HOME

PIETER WICHERS (Groningen 1903 - Groningen 1947)

Vertrauensmann van de Sicherheitsdienst

Na de Tweede Wereldoorlog ter dood veroordeeld en geëxecuteerd [1]

 

Op vrijdag 13 april 1945 trekken Canadese militairen Groningen binnen, maandag 16 april is de strijd tegen de Duitse bezetter beslecht. De binnenstad van Groningen is grotendeels verwoest als gevolg van de door de Duitsers gehanteerde tactiek van de verschroeide aarde. Goudkantoor, stadhuis, Martinitoren en Martinikerk ontkomen aan moedwillige vernieling. Het gehate Scholtenhuis [2], een van de zes Aussenstellen (regionale afdelingen) van de Sicherheitsdienst, wordt door de Duitsers in brand gestoken en vervolgens kapot geschoten door de Canadese bevrijders. In het Scholtenhuis grenzend aan de verhoorkamer van Lehnhoff de gezamenlijke werkplek van Lehnhoff en Kindel. Pieter Wichers is hun Vertrauensmann (vertrouwensman, verklikker).

Groningen 1945, Grote Markt oostzijde, Scholtenhuis verwoest tijdens bevrijding Groningen. Geheel links Martinitoren in de steigers. Het gehate Scholtenhuis is niet herbouwd.
Gebouwd (1881) en bewoond door Groninger industrieel Willem Albert Scholten.
Foto: Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG), referentiekenmerk_2219_166, www.beeldbankgroningen.nl

Vier maanden na de bevrijding van Groningen wordt Pieter Wichers aangehouden en op 14 september in bewaring gesteld. De Politieke Opsporingsdienst (POD)  draagt het dossier op 9 november 1945 over aan het Bijzonder Gerechtshof te Groningen. Zijn zaak dient een half jaar later op 6 mei 1946 voor de Kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden, die Pieter Wichers op 8 juli 1946 ter dood veroordeeld en hem voor het leven ontzet uit het actieve en passieve kiesrecht en hem verlof verleent in cassatie te gaan. 

Het hof acht bewezen dat zijn overleden Eltje Wubbena, Karel Godert Walter en Klaas Bouma. Niet bewezen wordt geacht dat Wichers werd bedreigd door Lehnhoff (waarop Wichers zich ter verdediging had beroepen). Wichers erkend dat zijn beroep niet geldt voor de zaken Palm en Van Dam, en evenmin voor de zaken Bouma en Walter.
De rechtbank neemt in overweging:
Wichers heeft aanvankelijk schuld ontkend aan de POD en heeft blijkbaar geen behoefte gevoeld zijn geweten te ontlasten.
Wichers heeft meermalen Duitsers aan huis ontvangen en er is dan flink gefuifd.
Wichers heeft wel met Lehnhoff gejaagd.
Wichers heeft, toen hij onenigheid kreeg met Lehnhoff, bij diens chef Dr. Haase geklaagd.
Het hof acht hem schuldig aan:
"1e het voortgezet misdrijf van het opzettelijk in de tijd van oorlog den vijand hulp verleenen;
2e gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk een ander blootstellen aan opsporing door den vijand, welk feit den dood tengevolge heeft gehad."

De doodstraf wordt op 18 december 1946 in cassatie bekrachtigd. Met het arrest van de Bijzondere Raad van Cassatie in Den Haag op 8 februari 1947 rest Pieter Wichers niets anders meer dan het indienen van een gratieverzoek.

De Nederlandse Regering bij monde van de Minister van Justitie legt het gratieverzoek op 14 mei 1947 met een negatief oordeel voor aan Koningin Wilhelmina:
"Zeker drie personen vonden de dood door Wichers. Drie Joodse Nederlanders vielen door zijn verraad in Duitse handen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat ook zij de dood hebben gevonden.
Uit het strafdossier blijkt met grote waarschijnlijkheid een zevende geval. Aannemelijk is dat onder de gearresteerden meer slachtoffers zijn gevallen.
De ondergetekende acht het geval zeer ernstig, ook om de mentaliteit van Wichers: een van de Duitse autoriteiten van de Sicherheitsdienst weigerde zelfs met hem samen te werken."

Een week later beschikt Koningin Wilhelmina afwijzend. 2 juni 1947, 's morgens vijf uur, wordt Pieter Wichers te Groningen gefusilleerd op het voormalige terrein van de militaire kazerne aan de Hereweg.

 

Wie vielen door zijn verraad in Duitse handen? [3]

PALM

Izak Samuel Palm, geboren Coevorden 22 juli 1902, gearresteerd Groningen (A-kerkhof) 17 augustus 1942, naar kamp Westerbork gestuurd en op 28 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz, overleden extern kommando Hirschberg 31 december 1944, winkelbediende, "Kaufman[n] Damenkonf[ektion]". Zoon van Marcus Palm en Mathilde Philipp, beiden overleden Sobibor 20 maart 1943. Verloofd met Geertruida Catharina van Walree, geboren Groningen 3 november 1893, overleden Haren 27 juli 1968, boekhoudster. Dochter van Karel Ferdinand van Walree en Geertje Maike Wildeboer.
Palm en Wichers, goede vrienden van elkaar, hadden twee geschilpunten.
Gezamenlijk hadden zij sigaren ingekocht en Wichers had Palm daarvoor een voorschot van 2500 gulden gegeven. Palm verkocht een deel van de sigaren met winst door. Wichers vroeg tevergeefs om afrekening. Wichers was bang dat hij door geldgebrek weer in financiële problemen zou komen. Dat was hem voor de Tweede Wereldoorlog al eens overkomen toen het hem zakelijk niet voor de wind ging. Zijn slagerij liep zo slecht, dat hij destijds een poging tot zelfmoord deed.
Palm had een zeilboot op het Paterswoldsemeer en had Wichers deze boot ter koop aangeboden. Palm verkocht zijn zeilboot echter buiten Wichers om aan een derde. Wichers was daarover zo kwaad dat hij naar het Scholtenhuis [2] ging, waar hij vertelde dat hij een Jood wist die op zondag ging varen.
Volgens Lehnhoff [2], daarover later gehoord, verbleef Palm in het weekeinde bij een vrouw in een zomerhuisje aan het Paterswoldsemeer.

 

VAN DAM [4]

Philip van Dam, geboren Groningen 23 december 1881, overleden Auschwitz 22 oktober 1943, veehandelaar, "Viehändler". Zoon van Berend van Dam, koopman, vleeshouwer te Leek, en Frouwke Meijer. Trouwde Groningen 9 december 1926 Frouwkje Hoogstraal, geboren Leens 29 april 1888, overleden Auschwitz 22 oktober 1943, naaister, bedrijfsleidster. Dochter van Hartog Hoogstraal, borstelmaker, en Geertje Nieweg. Philip van Dam en Froukje Hoogstraal zijn van 11 op 12 oktober 1943 in kamp Westerbork aangekomen en een week later op de 19e op transport gesteld. Na aankomst in Auschwitz zijn ze onmiddellijk omgebracht.
Uit dit huwelijk: geen nakomelingen.
Van Dam had Wichers 1900 gulden in bewaring gegeven. Van Dam sprak kwaad over Palm en verzocht Wichers Palm aan te geven bij de Duitsers onder voorwaarde dat Van Dam vrij zou blijven. Wichers voelde daar niets voor en verzocht Van Dam het geld mee te nemen. Van Dam zei toen dat hij het niet zo had gemeend. Het geld en een fietsband bleven onder Wichers. Ondanks afspraak had Van Dam met een derde over deze zaak gepraat. Deze derde kwam met een briefje van Van Dam om de fietsband en wat vlees. Wichers zei dat hij alles [vlees?] naar het Scholtenhuis had gebracht. Twee dagen later heeft Van Dam 500 gulden en later nog eens 400 gulden in bewaring gegeven.
Oktober 1943 kwam Van Dam opnieuw bij Wichers en vertelde hem dat hij clandestien handelde in vet en vlees en dat zijn geld opraakte. "Ik moet onderdak hebben." Wichers weigerde, waarop Van Dam dreigde hem aan te geven, omdat je goed van Joden in huis hebt. Wichers achtte Van Dam daartoe in staat en besloot hem voor te zijn. 's Avonds belde hij Lehnhoff. Die vroeg hem het onderduikadres van Van Dam, maar Wichers veinsde dit niet te weten omdat vrouw en dochter [Philip van Dam was kinderloos] en mensen bij wie hij in huis was gevaar zouden lopen. Lehnhoff en Wichers zetten een val op. Wichers maakte een afspraak met Van Dam bij het spoorviaduct [Hereweg] en sprak daar met hem en liep vervolgens naar zijn huis aan de Verlengde Hereweg. Van Dam werd gevolgd en gearresteerd, evenals zijn vrouw en de man bij wie zij in huis waren. Wichers kreeg als beloning vijftien gulden.
Veekoopman Van Dam en zijn vrouw zijn ondergedoken bij Hendrik Schutterups, geboren Odoorn 30 juni 1903, zaadhandelaar, wonende Lodewijkstraat 15a. Schutterups zat zeven maanden gevangen in strafkamp Vught en heeft nooit meer iets van het echtpaar Van Dam vernomen.

BOERSMA

Bouwina Hofman, 'mejuffrouw' Boersma, werkvrouw bij Pieter Wichers, geboren Onderdendam (Bedum) 30 september 1895, overleden Groningen 26 juni 1972, begraven Groningen (Esserveld) 30 juni 1972. Dochter van Marten Hofman, arbeider, en Aafien Staal.
Trouwde, scheidde (1) Jakob Deppe.
Trouwde (2) Groningen 12 maart 1931 Pieter Boersma, geboren Drogeham (Achterkarspelen) 12 juni 1886, overleden Haren (Huize Avondlicht) 22 juli 1979, begraven Groningen (Esserveld) 26 juli 1979, arbeider, courantenbezorger. Zoon van Hart Jelkes Boersma, arbeider, en Johannna Pieters van der Wey.
Pieter Boersma werd via Amersfoort en Utrecht naar Duitsland vervoerd, zat daar in verschillende gevangenissen en kwam 22 mei 1945 terug in Groningen. Zijn vrouw verbleef enige maanden tot eind september 1944 in kamp Vught.
Zoon Harrit Deppe is op 21 februari 1944 in het huis van Boersma gearresteerd, daarbij werd ook het clandestiene radiotoestel gevonden. Harrit Deppe werd eerst overgebracht naar Amersfoort en daarna naar Duitsland op transport gesteld. Tot de bevrijding, eind april 1945 was hij opgesloten in concentratiekamp Buchenwald.
Slager Pieter Wichers kreeg augustus 1943 de mededeling dat hij zijn zaak moest sluiten en zijn machines moest opgeven. Huizinga, kleermaker bij de SD, besprak dit met Lehnhoff, waarop Wichers de mededeling kreeg dat hij voorlopig mocht open blijven.
September 1943 kreeg moest hij zijn zaak alsnog sluiten en moest naar Duitsland. Wichers ging daarop naar Lehnhoff met de vraag of deze hem niet kon helpen. Hij mocht open blijven en in ruil daarvoor verraadde Wichers in de asfaltfabrikant van Zwarteveen ondergedoken Joden. [5]
Oktober 1943, terug van de jacht, liep Lehnhoff bij Wichers aan. Wichers vertelde verder niets te weten, en bakte op bevel een biefstuk voor Lehnhoff. Wichers was bang voor hem en besloot daarop zijn werkvrouw mejuffrouw Boersma, die regelmatig naar de Engelse zender luisterde, aan te geven. Lehnhoff moest weten of mejuffrouw Boersma en haar man Pieter Boersma in een organisatie zaten en dat deze aangifte anders weinig te betekenen zou hebben. Wichers waarschuwde haar dat zij moest ophouden met die berichten. Wichers herhaalde keer op keer dat hij niets wist en vroeg om een vals persoonsbewijs voor hun zoon om zodoende hun vertrouwen te wekken. Dat kreeg Wichers. Boersma junior was ondergedoken, had geen persoonsbewijs en wilde naar het platteland maar bleef thuis. Dit alles speelde zich af oktober 1943.
Januari 1944 kwam Lehnhoff langs, schold Wichers uit en gaf hem een klap in het gezicht en dreigde allen [zijn gezin] op te pakken als Wichers niet doorwerkte aan de zaak Boersma. Een paar dagen later deed de SD een inval bij Boersma. Zijn vrouw en zoon werden opgepakt door SD'ers Lehnhoff, Kindel, Drost en Van der Schans [2]. Junior vertelde meteen dat hij het valse persoonsbewijs van Wichers had gekregen.
Engelbertus Zwarteveen, geboren Enschede 18 december 1901, overleden Groningen 5 augustus 1949, asfaltdekker, asfaltfabrikant, fabriek staande aan de Helperwestsingel 88/2 te Groningen. Zoon van Arend Zwarteveen, asfaltdekker, en Gerhardina Breteler. Trouwde Enschede 28 november 1925 Tettje Broeksma, geboren Enschede 6 maart 1903, overleden Amersfoort 2 juli 2000, fabrieksarbeidster. Dochter van Jan Hendrik Broeksma, fabrieksarbeider, en IJmkje Kloostra.
Niet Boersma's vrouw maar Boersma zelf luisterde naar de Engelse zender. Hij gaf deze berichten op maandag en donderdag door aan anderen, die ze weer vermenigvuldigden, waarna deze berichten verder werden verspreid.
Na de oorlog werd Lehnhoff als getuige gehoord in de rechtszaak tegen Pieter Wichers. Hij verklaarde dat als gevolg van de zaak Boersma 30 anderen konden worden gearresteerd.
Ter verdediging voerde Pieter Wichers tevergeefs aan dat hij de door hem verraden personen tevoren had gewaarschuwd. Op één geval na: werkvrouw 'mejuffrouw' Boersma was wel degelijk door hem gewaarschuwd. Arent Brommet kwam tijdens de oorlogsjaren bijna dagelijks in de slagerij van zijn zwager Pieter Wichers. Nieuwsgierig naar de berichten van de Engelse zender, die hij te horen kreeg via Boersma's vrouw. Tijdens de rechtszaak te Leeuwarden op 6 mei 1946 verklaarde Brommet: 'Ik heb verdachte eens tegen vrouw Boersma horen zeggen "vrouwtje, berg jullie radio op, want dat is veel te gevaarlijk"'. [6]

 

WALTER

Karel Godert Walter (roepnaam Godert), geboren Apeldoorn 31 december 1911, overleden Haren (in zijn huis doodgeschoten) 17 september 1944, begraven Haren (Eshof) 23 september 1944, eigenaar boekwinkel aan de Oude Boteringestraat te Groningen. Zoon van Herman Tomas Theodoor Walter, notaris te Apeldoorn, en Cornelia Eleonora Johanna Petronella Jonkvrouw Pichot van Slijpe. Trouwde Jeannette Agnes van Gelder (roepnaam Agnes).
Uit dit huwelijk: twee zonen.
Pieter Wichers kreeg onenigheid met Lehnhoff over een schuld die Lehnhoff aan hem had ter zake levering vlees voor 500 gulden. Lehnhoff was daarover zo verstoord dat hij april 1944 een winkelruit liet ingooien. Een paar dagen later werd huiszoeking gedaan en werd een radio meegenomen [cadeau van Lehnhoff!]. Weer enige dagen later was de winkelruit beschilderd met NSB'er, verrader enz. Voorts kreeg Wichers een brief waarin zijn naam werd gespeld met "ck". In dit alles zag hij de hand van Lehnhoff die hem intimideerde en bedreigde. Kort daarna werd winkelruit opnieuw ingegooid en kreeg Wichers de mededeling dat hij opnieuw zijn zaak moest sluiten. Een neef van Wichers [Jacques Wicher Brommet] is naar Lehnhoff gegaan, maar kwam terug met de mededeling dat Wichers zelf moest komen. Lehnhoff zei toen: "Denk om je vrouw en kinderen. Je moet me berichten doorgeven, anders gaat de zaak weer dicht." Wichers heeft dat beloofd maar deed niets. Een paar dagen later kreeg hij bericht dat zijn zaak gesloten werd. Daarin zag hij weer de bedreigende hand van Lehnhoff. Wichers had dezelfde week van boekhandelaar Walter twee exemplaren gekocht van het Geuzenliedboek. Een exemplaar bracht hij naar Kindel met de mededeling dat Walter het verkocht. Kindel vroeg om een tweede exemplaar en Wichers heeft dit hem gegeven. Wichers waarschuwde gelijkertijd Walter dat hij op moest oppassen omdat de SD er achter was gekomen. De SD heeft iemand [Egbert Springelkamp [7, 3]] naar Walter gestuurd om nog een exemplaar te kopen. Walter had echter inmiddels alle exemplaren uit zijn winkel verwijderd. Dat was in juli 1944. September 1944 is Walter door Lehnhoff in zijn huis doodgeschoten. Of dit met het verraad van Wichers te maken heeft gehad is niet te zeggen.
Kindel had de eerste keer opdracht gekregen de winkelruit in te gooien, maar had dat geweigerd.
Hoe verliep de inval door de Sicherheitsdienst?
Zondag 17 september 1944, het gezin geniet in de tuin van een stralende dag. Vier SD'ers stappen uit een auto en vallen hun huis aan de Dilgtweg in Haren binnen. Drost en Mowinski [2] houden Agnes van Gelder en hun twee zonen in bedwang, Lehnhoff en Kindel nemen Godert Walter mee naar binnen en sluiten de gordijnen. Agnes hoort drie schoten vanuit het huis. Lehnhoff vuurt twee keer, Kindel één keer. De SD'ers nemen Walter zijn papieren af en duizend gulden en vertrekken zonder zich te bekommeren om zijn vrouw. Alles speelt zich in enkele minuten af. [7]
Door Wil Legemaat opgetekend uit de mond van Jeannette Agnes van Gelder:
"Wichers had een slagerij aan de weg tussen Groningen en Haren, ergens op een hoek. Mijn man haalde daar een paar keer in de week vlees, omdat hij er langs kwam op weg naar huis. Ik kwam er ook wel een enkele keer. Mijn man verkocht onder de toonbank nogal wat [illegale] boeken, in zijn jongensachtige onschuld. Ik vroeg hem wel eens of dat niet gevaarlijk was, maar hij kon zich gewoon niet voorstellen dat de Duitsers zich om zulke zaken zouden druk maken. In mijn herinnering, ik geef weer wat ik mij herinner, dat kan best afwijken van wat anderen zich herinneren, heeft hij zelfs slager Wichers gevraagd of hij ook geen belangstelling had voor een of ander boek. Hij wist niet dat de slager fout was. Wichers had wel belangstelling en mijn man heeft hem toen een boek verkocht. We hadden geen idee dat het Wichers was, die hem heeft verraden. Na de dood van mijn man heb ik nog wel een paar keer iets gekocht in de slagerij, want ik had geen enkel vermoeden dat Wichers iets te maken had met de dood van mijn man. Pas na de bevrijding heeft iemand mij verteld hoe het verraad gegaan was, dat was natuurlijk wel een schok voor me." [8]

 

BOUMA

Klaas Bouma, geboren Lippenhuizen (Opsterland) 2 april 1914, overleden (gefusilleerd) Westerbork 25 september 1944, met nog elf andere geëxecuteerden door twee Joodse gevangenen gecremeerd, tekenaar, kunsthandelaar, leraar tekenen MO&NO, werkte als meestervervalser van stempels en persoonsbewijzen samen met de Ordedienst (OD). Zoon van Pier Bouma, wasserijagent, en Jitske Klazema. Trouwde Groningen 15 oktober 1942 Siemtje Wubbena, geboren Groningen 10 augustus 1917, overleden Winsum (verpleeghuis "Twaalf Hoven") 27 februari 1999. Dochter van Eltje Wubbena en Auktje Mensinga.
Uit dit huwelijk: geen nakomelingen.
Eltje Wubbena, geboren Winschoten 27 juli 1885, overleden (in zijn huis doodgeschoten) Groningen 15 september 1944, schoenmaker. Trouwde Groningen 24 november 1910 Auktje Mensinga, geboren Thesinge (Ten Boer) 23 februari 1882, overleden Groningen 4 januari 1969, begraven Groningen (Noorderbegraafplaats) 8 januari 1969.
Klaas Bouma kwam vaak bij Pieter Wichers in de zaak en had veel vleesbonnen. Op een zekere dag kreeg Wichers van hem een coupure van 50 rantsoenen. Dat was in september 1944. Kindel was in die tijd bij Wichers en de laatste vertelde hem hoe hij aan die coupures was gekomen. De volgende dag heeft Wichers tegen Bouma gezegd: "Maak dat je wegkomt, want de SD heeft je in de gaten". Een paar dagen later werd Bouma [op 15 september 1944] gearresteerd en zijn schoonvader [door Pieter Johan Faber] [2] doodgeschoten. 
Klaas Bouma en Siemtje Wubbena vestigden zich na hun huwelijk op het adres Waldeck Pyrmontstraat 12; woonden in bij hun (schoon)ouders aan de Heereweg, omdat Siemtje haar voet had bezeerd en niet voor de huishouding kon zorgen.

 

Welke indruk laat Pieter Wichers achter?

Pieter Wichers opent eind jaren twintig een slagerswinkel aan de Carolieweg, waarna hij en zijn gezin na enige jaren voor korte tijd een pand betrekken aan het Schuitendiep. Wichers verkast binnen drie jaar naar de Verlengde Hereweg waar hij sinds 1936 een goede boterham verdient met zijn "modelslagerij" en worstfabriek. Naast varkens-, rund- en kalfsvlees verkoopt hij  "fijne vleeschwaren" en conserven.

Een man met twee gezichten zou je kunnen zeggen. Zwarthandelaar, vlees verkopen aan de SD en twee keer veroordeeld wegens een economisch delict omdat hij  de prijsopdrijving- en hamsterwet overtreedt (1940) en tegen te hoge prijs tong en gehakt verkoopt. Het laatste delict in 1943 begaan kost hem 200 gulden boete en gedurende twee maanden moet hij zijn zaak sluiten. Daar en tegen ook financiële bijdragen levert aan de illegaliteit en wat extra vlees en vleeswaren geeft voor onderduikers en illegale werkers.

Drie Joden en drie niet-Joden zijn door Wichers' verraad in Duitse handen gevallen en werden omgebracht. Vier personen was een beter lot beschoren, maar moesten hun illegale werk bekopen met gevangenisstraf, opsluiting in strafkamp Vught of concentratiekamp Buchenwald. Daarnaast werden volgens Lehnhoff nog zo'n 30 naamlozen  opgepakt, hun lot is onbekend. De belevenissen van onderduiker Kl. de Jong is een sterk staaltje van Wichers' dubbele moraal. Ondergedoken in de asfaltfabriek van Engelbertus Zwarteveen wordt hij met nog acht andere onderduikers opgepakt en gevangen gezet. In de gevangenis voorziet Wichers De Jong van brood en worst. Vanuit Duitsland vlucht De Jong februari 1945 naar Nederland en meldt zich bij dominee Van Wijngaarden, remonstrants predikant in Nieuwkoop. Door diens bemiddeling duikt De Jong onder bij Wichers en werkt sindsdien voor hem. Wichers ziet kans Van de Woude uit de Gymnasiumstraat te behoeden voor tewerkstelling in Duitsland. Onder druk gezet door zijn vrouw keurt Dr. Ter Horst Van de Woude af. De doktersvrouw zou gezegd hebben: "Jij wil 's middags wel een stuk vlees op tafel, maar dan moet jij ook wat voor Wichers doen en die van der Woude afkeuren."

Echtgenote Aaltje Johanna van der Woude verklaart op de hoogte te zijn van Wichers' handelswijze. Zij is op 31 december 1945 nog wel van haar vrijheid beroofd, maar zou niet worden vervolgd. Volgens haar is Pieter Wichers een man met een slap karakter. Dat zou blijken uit een zelfmoordpoging omdat het hem een tijdje financieel niet voor de wind was gegaan. In het gratieverzoek pleit Mr. T. Bout voor langdurige gevangenisstraf in plaats van doodstraf. Advocaat Bout noemt Wichers een zielige vent met een zeer slap karakter: "hij was vreselijk bang voor Lehnhoff en voor het verlies van zijn zaak. En meende zichzelf en zijn zaak te kunnen redden door mensen aan de SD te verraden, tegelijk met de bedoeling deze mensen tevoren tijdig te waarschuwen". Dat laatste is alleen bewezen in het geval van 'mejuffrouw' Boersema, Wichers' werkvrouw. Van bedreigingen door Lehnhoff is voor het Bijzonder Gerechtshof niets vast komen te staan. De pleitnota vervolgt met: "Zeker is dat Wichers geloofd heeft in de overtuiging dat hij zeer ernstig werd bedreigd en zijn handelingen zijn te verklaren uit die tot op zekere hoogte ingebeelde bedreigingen."  


Noten en geraadpleegde bronnen

[1]
Nationaal Archief, Den Haag, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegangnummer 2.09.09, inventarisnummers 74851 en 91926.
Nationaal Archief, Den Haag, toegangnummer 2.09.71, inventarisnummer 76, gratiedossier Pieter Wichers (Gratiedossiers betreffende Nederlanders en Duitse politieke deliquenten aan wie de geëiste doodstraf is voltrokken. 1946-1952).
Het CABR is na WO II gebruikt voor de berechting van ruim 300.000 verdachten. De dossiers slaan op 'foute' Nederlanders in alle gradaties: bunkerbouwers, NSB'er, SD'ers, oostfrontstrijders, verraders en Jodenjagers.
Om executie te ontlopen is door 141 ter dood veroordeelden een gratieverzoek ingediend. In 101 van de gevallen is door het staatshoofd (Koningin Wilhelmina en na haar aftreden Koningin Juliana) positief beslist, 39 keer (waaronder één vrouw) is de doodstraf voltrokken, 1 persoon wachtte de executie niet af en pleegde zelfmoord.
De laatste doodstraf is 21 maart 1952 voltrokken: twee oorlogsmisdadigers - Duitser Wilhelm Artur Albrecht en Nederlander Andries Pieters - staan voor het vuurpeloton.
[2]
In het Scholtenhuis aan de Grote Markt te Groningen zetelde de Sicherheitsdienst. Aan het hoofd stond Bernard Georg Haase. Pieter Wichers was Vertrauensmann (vertrouwensman, verklikker) van de SD'ers Robert Wilhelm Lehnhoff, Hauptscharfüher, en Josef Kindel, Unterscharführer. Beiden kwamen bij Pieter Wichers thuis over de vloer. Volgens Wichers ging hij wel op jacht met Lehnhoff, met Kindel had hij thuis "genoeglijke avondjes". Lehnhoff werd ter dood veroordeeld en op 24 juli 1950 te Groningen geëxecuteerd. Kindel stierf op 5 augustus 1948 in de gevangenis te Almelo aan de gevolgen van een hersenbloeding.
Lehnhoff, bijgestaan door Kindel, stond vanaf maart 1941 aan het hoofd van onderafdeling IVb, dat verantwoordelijk was voor het bestrijden van de illegale pers en het georganiseerd verzet, het opsporen van onderduikers en de deportatie van de Joodse bevolking.
Evert Cornelis Drost, NSB'er, maakte deel uit van de Gestapo, vanaf augustus 1943 werkzaam voor de SD in Groningen. Werd ter dood veroordeeld en op 28 juli 1949 te Groningen geëxecuteerd.
Hans Paul Felix Mowinski, persoonlijk chauffeur van Haase en van de executiepelotons, werd door het Bijzondere Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf.
Pieter Johan Faber, opperwachtmeester SD in Groningen. Werd ter dood veroordeeld en op 10 juli 1948 te Groningen geëxecuteerd.
Egbert Springelkamp, toegetreden tot de SD, overleden Assen 15 september 1965.
Jakob van der Schans, toegetreden tot de SD, overleden Groningen 22 juni 1959.
Het eerste deel van een driedelige serie over de terreur die de Sicherheitsdienst uitoefende:
Monique Brinks, Het Scholtenhuis 1940 - 1945, Deel 1: Daden, Profiel Uitgeverij Bedum, Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen, 2009.
Deel 2 (Daders) en deel 3 (Berechting) verschijnen respectievelijk in 2013 en 2015.
[3] Op 8 februari 1947 stelde notaris Mr. T. Bout, kantoorhoudend Ossenmarkt 10, in het bijzijn van Mw. A. J. Wichers, wonende Verlengde Lodewijkstraat 19, een gratieverzoek op.
De daarin vermelde zes zaken heb ik als leidraad gekozen. Iedere zaak begint met een genealogisch fragment, in grote lijn gevolgd door de tekst zoals deze door notaris Bout is opgesteld. Het derde deel bevat aanvullende informatie die deels afkomstig is uit de dossiers in het CABR.
[4]
Veekoopman Van Dam en zijn vrouw zijn ondergedoken in het woonhuis van Hendrik Schutterups. De ware identiteit van het echtpaar Van Dam blijft in de dossiers van het CABR helaas in nevelen gehuld.
Aan de hand van onderstaande feiten heb ik het echtpaar kunnen identificeren: 
Anderhalf jaar getrouwd en komende uit Leek vestigen veehandelaar Philip van Dam en Frouwkje Hoogstraal zich op 4 mei 1928 te Groningen op het adres Witte de Withstraat 15a.
Het overlijden van het echtpaar Philip Van Dam en Frouwkje Hoogstraal is in 1951 bij de burgerlijke stand van Groningen ingeschreven; volgens beide akten wonende te Groningen en op 22 oktober 1943 "in de omgeving van Oswiecim" (Auschwitz) overleden.
Op de razzialijsten van de stad Groningen staat een tweede veehandelaar: Aalje Meijer van Dam, "Viehhändler", gehuwd met Aletta Helena Philips. Dit echtpaar, wonende Spilsluizen 10a, overleefde WO II.
Tevens een veetransporteur: Alexander Andries van Dam, "Spediteur v. Vieh", gehuwd met Roosje Bloemendal, wonende Schoolholm 6a. Hij overleed extern kommando Blechhammer 31 december 1943, zij overleed (voordat Philip van Dam en Frouwkje Hoogstraal tegelijkertijd werden opgepakt) Auschwitz 19 november 1942.
Op de razzialijsten van de stad Groningen acht getrouwde kooplieden ("Kaufmann") met de achternaam Van Dam:
# drie gemengde huwelijken, overlijdensdata niet vast kunnen stellen en
# vijf huwelijken, echtgenoten beiden Joods en in Polen omgebracht voordat Philip van Dam en Frouwkje Hoogstraal tegelijkertijd werden opgepakt.
Bron: Johan van Gelder, Terug van weggeweest, hoofdstuk 22: Razzia-lijsten, Stichting Geldersboek, Groningen 1993.
[5] In zijn asfaltfabriek verborg Zwarteveen in 1943 een tiental onderduikers, één was op het moment van de inval thuis, negen zijn naar Amersfoort gezonden en vandaar naar Duitsland.
Vier van hen ontvluchtten februari 1945 Duitsland en meldden zich bij ds. L. W. van Wijngaarden, remonstrants predikant te Nieuwkoop. Op zijn verzoek bood Pieter Wichers aan een van de vluchtelingen onderdak aan voor twee weken. Kl. de Jong, 'zware' jongen uit Leeuwarden, dook onder in de slagerij van Wichers en werkte sindsdien voor hem. Uit de schriftelijke verklaring van De Jong [6] blijkt tevens dat hij door Wichers in de gevangenis was voorzien van worst en brood. Pieter Wichers probeerde kennelijk zijn slechte geweten te sussen.  
[6]
Zwager Arent Brommet (geboren Veendam 9 mei 1888, overleden Utrecht 17 april 1966) was de enige getuige à décharge in de processen tegen Pieter Wichers. Ook schrijft hij op 27 september 1945 een brief aan de Commissie tot Vrijlating van Politieke gevangenen. Veertien schriftelijke verklaringen ondersteunen zijn verzoek tot vrijlating. Tevergeefs.
Uiteenlopend zijn de schriftelijke verklaringen: Wichers verstrekte financiële steun voor illegaal werk, gaf wat extra vlees en vleeswaren aan onderduikers en illegale werkers, was bereid levensmiddelen te verstrekken ten behoeve van geïnterneerden te Vught en nam in de winter van 1943 op 1944 voor één week een onderduiker in huis, die vervolgens vrijwillig naar het platteland vertrok. Pieter Wichers gaf ook gelegenheid naar de Engelse zender te luisteren, deelde illegale blaadjes uit aan neef Jacques Brommet en zou "belangrijke militaire gegevens" aan de Militaire Inlichtingendienst hebben verstrekt.  
Een opvallende tegenstelling: vlees en vleeswaren ter beschikking stellen aan de illegaliteit, maar ook sjoemelen met verkoopprijzen. Pieter Wichers verkocht tong en gehakt tegen een te hoge prijs en werd daarvoor in 1943 door de "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" veroordeeld tot een boete van 200 gulden en tot twee maanden sluiting van zijn zaak. Rond de kerstdagen in 1940 was hij al eens eerder veroordeeld. De politierechter legde hem een boete op van vijf gulden wegens overtreding van de prijsopdrijving en hamsterwet die de Nederlandse regering in 1939 had ingevoerd. 
[7] Wil Legemaat & Margriet Staal, Van kwaad tot onvoorstelbaar erger, Verhalen achter de namen op de gedenksteen in Haren, Harener Historische Reeks 15, uitgeverijen Boomker en Knoop, Haren 2010.
[8] Verhaal opgetekend door Wil Legemaat op 18 mei 2011.


Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.

Nieuwe pagina: 1 juli 2011. Voor het laatst bijgewerkt: 16 juli 2011.

Copyright © Henk Werk Met uitzondering van genealogische data is gehele of gedeeltelijke overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.