HOME

Schipbreuk bark JANTJE

Een voorgenomen zeereis van RisØr (Noorwegen) via Cardiff (Wales) naar Buenos-Aires (Argentinië)
Gezagvoerder Jan Harmannus Boompaal (Delfzijl) - Scheepskok Abel Collij (Groningen) - Reder Minne Egberts Kuipers (Delfzijl)
 
Henk Werk, IJmuiden
 
Het moet de laatste week van januari 1890 gespookt hebben in Het Kanaal. Een stormachtige westzuidwesten wind met veel regen dwong veel kapiteins beschutting te zoeken in de baai van Dungeness aan de zuidoostkust van Engeland. "De ten anker liggende schepen bij Dungeness zijn door dikte niet te onderscheiden", berichtte de Provinciale Groninger Courant van vrijdag 31 januari. [1] Of anders gezegd: het zag 'zwart' van de schepen. Desondanks zouden veel schepen het slechte weer niet overleven. Drie stoom- en 29 zeilschepen vielen ten prooi aan de golven, acht stoom- en 35 zeilschepen strandden en nog eens 121 zeil- en 103 stoomschepen liepen averij op. [2] Hoeveel bemanningsleden daarbij verdronken meldde Germanischer Lloyd niet, het moeten tientallen zo niet honderden zijn geweest. Onder hen zes van de elf bemanningsleden van de Delfzijlster bark Jantje.
 
"Geliefde Groot vader en Groot moeder. Ik vat de pen op om u een [...] letteren te schrijven ik ben goed gezond en hoop van u hetzelfde. Wij zijn druk aan het laden. Het onderruim is haast vol." Zo begint de brief [3] die de dertienjarige kleinzoon Menne Boompaal op 27 november 1889 schreef aan oma Grietje Jans de Wilde en stiefopa Jakob Bos. "het is een heele stouwing alte maal eentjes jufvers van 4 à 5 voed" [4] vult kapitein en vader Jan Harmannus Boompaal twee dagen later aan. [3] Over de ingetreden kou maakt hij zich geen zorgen, want "wij hebben een goede kaggel en steen kool".
Nog een week dacht kapitein Boompaal nodig te hebben voordat hij de Noorse havenstad Risør zou verlaten met als eindbestemming Buenos-Aires. [4] Een lange reis die acht à negen maanden zou duren. "Maar de tijd Vliegt snel voor bij als alles Maar goed Gaat". Maar de reis eindigde in een drama. Argentinië zou nooit worden bereikt, zelfs in de tussenhaven Cardiff aan de zuidkust van Wales zouden vader en zoon en de overige negen bemanningsleden nooit voet aan wal zetten.
De zeereis was twee maanden oud toen de 402 ton metende Jantje op 15 januari beschutting zocht in de baai van Dungeness. Het zal hondenweer zijn geweest, want twee weken later was de Straat van Dover nog steeds niet bedwongen. De Jantje werd terug geblazen richting Noordzee en strandde op 29 januari 1890 voor de Franse kust nabij Duinkerke, zo'n 50 zeemijlen verwijderd van Dungeness.
 
Bootsman-zeilmaker Johannes Pekelder, de matrozen Herman Betke, Jan Wijnholt en Gerrit van der Meulen, en lichtmatroos Reinder de Vries verlieten het gestrande zeilschip 's morgens vroeg en ontkwamen aan verdrinking. Dekjongen Menne was aanvankelijk in hun gezelschap, maar koos naderhand bij zijn vader te zijn. Weduwnaar Jan Boompaal, zoon Menne, kok Abel Collij - neef van mijn betovergrootmoeder Anna Kolle, matroos Obbe Kuiper, de enige Fries aan boord en ongehuwd, tweede stuurman Jacob Scherphuis, ongehuwd, en eerste stuurman Hindrik Sijtzes Wortel overleefden de schipbreuk niet.
Dezelfde dag verklaarden de vijf overlevenden ten overstaan van de Nederlandse consul in Duinkerke "zeilende in de Noordzee en het Engelsch kanaal, heeft het schip in den nacht van den achtentwintigsten op den negenentwintigsten Januari, herhaaldelijk gestooten en was het ten laatste vol water, - des morgens omstreeks half zes uur van laatstgemelden dag, toen wij het schip met een boot hebben verlaten ten Noordoosten op eenigen afstand van Duinkerken, hebben wij in de onmiddellijke nabijheid van hetzelve gezien, dat het schip kenterde en onderstboven kwam en het overig aan boord gebleven deel der bemanning van het schip, daardoor omkwam". [5]
Het wrak raakte met het achterschip vast op een zandbank ten westen van de Franse havenstad Gravelines [6], een deel van de lading - mijnstutten - werd opgevist. [7] Kennelijk raakte de bark op drift want Engelse vissers, die met hun smakken terugkeerden in de haven van Dover, rapporteerden een ondersteboven drijvend gekoperd [8] wrak in zeventien vadem diep water. "Dit is vermoedelijk het dikwijls vermelde wrak van het Nedl. schip Jantje" berichtte de Groninger Courant op 15 februari 1890. [9]
 
Op vijftigjarige leeftijd liet Jan Harmannus Boompaal drie kinderen na: enigst dochter Grietje, Egbert Jan en Hillebrand. Grietje, kort na de stranding gehuwd met timmerman Jan Rietema, nam de zorg op zich van haar vijftien jaar oude broertje Hillebrand en zorgde ervoor dat hij zijn studie aan de zeevaartschool afmaakte. Via kajuitswachter en lichtmatroos klom hij op tot stuurman, werd zeeloods, huwde Henderika Maria Stijkel, zei het zeemansleven vaarwel en eindigde zijn loopbaan als sluiswachter.
Egbert Jan monsterde slechts één keer aan en wel als negentienjarige lichtmatroos op bark Jantje. Vader Jan Harmannus Boompaal voerde het gezag over hem, zijn zes jaar jongere broer en dekjongen Hillebrand en over nog acht andere bemanningsleden, waaronder zeilmaker Johannes Pekelder en matroos Obbe Kuiper. Egbert Jan Boompaal kreeg vaste voet aan wal bij de gemeente Delfzijl en vervulde in overheidsdienst verschillende functies: ambtenaar ter secretarie, ambtenaar van de burgerlijke stand, marktmeester, havenmeester en armenmeester. Samen met zijn vrouw Anna Tuinier dreef Egbert Jan een tabakszaak in Delfzijl. Naast de gebruikelijke rookwaar verkochten zij ook prentbriefkaarten van Delfzijl.
 
Jan Harmannus Boompaal was het tweede kind uit een gezin van vier, die nog niet volwassen waren toen hun vader Harmannus Lammerts Boompaal in 1844 overleed. Lammert Harmannus - de oudste en zeven jaar oud toen hun vader overleed - begon zijn loopbaan op zeventienjarige leeftijd als kajuitswachter. Het zeemansbestaan was van zeer korte duur, want ruim drie maanden na aanmonstering overleed hij te Londen aan boord galjoot Annechina.
Ook Hildebrand werd met 34 jaar niet erg oud. Opgeklommen van kajuitswachter tot kapitein overleed hij te Antwerpen. Door ziekte of door een ongeluk? In een ontroerende brief aan zijn ouders - moeder Grietje was hertrouwd met Jakob Bos - rept hij daarover met geen woord: "geliefde Ouders / Ik lig thans op mijn / sterfbed en of onze Lieve / Heer nog gedoogt dat / ik nog eens weer bij / u koomen dat weet ik / niet, maar ik hoop dat / wij elkander weder / aan mogen Treffen / H Boompaal." [3]
Grietje Jans de Wilde overleefde haar zonen ruimschoots en zal zich vaak ongelukkig en verdietig hebben gevoeld. Ook van haar jongste kind Jantje nam zij noodgedwongen afscheid. Na vier jaar huwelijk emigreerde Jantje in 1875 met Hendrik van Dijken naar Noord-Amerika. Zij settelden zich, zoals vele Nederlandse emigranten, in de staat Michigan.
 
Abel Collij werd slechts 41 jaar oud. Achterbleven zijn twaalf jaar jongere vrouw Wibke van der Wal, die vijf jaar later zou hertrouwen met schipper Jacobus Johannes Hartman, en vier minderjarige kinderen. Wilhelmina, bijna zes jaar oud, Jan Remko, net vier jaar oud geworden, en Nittert Jan, ruim twee jaar oud. Of Abel hun jongste, zes maanden oude zoon Abel ooit heeft gekend, is nog maar de vraag. Bij de geboorte was hij in ieder geval niet aanwezig, want vroedvrouw Aaltje de Jonge verklaarde "dat zij bij de bevalling is tegenwoordig geweest en deze aangifte doet bij gebreke van den vader die daartoe door afwezigheid verhinderd wordt". Vader Abel was klaarblijkelijk op dat moment op zee. Abel, als kleermaker, en Nittert Jan, als timmerman, verlieten Groningen om een gezinsleven in Amsterdam op te bouwen. Levens die op zijn zachtst gezegd niet harmonieus verliepen. Abel trouwde twee keer, maar beide huwelijken eindigden in een scheiding.
Nittert Jan trad toe tot de Communistische Partij en vertegenwoordigde deze partij in de gemeenteraad van Amsterdam. Schuwde binnen en buiten de raad verbaal en lichamelijk geweld niet en beschuldigde Brommert - lid van het partijbestuur - in een op 13 maart 1923 gehouden ledenvergadering tienduizend gulden verduisterd te hebben. Geld dat bestemd was voor de hongerden in Sovjet-Rusland. Nog diezelfde nacht werd Nittert Jan wegens "terroristische handelingen" uit de partij gezet. [10] Ten onrechte volgens het 'Comité voor de Derde Internationale' in Moskou, dat het Nederlandse partijbestuur opdroeg het royement te herroepen. [11] Of het royement werd opgeheven en Nittert Jan terugkeerde in de Amsterdamse gemeenteraad vertelt dagblad Het Vaderland niet.
Nittert Jan Collij vertrok in 1927 met zijn gezin naar een buitenwijk in Huizen en zal op dat moment geen lid meer zijn geweest van de Amsterdamse gemeenteraad. Midden jaren dertig in de vorige eeuw was de economische wereldcrisis op zijn hoogtepunt en zoals vele Nederlanders met hen kregen zowel Nittert Jan als Abel een flinke financiële terugslag. Beide broers werden failliet verklaard. [12] Als het gezin van Nittert Jan al een zekere welstand in Huizen had bereikt zou hij waardevolle spullen, zoals sieraden, inmiddels hebben verkocht of in bewaring aan een pandjesbaas hebben gegeven. Inbrekers vonden dan ook niets van hun gading in het huis gelegen aan de weg naar Blaricum en zij lieten ongetwijfeld een janboel achter, want "Het geheele pand is doorzocht, doch er werd niets medegenomen." [13]
 
Minne Egberts Kuipers begon op zestienjarige leeftijd onderaan de ladder als kok op hektjalk Margretha Alida. Monsterde achtereenvolgens aan als matroos, kok, lichtmatroos, matroos en stuurman en werd in 1857 op 24-jarige leeftijd kapitein op kof Grietje Huisman en voerde het gezag over dit schip tot 1866. De zwager van Jan Harmannus Boompaal kocht in 1866 kof Elisabeth, monsterde nog één keer aan als kapitein op zijn eigen schip en zei het zeemansleven daarna vaarwel. Minne Egberts Kuipers was scheepsreder tot 1897 en was eigenaar van acht zeilschepen.
Het zat de Delfzijlster scheepsreder niet mee. Voordat bark Jantje ten prooi viel aan de golven had hij al te maken gehad met vier tegenslagen: één schip zonk, één strandde, één verongelukte en een vierde schip werd afgekeurd. Na de schipbreuk van bark Jantje, vernoemd naar zijn tweede vrouw Jantje Gnodde, verloor hij nog twee schepen: schoenerbrik Elisabeth, vernoemd naar zijn eerste vrouw Elisabeth Gosselaar, eindigde als wrak, en zijn laatste schip bark Jantje, met 428 registerton niet veel groter dan zijn voorganger, zonk in de Noord Atlantische Oceaan.
Niet alleen als ondernemer maar ook in het persoonlijke leven kreeg hij in zijn huwelijk met Elisabeth Gosselaar tegenslag na tegenslag te verwerken. Hun oudste kind Willem Johannes overleed drie jaar oud aan boord van kof Grietje Huisman, waarover vader Minne het gezag voerde, Grietje werd amper één jaar oud, en Grietje Kornelia overleed op vierjarige leeftijd. De twee jongste dochters kwamen levenloos ter wereld en zo eindigde het huwelijk van Minne en Elisabeth uiteindelijk kinderloos. Minne's tweede vrouw Jantje Gnodde schonk hem zes kinderen: twee zonen en vier dochters. Door de aderen van beide zonen stroomde geen zeewater. Het onzekere bestaan van een leven op zee schrok hen kennelijk af, want zij traden niet in het voetspoor van hun vader. Egbert, de oudste van de twee, verdiende de kost als kantoorbediende, correspondent en makelaar, Minne begon als smid, werd handelsreiziger en verkocht elektrische lastoestellen.
 
Voorbeeld van een bark
IJzeren driemastbark Krimpen aan de Lek, twee dekken, 1078 netto registerton, 218.8 x 35.1 x 20.7 voet. Naamsein: PHTB.
Gebouwd 1884 - 1885 bij J. en K. Smit te Krimpen aan de Lek voor rederij P. van der Hoog te Krimpen aan de Lek. Met steenkool geladen in Newcastle (Australië) onderweg naar Semarang, aan de grond gelopen en vergaan op 24 juli 1902 in de Torresstraat (zeestraat tussen Australië en Nieuw-Guinea). Gezagvoerder: W.L. van der Vegte.
Afbeelding geplaatst met toestemming van CREMPENE, Historische Vereniging van Krimpen aan de Lek.
Van Dale: type van zeilschip met drie of meer masten, waarvan de achterste gaffeltuig voert en de overige razeilen.

Genealogie BOOMPAAL (verkort)

I. Lambert Harms Boompaal, gedoopt (NH) Farmsum 23 mei 1773, overleden Farmsum (Delfzijl) 27 augustus 1848, schipper, stuurman, arbeider, dagloner, dijkwerkersbaas, dijkbaas. Zoon van Harm Lamberts en Trijntje Harms. Touwde Termunten 22 mei 1796 Jacobjen Egges Kleve, geboren Kloosterholt 2 februari 1774, gedoopt (NH) Westerlee en Heiligerlee 13 februari 1774, overleden Farmsum (Delfzijl) 20 januari 1848, arbeidster, dagloonster. Dochter van Egge Jans en Trijntje Renkes.
Uit dit huwelijk:
I.1 Harm Lammerts Boompaal, gedoopt (NH) Farmsum 27 mei 1798, overleden Termunterzijl (Termunten) 8 oktober 1857, kwekersbaas, arbeider. Trouwde Termunten 11 maart 1829 Jeltje Redmers Bouwman, geboren Borgsweer 4 december 1798, gedoopt (NH) Borgsweer 17 december 1798, overleden Termunterzijl (Termunten) 11 december 1861. Dochter van Redmer Lammerts Bouwman en Sijben Harms.
I.2 Egge Lammerts Boompaal, gedoopt (NH) Farmsum 7 september 1800.
I.3 Eltie Lammerts Boompaal, gedoopt (NH) Farmsum 16 januari 1803, overleden Wirdum (Loppersum) 24 mei 1827, boerenknecht. Nooit getrouwd.
I.4 Harmannus Lammerts Boompaal, geboren Farmsum 2 oktober 1805, gedoopt (NH) Farmsum 13 oktober 1805, overleden vóór 1808.
I.5 Trijntje Lammerts Boompaal, geboren Farmsum 22 oktober 1806, gedoopt (NH) Farmsum 2 november 1806, overleden Farmsum (Delfzijl) 14 maart 1888, dienstmeid. Trouwde (1) Delfzijl 28 september 1827 Aisse Engberts Stamhuis, geboren Heveskes 23 augustus 1803, gedoopt (NH) Heveskes 11 september 1803, overleden Farmsum (Delfzijl) 9 maart 1844, boerenknecht, dagloner. Zoon van Engbert Derks Stamhuis en Aagtje Lammerts. Trouwde (2) Delfzijl 15 april 1858 Pieter Hindriks Medok, geboren Farmsum 9 juni 1812, overleden Farmsum (Delfzijl) 16 februari 1895, weduwnaar van Hindrikje Jans Blink, schoenmaker. Zoon van Hindrik Freerks Medok en Trientje Eeuwkes.
I.6 Harmannus Lammerts Boompaal, volgt II.
I.7 Kornelius Lammerts Boompaal, geboren Farmsum 2 april 1811, gedoopt (NH) Farmsum 21 april 1811, overleden Delfzijl 3 februari 1814.
I.8 Kornelius Lammerts Boompaal, geboren Farmsum 15 maart 1814, overleden Termunten 7 mei 1848, schoenmaker. Trouwde Termunten 3 juni 1837 Wilmina Jacobs Smak, geboren Termunterzijl 26 mei 1814, overleden Termunten 8 september 1851, arbeidster. Dochter van Jacob Pieters Smak en IJktje Tjaarts Bos.
I.9 Annechien Lammerts Boompaal, geboren Farmsum (Delfzijl) 26 januari 1817, overleden Heinkenszand 12 mei 1876, naaister, wasvrouw. Trouwde Delfzijl 15 januari 1842 Albert Jans Donga, geboren Farmsum 18 oktober 1811, gedoopt (NH) Farmsum 17 november 1811, overleden op zee omstreeks 1857, stuurman, zeeman, schipper, kapitein, weduwnaar van Anna Freerks Kappelhof. Zoon van onbekende vader en Anna Harms Kappelhof.
Huis en schuur van Harm Lammerts Boompaal ten prooi aan de vlammen
"Den 14den dezer, des namiddags te één uur, werd er plotseling brand ontdekt in de schuur der behuizing van H. BOOMPAAL, te Termunterzijl. Door de buitengewone droogte en den sterken wind grepen de vlammen zoo snel en hevig om zich heen, dat aan geen blusschen te denken viel, terwijl de bewoners naauwelijks den tijd hadden in allerijl het brandende gebouw te ontvlugten, zoodat er genoegzaam niets heeft kunnen geborgen worden. Een varken, een konijn en twee kanarievogels zijnde mede in de vlammen omgekomen. Ofschoon het gebouw en de losse goederen van den eigenaar verwaarborgd [verzekerd] zijn, is de schade voor dezen aanzienlijk; terwijl de medebewoner, de bejaarde JAN H. DE VRIES, er alles bij heeft verloren. Het gemeentebestuur heeft dezen dan ook vergund eene collecte te doen, ten einde door de hulp van zijne gegoede medeburgers in staat te worden gesteld, zich het allernoodzakelijkste weder aan te schaffen, waartoe hij anders buiten staat is. De oorzaak van den brand is ten eenenmale onbekend. Gelukkig was en bleef de wind[richting] gunstig, anders waren de gevolgen voor Termunterzijl niet te berekenen geweest."
Bron: RHC Groninger Archieven, Groninger Courant, woensdag 19 augustus 1857.
# # # # #
II. Harmannus Lammerts Boompaal, geboren Farmsum 4 januari 1808, gedoopt (NH) Farmsum 24 januari 1808, overleden Uitwierde (Delfzijl) 25 augustus 1844, boerenknecht, dagloner. Trouwde Delfzijl 18 november 1836 Grietje Jans de Wilde, geboren Katmis onder Holwierde 13 mei 1810, gedoopt (NH) Holwierde 3 juni 1810, overleden Uitwierde (Delfzijl) 24 december 1898, begraven te Uitwierde (begraafplaats kerk), dienstmeid, werkvrouw. Dochter van Jan Reinders de Wilde, schoenmaker, en Jantjen Harmannus Wolf, dagloonster.
Uit dit huwelijk:
II.1 Lammert Boompaal, geboren Uitwierde (Delfzijl) 1 januari 1837, overleden Londen aan boord galjoot Annechina 2 oktober 1854, kajuitswachter.
II.2 Jan (Harmannus) Boompaal, volgt III.
II.3 Hildebrand Boompaal, geboren Uitwierde (Delfzijl) 12 oktober 1840, overleden Antwerpen 2 juli 1875, kajuitswachter, scheepskok, (licht)matroos, stuurman, kapitein. Nooit getrouwd.
II.4 Jantje Boompaal, geboren Uitwierde (Delfzijl) 11 augustus 1844, overleden Kalamazoo, Michigan, USA 27 oktober 1917. Trouwde Appingedam 14 juli 1871 Hendrik van Dijken, geboren Stedum 23 januari 1847, overleden Kalamazoo, Michigan, USA 24 juni 1933, timmerman. Zoon van Pieter Hendriks van Dijken en Grietje Wierts Smit.
Harmannus Lammerts Boompaal laat bij zijn overlijden vier minderjarige kinderen na.
Grietje Jans de Wilde hertrouwde Delfzijl 23 augustus 1856 Jakob Bos, geboren Bierum omstreeks 1822, overleden Uitwierde (Delfzijl) 24 mei 1909, boerenknecht. Zoon van Menne Klaassens Bos en Zwaantje Jakobs Kulema, dienstmeid, wasvrouw.
# # # # #
   
Ps 118:5 In mijn nood heb ik geroepen: ‘HEER!’ En de HEER antwoordde, hij gaf mij ruimte. [14]
 
III. Jan (Harmannus) Boompaal, geboren Uitwierde (Delfzijl) 14 juni 1839, met zoon Menne overleden op zee voor de kust van Duinkerke aan boord bark Jantje 29 januari 1890, scheepskok, (licht)matroos, stuurman, kapiteineigenaar kof Hoop, kapitein, arbeider, buitenvaarder, zeeman, kapitein bark Jantje. Trouwde Delfzijl 21 december 1864 Egberdiena Kuipers, geboren Farmsum (Delfzijl) 3 september 1836, overleden (in het kraambed?) Delfzijl 12 september 1877, begraven te Delfzijl. Dochter van Egbert Louwes Kuipers en Grietje Mennes Gnodde. Zie genealogie Kuipers, generatie I.
Uit dit huwelijk:
III.1 Grietje Boompaal, geboren Delfzijl 27 oktober 1865, overleden Farmsum (Delfzijl) 13 augustus 1938, bergraven te Delfzijl. Trouwde Delfzijl 2 mei 1890 Jan Rietema, geboren Uitwierde (Delfzijl) 24 juli 1863, overleden Farmsum (Delfzijl) 2 juni 1931, begraven te Delfzijl, timmerman, aannemer. Zoon van Johannes Rietema en Frouke Buighout.
III.2 Egbert Jan Boompaal, geboren Delft 16 oktober 1869, overleden Delfzijl 26 september 1939, begraven te Delfzijl, lichtmatroos, klerk, ambtenaar ter secretarie gemeente Delfzijl, winkelier (verkocht o.a. prentbriefkaarten van Delfzijl). Trouwde Delfzijl 13 maart 1896 Anna Tuinier, geboren Weiwerd (Delfzijl) 12 mei 1870, overleden Delfzijl 25 augustus 1952, begraven Delfzijl 29 augustus 1952. Dochter van Jan Tuinier en Grietje Römelingh.
III.3 Hillebrand Boompaal, geboren Delfzijl 28 september 1875, overleden Delfzijl 22 mei 1964, begraven te Delfzijl (Delfzijl 2), kajuitswachter, lichtmatroos, (2e) stuurman, februari 1895 diploma derde stuurman grote zeilvaart A met aantekening stoomvaart, vanaf zijn huwelijk achtereenvolgens zeeloods en sluismeester te Werkendam. Trouwde Delfzijl 27 april 1900 Henderika Maria Stijkel, geboren Appingedam 30 juli 1875, overleden Delfzijl 21 maart 1964, begraven te Delfzijl (Delfzijl 2). Dochter van Jurjen Stijkel en Hanna Hindrika Bruggema.
III.4 Menne Boompaal, geboren Delfzijl 7 september 1877, met vader overleden op zee voor de kust van Duinkerke aan boord bark Jantje 29 januari 1890, dekjongen.
 
Egbert Jan Boompaal en Anna Tuinier
Foto beschikbaar gesteld door hun kleindochter mevrouw G. Westerholt-Boompaal
 
Het walleven van de familie Boompaal speelde zich af in en rondom Delfzijl. Delfzijl ontstond in de dertiende eeuw als een sluis (zijl) in het riviertje de Delf en is gelegen aan de Dollard en staat via deze brede uitmonding van de Eems in verbinding met de Noordzee. Vooral in Delfzijl en Farmsum en in mindere mate in Uitwierde, Holwierde en Termunten speelde het maatschappelijk leven van de familie Boompaal zich af. Opmerkelijk is dan ook dat Egbert Jan Boompaal te Delft is geboren. De 26-jarige verloskundige Lambertus Nicolaas Smits gaf zijn geboorte aan. Vader Jan Boompaal, 30 jaar en van beroep arbeider, woonde te Delfzijl. Was Jan Boompaal werkelijk arbeider of sloeg de verloskundige een slag naar zijn beroep? Arbeider ligt niet voor de hand gezien zijn lange loopbaan als zeevarende. Maar het zou kunnen, want vier jaar lang (1869-1872) monsterde Jan Boompaal niet aan.
Egbert Jan Boompaal tartte het noodlot niet, zou je kunnen zeggen. Of miste hij de zeebenen van zijn vader en broers Hillebrand en Menne. Hij monsterde slechts één keer aan en wel op 24 december 1888 als lichtmatroos op bark Jantje, evenals zijn vader, kapitein, en Menne, dekjongen. Ruim een jaar later verging dit zeilschip voor de Franse kust nabij Duinkerke. Op 20-jarige leeftijd verloor Egbert in één klap vader en broer, dertien jaar nadat zijn moeder was overleden.
Nadat het schip van hun vader was vergaan heeft Grietje de zorg van haar jongste broertje Hillebrand op zich genomen en ervoor gezorgd dat hij z'n studie aan de zeevaartschool afmaakte.
Vijf dagen na de geboorte van zoon Menne overleed Egberdiena Kuipers. Is het een stoutmoedige bewering dat zij in het kraambed is gestorven?
 
Delfzijl omstreeks 1905. Gezicht op de vuurtoren. Uitgeverij E.J. Boompaal. Prentbriefkaart die Egbert Jan Boompaal en Anna Tuinier in hun winkel verkochten.
Collectie prentbriefkaarten RHC Groninger Archieven

Genealogie KOLLE / COLLIJ / COLLY (verkort)

I. Abel Alberts Kolle, geboren Hoogkerk, gedoopt (NH) Hoogkerk en Leegkerk 26 december 1793, overleden Groningen 22 januari 1867, schoenmaker. Zoon van Albert Abels en Aeltjen Everts. Trouwde Groningen 4 april 1819 Trientje Everhard Rosevelt, geboren 21 april 1799, gedoopt Aurich (Pruissen) 24 april 1799, overleden Groningen (Diaconie Gasthuis) 14 november 1877, werkvrouw. Dochter van Roelf Rosevelt en Anna Remkes.
Uit dit huwelijk:
I.1 Albert Kollee, geboren Groningen 19 december 1819, overleden Groningen 6 juni 1822.
I.2 Jan Remkes Collij, volgt II.
I.3 Aaltje Kollee, geboren Groningen 2 augustus 1824, overleden Groningen 11 juli 1826.
I.4 Anna Kolle, geboren Groningen 24 oktober 1827, overleden Groningen 2 oktober 1829.
I.5 Albertus Kolle, geboren Groningen 3 september 1830, overleden na 1900, ijzergietersknecht, zandvormer, smidsknecht, winkelier, koopman. Trouwde Groningen 31 mei 1857 Elisabeth Hemmes, geboren Groningen 6 november 1832, overleden Martenshoek (Hoogezand) 1 juli 1900, dienstmeid. Dochter van Hermannus Fredericus Hemmes en Regina Caspari.
I.6 Roelof Kolle, geboren Groningen 13 mei 1833, overleden Groningen 2 januari 1907, schoenmaker. Trouwde Groningen 25 april 1858 Renske Bolhuis, geboren Groningen 23 juli 1831, overleden Groningen 10 maart 1908. Dochter van Pieter Bolhuis en Geesjen Ellens.
I.7 Aaltje Kolle, geboren Groningen 16 september 1835, overleden Hoogezand 11 april 1915. Trouwde Groningen 7 juni 1863 Gerrit Jan Speek, geboren Zwolle 1 juli 1839, overleden Kalkwijk (Hoogezand) 31 augustus 1905, ijzergietersknecht, smid. Zoon van Derk Speek en Hendrika Kok.
I.8 Everhardus Kolle, geboren Groningen 9 september 1838, overleden Groningen 17 maart 1917, schoenmaker. Trouwde (1) Groningen 22 mei 1864 Grietje Pietersen, geboren Hoogezand 4 juni 1836, overleden Groningen 29 augustus 1908, dienstmeid. Dochter van Theodorus Pietersen en Grietje Goosen. Trouwde (2) Groningen 4 februari 1909 Jantje Stoker, geboren Smilde 7 november 1845, overleden Groningen 26 april 1927, weduwe van Johan Henrich Portman. Dochter van Sijbrand Stoker en Wijbkje Doek.
I.9 Anna Kolle, geboren Groningen 16 april 1841, overleden Groningen 25 november 1931, dienstmeid, kruidenierster. Trouwde (1) Groningen 22 mei 1870 Jacob Jans, geboren Groningen 13 januari 1833, overleden Groningen (Academisch Ziekenhuis) 17 maart 1880, timmermansleerling, timmerman(sknecht). Zoon van Jan Jans en Elisabeth Reinders. Trouwde (2) Groningen 18 april 1886 Roelof Groen, geboren Leeuwarden 10 juni 1840, overleden Groningen 24 september 1903, koopmansbediende, weduwnaar van Hinderkien Coller, arbeider, voerman(sknecht). Zoon van Gerrijt Groen en Jacoba Emmel.
Roelof Groen en Hinderkien Coller betovergrootouders van de auteur. Anna Kolle tante van scheepskok Abel Collij (Generatie III).
# # # # #
II. Jan Remkes Collij, geboren Groningen 4 december 1821, overleden Groningen 21 juli 1866, schoenmaker. Trouwde Groningen 30 mei 1847 Maria Zweers, geboren Groningen 14 september 1821, overleden Groningen 27 september 1901, dienstmeid. Dochter van Jan Jans, arbeider, en Johanna Versteeg.
Uit dit huwelijk:
II.1 Abel Collij, volgt III.
II.2 Jan Collij, geboren Groningen 28 juli 1850, overleden Groningen 13 april 1927, schoenmaker. Trouwde Groningen 26 november 1876 Gesina Friederika Fattiger, geboren Groningen 2 mei 1853, overleden Groningen 9 december 1895, dienstmeid. Dochter van Friedrich Wilhelm Eduard Fattiger en Wobbegien Boelens Rubens.
II.3 Albertus Roelof Collij, geboren Groningen 15 augustus 1853, overleden Groningen 1 maart 1907, kleermaker. Trouwde (1) Groningen 26 mei 1878 Klaassien Molenberg, geboren Groningen 3 april 1850, overleden Groningen 1 juli 1888, dienstmeid. Dochter van Jan Roelfs Molenberg en Trientien Harms van der Tuin. Trouwde (2) Groningen 19 mei 1889 Catharina Hinderika Fokken, geboren Groningen 25 februari 1859, overleden Groningen 21 december 1928. Dochter van Leonardus Johannes Fokken en Kornelia Verburg.
II.4 Roelof Everhardus Collij, geboren Groningen 29 mei 1857, overleden Hengelo (provincie Overijssel) 16 december 1941, bierbrouwersknecht, verver, glassnijder, magazijnknecht, schilder. Trouwde Groningen 7 augustus 1881 Helena Mechelina Jansen, geboren Groningen 27 december 1859, overleden Doorn 13 november 1944, dienstmeid. Dochter van Matthijs Jansen en Janna Roodenburger.
II.5 Johanna Catharina Everarda Collij, geboren Groningen 24 november 1860, overleden Groningen 11 december 1860.
II.6 Trientje Everharda Collij, geboren Groningen 15 november 1862, overleden Groningen 22 juni 1913, werkvrouw. Trouwde Groningen 20 april 1884 Hendrik Scholten, geboren Groningen 21 mei 1864, overleden Duitsland(?) vóór 1913, verver, schilder. Zoon van Jan Scholten en Martje Kloppenborg.
De familienaam Collij maakt Jan Remkes Collij tot een buitenbeentje. Onder die naam werd hij bij zijn geboorte ingeschreven, terwijl vader Abel Alberts Kolle de geboorteakte ondertekende met "Abel Collee". Drie broers en drie zussen - waaronder mijn stiefbetovergrootmoeder Anna - kregen Kolle als familienaam mee. Om de verwarring nog groter te maken noteerde de ambtenaar van de burgerlijke stand Kollee voor het oudste kind Albert en het derde kind Aaltje. Vader Abel Alberts Kolle ondertekende de geboorteakten (op één uitzondering na dus) steevast met "A A Kollee". De variant Kollé - ook met die naam werden akten ondertekend - in plaats van Kolle of Kollee is begrijpelijk, maar Collij is uit de lucht komen vallen. Remkes is wèl te verklaren, want dat is het patroniem van grootmoeder Anna. Dat c en k ook gemakkelijk met elkaar verwisseld kunnen worden blijkt uit de handtekening van Jan Remkes Collij. Op één uitzondering na (Colij, met één l) ondertekende hij de geboorteakten van zijn kinderen met "J R kollij".
# # # # #
III. Abel Collij, geboren Groningen 27 juni 1848, overleden op zee voor de kust van Duinkerke aan boord bark Jantje 29 januari 1890 [5], schipper, matroos, scheepskok, zeeman. Trouwde Groningen 9 november 1884 Wibke van der Wal, geboren Burum (Kollumerland en Nieuwkruisland) 10 december 1859, overleden Groningen 2 juli 1943. Dochter van Nittert Pieters van der Wal, arbeider, en Aukje Jans Bos.
Bij huwelijk erkend:
III.1 Wilhelmina Colly, geboren Groningen (Academisch Ziekenhuis) 12 februari 1884, overleden Groningen 2 oktober 1967. Trouwde Groningen 14 november 1907 Albertus Willebrordus Boer, geboren Groningen 1 juni 1881, overleden Groningen 18 september 1972, letterzetter, venter, winkelier (zelfstandig ondernemer), inkoper coöperatieve inkoopvereniging. Zoon van Johannes Albertus Boer en Gesina Kleine.
Uit dit huwelijk:
III.2 Jan Remko Colly, geboren Groningen 30 januari 1886, kleermaker, overleden Groningen 10 september 1955, gecremeerd Driehuis Westerveld 14 september 1955. Trouwde 19 oktober 1913 Jacoba Hesse, geboren Groningen 29 april 1890, overleden Groningen 30 juli 1970. Dochter van Johannes Frederik Hesse en Elisabeth Jacoba Meijer.
III.3 Nittert Jan Collij, geboren Groningen 14 september 1887, overleden Utrecht 7 december 1950, timmerman, aannemer bouwwerken. Trouwde Groningen 25 juli 1909 Maria Johanna Kluin, geboren Groningen 2 januari 1890, overleden Naarden 13 mei 1966, psychometriste. Dochter van Hendrik Kluin en Johanna Maria Benning.
Scheiding van tafel en bed in 1937. Maria Johanna Kluin vertrok naar haar geboorteplaats Groningen, Nittert Jan Collij bleef achter in hun gezamenlijke woning te Huizen.
III.4 Abel Collij, geboren Groningen 12 juni 1889, overleden Amsterdam 17 juli 1974, kleermaker (in loondienst). Trouwde (1) Groningen 25 mei 1911, scheidde Amsterdam (Arrondissementsrechtbank) 26 oktober 1923, Antje Schuttinga, geboren Noordhorn (Zuidhorn) 24 november 1888, overleden Amsterdam 10 mei 1958. Dochter van Klaas Schuttinga en Pieterke Venema. Trouwde (2) Amsterdam 23 april 1924, scheidde Amsterdam (Arrondissementsrechtbank) 12 augustus 1929, Elisabeth Helena Gusteijn, geboren Amsterdam 25 november 1897, naaister, dienstbode, werkster, kleermaakster (in loondienst). Dochter van Jan Gusteijn en Anna Charlotta ter Woort.
Wibke van der Wal hertrouwde Groningen 28 april 1895 Jacobus Johannes Hartman, geboren Groningen 23 juni 1858, overleden Groningen 23 maart 1922, schipper, zeeman. Zoon van Jacobus Johannes Hartman en Ida Leisenaar.
Op 23 oktober 1945, zes jaar na de invoering van de persoonskaart, is na vergelijking met de geboorteakten de achternaam van Wilhelmina Collij en Jan Remko Collij veranderd in Colly.
Het korte lontje van Nittert Jan Collij
Terroristische handelingen? De voorbeelden liggen voor het oprapen: 9/11 in New-York, treinen in Madrid, metro in Londen, auto- en bermbommen in Irak en Pakistan ........... Klaarblijkelijk had een dergelijke omschrijving in de jaren twintig van de vorige eeuw een andere betekenis, want Nittert Jan Collij werd wegens "terroristische handelingen" in een spoedvergadering van de Amsterdamse afdeling uit de Communistische Partij gezet. De aanleiding voor het royement was zijn gedrag tijdens een op 13 maart 1923 rumoerig verlopen ledenvergadering. Hij weigerde zich kandidaat te stellen voor de gemeenteraad indien Alexander Lisser vóór hem op de lijst zou komen te staan en zette de discussie op scherp met schelden en zelfs een handgemeen. Druppel die de emmer deed overlopen was zijn beschuldiging aan Brommert - lid van het partijbestuur - tienduizend gulden verduisterd te hebben. Geld dat bestemd was voor de hongerden in Sovjet-Rusland. [10] Het 'Comité voor de Derde Internationale' in Moskou droeg het Nederlandse partijbestuur echter op het royement te herroepen. [11] Of het royement werd opgeheven en Nittert Jan terugkeerde in de Amsterdamse gemeenteraad vertelt dagblad Het Vaderland niet.
Dit was niet het enige incident. Eerder al stond Nittert Jan Collij eind 1919 voor de rechter wegens wederspannigheid. Bij het verlaten van een protestvergadering deelde hij aan een proletariër uitgerust met helm en sabel - een politieagent dus - een kopstoot uit. De rechter ontsloeg hem van alle rechtsvervolging wegens een vormfout. In de dagvaarding was namelijk niet aangegeven langs welke weg de beklaagde zich had moeten verwijderen toen de agent hem dat beval. [15] Anderhalf jaar later kreeg hij mot met de burgemeester. Meerdere keren noemde Collij het gedrag van Kleerekoper - raadslid voor de S.D.A.P. - schofterig. De burgemeester riep het communistische raadslid drie keer tot de orde en zag zich uiteindelijk genoodzaakt de raadsvergadering voor een kwartier te schorsen. [16]

Twee maanden later opnieuw tumult in de gemeenteraad bij de behandeling van de reorganisatie van het lager onderwijs. Schreeuwend en met de vuisten beukend op tafel probeerden David Wijnkoop, Alexander Lisser en Nittert Jan Collij de raadsvergadering te beïnvloeden. [17] Het voorstel van B&W werd met zeventien tegen vijftien aangenomen. Zonder de stemmen van de communisten, zij weigerden hun stem uit te brengen en schreeuwden om het hardst dat de stemming ongeldig is. Veel raadsleden zijn dat met hen van mening. Immers, zo stelden zij, de gemeentwet schrijft voor dat alle aanwezige leden aan de stemming moeten deelnemen. De gemoederen waren dusdanig verhit dat de overige agendapunten werden verschoven naar de volgende dag.

Een veeg uit de pan van Wagenaar Jr. in zijn rubriek De Amsterdamsche Week [18]
"[...] De andere luitenant [Lisser] van Wijnkoop is Colly, de kopstooter, bouwvakarbeider [timmerman] of bouwvakbaasje, vermaard omdat hij indertijd in het openbaar verzet heeft gepleegd tegen de politie en op echt-Jordaansche manier den politie-agent, die hem wilde arresteeren of bekeuren, ramde, door, zoals de bokken doen, met zijn hoofd als stormram vooruit, tegen de maag van den gezagdienaar aan te loopen. Hij is een vurig verdediger van de bouwvakarbeiders, als deze misbruik maken van den Hochkonjunktur [hoogconjunctuur = voorspoed in het bedrijfsleven] in hun bedrijf en O.W. maken. Zijne redevoeringen zijn onnavolgbaar hulpeloos en gebrekkig. Volgens [Jos] Loopuit [raadslid voor de S.D.A.P.] is hij analphabeet - iets wat mij niets verwonderen zou, gehoord zijn gestamel, gebrabbel en gewouwel. Toch is dit een der menschen die de wereld uit hare voegen willen lichten! De volgende maal hoop ik mijne portrettengalerij voort te zetten."
Raadslid voor de Communistische Partij Holland. In 1921 werd Nittert Jan Collij herkozen in de gemeenteraad van Amsterdam. In totaal werden 275.684 stemmen uitgebracht. De S.D.A.P. - voorloper van de Partij van de Arbeid - was met 14 van de 45 zetels het sterkst in de raad vertegenwoordigd. De Communistische Partij viel terug van 6 naar 3 zetels (18330 stemmen). Evenals Nittert Jan Collij werden David Wijnkoop en Alexander Lisser herkozen. De "Roomsch-katholieken" behaalden 8 zetels, evenveel als de protestants-christelijke "Christelijk-Historischen" (4) en "Anti-revolutionairen" (4) samen. [19]

Genealogie KUIPERS (verkort)

I. Egbert Louwes Kuipers, gedoopt (NH) Hornhuizen 3 november 1799, overleden (verdronken) Delfzijl 6 mei 1836, stuurman. Zoon van Louwe Stoffers en Knelske Derks. Trouwde Harlingen 27 mei 1830 Grietje Mennes Gnodde, gedoopt (NH) Sappemeer 17 oktober 1802, overleden Delfzijl 21 januari 1884, winkelierster, koopvrouw. Dochter van Menne Klijs en Jantje Harms.
Uit dit huwelijk:
I.1 Kernelske Kuipers, geboren Harlingen 29 april 1831, overleden Harlingen 13 oktober 1834.
I.2 Minne Egberts Kuipers, volgt II.
I.3 Korneliske Kuipers, geboren Harlingen 2 mei 1835, overleden Delfzijl 7 juli 1861.
I.4 Egberdiena Kuipers, geboren Farmsum (Delfzijl) 3 september 1836, overleden (in het kraambed?) Delfzijl 12 september 1877, begraven te Delfzijl. Trouwde Delfzijl 21 december 1864 Jan (Harmannus) Boompaal, geboren Uitwierde (Delfzijl) 13 juni 1839, overleden op zee voor de kust van Duinkerke aan boord Jantje 29 januari 1890. Zie genealogie Boompaal, generatie III.
Grietje Mennes Gnodde hertrouwde Delfzijl 4 maart 1840 Hendrik Pieters Pot, geboren Appingedam 7 maart 1809, gedoopt (NH) Appingedam 19 maart 1809, overleden Delfzijl 19 november 1876, stuurman, schipper, kapitein, koopman. Zoon van Pieter Uuldriks, dagloner, en Nieske Jans, dagloonster.
# # # # #
II. Minne Egberts Kuipers, geboren Harlingen 29 december 1832, overleden Delfzijl 8 september 1901, begraven te Delfzijl, scheepskok, (licht)matroos, stuurman, kapitein, kapiteineigenaar, scheepsreder, kassier (bij overlijden), in 1876 medeoprichter en penningmeester Delfzijlster (Koninklijke) Zeil- en Roeivereniging Neptunus. [20] Trouwde (1) Delfzijl 18 december 1857 Elisabeth Gosselaar, geboren Delfzijl 19 februari 1835, overleden Delfzijl 6 november 1885. Dochter van Everhardus Bontkes Gosselaar, koren- en pelmolenaar, en Janna Willems Groeneboom.
Uit dit huwelijk:
II.1 Willem Johannes Kuipers, geboren Delfzijl 21 april 1859, overleden op zee aan boord kof Grietje Huisman op de rede van Kopenhagen 16 juni 1862. [18]
II.2 Grietje Kuipers, geboren Delfzijl 2 augustus 1860, overleden Delfzijl 13 augustus 1861.
II.3 Grietje Kornelia Kuipers, geboren Delfzijl 3 juni 1864, overleden Delfzijl 22 september 1868.
II.4 NN Kuipers, levenloos geboren dochter Delfzijl 8 juni 1865.
II.5 NN Kuipers, levenloos geboren dochter Delfzijl 27 december 1866.
Trouwde (2) Delfzijl 1 december 1886 Jantje Gnodde, geboren Lemmer (Lemsterland) 5 september 1860, overleden Groningen 23 november 1913, begraven te Delfzijl. Dochter van Douwe Harmens Gnodde, kofschipper, en Anna Elisabeth Adema
Uit dit huwelijk:
II.6 Egbert Kuipers, geboren Delfzijl 6 februari 1887, overleden Den Haag 30 november 1955, kantoorbediende, correspondent, makelaar. Trouwde Aduard 29 agustus 1911, scheidde (datum en plaats onbekend) Maaike Jantina Wristers, geboren Garnwerd (Ezinge) 30 november 1891. Dochter van Menzo Wristers en Henderika Wieringa.
II.7 Elisabeth Kuipers, geboren Delfzijl 23 februari 1888, overleden Berlijn (Berlin-Schlachtensee) 6 oktober 1971, telefoniste. Trouwde Groningen 14 augustus 1919 Luitzen Jelle Wiersma, geboren Groningen 26 maart 1896, arts. Zoon van Jelle Wiersma en Trientje Visser. Het pasgetouwde stel vertrok 1 september 1919 uit Groningen en vestigde zich te Kreutz a/d Ostlohn (Brandenburg, Duitsland), zij kregen in 1936 het Duitse staatsburgerschap.
II.8 Anna Elisabeth Kuipers, geboren Delfzijl 11 juni 1889.
II.9 Grietje Kuipers, geboren Delfzijl 18 augustus 1890, overleden Groningen 23 maart 1907.
II.10 Minne Kuipers, geboren Delfzijl 10 maart 1892, overleden Groningen 22 augustus 1875, smid (in loondienst), reiziger, handelaar in elektrische lastoestellen. Trouwde Groningen 16 mei 1918 Anna Catharina van der Vaart, geboren Groningen 22 januari 1894, overleden Groningen 30 juni 1985. Dochter van Foppe van der Vaart en Jantje Bulthuis.
II.11 Jantje Kuipers, geboren Delfzijl 15 november 1896, overleden Midlaren (Zuidlaren) 7 september 1930, telefoniste. Nooit getrouwd.
Het overlijden van Willem Johannes Kuipers op driejarige leeftijd is door kapitein, en vader, Minne Kuipers op 16 juni 1862 's middags om twee uur in het scheepsjournaal opgetekend. [21] Het zeilschip was onderweg van Zoutkamp naar Windau (Ventspils, havenstad in Letland, aan de monding van de Venta in de Oostzee). Op 25 september gaf Minne het overlijden aan bij de burgerlijke stand van de gemeente Ulrum. Zoutkamp, de haven van vertrek, zal ook de haven van aankomst zijn geweest, want Zoutkamp - tot 1883 Zoltkamp - maakte tot en met 1991 deel uit van de gemeente Ulrum. Elisabeth Gosselaar 'zat in hetzelfde schuitje'. Hoe is het anders te verklaren dat zoon Willem Johannes, op dat moment enigst kind, aan boord was van het 76 ton metende kofschip Grietje Huisman.
Kreeg Willem Johannes een zeemansgraf? Of werd zijn lichaam naar de vaste wal geroeid en in Denemarken begraven?
Eén jaar na het overlijden van Elisabeth Gosselaar trouwde Minne Kuipers - 53 jaar en scheepsreder - zijn 27 jaar jongere nicht Jantje Gnodde. Hoe de familierelatie is tussen haar vader Douwe Harms Gnodde en haar schoonmoeder Grietje Mennes Gnodde heb ik niet kunnen achterhalen.
Kort na het overlijden van Minne - 68 jaar oud en van beroep kassier - vertrok Jantje Gnodde uit Delfzijl en vestigde zich met hun kinderen te Groningen. Na twee jaar keerde het gezin in 1904 in Delfzijl terug om twee jaar later opnieuw in de provinciehoofdstad te gaan wonen. In 1913 overleed Jantje op 53-jarige leeftijd. De kinderen waaierden uit, maar kozen Delfzijl niet meer als woonplaats. Tot aan zijn overlijden in 1975 bleef zoon Minne 'stadjer'.

 

Bij monstering in dienst genomen [22]
 
Abel Collij (Groningen 27 juni 1838 - Duinkerke 1890)
Jaar Functie Maandgage Schip Gezagvoerder
1882 matroos 32 brik Albertus Blink Hindrik Freese
1882 matroos 36 schoener Trio Hayo Post
1887 kok 30 bark George Jacob Nieuwenhuis
1889 kok 34 bark Catharina Helena Hemmo Leeuw
1889 kok 29 bark Jantje [vergaan] Jan H. Boompaal
1890 kok ? bark Jantje Jan H. Boompaal

 

Jan (Harmannus) Boompaal (Uitwierde 1839 - Duinkerke 1890)
Jaar Functie Maandgage Schip Gezagvoerder
1856 kok 16 kof Hinderika Cornelis van Wattum
1857 kok 11 kof Jantina Henderika Cornelis IJ. van Wattum
1858 matroos 19 kof Trijntje Doornbos Koert J. Middel
1858 lichtmatroos 17 galjoot Jantje Goozens Martinus P. Leisler
1858 matroos ? kof Trijntje Doornbos Koert Middel
1860 matroos 24 galjoot Jantina Harm D. Douwes
1861 - 1862 matroos 22 » 23 galjoot Ida Albert H. Wolkammer
1863 matroos 25 kof Celeritas Hind. van der Leest
1863 stuurman 28 kof Maria Edina Lammert E. Stamhuis
1864 - 1865 stuurman 30 kof Grietje Huisman Minne E. Kuipers [zwager]
1866 - 1868 kapitein-eigenaar ? kof Hoop (gestrand)  
1873 stuurman 40 schoenerkof Helena Geziena Harmannus J. Schreuder
1874 stuurman 45 kof Elisabeth Theodoricus Visser
1875 - 1881 kapitein ? brik Johanna Margrietha  
1882 kapitein ? schoener Elisabeth  
1883 - 1886 kapitein ? schoener Ceres  
1886 - 1889 kapitein ? bark Jantje [vergaan]  
1890 kapitein ? bark Jantje  
1892 kapitein ? bark Jantje  

 

Hillebrand Boompaal (Holwierde 1840 - Antwerpen 1875)
Jaar Functie Maandgage Schip Gezagvoerder
1855 kajuitwachter 2,5 kof Johanna Albert Jans Donga
1856 kok 14 kof Wubbegina Ilbina G.F. Boerma
1857 kok 10 kof Hillechiena G.F. Bloema
1860 lichtmatroos 16 kof Concordia F.D. Nanning
1863 stuurman 28 kof Grietje Huisman Minne E. Kuipers
1863 kok ? brik George & James Edward Twizell Hawn
1866 matroos 30 kof Hillechiena Hindrik Brakke
1867 stuurman 34 kof Hillechiena Hindrik Brakke
1870 - 1872 stuurman 40 » 42 schoener Charlotte Pieter Dijkstra
1873 stuurman 45 schoener Charlotte Derk Geerts Kuiper
1874 kapitein ? schoener Phenix  

 

Hillebrand Boompaal (Delfzijl 1875 - Delfzijl 1964)
Jaar Functie Maandgage Schip Gezagvoerder
1887 kajuitwachter 2 bark Jantje Jan Boompaal [vader]
1888 lichtmatroos 5 bark Jantje Jan H. Boompaal [vader]
1890 - 1891 lichtmatroos 12 » 16 schoener Ceres Theodoricus Visser
1892 lichtmatroos 20 brik Bengalen Andries Smit
1893 lichtmatroos 20 bark Jantje Jan Willem Kaijzer
1894 ? ? schoener Ceres Theodoricus Visser
1865 2e stuurman 34 schoener Elisabeth Jan Homan
1896 2e stuurman 32 schoener Jantje Jan Homan
1896 2e stuurman 32 schoener Jantje Hendrik Wolthekker
1897 2e stuurman 33 bark Minerva Bart Ohlsen
1898 - 1900 stuurman 40 schoener Albertina Emelia Hendrik de Witt
Werd na zijn laatste zeereis achtereenvolgens zeeloods en sluiswachter.

 

Minne Egberts Kuipers, zeevarende 1849 - 1867 (Harlingen 1832 - Delfzijl 1901)
Jaar Functie Maandgage Schip Gezagvoerder
1849 kok 10 hektjalk Margretha Alida Pieter Freriks Leuning
1849 matroos 9 kof Hillechina Harm Hindriks Brakke
1850 kok 12 kof Catharina Josephina Roelf Pieters Dik
1851 lichtmatroos 17 kof Drie Zusters Derk Derks de Jonge
1854 matroos 30 schoenergaljoot Jacobus Adriaan Jans Borst
1855 stuurman 28 kof Grietje Huisman Jan Jans Mooi
1857 - 1865 kapitein ? kof Grietje Huisman  
1866 - 1867 kapitein-eigenaar ? kof Elisabeth  

 

Rederij Kuipers, Delfzijl [23]
 
Minne Egberts Kuipers, scheepsreder 1866 - 1897 (Harlingen 1832 - Delfzijl 1901)
Jaar Type en naam schip, grootte, bouwjaar, bouwplaats, bijzonderheden.
1866 - 1880 Kof Elisabeth, (ex Dirkje), 122 ton oude meting, 1832, Hoogezand, in de Noordzee gezonken.
1873 - 1882 Brik Johanna Margrietha, (ex Anne Christine, Twee Vrienden, Minister Thorbecke, St. Michel), 157 ton oude meting, 1850, Vanne, gestrand bij Arendsburg.
1875 - 1882 Tweemastschoener Elisabeth, (ex Anna Maria Henriëtte), 190 ton oude meting, 1854, Amsterdam, verongelukt.
1875 - 1879
1879 - 1887
Galjoot Anna, (ex Catharina, ex Gerberdina), 127 ton oude meting, 1860, Pekela, kreeg in 1879 naam Jantje.
Galjoot Jantje, (ex Anna, ex Catharina, ex Gerberdina), 127 ton oude meting, 1860, Pekela, afgekeurd in Havensfjord [Hafsfjord? (Stavanger, Noorwegen)].
1884 - 1887 Driemastschoener Ceres, 260 ton oude meting, 1855, Sunderland.
1888 - 1890 Bark Jantje, (ex Clara), 402 ton oude meting, 1861, Geestemünde, 29 januari 1890 vergaan voor de Franse kust nabij Duinkerke.
1890 - 1895 Schoenerbrik Elisabeth, (ex Watergeus, ex Willey), 253 ton oude meting, 1868, Prince Edward Island, op Uggerby Sand gestrand, wrak.
1893 - 1897 Bark Jantje, (ex Patrocinio), 428 ton oude meting, 1864, Recco [regio Ligurië, Italië], 1897 gezonken in N-Atlantic.
Oorspronkelijke gegevens over lasten zijn door Bouma omgezet in tonnages. Vóór 1875 zijn dat "tonnen oude meting". In 1875 werd het Moorsom-stelsel, een nieuw systeem van scheepsmeting, van kracht en spreekt men van "nieuwe meting".

Verantwoording. Af en toe vind je tijdens genealogisch onderzoek 'pareltjes', zoals de overlijdensakte van Abel Collij, kok aan boord Jantje. Het schip strandde op 29 januari 1890 voor de Franse kust nabij Duinkerke. Hij en vijf andere bemanningsleden, waaronder kapitein Jan Boompaal, verdronken. De vijf overlevenden legden een verklaring af voor de Nederlandse consul te Duinkerke. Maar wie waren de overige vier bemanningsleden, die deze scheepsramp niet overleefden? Hun namen waren gemakshalve door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen weggelaten. Begrijpelijk achteraf, want zij woonden elders. Wie was kapitein Jan Boompaal, was hij getrouwd, had hij kinderen? Over wat voor schip voerde hij het gezag, wie was de eigenaar? Met de gedachte 'wie niet waagt, die niet wint' plaatste ik met steun van Marten Fokkens een oproep op de website van het Veenkoloniaal Museum Veendam. De eerste reactie ontving ik na een half jaar van S. Parma die mij een overzicht stuurde van koopvaardijkapiteins met de naam Boompaal, de schepen waarop en de reders voor wie zij vaarden. Was J.H. Boompaal de gezochte Jan Boompaal? De naam van de reder wist ik nu in ieder geval: M.E. Kuipers uit Delfzijl. Nog niet wetende dat Jan Harmannus Boompaal en Minne Egberts Kuipers elkaars zwager waren. Met de eerste reacties van de familie Boompaal kwam de doorbraak na een jaar. Vooral mevrouw G. Westerholt-Boompaal was een rijke informatiebron. Dankzij een goude tip van Antonia Veldhuis in Gens Nostra (april / mei 2008, Digit@@l Groningen) kon ik rijkelijk putten uit de monsterrollen op de website van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Dagblad Het Vaderland doorzocht ik op Collij en Colly via de virtuele studiezaal van het Haags Gemeentearchief. In de Groninger Archieven plukte ik de scheepvaartberichten over de Jantje uit de Groninger Courant en de Provinciale Groninger Courant. Een afbeelding van een bark kreeg ik van CREMPENE, de Historische Vereniging van Krimpen aan de Lek. Vrijwilliger van deze vereniging Hans van der Velde nam de moeite informatie over bark Krimpen aan de Lek op een rijtje te zetten.


Noten en geraadpleegde bronnen

[1] RHC Groninger Archieven, Scheepvaartberichten ("Zeetijdingen") uit de Provinciale Groninger Courant, vrijdag 31 januari 1890.
[2] RHC Groninger Archieven, Scheepvaartberichten ("Zeetijdingen") uit de Provinciale Groninger Courant, donderdag 6 februari 1890. "BREMEN 4 Febr. Volgens de lijsten der germanische Lloyds zijn van 23 tot 29 Jan. een zeer groot aantal zeerampen voorgevallen. Totaal verloren zijn 3 stoom- en 29 zeilschepen. Averij bekwamen 121 stoom- en 103 zeilschepen, en zijn er 35 zeil- en 8 stoomschepen gestrand."
[3] Kopieën van de drie brieven zijn beschikbaar gesteld door mevrouw G. Westerholt-Boompaal.
[4] Juffers volgens Van Dale: lange dennenstam, gewoonlijk enigszins beslagen, vooral als steigerpaal of zolderrib; opzetstuk op een heipaal. Ook gebruikt als stutmateriaal in mijnen. De 120 tot 150 centimeter lange juffers die Jan Harmannus Boompaal vervoerde waren vermoedelijk bestemd voor de kolenmijnen en leisteengroeven in Zuid-Wales. Laadde hij in Cardiff voor Argentinië bestemde steenkool of leisteen?
 
Eindbestemming Buenos-Aires is niet zo vreemd als het lijkt. Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de Argentijnse economie explosief. Kapitaal- en consumptiegoederen werden ingevoerd, en graan, vlees, wol, lijnzaad en leer uitgevoerd. De sterk groeiende werkgelegendheid tussen 1880 en 1890 spoorde de Argentijnse regering aan immigratie te bevorderen. Een van de prikkels was het sinds 12 november 1887 verstrekken van gratis passagebiljetten, de zogenaamde pasajes subsidiarios.
Door armoede gedwongen - als gevolg van de West-Europese landbouwcrisis - en gestimuleerd door de gratis overtocht waagden ook Nederlandse landarbeiders de overtocht. In 1887, 1888 en 1889 maakten op een totaal van 4142 Nederlandse landverhuizers 3742 gebruik van een gratis ticket. Eind 1888 begon de N.A.S.M. (Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij) een maandelijkse lijndienst. De ijzeren stoomschepen Zaandam en Schiedam hadden het grootste aandeel in de vaarten op Buenos-Aires. De zeereis vanuit Rotterdam of Amsterdam duurde twee weken, heel wat sneller dan de Jantje erover gedaan zou hebben. Met de economische crisis in 1890 liep de werkgelegenheid aanzienlijk terug. Op 31 mei 1890 schafte de Argentijnse regering de pasajes subsidiarios af. Januari 1891 stopte de N.A.S.M. de vaart op Argentinië. (Bron: Zeelandboek.nl, geraadpleegd februari 2002)
[5]
RHC Groninger Archieven, BS Groningen, overlijdensakte Abel Collij, aktenummer 290, aktedatum 29 februari 1890.
Gemeentearchief Delfzijl, BS Delfzijl, overlijdensakte Jan en Menne Boompaal, aktenummer 29, aktedatum 18 februari 1890.
[6] Gravelines (Grevelingen), havenstad gelegen tussen Dunkerque (Duinkerke) en Calais. Gravelines en Dunkerque behoren tot Frans Vlaanderen (La Flandre), een streek in het noordwesten van Frankrijk en van oorsprong Nederlandstalig.
[7] RHC Groninger Archieven, Scheepvaartberichten uit de Groninger Courant, vrijdag 7 februari 1890.
[8] Om ongewenste aangroei (fouling) van dierlijke en plantaardige organismen te voorkomen werd het onderwatergedeelte van houten schepen beslaan met koperen platen.
[9] RHC Groninger Archieven, Scheepvaartberichten uit de Groninger Courant, zaterdag 15 februari 1890.
[10] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, woensdag 14 maart 1923.
[11] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, dinsdag 24 juli 1923.
[12] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, zaterdag 28 september 1935 (Nittert Jan) en donderdag 21 mei 1936 (Abel).
[13] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, zaterdag 23 mei 1936.
[14] Welkom op Graftombe. Het grafstenen project.
[15] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, zondag 21 december 1919.
[16] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, donderdag 28 juli 1921.
[17] Digitaal Archief Leeuwarder Courant. Leeuwarder Courant, donderdag 5 oktober 1922.
[18] Digitaal Archief Leeuwarder Courant. Leeuwarder Courant, zaterdag 12 augustus 1922.
[19] Gemeentearchief Den Haag, virtuele studiezaal, Het Vaderland, donderdag 28 april 1921.
[20] Hans Beukema, Te loevert en te lij, 120 jaar Koninklijke Zeil- en Roeivereniging Neptunus, Stichting Spiegel der Zeilvaart 1996. Op 9 juni 1876 namen zestien personen het initiatief tot het oprichten van Neptunus. Tot leden van de "directie" werden op 15 augustus gekozen: A.J. Borst (voorzitter), H.F. Eelsingh (vice-voorzitter), C.R. Vos (secretaris), J. van Delden (vice-secretaris) en M.E. Kuipers (penningmeester).
[21] RHC Groninger Archieven, BS gemeente Delfzijl, overlijdensakte Willem Johannes Kuipers, aktenummer A 106, aktedatum 9 oktober 1862.
[22] Noordelijk Scheepvaartmuseum, Brugstraat 24, Groningen. De database van monsterrollen bevat de bemanningsgegevens uit het archief van het gewest Fivelingo in de Franse tijd, de gemeentearchieven van Aa en Hunze, Delfzijl, De Marne, Hoogezand-Sappemeer en Wildervank, het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek en het Noordelijk Scheepvaartmuseum over de periode 1803 – 1937.

Maandgages in guldens. De gages van de kapiteins ontbreken op de monsterrollen. Lichtmatroos = aankomend matroos; Kajuitwachter (huidige spelling kajuitswachter) = oppasser van de kapitein; synoniem kajuitsjongen.

Jan Harmannus Boompaal was niet het enige familielid dat voor zwager Minne Egberts Kuipers vaarde. Dat was ook het geval voor Bontko en Remmelt Gosselaar, broers van zijn eerste vrouw Elisabeth Gosselaar. Schoonzus Jantje Gosselaar was getrouwd met Theodorikus Visser, die stuurman was op kof Elisabeth en kapitein op schoener Ceres.

[23] G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse koopvaardijschepen alsmede hun gezagvoerders en thuishavens 1820-1900, Stichting Nederlandse KaapHoornvaarders, Hoorn 1998. In 2004 herzien door S. Parma.

Vergeefs gezocht naar de (plaats)namen Vanne, Arendsburg en Uggerby Sand.

   
   

Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.

Nieuwe pagina: 6 oktober 2008. Voor het laatst bijgewerkt 25 juli 2015.

Copyright © Henk Werk Met uitzondering van genealogische data is gehele of gedeeltelijke overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.