HOME

HOLOCAUST

De massale moord op Joden in de Tweede Wereldoorlog

Armoede, gebrekkige behuizing, gebrek aan hygiŽne, vervuild (drink)water, eenzijdig voedsel, cholera-epdemieŽn, kindersterfte, 'misdaad', een paar min of meer willekeurige thema's die van invloed zijn geweest op het leven van de familie Werk en hun aangetrouwde verwanten. Inderdaad misdaad 'tussen haakjes', want wat tot twee eeuwen terug nog als misdaad werd beschouwd kunnen we ons in de eenentwintigste eeuw nauwelijks meer voorstellen. Laat staan de straffen die destijds werden opgelegd. Zoals lijfstraffen, te pronk stellen, brandmerken, verbanning bij overspel, doodstraf door ophanging of verwurging bij (verdenking) van homosexualiteit of 'tegennatuurlijke ontucht' zoals dit ook wel werd genoemd, ........... Tegenwoordig zouden we de meeste van deze straffen barbaars, wreed of onmeedogend noemen. Hoewel, in vele landen worden lijfstraffen en doodstraf kennelijk nog steeds gezien als een deugdelijke manier de misdaad terug te dringen. Of geldt hier nog steeds 'oog om oog, tand om tand'?

Maar het kan nog vele malen erger, zoals de Eerste (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) hebben laten zien. De oorlogshandelingen in de Eerste Wereldoorlog, waarin tienduizenden militairen hun leven lieten in de loopgraven, is Nederland voorbij gegaan, maar de Tweede Wereldoorlog heeft ook in Nederland diepe wonden achtergelaten. Ongeveer zes miljoen Joden werden door het Duitse nazigeboefte om het leven gebracht; vooral in de Poolse vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor. Naar schatting woonden in Nederland 140.000 Joden, 100.000 daarvan overleefden de oorlog niet. Onder hen nazaten van Moritz Berger en Paula Bresslauer, Alexander Wagenaar en Nanette Ephraim van Praag, Mozes Schellevis en Heintje Wertheim, Gerrit Meents en Lea Fles en Leijzer van Gelder en Rachel Frank.

Genealogie WAGENAAR (verkort)

I. Alexander Wagenaar, geboren Amsterdam 7 augustus 1821, overleden Amsterdam 5 mei 1888 (aktedatum), koopman. Zoon van Aron Abraham Wagenaar, koopman, galanterieventer, en Sprentz IsraŽl van Praag. Trouwde Amsterdam 6 juni 1850 Nanette Ephraim van Praag, geboren Amsterdam 24 maart 1827, overleden Amsterdam 25 mei 1902. Dochter van Ephraim Lion van Praag, commissionair, winkelier, en Aaltje Levie Winnink.
Uit dit huwelijk:
I.1 Ašron Wagenaar, geboren Amsterdam 26 september 1854, overleden Amsterdam 27 april 1855.
I.2 Lion Wagenaar, volgt IIa.
I.3 Sprins Wagenaar, geboren Amsterdam 23 augustus 1857, overleden Amsterdam 8 april 1929. Trouwde Amsterdam 12 mei 1887 Simon Salomons, geboren Amsterdam 18 november 1855, overleden Amsterdam 8 februari 1927, leraar Nederlands-IsraŽlitisch Seminarium Amsterdam. Zoon van Mechiel Salomons, koopman, commissionair, en Ester Abraham Susan.
  Uit het huwelijk van Sprins Wagenaar en Simon Salomons:
- Esther Salomons, geboren Amsterdam 14 juli 1888, overleden Auschwitz 11 december 1942. Trouwde Amsterdam 3 september 1913, scheidde Amsterdam (vonnis Arrondissementsrechtbank) 21 december 1923 Joseph Drukker, geboren Amsterdam 24 juni 1891, overleden Auschwitz 6 maart 1944, schoenstikker, voorzanger IsraŽlitische gemeente. Zoon van Samuel Drukker en Regina Bleekroode.
  Uit dit huwelijk geen kinderen bekend.
- Alexander Salomons, geboren Amsterdam 14 juli 1890, overleden Sobibor 9 juli 1943, sinds 1925 rabbijn te Nijmegen. Trouwde Amsterdam 4 mei 1921 Roosje Hes, geboren Den Helder 9 februari 1894, overleden Sobibor 9 juli 1943. Dochter van Abraham Hes en Sara Polak.
  Ook hun kinderen Louis (overleden Sobibor 9 juli 1943), Sara (overleden Sobibor 9 juli 1943), Sprins (overleden Sobibor 23 juli 1943) en Abraham (overleden Sobibor 9 juli 1943) overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.
- Machiel Salomons, geboren Amsterdam 3 juli 1891, overleden Auschwitz 2 november 1942, handelsreiziger. Trouwde Amsterdam 5 januari 1920 Sara Duque, geboren Amsterdam 8 januari 1893, overleden Auschwitz 2 november 1942.
  Ook hun kinderen Sprins (overleden Auschwitz 12 oktober 1942) en Salomon (overleden Midden-Europa 31 maart 1944) overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.
- Nanette Salomons, geboren Amsterdam 1 oktober 1892, overleden Auschwitz 13 november 1942. Trouwde Amsterdam 14 augustus 1919 Maurits Beer, geboren Amsterdam 6 maart 1893, overleden Midden-Europa 31 maart 1944, winkelbediende, koopman in speelgoederen, handelsreiziger. Zoon van Nathan Hermanus Beer en Paulina Scheffer.
  Ook hun kinderen Paul (overleden Auschwitz 27 maart 1944) en Simon (overleden Auschwitz? 20 januari 1944) overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.
- Abraham Salomons, geboren Amsterdam 28 november 1893, overleden Amsterdam 28 maart 1979, handelsreiziger in papier, chazan synagoge Gerard Doustraat in Amsterdam.
Trouwde (1) Amsterdam 9 juni 1927 Gertrud Rom, geboren ZŁrich (Zwitserland) 12 augustus 1905, overleden Amsterdam 10 september 1927.
Trouwde (2) ZŁrich 26 februari 1929 (schoonzus) Louise Rom, geboren ZŁrich 21 januari 1907, overleden Amsterdam 26 december 1987. Gertrud en Louise Rom dochters van Abraham Isaak Rom en Sophie Tachauer.
- Leon Salomons, geboren Amsterdam 4 april 1895, overleden Amsterdam 3 juli 1911.
- Frederika Salomons, geboren Amsterdam 28 mei 1896, overleden Auschwitz 10 september 1942, boekhoudster, nooit getrouwd.
I.4 Levie Wagenaar, volgt IIb.
I.5 Marianne Wagenaar, geboren Amsterdam 13 mei 1862, overleden Amsterdam 16 juni 1931, nooit getrouwd.
Peruaanse paspoorten. Abraham Salomons, Louise Rom en hun kinderen Trudy, Mirjam, Izak en Riwka Chaja overleefden de Tweede Wereldoorlog. Via kamp Westerbork worden de gezinsleden gedeporteerd naar concentratiekamp Bergen-Belsen waar zij ongeveer een jaar verblijven. Het gezin weet bij elkaar te blijven en komt begin februari 1945, na enkele dagen verblijf in een kazerne te Weingarten, in een van de dertien in Duitsland geklegen interneringskampen terecht: Internierungslager V-B in Biberach an der RiŖ (Zuid-Duitsland) dat onder toezicht stond van het Rode Kruis. Vooral door de Peruaanse paspoorten, gekregen met hulp van Zwitserse familie, ontliepen zij deportatie naar een van de vernietigingskampen. (Bronnen: Izak Salomons; Herinneringscentrum kamp Westerbork)
Izak Salomons studeerde architectuur aan de TU-Delft en restaureerde samen met zijn vrouw Cootje de synagoge aan de Gerard Doustraat in Amsterdam waarin hun (schoon)vader Abraham Salomons chazan was.
Chazan: voorzanger en voorganger tijdens de synagogedienst. Reciteert de psalmen, spreekt afwisselend alleen of samen met de andere aanwezigen de gebeden uit en zingt de traditionele melodieŽn.
 
Het gezin van Alexander (Alex) Salomons en Roosje (Rosa) Hes, Nijmegen omstreeks 1936
Van links naar rechts: Sara (11 jaar), vader Alex Salomons, Bram (6 jaar), Louis (13 jaar), moeder Rosa Hes, Sprins (10 jaar). Het gezin zou de Tweede Wereldoorlog niet overleven, allen kwamen om in Sobibor.
Foto beschibaar gesteld door Izak Salomons, volle neef van Alex Salomons.
 
Wonderlijke hersenkronkel kampcommandant Gemmeker
Met uitzondering van Sprins werd het gezin van Alexander Salomons en Roosje Hes op 6 juli 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Drie dagen later na aankomst werden zij om het leven gebracht. Sprins bleef ziek achter en werd om die reden later dan haar ouders, broers en zus, op 20 juli 1943 op transport gesteld naar Sobibor. Drie dagen later onderging zij hetzelfde lot. Genezen verklaard en op de trein gezet naar Sobibor om alsnog te worden vergast!
Albert Konrad Gemmeker was kampcommandant van het Durchgangslager Westerbork en verantwoordelijk voor de wekelijkse transportlijsten. De gevangenen werd voorgehouden dat zij op reis gingen om te werken in Duitsland. Om die reden werden alleen gezonde mensen op transport gezet. Gemmeker hield de 'schone' schijn op tot in het uiterste, zoals blijkt uit het korte leven van Machiel Prins.
Veel te vroeg geboren, tweeŽnhalf pond zwaar en zes dagen oud wanneer Machiel samen met zijn moeder Jeannette Ensel vanuit kamp Vught wordt overgebracht naar Westerbork. Gewikkeld in truien en vesten weet zijn moeder hem warm te houden. Gemmeker laat vanuit het Academisch Ziekenhuis in Groningen een couveuse (naast een school beschikte Westerbork ook over een ziekenhuis) en hoogleraar kindergeneeskunde Van Creveld overkomen en stelt twee verpleegsters aan om hem te verzorgen. Machiel krijgt sondevoeding en om de twee uur een paar druppels cognac! uit notabene de drankvoorraad van kampcommandant Gemmeker. Zes pond zwaar en ruim drie maanden oud zet Gemmeker Machiel en zijn moeder alsnog op een transportlijst naar Auschwitz.
Gezin Prins
Mozes Prins, geboren Amsterdam 27 maart 1908, overleden Kommando Ludwigsdorf 11 maart 1943, kantoorbediende, marktkoopman. Zoon van Machiel Prins en Keetje Agsteribbe. Trouwde Amsterdam 4 augustus 1937 Jeannette Ensel, geboren Amsterdam 25 augustus 1902, overleden Auschwitz 24 september 1943, lingerienaaister. Dochter van David Ensel en Klaartje Stodel.
Uit dit huwelijk:
Machiel Prins, geboren kamp Vught 31 mei 1943, overleden Auschwitz 24 september 1943. Samen met zijn moeder op 21 september 1943 op transport gesteld van Westerbork naar Auschwitz. Mozes Prins was ondergebracht in het werkkamp De Beetse in Sellingerbeetse en is van daaruit op 2 oktober 1942 overgebracht naar kamp Westerbork en vervolgens op 2 november 1942 op transport gesteld naar Auschwitz.
# # # #

Lion Wagenaar en Helene Wormser. Lion Wagenaar was van 1886 tot 1895 opperrabbijn van het ressort Friesland en daarna van Gelderland tot 1918. Hij maakte naam als kanselredenaar en polemist, preekte niet in het Jiddisch zoals zijn voorganger R. Baruch Bendit ben Naftali ha-levi Dusnus, maar in het Nederlands. Zijn eerste preek vanaf de kansel in Leeuwarden deed dan ook veel stof opwaaien, want een deel van de oude garde verliet ontstemd de synagoge.

Mijn overgrootmoeder Margrietha Groen (Groningen 1869 - Groningen 1954), ongehuwd en van beroep dienstbode, bevalt in het Academisch Ziekenhuis te Groningen in de nacht van 18 op 19 otober 1891 van een tweeling. Voor middernacht van Anna, mijn grootmoeder, na middernacht van een levenloos geboren meisje. Maar net drie maanden later verlaat Margrietha Groningen en vertrekt naar Leeuwarden, waar zij op 5 januari 1892 als min in dienst treedt van het gezin Wagenaar. De zorg voor haar pasgeboren dochter vertrouwt zij toe aan Anna Kolle, haar stiefmoeder. Min staat volgens Van Dale voor een "vrouw die een kind van een andere vrouw zoogt" ofwel 'natte' min. De andere vrouw was ongetwijfeld Helene Wormser, die drie weken daarvoor op 14 december was verlost van dochter Betty. Een jaar daarvoor, nog geen drie weken oud, overleed haar zusje en naamgenote. Was Helene te zwak als gevolg van twee bevallingen in ťťn jaar, had zij te weinig moedermelk? Of was zij 'alleen maar' overbezorgd opnieuw een pasgeboren dochter te verliezen? Die vragen zullen wel nooit beantwoord worden. Evenals het antwoord op de vraag hoe de 22-jarige Margrietha Groen aan haar dienstje in Leeuwarden kwam. Lang bleef Margrietha niet in Leeuwarden, want op 1 november 1893 vertrekt zij naar Amsterdam. Na een korte hereniging met dochter Anna verlaat Margrietha voor de tweede keer Groningen, vertrekt naar Den Haag en keert opnieuw voor een korte periode terug. Wonende in Den Haag trouwt zij in Groningen in 1910 met soldaat-ziekenverpleger en voormalig KNIL-soldaat Johannes Wilhelmus Joosten en zou zich pas in 1932 opnieuw in Groningen vestigen. Met haar gepensioneerde echtgenoot en nu definitief. De schaamte voorbij?

IIa. Lion Wagenaar, geboren Amsterdam 22 september 1855 (op Jom Kippoer van het joodse jaar 5616), overleden Amsterdam 4 juni 1930, begraven te Arnhem (begraafplaats Moscowa), conrector Nederlands-IsraŽlitisch Seminarium Amsterdam, opperrabijn ressort Friesland, opperrabijn ressort Gelderland, rector Nederlands-IsraŽlitisch Seminarium Amsterdam. Trouwde Karlsruhe 30 mei 1882 Helene Wormser, geboren Karlsruhe 25 februari 1857, overleden Arnhem 10 januari 1916, begraven te Arnhem (begraafplaats Moscowa), regentesse van het Nederlands-IsraŽlitisch Oudeliedengesticht, presidente van vrouwenvereniging Bigde Kodesj. Dochter van Baruch Wormser, koopman, en Bettij Forchheimer.
Uit dit huwelijk:
IIa.1 Baruch HaÔm Wagenaar, volgt IIIa.
IIa.2 Ašron Wagenaar, volgt IIIb.
IIa.3 Bettij Wagenaar, geboren Leeuwarden 5 december 1890, overleden Leeuwarden 23 december 1890.
IIa.4 Bettij Wagenaar, geboren Leeuwarden 14 december 1891, overleden Amsterdam 10 april 1931. Trouwde Arnhem 19 september 1916 Julius Levie, geboren Zwolle 13 januari 1891, overleden Amsterdam (tehuis De Joodsche Invalide) 8 september 1940 (5 Eloel 5700), koopman in gummi, bestuurder / voorzitter Ritueel Eten Op Reis en IWRT (afkorting van ??). Zoon van Benjamin Levie, winkelier, en Vrouwke Lievendag.
  Uit het huwelijk van Bettij Wagenaar en Julius Levie:
- Helene Levie, geboren Amsterdam 12 mei 1918, aankomst kamp Westerbork 24 juli 1943, ontslagen kamp Westerbork 9 september 1943, aankomst kamp Westerbork 29 september 1943, deportatie naar Auschwitz 8 februari 1944, overleden Auschwitz 30 april 1944, naaister.
- Benjamin Levie, geboren Amsterdam 21 juni 1920, overleden Auschwitz 29 augustus 1942, kantoorbediende.
IIa.5 Alexander Wagenaar, volgt IIIc.
# # # # #
IIb. Levie Wagenaar, geboren Amsterdam 21 november 1859, overleden Amsterdam 19 februari 1939, kantoorbediende, commissionair in effecten, effectenhandelaar, president kerkbestuur Haarlem, voorzitter kerkbestuur Nederlands-IsraŽlitische Hoofdsynagoge, ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1925). Trouwde Amsterdam 9 september 1884 Sara Jacobson, geboren Amsterdam 11 juli 1865, overleden Amsterdam 31 augustus 1922. Dochter van Isaac Jacobson, kantoorbediende, en Rozette Goldschmidtson.
Uit dit huwelijk:
IIb.1 Izaak Wagenaar, geboren Arnhem 30 augustus 1885, overleden Apeldoorn (Het Apeldoornse Bos) 13 maart 1919, nooit getrouwd.
IIb.2 Rosette Wagenaar, geboren Haarlem 14 maart 1888, overleden Auschwitz 25 januari 1943, nooit getrouwd.
IIb.3 Alexander Wagenaar, geboren Haarlem 4 augustus 1889, overleden Apeldoorn (Het Apeldoornse Bos) 19 november 1918, nooit getrouwd.
IIb.4 Jacob Wagenaar, geboren Haarlem 6 oktober 1890, overleden Haarlem 12 december 1890.
IIb.5 Lion Wagenaar, geboren Haarlem 17 april 1893, overleden Apeldoorn (Het Apeldoornse Bos) 23 december 1942, nooit getrouwd.
IIb.6 Eduard Wagenaar, geboren Haarlem 12 juni 1897, overleden Auschwitz 25 januari 1943, nooit getrouwd.
IIb.7 Nanette Wagenaar, geboren Haarlem 24 juni 1898, overleden Haarlem 22 november 1898.
Centraal IsraŽlitisch Krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bos.
Zelden zal een gezin zoveel leed te verwerken hebben gekregen als het gezin van Levie Wagenaar en Sara Jocobson. Jacob en Nanette overleden in het eerste levensjaar; Izaak en Alexander overleden als jong volwassenen in Het Apeldoornse Bos, waar joodse psychiatrische patiŽnten sinds 1909 in een bosrijke omgeving bij Apeldoorn werden behandeld. Nog geen 20 jaar oud werd Rosette voor enige maanden opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis Meerenberg te Bloemendaal en zou later, evenals Lion en Eduard in Het Apeldoornse Bos worden verpleegd.
In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werd Het Apeldoornse Bos onder leiding van Aus der FŁnten - HauptsturmfŁhrer bij de SS en betrokken bij de deportatie van Joden naar de verntietigings- en concentratiekampen - 'schoongeveegd'. Verpleegkundigen en weerloze patiŽnten, waaronder Eduard en Rosette, werden in veewagons naar Auschwitz vervoerd. Drie dagen later was het noodlot van broer en zus bezegeld.
# # # # #
IIIa. Baruch HaÔm Wagenaar, geboren Amsterdam 11 mei 1883, overleden Naarden 22 april 1943, directeur (bij zijn huwelijk), reiziger en handelaar. Trouwde Arnhem 19 mei 1908 Bertha AdŤle Susholz, geboren Meppel 30 maart 1878, overleden Naarden 22 april 1943. Dochter van Levie Susholz, handelsreiziger, en Maria van der Veen.
Uit dit huwelijk:
IIIa.1 Maria Leonie Wagenaar, geboren Naarden 2 november 1913.
Zelfdoding. Onder druk van de omstandigheden hebben Baruch en Bertha op een dag tussen 29 april en 6 mei 1943 een einde aan hun leven gemaakt. [1] De datum van hun beider overlijden - 22 april 1943 - was slechts een 'administratieve handeling'. (Bron: persoonskaart CBG.) "Eťn kind dat nog thuis woonde heeft de oorlog overleefd." [1]

Boedelinventaris. Twee jaar na hun in Arnhem gesloten huwelijk vestigden Baruch HaÔm Wagenaar en Bertha AdŤle Susholz zich aan de Lambertus Hortensiuslaan 28 in Baarn. Tot aan hun dramatische besluit zouden zij daar blijven wonen, in een groot huis met zes kamers, keuken, kelder en een zolder. Een klein jaar voor hun dramatische beslissing werd de inboedel op 28 mei 1942 geÔnventariseerd. Inboedels werden in beslag genomen door de Duitse bezetter en waren bestemd voor Duitsgezinden, door Joden verlaten huizen werden ook wel leeg gerooofd door niet-joodse buren. Uit de inboedellijst is een zekere welstand af te lezen. In de keuken en in alle zes kamers hingen vitrage en overgordijnen voor de ramen. De vloeren waren bedekt met harde (Balatum of linoleum) vloerbedekking, de keukenvloer met een mat en twee voetmatten en de benedentrap met een loper vastgezet met roeden. In drie kamers stond een kolenkachel - in het tuinhuisje waren naast twee tafels en een trap ook een kolenkit opgeslagen. De boedelbeschrijvers troffen ondere andere aan: een barometer (in de gang), een wandbord, een wandplaat, drie beeldjes, drie klokken, een wekker, een luidspreker, een paraplubak, een schemerlamp, drie spiegels, een theekomfoortje, een theemeubel met theeservies en vijf vazen. Gemusiceerd werd er kennelijk ook, want in een van de vertrekken stond een vleugel. Twee kamers waren ingericht als slaapkamer. Een voor het ouderpaar (tweepersoonsbed met beddengoed en twee nachtkastjes, en een garderobe) en een kinderkamer (bed met ombouw en kapokmatras, en een nachtkastje). De zolder was ingericht als kantoor gezien de inrichting met schrijfbureau, bureaustoel en een typemachine merk Underwood. De vier kisten, vijf koffers en een weegschaal hebben ongetwijfeld te maken met Baruchs beroep als handelaar en reiziger. Bertha zal Baruch wel eens in zijn werkzaamheden hebben gestoord om was op te hangen, want op de inboedellijst staan twee wasmanden en een droogrek. Het eten (aardappelen en levensmiddelen) lag opgeslagen in de kelder, Bertha kookte op twee gasstellen. [1]

# # # # #
IIIb. Ašron Wagenaar, geboren Amsterdam 15 februari 1886, overleden Sobibor 9 april 1943, grossier in luxe artikelen, voorzanger IsraŽlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis Den Haag. Trouwde Amsterdam 3 juni 1914 Suse del Canho, geboren Amsterdam 28 oktober 1885, overleden Sobibor 9 april 1943. Dochter van Jonas del Canho en Salij de Vries.
Uit dit huwelijk:
IIIb.1 Joanna Wagenaar, geboren Amsterdam 6 oktober 1915, overleden "in de omgeving van Oswiecim [Auschwitz] in Polen" 12 februari 1943.
IIIb.2 Lion Wagenaar, geboren Amsterdam 25 november 1916, overleefde de Tweede Wereldoorlog.
# # # # #
IIIc. Alexander Wagenaar, geboren Leeuwarden 14 oktober 1893, overleden Amsterdam 31 december 1930, handelsreiziger. Trouwde Frankfurt am Main 6 december 1918 Ella Helena Dzialoszynski, geboren Kempen (gelegen in de Duitse deelstaat Nordrheinland-Westfalen tussen Venlo en Krefeld) 28 augustus 1888, overleden Auschwitz 31 januari 1944, pensionhoudster.
Uit dit huwelijk:
IIIc.1 Lion Mordechai Wagenaar, geboren Frankfurt am Main 3 maart 1920, overleden Sobibor 9 april 1943, landarbeider.
Verwarring, omdat de bronnen elkaar tegenspreken. Lion Mordechai Wagenaar werd op straftransport gesteld en kwam op 31 maart 1943 aan in Kamp Westerbork (barak 57), 6 april daaropvolgend werd hij doorgestuurd naar Sobibor en op 9 april aldaar vergast. (Bron: Herinneringscentrum kamp Westerbork, gebaseerd op archief Rode Kruis, tranportlijst kamp Westerbork en registratiekaart Joodse Raad.) Guus Meershoek zaait echter verwarring. Hij beschrijft in zijn proefschrift in de zaak-Joure hoe Lion Wagenaar wanhopige pogingen doet aan deportatie te ontkomen. Uitstel van 'executie' want hij zou niet op 9 april 1943 in Sobibor maar ruim een maand later in Auschwitz zijn omgebracht.

De zaak-Joure. Theo Dobbe, van de verzetsgroep Vrij Nederland, had Joden geholpen onder te duiken in Friesland. Onder vals voorwendsel (als inspecteur van de Bevolkingsregisters) kwam hij het gemeentehuis van Joure binnen en stal daar met zes makkers blanco persoonsbewijzen om de door hem geholpen Joden een 'identiteit' te geven. Het onderzoek naar deze overval werd vanuit Amsterdam verricht door de Rijksrecherchecentrale. Tijdens dat onderzoek werd een aantal Joden opgepakt en gedeporteerd. Twee families ontsprongen de dans door, daartoe gedwongen, mee te werken aan het politieonderzoek tegen Dobbe en door een forse som geld van hun bankrekeningen in Zwitserland toe te zeggen. Zij hadden huisarrest in het Amsterdams hotel-restaurant De Gerstekorrel in de Damstraat. Een dochter van een van beide ouderparen maakte begin februari 1943 kennis met Lion [Mordechai] Wagenaar, die door Nederland zwierf om aan deportatie te ontkomen. De ouders verboden de omgang met Lion, waarna zij samen de benen namen. Zij werden verraden op de Veluwe en vastgezet in het Amsterdams hoofdbureau van politie. Lion deed een mislukte zelfmoordpoging, werd overgedragen aan het bureau Joodsche Zaken, overgebracht naar Westerbork, ontsnapte en vluchtte naar Amsterdam, door Amsterdamse rechercheurs op 12 mei 1943 op de Nassaukade gearresteerd, opnieuw overgedragen aan het bureau Joodsche Zaken en overgebracht naar Westerbork en gedeporteerd naar Auschwitz. Het - onbekende - joodse meisje zou na betaling van het losgeld veilig in Zwitserland terechtgekomen zijn. (Bron: Guus Meershoek, Dienaren van het gezag, De Amsterdamse politie tijdens de bezetting, p. 292-303, Van Gennip, Amsterdam 1999. Ook verschenen als proefschrift UvA. Meershoek baseert zich op afschriften van de cellenregisters van 24 maart, 7 april, 19 april, 12 mei, 13 mei en 19 mei 1943.) 

IIIc.2 Berta Helena Wagenaar, geboren Frankfurt am Main 3 mei 1921, overleden Sobibor 28 mei 1943, naaister, jeugdleidster.
"[...] was van oorsprong naaister, maar wist een baantje te regelen bij de Joodse Raad als jeugdleidster." Werd op 30 april 1943 ontslagen en via kamp Westerbork (aankomst 22 mei 1943) op 25 mei naar Sobibor gedeporteerd. (Bron: Herinneringscentrum kamp Westerbork.)
IIIc.3 Abraham Wagenaar, geboren Frankfurt am Main 3 november 1924, overleden Auschwitz 31 januari 1944.

Genealogie SCHELLEVIS (verkort)

Mozes Schellevis en Heintje Wertheim. Slechts vier jaar duurde het huwelijk tussen de 'IraŽlieten' Mozes Schellevis en Heintje Wertheim. Heintje liet drie zonen achter: Hartog, erkend bij haar huwelijk met Mozes Schellevis, Machiel en Salomon. Het zou vijftien jaar duren voordat Mozes zou hertrouwen, en wel met de niet eerder getrouwd geweest zijnde Geertruida Bremer. Dit gemengde huwelijk - Geertruida was rooms-katholiek - was eveneens een kort leven beschoren. Na acht jaar kinderloos huwelijk overleed Mozes op 49-jarige leeftijd. Geertruida Bremer, een nicht van mijn overgrootmoeder Frouke Bremer, is in 1879 geboren te Groningen en vertrok op 20-jarige leeftijd naar Amsterdam. Zij en haar jongste stiefzoon Salomon Schellevis overleefden de Tweede Wereldoorlog.

I. Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 28 mei 1874, overleden Amsterdam 1 september 1923, kruier, (los) werkman, koetsier en havenarbeider. Zoon van Hartog Salomon Schellevis, werkman, kruier, en Judic Engelsman.
Trouwde
(1) Amsterdam 2 september 1896 Heintje Wertheim, geboren Amsterdam 27 maart 1875, overleden Amsterdam 4 september 1900. Dochter van Machiel Wertheim, sigarenmaker, koopman, en Jagia Nebig.
Uit dit huwelijk:
I.1 Hartog Schellevis, volgt IIa.
I.2 Machiel Schellevis, volgt IIb.
I.3 Salomon Schellevis, volgt IIc.
Trouwde (2) Amsterdam 28 april 1915 Geertruida Bremer, geboren Groningen 8 oktober 1879, overleden Amsterdam 2 januari 1953, kerkelijke gezindte RK. Dochter van Johannes Hendrik Soce Leopol Bremer, touwslagersknecht, muzikant, koopman, venter, arbeider en mattenmaker, en Saaktje Cazemier.
Uit dit huwelijk: geen nakomelingen.
# # # # #
IIa. Hartog Schellevis, geboren Amsterdam 11 augustus 1894, erkend bij huwelijk Mozes Schellevis en Heintje Wertheim, overleden Sobibor 16 juli 1943, los werkman, martkoopman in fruit en bloemen in Amsterdam, (Na herhaalde waarschuwingen zijn standplaats beter te bezetten en het staangeld te voldoen, werd zijn marktvergunning op 20 augustus 1935 ingetrokken.), koopman in groenten, werkzaam voor de Joodse Raad met betrekking tot de distributie van groenten.Trouwde Amsterdam 16 augustus 1916 Rachel Vet, geboren Amsterdam 17 mei 1894, overleden Sobibor 16 juli 1943, werkster. Dochter van Levie Vet, diamantslijper, en Lea Fles.
Uit dit huwelijk:
IIa.1 Levie Schellevis, volgt IIIa.
IIa.2 Mozes Schellevis, volgt IIIb.
IIa.3 Gerrit Schellevis, geboren Amsterdam 31 januari 1925, overleden Sobibor 28 mei 1943.
IIa.4 Machiel Schellevis, geboren Amsterdam 27 juli 1927, overleden Sobibor 16 juli 1943.
Vader Hartog en zoon Levie Schellevis
Bron: marktkaarten Stadsarchief Amsterdam.
Hartog Schellevis, Rachel Vet en hun jongste zoon Machiel arriveerden tegelijkertijd in Kamp Westerbork en werden zeven dagen later op 13 juli 1943 op transport gesteld naar Sobibor. (Bron: Herinneringscentrum kamp Westerbork.) De reis naar dit aan de Pools-Russische grens liggende vernietigingskamp duurde drie dagen, zodat aangenomen mag worden dat ouders en zoon onmiddelijk na aanlomst zijn vergast. De een na jongste zoon Gerrit was reeds eerder opgepakt en naar Sobibor gedeporteerd. De twee oudste zonen Levie en Mozes Schellevis overleefden de Tweede Wereldoorlog.
Levie Vet overleed op 32-jarige leeftijd te Amsterdam op 19 januari 1896. Lea Fles hertrouwde Gerrit Meents met wie zij vijf kinderen kreeg, waarvan alleen hun jongste kind - zoon Hartog - de Tweede Wereldoorlog overleefde. De genealogie van de familie Meents vindt U na die van de familie Schellevis.
# # # # #
IIb. Machiel Schellevis, geboren Amsterdam 17 april 1897, overleden Auschwitz 19 september 1942, kruier, los werkman en expediteur(sknecht).
Trouwde (1) Amsterdam 26 januari 1921 Jetje Leeman, geboren Amsterdam 18 november 1900, overleden Amsterdam 13 juli 1924.
Uit dit huwelijk: geen nakomelingen bekend.
Trouwde (2) Amsterdam 7 oktober 1925 Anna Schijveschuurder, geboren Amsterdam 23 oktober 1903, overleden Auschwitz 17 september 1943.
Uit dit huwelijk:
IIb.1 Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 25 augustus 1927, overleden Amsterdam 18 februari 1928.
IIb.2 Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 23 juli 1929, overleden Auschwitz 19 augustus 1942.
IIb.3 Mietje Schellevis, geboren Baarn 26 juni 1931, overleden Amsterdam 19 februari 1935.
IIb.4 NN Schellevis, zoon, overleefde de Tweede Wereldoorlog.
IIb.5 NN Schellevis, dochter, overleefde de Tweede Wereldoorlog.
Gezinssituatie.Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde het gezin van Machiel Schellevis en Anna Schijveschuurder gescheiden. Machiel met zoon Mozes (IIb.) in Amsterdam aan de Nieuwe Batavierstraat, echtgenote Anna Schijveschuurder met twee kinderen (IIb.4 en IIb.5) aan de Dijkweg in Baarn. Het gezin - ouders en zoon Mozes - verhuisde 29 april 1931 naar Baarn. Eind 1934 vertrokken de vijfjarige Mozes en zijn te Baarn geboren driejarige zusje Mietje naar Amsterdam, waar zij werden opgevangen door hun stiefoma Geertruida Bremer. Vader Machiel volgde twee jaar later en nam weer de zorg op zich van de toen zevenjarige Mozes. (Bronnen: Gezins- en persoonskaarten Stadsarchief Amsterdam; [1].)

Boedelinventaris. Eťn jaar voor Anna's deportatie naar Auschwitz werd haar inboedel geÔnventariseerd. Inboedels werden in beslag genomen door de Duitse bezetter en waren bestemd voor Duitsgezinden, door Joden verlaten huizen werden ook wel leeg gerooofd door niet-joodse buren. Anna woonde in een huis bestaande uit woonkamer, kamer, kelder, keuken, zolderslaapkamer en een zolderruimte. Een tuinhuisje, met tuingereedschap, wasgoed en gerei, verraadt de aanwezigheid van een tuin. De inboedellijst wekt niet bepaald de indruk dat Anna welgesteld was. De enige 'versiering' bestond uit een vaas, een wandplaat en een wandspiegel in de kamer. Tevens de enige kamer in haar huis met, harde, vloerbedekking. In de zolderruimte waren slechts "waardeloze spullen" opgeslagen. [1]

# # # # #
IIc. Salomon Schellevis, geboren Amsterdam 20 april 1899, overleden Amsterdam 7 december 1952, karrijder, chauffeur, expediteur, marktkoopman in ijzer- en staalwaren in Amsterdam: marktvergunning voor Nieuwmarkt en Uilenburg. Trouwde Amsterdam 23 juni 1920 Dina Hurks, geboren Amsterdam 26 november 1900, overleden Amsterdam 8 maart 1980, kerkelijke gezindte RK. Dochter van Petrus Hurks en Immetje Hasselman.
Uit dit huwelijk:
IIc.1 Heintje Schellevis, kapster, kerkelijke gezindte RK.
IIc.2 Petrus Schellevis, geboren Amsterdam 25 april 1921, overleden Amsterdam 1 juli 1922, tweeling met Heintje.
IIc.3 Petronella Schellevis, kerkelijke gezindte RK.
# # # # #
IIIa. Levie Schellevis, geboren Amsterdam 11 december 1916, aankomst kamp Westerbork 30 december 1942, vrijgelaten kamp Westerbork 22 juni 1943, overleden Amsterdam 31 augustus 1982, herenkapper in loondienst en zelfstandig herenkapper. Trouwde Amsterdam 20 juli 1939 Mirjam Waterman, geboren Amsterdam 24 december 1915.
Uit dit huwelijk:
IIIa.1 Hartog Schellevis.
# # # # #
IIIb. Mozes Schellevis, geboren Amsterdam 12 oktober 1920, overleden Amsterdam 31 augustus 2005, gecremeerd Amsterdam (De Nieuwe Ooster) 6 september 2005. Trouwde Amsterdam 4 november 1947 Jacoba Johanna van der Linden.
Uit dit huwelijk:
IIIb.1 Madeleine Marjorie Schellevis.

Genealogie MEENTS (verkort)

I. Gerrit Meents, geboren Amsterdam 23 juli 1873, overleden Sobibor 2 april 1943, venter met groenten. Zoon van Hartog David Meents, groentekramer, groenteventer, en Jansje Mozes de Brave.
Trouwde (1) Amsterdam 25 augustus 1897 Lea Fles, geboren Amsterdam 27 oktober 1867, overleden Amsterdam 20 juli 1940, weduwe van Levie Vet. Dochter van Jacob Emanuel Fles, sjouwer, en Mirjam Rodrigues.
Uit dit huwelijk:
I.1 Jetje Meents, geboren Amsterdam 28 februari 1898, overleden Amsterdam 11 september 1943, coupeuse. Trouwde Amsterdam 6 februari 1918 Leendert Stouwer, geboren Amsterdam 10 november 1896, via joods werkkamp Linde (Zuidwolde, Drenthe), kamp Westerbork (7 augustus 1942), Vught (20 februari 1943) en Westerbork (3 juli 1943) 13 juli 1943 op transport gesteld naar Sobibor, overleden Sobibor 16 juli 1943, poeliersbediende, groenteventer, poelier. Zoon van Emanuel Stouwer en Rachel Italiaander.
  Uit het huwelijk van Jetje Meents en Leendert Stouwer:
- Emanuel Stouwer, geboren Amsterdam 24 januari 1921, via kamp Westerbork 31 juli 1942 op transport gesteld naar Auschwitz, overleden Auschwitz 30 september 1942.
I.2 Marianna Meents, geboren Amsterdam 11 maart 1899, overleden Sobibor 16 juli 1943. Trouwde Amsterdam 23 februari 1921 Isaac Sacksionie, geboren Amsterdam 20 mei 1899, overleden Sobibor 16 juli 1943, koopman, eigenaar naaifabriek Valkenburgstraat Amsterdam, poelier. Zoon van Gerson Hartog Sacksionie en Sophia Doof.
  Uit het huwelijk van Marianna Meents en Isaac Sacksionie:
- Sophia Sacksionie, geboren Amsterdam 17 december 1921, overleden Midden-Europa 28 februari 1945. Trouwde Amsterdam 17 december 1941 Hartog Rubens, geboren Amsterdam 30 september 1918, overleden Amsterdam 9 december 1962, slager (in loondienst), koopman in textiel, bedrijfsleider confectiefabriek, winkelier, grossier in stoffen. Zoon van Meijer Rubens en Grietje Veerman.
- Gerrit Sacksionie, geboren Amsterdam 10 oktober 1925, overleden Auschwitz 30 september 1942.
- Lena Sacksionie, geboren Amsterdam 16 juni 1929, overleden Sobibor 16 juli 1943.
- Hartog Sacksionie, geboren Amsterdam 19 juni 1932, overleden Sobibor 16 juli 1943.
I.3 Saartje Meents, geboren Amsterdam 29 juli 1901, overleden Sobibor 9 april 1943. Trouwde Amsterdam 15 augustus 1923 Salomon Blits, geboren Amsterdam 22 juli 1899, overleden Amsterdam 7 juli 1938.
  Uit het huwelijk van Saartje Meents en Salomon Blits:
- Eva Blits, geboren Amsterdam 2 februari 1924, overleden Auschwitz 14 januari 1943, confectienaaister, dienstbode. Trouwde Amsterdam 27 augustus 1941 Pieter Johannes Velders, niet-Jood, geboren Den Haag 22 februari 1908, overleefde de Tweede Wereldoorlog, broodbakker, gescheiden van Everdina du Burck. Zoon van Jacobus Velders en Elisabeth Cornelia Hendrika Heemskerk.
I.4 Emanuel Meents, volgt IIa.
I.5 Hartog Meents, volgt IIb.
Trouwde (2) Amsterdam 10 september 1941 Sara Beesemer, geboren Amsterdam 17 januari 1878, overleden Sobibor 2 april 1943, weduwe van Meijer Papegaaij. Dochter van Levie Beesemer, werkman, en Margaretha Polak.
# # # # #
IIa. Emanuel Meents, geboren Amsterdam 6 maart 1904, overleden Sobibor 21 mei 1943, expeditiechauffeur. Trouwde Amsterdam 21 juni 1928 Josephine Cohen, geboren Amsterdam 15 november 1899, overleden Amsterdam 21 maart 1942. Dochter van David Cohen en Grietje Monas.
Uit dit huwelijk:
IIa.1 Gerrit Meents, geboren Amsterdam 23 december 1929, overleden Sobibor 21 mei 1943.
IIa.2 Greta Meents, geboren Amsterdam 11 april 1938, overleden Sobibor 21 mei 1943.
# # # # #
IIb. Hartog Meents, geboren Amsterdam 19 augustus 1908, overleden Amsterdam 3 augustus 1970, expeditieknecht, venter met fruit, groenten en bloemen (1930-1941), venter met uitsluitend fruit (na WO II), had een fruitstal in de Amsterdamse Dapperstraat, koopman (zelfstandig ondernemer), machinestikker. Trouwde Amsterdam 28 mei 1930 Louisa Volger, geboren Amsterdam 27 september 1911, overleden Almere 18 juli 1996, gecremeerd Amsterdam (De Nieuwe Ooster) 23 juli 1996, kerkelijke gezindte RK. Dochter van Arie Volger en Louisa Dasia.
Uit dit huwelijk:
IIb.1 Gerrit (veramerikaanst tot Jerry) Meents, emigreerde in 1957 naar de Verenigde Staten.
IIb.2 Jurriaan Meents, geboren Amsterdam 23 februari 1934, overleden december 2004.
IIb.3 Jacob Meents.
IIb.4 Emanuel Meents.
IIb.5 Lea Meents.
IIb.6 Evert Meents.
IIb.7 Jetje Meents.
IIb.8 Leo Meents.
Gezinssituatie. Het jongste kind Leo is na de Tweede Wereldoorlog geboren. Ondanks hachelijke momenten en de hongerwinter in 1944 overleefden zijn ouders - vader joods, moeder niet-joods - broers en zussen de terreur van de Duitse bezetter. Gerrit Meents was negen jaar oud toen het Duitse leger Nederland binnenviel. Zijn herinneringen en persoonlijke belevenissen heeft hij op mijn verzoek op papier gezet.
 
Joden getrouwd met niet-Joden behoorden niet tot de eerste doelgroepen van de Duitse wetgeving en werden tot maart 1942 min of meer met rust gelaten. [2] Nederland telde ongeveer 20.000 gemengde huwelijken. De 14.000 gemengd gehuwde Joden met kinderen konden zich veilig wanen zoals blijkt uit een brief die commissaris-generaal Rauter op 24 september 1942 schreef aan ReichsfŁhrer Himmler: "Im Einvernehmen mit dem Reichskommissar [Seyss-Inquart] schiebe ich aber auch alle jŁdische Teile der Mischehen ab, sofern aus diesen Mischehen keine kinder hervorgegangen sind. Es werden dies ca 6000 Fšlle sein, sodass ca 14000 Juden aus Mischehen zunšchst hier bleiben"' [...] "Diese [Rauter noemt nu een getal van 13.000] Mischjuden erhalten auf ihren Judenausweis einen Vermerk, dass sie die Berechtigung haben, in Holland zu bleiben." [3]

Genealogie VAN GELDER (verkort)

Leijzer van Gelder en Rachel Frank kregen samen tien kinderen. Een middenstandsgezin dat leefde van de inkomsten uit een slagerswinkel. Alle zonen traden in het voerspoor van hun vader en dochter Rika trouwde met een slager. De eerstgeborene Sara bleef ongehuwd en overleed vier jaar voor het uitbreken van de oorlog. Oudste zoon Jacob, geboren in 1903, overleed vier maanden na zijn eerste verjaardag. Van de overige zeven kinderen zou alleen Henderika de Tweede Wereldoorlog overleven. Zij en Geert Wierenga lieten bij hun huwelijk - op 28 mei 1936 te Groningen gesloten - in het bevolkingsregister letterlijk een streep zetten door hun geloof: israŽliet respectievelijk gereformeerd. Mogelijk dat Henderika als gemengd gehuwde joodse vrouw de Holocaust heeft overleefd. Haar oudste broer Herman IsraŽl van Gelder overleefde de oorlog echter niet. Als gemengd gehuwde werd hij opgeroepen voor tewerkstelling in het joodse werkkamp Havelte. [1] Hij vluchtte uit het kamp en dook onder. Op 27 december 1944 werd hij in Groningen gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring in Groningen. Nadat een verzetsgroep in de omgeving van Dokkum een illegaal werker bevrijdde, bij welke actie twee Duitsers om het leven kwamen, werden als represaille twintig personen aan de Woudweg in Dokkum gefusilleerd. Herman IsraŽl van Gelder was ťťn van hen. Zijn niet-joodse vrouw Cornelia Barndina Schipper hertrouwde in 1948 IJeb Paulus Andela en overleed in 1986 op 71-jarige leeftijd te Utrecht. Jacob Philip zat gevangen in het Duitse concentratiekamp in Buchenwald. De oorlog naderde zijn einde en het dwangarbeiderskamp kwam in de tang van de oprukkende Russische en Amerikaanse troepen. Vanuit het oosten door de Russen in het nauw gedreven brachten de Duitsers meer en meer gevangenen over naar Buchenwald dat overbevolkt raakte. Het aantal gevangenen bedroeg in maart 1945 ruim 80.000. [4] Velen stierven aan ondervoeding en besmettelijke ziekten. De SS nam de benen op 11 april. Dezelfde dag bereikten Amerikaanse troepen Buchenwald, waar zij 21.000 - waaronder 384 Nederlanders - overlevenden aantroffen. [4] Voor Jacob Philip van Gelder kwam de bevrijding ťťn maand te laat. Het lijkt geen boute veronderstelling dat hij door ontberingen is omgekomen. Rika, Philip, Samuel, Reina en Lea van Gelder kwamen om in de vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor.

I. Leijzer van Gelder, geboren Groningen 9 april 1874, overleden Groningen 23 juli 1943, koopman, , vleeshouwer, slager (zelfstandig ondernemer), grossier in vlees. Zoon van Jacob van Gelder, vleeshouwer, slager, en Sara Blok. Trouwde Groningen 21 februari 1897 Rachel Frank, geboren Paterswolde (Eelde) 27 september 1873, overleden Groningen 7 april 1923. Dochter van Philippus Frank en Fredrika Levie.
Uit dit huwelijk:
I.1 Sara van Gelder, geboren Groningen 3 augustus 1898, overleden Groningen 23 juli 1936, huishoudster.
I.2 Rika van Gelder, geboren Groningen 14 oktober 1900, overleden omgeving Auschwitz 28 januari 1944. Trouwde Groningen 20 september 1934 Jakob Vissel, geboren Usquert 20 december 1903, overleden Auschwitz 30 september 1942, vleeshouwer, slager (zelfstandig ondernemer). Zoon van Jozef Vissel en Roosje Marcus.
I.3 Jacob van Gelder, geboren Groningen 28 februari 1903, overleden Groningen 28 juni 1904.
I.4 Jacob Philip van Gelder, volgt IIa.
I.5 Philip van Gelder, geboren Groningen 6 december 1906, oktober 1942 overgebracht naar kamp Westerbork en aldaar op 16 februari 1943 op transport gesteld naar Auschwitz, overleden omgeving Auschwitz 30 april 1943, vleeshouwer, slager. Exploiteerde sinds 1932 in Groningen een slagerij aan de Nieuwe Ebbingestraat 106 (zie Famile Groen, noot 10).
I.6 Samuel van Gelder, volgt IIb.
I.7 Reina van Gelder, geboren Groningen 2 november 1909, overleden Sobibor 21 mei 1943. Trouwde Groningen 14 september 1933 Izaak Hartog Kisch, geboren Amsterdam 13 april 1906, overleden Sobibor 21 mei 1943, koopman, handelaar (in galanterieŽn). Zoon van Jozef Kisch en Eva Spitz.
I.8 Herman IsraŽl van Gelder, volgt IIc.
I.9 Henderika van Gelder, geboren Groningen 16 augustus 1912, overleden Groningen 23 oktober 1993, kerkelijke gezindte geen, voorheen israŽliet. Trouwde Groningen 28 mei 1936 Geert Wierenga, geboren Ezinge 14 juni 1905, overleden Groningen 2 mei 1953, ambtenaar provinciale griffie, kerkelijke gezindte geen, voorheen gereformeerd. Zoon van Riewert Wierenga en Martje IJpema.
I.10 Lea van Gelder, geboren Groningen 14 april 1914, overleden Auschwitz 19 februari 1943, coupeuse. Trouwde Samuel van Kreveld, geboren Deventer 20 juli 1905, overleden omgeving Auschwitz 30 april 1943, vertegenwoordiger. Zoon van Maurits van Kreveld en Antje Samuel.
# # # # #
IIa. Jacob Philip van Gelder, geboren Groningen 7 november 1904, overleden Buchenwald 11 maart 1945, vleeshouwer, slager. Trouwde Zutphen 2 maart 1932 Lena Leeraar, geboren Zutphen 5 mei 1912, overleden Auschwitz 6 oktober 1944. Dochter van Juda Leeraar en Mina Cohen.
Uit dit huwelijk:
IIa.1 Rachel van Gelder, geboren Groningen 5 december 1932, overleden Auschwitz 6 oktober 1944.
IIa.2 Juda van Gelder, geboren Groningen 20 augustus 1934, overleden Auschwitz 6 oktober 1944.
IIa.3 Mina Sarah van Gelder, geboren Groningen 1 september 1936, overleden Auschwitz 6 oktober 1944.
# # # # #
IIb. Samuel van Gelder, geboren Groningen 23 juli 1908, overleden Auschwitz 31 januari 1943, slager, schilder. Trouwde Groningen 19 januari 1933 Julia Frank, geboren Groningen 8 juni 1914, overleden Auschwitz 12 oktober 1942. Dochter van Levie Frank en Esther de Behr.
Uit dit huwelijk:
IIb.1 Leijda Rachel van Gelder, geboren Groningen 14 maart 1934, overleden Groningen 17 mei 1934.
IIb.2 Esther van Gelder, geboren Groningen 11 december 1936, overleden Auschwitz 12 oktober 1942.
# # # # #
IIc. Herman IsraŽl van Gelder, geboren Groningen 24 april 1911, overleden (gefusilleerd) Dokkum 22 januari 1945, begraven Groningen (Noorderbegraafplaats), vleeshouwer, slager. Trouwde Groningen 20 februari 1936 Cornelia Barndina Schipper, geboren Delfzijl 30 november 1914, overleden Utrecht 14 november 1986, kerkelijke gezindte geen. Dochter van Jakob Schipper en Suzanna Elizabeth Blanc. Cornelia Barndina Schipper hertrouwde Groningen 25 november 1948 IJeb Paulus Andela, geboren Wijk bij Duurstede 7 april 1909, overleden Utrecht 13 december 1995.
Uit dit huwelijk:
IIc.1 Sara van Gelder.
IIc.2 Suzanna Elizabeth van Gelder.
IIc.3 Rachel van Gelder.

Bronnen

[1] Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland
[2] Bob Moore, Slachtoffers en overlevenden, De nazi-vervolging van de joden in Nederland, Amsterdam 1998.
[3] Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging, 1940-1945, p. 142-143, Querido, Amsterdam 1985.
[4] Buchenwald, wordt verzorgd door het NIOD.
Stadsarchief Amsterdam, Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister, persoons- en gezinskaarten, marktkaarten.
RHC Groninger Archieven, Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister, gezinskaarten.
Josť Martin, Historisch Centrum kamp Westerbork, Een naam en een Gezicht
Database Joods Biografisch Woordenboek
Vrije Encyclopedie van het Conflict IsraŽl - Palestina

Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.

Nieuwe pagina: 18 december 2007. Voor het laatst bijgewerkt: 17 april 2016.

Copyright © Henk Werk Met uitzondering van genealogische data is gehele of gedeeltelijke overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.