouwde (1) Amsterdam 25 augustus 1897 Lea Fles, geboren Amsterdam 27 oktober
1867, overleden Amsterdam 20 juli 1940, weduwe van Levie
Vet. Dochter van Jacob Emanuel Fles, sjouwer, en Mirjam
Rodrigues. |
| Uit dit
huwelijk: |
| I.1 Jetje
Meents, geboren Amsterdam 28 februari 1898, overleden
Amsterdam 11 september 1943, coupeuse. Trouwde Amsterdam
6 februari 1918 Leendert Stouwer, geboren Amsterdam 10
november 1896, via joods werkkamp Linde (Zuidwolde,
Drenthe), kamp Westerbork (7 augustus 1942), Vught (20
februari 1943) en Westerbork (3 juli 1943) 13 juli 1943
op transport gesteld naar Sobibor, overleden Sobibor 16
juli 1943, poeliersbediende, groenteventer, poelier. Zoon
van Emanuel Stouwer en Rachel Italiaander. |
| |
Uit
het huwelijk van Jetje Meents en Leendert Stouwer: |
| - |
Emanuel Stouwer,
geboren Amsterdam 24 januari 1921, via kamp
Westerbork 31 juli 1942 op transport gesteld naar
Auschwitz, overleden Auschwitz 30 september 1942. |
|
| I.2
Marianna Meents, geboren Amsterdam 11 maart 1899,
overleden Sobibor 16 juli 1943. Trouwde Amsterdam 23
februari 1921 Isaac Sacksionie, geboren Amsterdam 20 mei
1899, overleden Sobibor 16 juli 1943, koopman, eigenaar
naaifabriek Valkenburgstraat Amsterdam, poelier. Zoon van
Gerson Hartog Sacksionie en Sophia Doof. |
| |
Uit
het huwelijk van Marianna Meents en Isaac
Sacksionie: |
| - |
Sophia
Sacksionie, geboren Amsterdam 17 december 1921,
overleden Midden-Europa 28 februari 1945. Trouwde
Amsterdam 17 december 1941 Hartog Rubens, geboren
Amsterdam 30 september 1918, overleden Amsterdam
9 december 1962, slager (in loondienst), koopman
in textiel, bedrijfsleider confectiefabriek,
winkelier, grossier in stoffen. Zoon van Meijer
Rubens en Grietje Veerman. |
| - |
Gerrit
Sacksionie, geboren Amsterdam 10 oktober 1925,
overleden Auschwitz 30 september 1942. |
| - |
Lena Sacksionie,
geboren Amsterdam 16 juni 1929, overleden Sobibor
16 juli 1943. |
| - |
Hartog
Sacksionie, geboren Amsterdam 19 juni 1932,
overleden Sobibor 16 juli 1943. |
|
| I.3 Saartje
Meents, geboren Amsterdam 29 juli 1901, overleden Sobibor
9 april 1943. Trouwde Amsterdam 15 augustus 1923 Salomon
Blits, geboren Amsterdam 22 juli 1899, overleden
Amsterdam 7 juli 1938. |
| |
Uit
het huwelijk van Saartje Meents en Salomon Blits: |
| - |
Eva Blits,
geboren Amsterdam 2 februari 1924, overleden
Auschwitz 14 januari 1943, confectienaaister,
dienstbode. Trouwde Amsterdam 27 augustus 1941
Pieter Johannes Velders, niet-Jood, geboren Den
Haag 22 februari 1908, overleefde de Tweede
Wereldoorlog, broodbakker, gescheiden van
Everdina du Burck. Zoon van Jacobus Velders en
Elisabeth Cornelia Hendrika Heemskerk. |
|
| I.4 Emanuel
Meents,
volgt IIa. |
| I.5 Hartog
Meents,
volgt IIb. |
| Trouwde (2)
Amsterdam 10 september 1941 Sara Beesemer,
geboren Amsterdam 17 januari 1878, overleden Sobibor 2
april 1943, weduwe van Meijer Papegaaij. Dochter van
Levie Beesemer, werkman, en Margaretha Polak. |
| # # # # # |
| IIa.
Emanuel Meents, geboren Amsterdam 6 maart 1904, overleden
Sobibor 21 mei 1943, expeditiechauffeur. Trouwde
Amsterdam 21 juni 1928 Josephine Cohen, geboren Amsterdam 15 november
1899, overleden Amsterdam 21 maart 1942. Dochter van
David Cohen en Grietje Monas. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIa.1 Gerrit Meents,
geboren Amsterdam 23 december 1929, overleden Sobibor 21
mei 1943. |
| IIa.2 Greta Meents,
geboren Amsterdam 11 april 1938, overleden Sobibor 21 mei
1943. |
| # # # # # |
| IIb.
Hartog Meents,
geboren Amsterdam 19 augustus 1908, overleden Amsterdam 3
augustus 1970, expeditieknecht, venter met fruit,
groenten en bloemen (1930-1941), venter met uitsluitend
fruit (na WO II), had een fruitstal in de Amsterdamse
Dapperstraat, koopman (zelfstandig ondernemer),
machinestikker. Trouwde Amsterdam 28 mei 1930 Louisa
Volger,
geboren Amsterdam 27 september 1911, overleden Almere 18
juli 1996, gecremeerd Amsterdam (De Nieuwe Ooster) 23
juli 1996, kerkelijke gezindte RK. Dochter van Arie
Volger en Louisa Dasia. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIb.1 Gerrit
(veramerikaanst tot Jerry) Meents, emigreerde in 1957
naar de Verenigde Staten. |
| IIb.2 Jurriaan Meents,
geboren Amsterdam 23 februari 1934, overleden december
2004. |
| IIb.3 Jacob Meents. |
| IIb.4 Emanuel Meents. |
| IIb.5 Lea Meents. |
| IIb.6 Evert Meents. |
| IIb.7 Jetje Meents. |
| IIb.8 Leo Meents. |
| Gezinssituatie. Het jongste kind Leo is na de
Tweede Wereldoorlog geboren. Ondanks hachelijke momenten
en de hongerwinter in 1944 overleefden zijn ouders -
vader joods, moeder niet-joods - broers en zussen de
terreur van de Duitse bezetter. Gerrit Meents was negen
jaar oud toen het Duitse leger Nederland binnenviel. Zijn
herinneringen en persoonlijke
belevenissen
heeft hij op mijn verzoek op papier gezet. |
| |
| Joden getrouwd met niet-Joden behoorden niet tot de eerste
doelgroepen van de Duitse wetgeving en werden tot maart
1942 min of meer met rust gelaten. [2] Nederland telde
ongeveer 20.000 gemengde huwelijken. De 14.000 gemengd
gehuwde Joden met kinderen konden zich veilig wanen zoals
blijkt uit een brief die commissaris-generaal Rauter op
24 september 1942 schreef aan Reichsführer Himmler:
"Im Einvernehmen mit dem Reichskommissar
[Seyss-Inquart] schiebe ich aber auch alle jüdische
Teile der Mischehen ab, sofern aus diesen Mischehen keine
kinder hervorgegangen sind. Es werden dies ca 6000 Fälle
sein, sodass ca 14000 Juden aus Mischehen zunächst hier
bleiben"' [...] "Diese [Rauter noemt nu een
getal van 13.000] Mischjuden erhalten auf ihren
Judenausweis einen Vermerk, dass sie die Berechtigung
haben, in Holland zu bleiben." [3] |
Leijzer van Gelder
en Rachel Frank kregen samen tien kinderen. Een
middenstandsgezin dat leefde van de inkomsten uit een
slagerswinkel. Alle zonen traden in het voerspoor van hun vader
en dochter Rika trouwde met een slager. De eerstgeborene Sara bleef ongehuwd en overleed vier jaar voor het
uitbreken van de oorlog. Oudste zoon Jacob,
geboren in 1903, overleed vier maanden na zijn eerste verjaardag.
Van de overige zeven kinderen zou alleen Henderika de Tweede Wereldoorlog overleven. Zij en
Geert Wierenga lieten bij hun huwelijk - op 28 mei 1936 te
Groningen gesloten - in het bevolkingsregister letterlijk een
streep zetten door hun geloof: israëliet respectievelijk
gereformeerd. Mogelijk dat Henderika als gemengd gehuwde joodse
vrouw de Holocaust heeft overleefd. Haar oudste broer Herman Israël van Gelder overleefde de oorlog echter
niet. Als gemengd gehuwde werd hij opgeroepen voor tewerkstelling
in het joodse werkkamp Havelte. [1] Hij vluchtte uit het kamp en
dook onder. Op 27 december 1944 werd hij in Groningen
gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring in Groningen.
Nadat een verzetsgroep in de omgeving van Dokkum een illegaal
werker bevrijdde, bij welke actie twee Duitsers om het leven
kwamen, werden als represaille twintig personen aan de Woudweg in
Dokkum gefusilleerd. Herman Israël van Gelder was één van hen.
Zijn
niet-joodse vrouw Cornelia Barndina Schipper hertrouwde in 1948
IJeb Paulus Andela en overleed in 1986 op 71-jarige leeftijd te
Utrecht. Jacob
Philip zat gevangen in het
Duitse concentratiekamp in Buchenwald. De oorlog naderde zijn
einde en het dwangarbeiderskamp kwam in de tang van de oprukkende
Russische en Amerikaanse troepen. Vanuit het oosten door de
Russen in het nauw gedreven brachten de Duitsers meer en meer
gevangenen over naar Buchenwald dat overbevolkt raakte. Het
aantal gevangenen bedroeg in maart 1945 ruim 80.000. [4] Velen
stierven aan ondervoeding en besmettelijke ziekten. De SS nam de
benen op 11 april. Dezelfde dag bereikten Amerikaanse troepen
Buchenwald, waar zij 21.000 - waaronder 384 Nederlanders -
overlevenden aantroffen. [4] Voor Jacob Philip van Gelder kwam de
bevrijding één maand te laat. Het lijkt geen boute
veronderstelling dat hij door ontberingen is omgekomen. Rika, Philip, Samuel, Reina en Lea van Gelder kwamen om in de vernietigingskampen in
Auschwitz en Sobibor.
| I. Leijzer van Gelder, geboren Groningen 9 april 1874,
overleden Groningen 23 juli 1943, koopman, , vleeshouwer, slager (zelfstandig ondernemer),
grossier in vlees. Zoon van Jacob van Gelder,
vleeshouwer, slager, en Sara Blok. Trouwde Groningen 21
februari 1897 Rachel Frank, geboren Paterswolde (Eelde) 27
september 1873, overleden Groningen 7 april 1923. Dochter
van Philippus Frank en Fredrika Levie. |
| Uit dit
huwelijk: |
| I.1 Sara
van Gelder, geboren Groningen 3 augustus 1898, overleden
Groningen 23 juli 1936, huishoudster. |
| I.2 Rika
van Gelder, geboren Groningen 14 oktober 1900, overleden
omgeving Auschwitz 28 januari 1944. Trouwde Groningen 20
september 1934 Jakob Vissel, geboren Usquert 20 december
1903, overleden Auschwitz 30 september 1942, vleeshouwer, slager (zelfstandig ondernemer). Zoon
van Jozef Vissel en Roosje Marcus. |
| I.3 Jacob
van Gelder, geboren Groningen 28 februari 1903, overleden
Groningen 28 juni 1904. |
| I.4 Jacob
Philip van Gelder, volgt IIa. |
| I.5 Philip van Gelder,
geboren Groningen 6 december 1906, oktober 1942
overgebracht naar kamp Westerbork en aldaar op 16
februari 1943 op transport gesteld naar Auschwitz,
overleden omgeving Auschwitz 30 april 1943, vleeshouwer, slager. Exploiteerde sinds 1932 in
Groningen een slagerij aan de Nieuwe
Ebbingestraat 106 (zie Famile Groen, noot 10). |
| I.6 Samuel van
Gelder,
volgt IIb. |
| I.7 Reina van Gelder,
geboren Groningen 2 november 1909, overleden Sobibor 21
mei 1943. Trouwde Groningen 14 september 1933 Izaak
Hartog Kisch, geboren Amsterdam 13 april 1906, overleden
Sobibor 21 mei 1943, koopman, handelaar (in
galanterieën). Zoon van Jozef Kisch en Eva Spitz. |
| I.8 Herman
Israël van Gelder, volgt IIc. |
| I.9 Henderika van
Gelder, geboren Groningen 16 augustus 1912, overleden
Groningen 23 oktober 1993, kerkelijke gezindte geen,
voorheen israëliet. Trouwde Groningen 28 mei 1936 Geert
Wierenga, geboren Ezinge 14 juni 1905, overleden
Groningen 2 mei 1953, ambtenaar provinciale griffie,
kerkelijke gezindte geen, voorheen gereformeerd. Zoon van Riewert
Wierenga en Martje IJpema. |
| I.10 Lea van Gelder,
geboren Groningen 14 april 1914, overleden Auschwitz 19
februari 1943, coupeuse. Trouwde Simon van Kreveld,
geboren Deventer 20 juli 1905, overleden omgeving
Auschwitz 30 april 1943, vertegenwoordiger. Zoon van
Maurits van Kreveld en Antje Samuel. |
| # # # # # |
| IIa.
Jacob Philip van Gelder, geboren Groningen 7 november 1904,
overleden Buchenwald 11 maart 1945, vleeshouwer, slager. Trouwde Zutphen 2 maart 1932 Lena
Leeraar,
geboren Zutphen 5 mei 1912, overleden Auschwitz 6 oktober
1944. Dochter van Juda Leeraar en Mina Cohen. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIa.1 Rachel van Gelder,
geboren Groningen 5 december 1932, overleden Auschwitz 6
oktober 1944. |
| IIa.2 Juda van Gelder,
geboren Groningen 20 augustus 1934, overleden Auschwitz 6
oktober 1944. |
| IIa.3 Mina Sarah van
Gelder, geboren Groningen 1 september 1936, overleden
Auschwitz 6 oktober 1944. |
| # # # # # |
| IIb.
Samuel van Gelder, geboren Groningen 23 juli 1908, overleden
Auschwitz 31 januari 1943, slager, schilder. Trouwde Groningen 19
januari 1933 Julia Frank, geboren Groningen 8 juni 1914,
overleden Auschwitz 12 oktober 1942. Dochter van Levie
Frank en Esther de Behr. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIb.1 Leijda Rachel van
Gelder, geboren Groningen 14 maart 1934, overleden
Groningen 17 mei 1934. |
| IIb.2 Esther van Gelder,
geboren Groningen 11 december 1936, overleden Auschwitz
12 oktober 1942. |
| # # # # # |
| IIc.
Herman Israël van Gelder, geboren Groningen 24 april 1911,
overleden (gefusilleerd) Dokkum 22 januari 1945, begraven
Groningen (Noorderbegraafplaats), vleeshouwer, slager. Trouwde Groningen 20 februari
1936 Cornelia
Barndina Schipper, geboren Delfzijl 30 november 1914,
overleden Utrecht 14 november 1986, kerkelijke gezindte
geen. Dochter van Jakob Schipper en Suzanna Elizabeth
Blanc. Cornelia Barndina Schipper
hertrouwde Groningen 25 november 1948 IJeb Paulus
Andela, geboren Wijk bij Duurstede 7 april 1909,
overleden Utrecht 13 december 1995. |
| Uit dit huwelijk: |
| IIc.1 Sara van Gelder. |
| IIc.2 Suzanna Elizabeth
van Gelder. |
| IIc.3 Rachel van Gelder. |
Bronnen
| [1] |
Digitaal Monument
Joodse Gemeenschap in Nederland |
| [2] |
Bob Moore, Slachtoffers
en overlevenden, De nazi-vervolging van de joden in
Nederland, Amsterdam 1998. |
| [3] |
Abel J. Herzberg, Kroniek
der Jodenvervolging, 1940-1945, p. 142-143, Querido,
Amsterdam 1985. |
| [4] |
Buchenwald, wordt verzorgd
door het NIOD. |
Nieuwe
pagina: 18 december 2007. Voor het laatst bijgewerkt: 10 juli
2011.
Copyright
© Henk Werk
Met uitzondering van genealogische data
is gehele of gedeeltelijke overname alleen
toegestaan na schriftelijke toestemming.