Reisgids voor de waterwegen van Polen
Oospronkelijke titel:
REISEFÜHRER AUF
DEN WASSERSTRASSEN POLENS
Auteur: Jerzy Hopfer
In het Nederlands vertaald naar het Duitse vertaling van Brygida Kapecka door Ge Bos_Thoma.
De oorspronkelijke uitgave
werd door het programma PHARE CBC van de Europese Unie gefinancierd.
Gorzow
Wikp. 2000r.
Uitgegeven ter gelegenheid
van de:
"Bijeenkomst
van Watersporters uit de Euroregio Pro Europa Viadrina - Santok 2000.
Bewerkt en voor het drukken voorbewerkt door "NAVIGARE" Ondersteuning: Dienst voor het Transport, Gorzow Wlkp.
Opmerking: De pagina nummers uit het boekje staan links in de tekst. Dit wijkt af van de bladzij nummering van dit document.
Inhoud:
Voorwoord pag. 28 Geschiedkundig overzicht pag. 30 Vaaraanwijzingen voor de waterweg Wisla - Odra pag 32 Vaaraanwijzingen voor de Warta pag. 38 Vaaraanwijzingen voor de waterweWarta - Kanal Bydgoski pag 39 Vaaraanwijzingen voor de benedenloop van de Wisla pag 41 Het knooppunt van Elbing pag 42 De Dode Wisla pag 47 Water- en Scheepvaartdiensten pag 49
28 Voorwoord Het net van waterwegen in Polen dat op de drie grootste rivieren: Odra, Wisla en Warta gebaseerd is, is goed uitgebouwd en biedt goede voorzieningen voor toeristen.
De Odra, voor de scheepvaart vrij gegeven vanaf Kedzierzyn - Kozle, vormt de verbinding vanaf Selezie naar de Oostzee bij Szczecin en Swinoujscie.
De Odra is ook met het Europese vaarwegennet door het Odra-Spreekanaal bij km. 553,45 bij Eisenhuttenstadt, met het Odra-Havelkanaal bij km. 667 bij Hohensaaten verbonden. Via deze kanalen komt men op de Havel, Elbe en verder via het Mittellandkanaal naar de Weser en het Dortmund-Emskanaal, Wesel-Dattelnkanaal en Rijn-Hernekanaal op de Rijn. Van hier is Nederland, Belgie en Frankrijk, Luxemburg, Zwitserland te bereiken en via de Main en het Rijn-Main-Donaukanaal komt men in het Donaugebied.
Via de Odra-Wisla waterweg komt men op de Wisla en verder naar het merengebied van Warminski (via de Nogat, Szkarpawa, Elblag, Warminskikanaal), en het Mazurische merengebied en het Augustowskikanaal (door het Zeranskikanaal bij Warschauw, de rivieren Narew, Pisa en Biebrza).
De rivier de Warta heeft in z'n bovenloop verbinding met het Kanal Bydgoski door het Goplomeer. Het op de samenloop van de Notec en Warta gelegen Santok kan door z'n geringe afstand van de grens aan de Odra (68,2 km) een belangrijke rol spelen.
Het is de logische logistieke en ontspanningsplek voor alle watersporters die naar Polen gaan of vandaar terug komen. Hier kunnen de bemanningen die uit West-Europa komen na de eerste etappe uitrusten, hier hebben ze het eerste kontact met de bevolking. Hier kunnen voorraden in geslagen worden en reparaties uitgevoerd.
Hetzelfde geldt voor schepen die hun op de terugweg uit Polen zijn. Santok kan ook als doel worden gebruikt bij omzwervingen, stertochten en watersport-bijeenkomsten.
Een van de belangrijkste bijeenkomsten is de voor heel Polen door de Liga Morska (een watersport organisatie) georganiseerde stertocht met de naam "Floss". Deze bijeenkomsten hebben natuurbescherming en het in bredere zin bevorderen van de watersport tot doel. Maar ook moeten ze de vriendschappelijke kontakten tussen de bewoners van de dorpen aan de rivieren en de watersporters bevorderen.
Steeds vaker worden bijeenkomsten door toeristenorganisaties of jachtclubs georganiseerd. Dat betekent dat na de periode dat individuele watersporters alleen onderweg waren de tijd gekomen is dat men de periode van georganiseerd toerisme krijgt. Dat geeft de mogelijkheid om vrije tijd met elkaar door te brengen en elkaar te leren kennen. Dit geldt ook voor buitenlandse toeristen, zeker uit Duitsland. Na aanvankelijke aarzelingen en het leren kennen van de Poolse waterwegen wordt er nu een grotere toeloop van schepen met toeristen gezien.
29 Buitenlandse toeristen doen, bij dit "leren kennen" graag mee aan bijeenkomsten die door Poolse watersportverenigingen georganiseerd worden. Er wordt op gerekend dat dit proces door gaat. Buitenlanders die Polen bezocht hebben en gezien hebben hoe het Poolse waterwegennet is, zijn zoals uit gesprekken blijkt, enthousiast over hun prettige tijd op de Poolse wateren. Zij maken de beste reclame voor een watersport vakantie in Polen. Een belangrijk voordeel is ook dat er op de Poolse waterwegen praktisch geen beroepsverkeer (meer) is en dat ze ook op een natuurlijke manier gereguleerd worden. Daardoor wordt de bescherming van de natuur bevorderd. Dit in tegenstelling tot de waterwegen in West Europa, die met behulp van beton en ijzer gereguleerd worden en waar veel beroepsverkeer is en scheepvaart beperkende voorschriften zijn.
De rol van Santok wordt ook als basis voor het toeristenverkeer op het water groter. Om dit te bereiken worden er in Santok internationale evenementen georganiseerd, in het bijzonder in het kader van de Euregio Pro Europa Viadrina.
Ondersteuning wordt gevormd door de van Duitse kant uitgevoerde studie over het toerisme op de midden Odra, de beneden Warta en de Notec.
Het voor de eerste bijeenkomst van watertoeristen in de Euregio Pro Europa Viadrina Santok 1999 uitgegeven reisboekje voor de waterwegen Warta en Notec verheugde zich van de kant van de deelnemers in grote belangstelling. Ook andere geïnteresseerden waren blij met het idee om zo'n bijeenkomst te organiseren. Zij waren van mening dat men ook meer informatie over de andere waterwegen van Polen zou moeten geven. Het boekje dat nu voor u ligt met een tweede uitgebreidere uitgave moest dus wel onder een andere titel verschijnen.
Er zijn de benedenloop van de Weichsel/Wisla, het Elbinger knooppunt, en wat er eigenlijk bij hoort, het Elbingerkanaal met het systeem van de Masurische meren bijgevoegd. Dit stuk is hoofdzakelijk voor toeristen bedoeld die met sportboten of motorschepen varen. Deze schepen - soms voormalige bedrijfsvaartuigen - kunnen een flinke afmeting hebben.
Voor Polen zijn dit nieuwe ontwikkelingen, maar worden toch als positief beoordeeld: daardoor worden bijzondere scheepsmodellen in een goede technische toestand behouden, ook worden technische elementen van de binnenscheepvaart voor onnadenkendheid en niet terug te draaien vernietiging gered (behoud van het varend erfgoed).
Deze reisbeschrijving is als onderdeel bedoeld van een boek dat per onderdeel het varen op de waterwegen of hun systemen bevat, die voor de genoemde schepen toegankelijk zijn.
Het is natuurlijk ook zo dat ook andere watersporters (zeilers en kanovaarders) deze beschrijvingen kunnen gebruiken. Het was ook niet de bedoeling van de schrijver om toeristische beschrijvingen te maken en de geschiedenis van de aan de waterwegen gelegen plaatsen te beschrijven.
30 Dus slechts zoveel als nodig is, want vandaag de dag geeft elke dienst en elk VVV grote hoeveelheden informatiemateriaal uit en het is aan verandering onderhevig.
Het gaat veel meer om een zo goed mogelijke technische beschrijving.
Bij het voorbereiden van het materiaal werd eindexamenwerk wat onder de leiding van de auteur geschreven werd, van de technische school in Bydgoszcz (Bromberg) gebruikt, evenals een monografie over de waterwegen van Polen. Dit laatste is een verzamelwerk, uitgegeven door de commissie voor communicatie in Warschau in 1985.
Veel dank gaat uit naar de heer Wojciech Kuczkowski voor de beschrijving van de waterwegen en de toestemming om deze verzamelde en gepubliceerde materialen te benutten.
Een bijzonder dankwoord gaat uit naar mevrouw Brygida Kapecka, die zowel de vorige als ook deze uitgave van de reisbeschrijving in het Duits vertaalde.
1e hoofdstuk. Historisch overzicht Vanaf het begin gebruikte de mens de rivieren voor verschillende doeleinden. Omdat er geen wegen waren werden de natuurlijke waterwegen gebruikt om spullen en mensen te transporteren. Om de navigatieomstandigheden te verbeteren, maar ook om het omliggende land voor overstromingen te beschermen, begon men relatief vroeg de oevers te verstevigen en het rivierbed te reguleren.
Men gebruikte materialen die gemakkelijk te verkrijgen waren, bij voorbeeld hout, rijshout en stenen. Deze materialen worden ook nu nog met goed gevolg gebruikt. In de loop van de tijd begon men de natuurlijk stromende rivieren met elkaar tot een systeem van waterwegen te verbinden.
De spil van het hier beschreven gebied zijn de rivieren: Odra, Wisla, Warta en Notec, evenals de meren in het gebied Kujawa en Wielkopolski (groot-Polen) bij Inowroclaw, Kruszwica en Konin. De rivieren en meren zijn door kanalen met elkaar verbonden. Daardoor werd scheepvaart tussen Bydgoszcz, Poznan en andere aan dit water liggende steden mogelijk.
Het idee om de Wisla met de Notec te verbinden ontstond al in de 16e eeuw. Om het echter mogelijk te maken, stootte men op grote moeilijkheden. De waterscheiding tussen de stroomgebieden van de Wisla en de Odra moest overwonnen worden; er was te weinig geld om met het werk te beginnen. De echte "vader" van het Kanal Bydgoski is de Pruisische koning Frederik II, die na de eerste scheiding van Polen de gebieden van de rivieren Brda, Notec en Warta in handen kreeg. Al aan het eind van 1772 begon men met de voorbereidende werkzaamheden en in het jaar 1773 met de graafwerkzaamheden, de bouw van de sluizen en het kanaal en de aanleg van de waterkering. In september 1774 werd het kanaal geopend en werd het in gebruik genomen.
31 Het kanaal werd meerdere malen omgebouwd en gemoderniseerd, voordat het z'n tegenwoordige technische toestand bereikte. Op zakelijke gronden werd een verbinding gemaakt tussen de Warta en de Notec en de meren in het Kujawski-Wielkopolski gebied.
In de 15e en 16e eeuw gebruikte men de bovenloop van de Notec en het Goplomeer voor het transport van landbouw- en industriële producten uit de omgeving van Kruszwica en Inowroclaw. In de jaren 1870-1878 werd de boven-Notec in het grensgebied van Pruisen gereguleerd en gekanaliseerd. Er werden 8 sluizen met de afmetingen van de sleepschepen van het type Finowmass gebouwd.
Met de werkzaamheden die het Goplomeer met de Warta verbinden moest begon men eerst kort voor de 1e wereldoorlog. Van 1936-1939 bouwde men 8,5 km kanaal van de Warta naar het Patnowskimeer evenals 2 sluizen. Na 1945 werden nog 2 sluizen en 9,6 km kanaal die het Slesinskimeer met het Goplomeer verbond gebouwd. Toen werd ook het systeem tussen de Warta en de bovenloop van de Notec gesloten.
De 2 waterscheidingen, die van de Wisla en de Odra en de Warta en de Notec maakten een goede beheersing van de waterstand mogelijk, dus ook het vasthouden van hoog water in minder bedreigd riviergebied. De geschiedenis en daarmee verbonden de veranderingen in politiek en geografisch opzicht door 2 wereldoorlogen droegen er toe bij dat de beschreven waterwegen stapsgewijs onder Pools beheer kwamen.
Na 1918 bevond zich zowel het oostelijke deel van de waterweg Wisla-Odra vanaf de monding van de rivier de Kudow in Ujscie, de hele waterweg Warta-Kanal Bydgoski, als de boven- en middelloop van de Warta zich binnen de Poolse grenzen. De Notec van Ujscie tot Krzyz was grensrivier tussen Polen en het Duitse Rijk.
Op praktische gronden werd in een Pools-Duits verdrag in 1925 vast gelegd dat de sluizen en stuwen vanaf nummer 12 (Nowe) tot nummer 16 (Pianowka) door de Poolse beheerders bediend werd, de overige sluizen en stuwen door de Duitse.
Door de deling van Polen in 1792 kwam de benedenloop van de Wisla bij Pruisen wat ten gevolg had dat het belang van deze waterweg er zeker niet minder op werd. Het stuk had verbinding via de Brda, het kanaal van Bydgoszcz, de Notec en de Warta met de Odra.
Hoewel de veroveraars op het Congres van Wenen vast gelegd hadden dat ze zich er gezamenlijk voor zouden inspannen om de Wisla te reguleren, heeft in werkelijkheid alleen Pruisen dat op zijn gebied gedaan - vanaf kilometer 718 bij Silno tot aan de monding in de Oostzee.
Op aandringen van zeilers en kooplieden uit Oost-Pruisen gaf de Pruisische regering in 1830 opdracht met de voorbereidingen tot regulering van het rivierbed te beginnen. Tot aan 1878 werden hoofdzakelijk die werkzaamheden uitgevoerd die tot doel hadden nevenstromen af te snijden en de oevers vast te leggen. In 1878 kreeg de Pruisische volksvergadering een memorandum voorgelegd waarin de reden stond waarom de volledige regulering van de Wisla gedaan moest worden.
32 De volksvergadering gaf gehoor aan deze oproep en tot aan het jaar 1900 werden de werkzaamheden uitgevoerd. Een doorbraak creëerde een nieuwe monding van de Wisla bij Swibno. In het jaar 1915 werd als laatste de rechter arm van de delta van de Wisla (de Nogat) afgesloten nadat men in Biala Gora een sluis, een sluis in Przegalina en ook de Szkarpawasluis in Gdanska Glowa gebouwd had. Op deze manier werd de gehele rivier vanaf Swibno tot aan de monding in een bed geleid.
Sinds het einde van de 2e Wereldoorlog bevinden al de boven beschreven waterwegen zich binnen de Poolse grenzen.
Hoofdstuk II. Vaarverbinding Wisla - Odra.
De waterweg bestaat uit de volgende voor de scheepvaart belangrijke onderdelen:
Gekanaliseerde Brda 14,4 km Bydgoskikanaal 24,7 km Gekanaliseerde Notec 138,1 km Niet gekanaliseerde Notec 48,9 km Warta 68,2 km Totale lengte 294,3 km Er zijn 22 sluizen, de smalste in de monding van de Brda (sluis nr. 1) in Bydgoszcz en de kortste in Drawsko (sluis nr. 21). Sommige sluizen in het Kanal Bydgoski hebben spaarkamers.
Lijst van sluizen in de waterverbinding Wisla - Odra:
Nummer en naam km afstand tussen afmetingen van de sluizen de sluizen lengte breedte 1 Monding Brda 1,0 60 9,4 2 Bydgoszcz 12,4 11,4 57,4 9,6 3 Okole 14,8 2,4 57,4 9,6 4 Czyzkowko 15,9 1,1 57,4 9,5 5 Prady 20,0 4,1 57,4 9,6 6 Osowa Gora 20,9 1,0 57,4 9,6 7 Jozefinki 37,2 16,3 57,4 9,6 8 Naklo Wschod 38,9 1,7 57,4 9,6 9 Naklo Zachod 42,7 3,8 57,4 9,6 10 Gromadno 53,4 10,7 57,4 9,6 33 11 Krostkowo 68,2 14,8 57,4 9,6 12 Nowe 111,5 43,3 57,4 9,6 13 Walkowice 117,5 6,0 57,4 9,6 14 Romanowo 122,6 5,1 57,4 9,6 15 Lipica 128,3 5,7 57,4 9,6 16 Pianowka 136,2 7,9 57,4 9,6 17 Mikolajewo 143,1 6,9 57,4 9,6 18 Rosko 148,8 5,7 57,5 9,6 19 Wrzeszczyna 155,5 6,7 57,4 9,6 20 Wielen 161,5 6,0 57,4 9,6 21 Drawsko 170,9 9,4 57,3 9,6 22 Krzyz 176,1 5,2 57,4 9,6
De gemiddelde breedte van de vaarweg op de Brda is 18 meter, op het Kanal Bydgoski 36 meter, op de gekanaliseerde Notec 38 meter, op de niet-gekanaliseerde Notec 28 meter en op de Warta 60 meter. Momenteel is de diepte op de gehele vaarweg 120-150 cm. Bij hogere waterstanden is het mogelijk om enkele stuwen te passeren.
Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij de sluiswachters en/of de waterstaatskantoren (zie lijst in het 7e hoofdstuk). In de loop van de Notec zitten erg veel bochten. Dank zij de venige oevers is er geen gevaar dat schepen schade oplopen. De vaarweg vanaf Krzyz (km 176,2) tot de monding van de Drawa (km 177,2) is zeer smal en bochtig. Ontmoetingen met binnenschepen kunnen erg moeilijk zijn. Op de rest van de Notec moet bij een ontmoeting van grote schepen onderling het stroom op varende schip zijn snelheid sterk beperken of dicht bij de oever gaan varen, teneinde het stroom af varende verkeer vrije vaart te geven. Het varen met hoge snelheid moet vanwege zuiging van oever en rivierbed vermeden worden. Bij het ontmoeten van andere schepen moet men van marifoonkanaal 12 gebruik maken. Bij het in- en uitvaren van de Wisla - Odra vaarweg en ook bij Santok moet men waarschuwingen via de marifoon geven.
Bij de volgende bruggen moet opgelet worden:
Op de Brada: km 3,1 - spoorbrug met 2 doorvaart openingen; km 4,3 - spoorbrug; km 5,4 - brug; km 9,3 - brug; km 11,34 - brug; km 11,7 brug; km 12,25 brug; km 12,84 brug; km 13,5 twee spoorbruggen met 2 doorvaart openingen.
Kanal Bydgoski: km 15,04 spoorbrug; km 15,1 - brug; km 15,73 - spoorbrug; km 19,95 - brug; km 20,97 - brug; km 22,88 - brug; km 38,2 - brug.
Gekanaliseerde Notec: km 39,9 - brug; km 40,9 - spoorbrug; km 53,4 - brug; km 62,1 - brug; km 76,1 - brug; km 94,8 - brug; km 97,6 - spoorbrug; km 105,8 - brug; km 106,6 - spoorbrug; km 132 - brug; km 162,2 - brug; km 170,4 - spoorbrug; km 174,1 - brug.
34 Niet gekanaliseerde Notec: km. 182,6 - brug; km.185,6 - spoorweg; km.188,15 - brug; km.197,72 - brug; km.207,19 - brug; km.225,6 (Santok) - brug.
Het laatste gedeelte van de waterweg - de beneden Warta - wordt bij deze rivier beschreven.
De belangrijkste steden en ligplaatsen:
Bydgoszcz - aan de rivier de Brda en bij de wedstrijdbaan bij de spoorbrug (km 3,1) zijn meerdere kano- en roeiverenigingen met eigen aanlegmogelijkheid, die na afspraak met de eigenaars gebruikt kunnen worden. Ook is er een industriehaven en een werf (Zegluga Bydgoska S.A.). Bovendien zijn er algemeen te gebruiken ligplaatsen.
Naklo km 40:
Naklo aan de Notec is een van de oudste steden in Krajenkiland. Ze was en is nog steeds het centrum van dit gebied. Dit komt door de rijke, eeuwenlange geschiedenis van de stad die al in 1299 stadsrechten kreeg van Wladislaus Lokietek. In de loop der eeuwen was Naklo een belangrijk regerings- en handelscentrum in Polen. De gemeente Naklo ligt daar waar het kanaal van Bydgoszcz en de Notec samenkomen. Door de stad loopt snelweg nr. 10 en de oost-west spoorweg die Szczecin, Berlijn, Bydgoszcz, Warschau en verder verbindt. De ligging aan deze waterwegen geeft goede mogelijkheden voor watertoerisme en watersport. Tegenwoordig organiseert de binnenvaartschool in Naklo tochtjes met het schoolschip Wadyslaw Lokietek op de Notec. De gemeente heeft een agrarisch - industrieel karakter.
Ujscie km 106,25: Haven met een kade van 500m lang.
Czarnkow km 123: Aanlegmogelijkheid en een werf.
Wielen km 162 Krzyz km 176,4: industriehaven van de Zegluga Bydgoska S.A.
Drezdenko km 188,15:
De geschiedenis van de stad gaat terug tot het begin van de Poolse staat. De burcht van Drezdenko stamt uit de 10 eeuw. Hij werd door Mieszko I op de weg van Poznan naar West-Pommeren gesticht. De jaren daarna ontstond een stad met de slavische naam Drzen. De situering tussen Groot-Polen en West-Pommeren zorgde er voor dat de stad snel in belang won. In de tijd van Boleslaw Krzywousty en zijn opvolgers was hier een kanselarij. Tijdens de opdeling van Polen beleefden de gebieden aan de Notec zeer afwisselende tijden. Drzen hoorde in het begin bij Polen. Daarna wisselden de bezetters elkaar af - inwoners van Pommern, Brandenburg en de hertogen van Piasten vochten om de burcht .
35 In het jaar 1273 waren de stedelingen getuigen van een bijzonder feest. De inwoners van Groot-Polen begroetten hun Hertog (die 1295 tot Pools koning gekroond werd) Przemyslaw II, die uit Szczecin met zijn bruid vorstin Ludgarda terugkwam. Aan het einde van de 13e eeuw ging Drzen in brandenburgse handen over. Het werd een deel van de nieuwe staat. Sinds deze periode lag het honderden jaren buiten de poolse grenzen. Drezdenko kreeg in 1317 stadsrechten. Na de 1e wereldoorlog had het commissie die de Duits-Poolse grens vaststelde zijn zetel in Drezdenko. De commissie wees de stad aan de Duitsers toe, pas in 1945 keerde zij binnen de Poolse grenzen terug. Door de ligging van de stad en gemeente Drezdenko op de grens van twee zeer verschillende landschappen (Wielkopolska en Pomorze) met meer dan 70% bos heeft het zeer grote natuurwaarde. De stad ligt in het oer-dal van Thorn en Eberswald. Ten Westen en oosten bevinden zich grote weiden en landbouwgronden, die samen met de stroombedding van de Notec en vele oude waterlopen in het bijzonder, in het voorjaar een belangrijk vogel- en broedgebied vormen. In de gemeente Drezdenko ontwikkelde zich de hout-, levensmiddelen-, metaal- en papierindustrie. Sinds 1985 is een oud arsenaal dat tot pakhuis omgebouwd was de behuizing voor het museum voor het bosgebied van Drawska en Notecka.
Santok km 226:
"Regni custodia et clavis" - Wachttoren en sleutel voor het koninkrijk, zo noemde een anonieme Gallier Santok in zijn kroniek. Deze formulering drukt heel nauwkeurig het karakter van de burcht uit. Men vermoed dat Santok ontstaan is in de 7e eeuw. Omdat het daar ligt waar de Notec en Warta samenstromen, aan de Pools - Brandenburgse en groot-Poolse - Pommerense grens, omgeven is door moerassen en moeilijk te bereiken, had het vele eeuwen een strategische verdedigings functie. In de loop van de tijd ontstond aan de voet van de morenen, die zich aan de rechter kant van de Notec en Warta bevinden een dorp met eenzelfde naam. De sporen van dit dorp zijn nu nog zichtbaar, hoewel ze na het hoge water aan het eind van de 18e eeuw dat de stroombedding verlegde, zich op de linker oever bevinden. Een gedeelte van het dorp werd door de nieuwe stroombedding van het andere gescheiden. Het huidige Santok is de zetel van het gemeentebestuur. Door de nabijheid van het industriele centrum Gorzow Wielkopolski heeft het stap voor stap z'n landelijke karakter verloren. De schilderachtige plaats aan de voet van de morene, de vlakke, grote groene weilanden bij de monding van de Notec, de rijkdom aan vogelsoorten en vissen en ook de vele historische gebouwen zorgen er voor dat het huidige Santok vooral een toeristenoord is. Aan de zuidkant grenst het aan een oorspronkelijk bosgebied (oerbos) dat zich tussen de Warta en de Notec uitstrekt en aan het noorden ligt het oerbos van Gorzow met een beukenreservaat. In de paddestoelentijd komen hier uit heel Polen, ook uit Selesie, plukkers. Santok heeft een spoorverbinding met het buitenland, want het ligt aan de lijn Krzyz - Gorzow Kostrzyn - Berlijn.
36 Het gemeentebestuur van Santok houdt oude tradities in ere en bevordert aktiviteiten die over-regionale contacten bevorderen. Bij het eerste horen de ridder toernooien die bij de middeleeuwse geschiedenis aansluiten. Bij het tweede horen paardenwagen races, parades en sterritten met oude motoren. Bijeenkomsten met watersporters hebben grote mogelijkheden om in de lijsten van internationale aktiviteiten opgenomen worden. Daardoor wordt Santok een belangrijke plek in de Euregio Pro Europa Viandrina.
Gorzow Wielkopolski:
De stad aan de benedenloop van de Warta en aan de monding van de Klodawka is een belangrijk economisch en cultureel middelpunt. Ze werd halverwege de 13e eeuw als Landisberch Nowa gesticht. In de 14e eeuw kreeg ze een stadsmuur. In de loop van de tijd werd ze een der belangrijkste steden in de Neumark. In het jaar 1340 kreeg Gorzow het recht om tol te heffen over de handelswaar op de Warta, en in 1435 kreeg het samen met Frankfort (Odra) het stapelrecht. Dat veroorzaakte een snelle ontwikkeling van de stad in de 14e en 15e eeuw. Deze voorspoedige tijd duurde niet al te lang want plaatselijke belangen prevaleerden en in de loop van de tijd werd Frankfort in plaats van een partner een concurrent. Met ondersteuning van de Brandenburger Vorsten trad het steeds scherper tegen de vrije scheepvaart op de Warta op. Dat voerde in het jaar 1536 er toe dat Gorzow alleen nog het stapelrecht behield van de Poolse handelswaar die over de Warta vervoerd werd. In de loop van de tijd kreeg Frankfort ook het stapelrecht op handelswaar dat over de Warta en verder naar Szczecin getransporteerd werd. Ondanks de hoge tol die in Kostrzyn opgelegd werd, moesten de schepen eerst stroomopwaarts naar Frankfort varen en daarna pas stroomafwaarts naar Szczecin. De pogingen van de Poolse adel en steden om tolverlichting te verkrijgen werden door de adel van de Neumark met tegenzin bekeken omdat ze vreesden voor hun handelsinkomsten. Tijdens de dertig jarige oorlog brandde de hele houten bebouwing van de stad af. De door ziekten geplaagde bevolking verliet Gorzow. Een nieuwe zakelijke opleving van de stad volgde aan het eind van de 17e en 18e eeuw. Er werd weefindustrie ontwikkeld en wolhandel en in de 19e eeuw kwam metaal-, hout-, textiel- en bekledingsindustrie op gang. In 1857 werd de spoorweg, de zogenoemde "Oostbaan" van Berlijn naar Bydgoszcz, Gdansk en Kaliningrad in gebruik genomen.
Tot 1945 was het 48.000 inwoners tellende Gorzow een provinciestad in de provincie Frankfort en de officiële naam luidde: Landsberg an der Warthe.
37 Hoe eerzuchtig de bewoners van de stad waren, bewijst de toenmalige plaatsbeschrijving van Berlijn: Berlijn bij Landsberg. In 1945 kwam de stad als gevolg van de nieuwe indeling na de tweede wereldoorlog bij de Poolse staat. De oude inwoners werden naar Duitsland gedeporteerd. In hun plaats kwamen mensen uit de voormalig Poolse gebieden in het oosten. Het huidige Gorzow Wlkp. is een stad met 130.000 inwoners. De stad houdt oude traditie en haar wortels in ere. Het is een stad met veel groen, maar ook een stad met belangrijke industrie en een goed ontwikkelde handel. Het stadsbestuur bevordert de handel, cultuur en de wetenschap in het tegenwoordige Gorzow Wlkp. Er zijn vele stedenbanden aangeknoopt met steden in en buiten Europa. Bijzonder nauw is de stedenband met Herford waar veel voormalige inwoners van Gorzow wonen. Gorzow speelt ook een belangrijke rol in de Euregio Pro Europa Viandrina. Herinneringen aan het verleden kan men in het regionale museum als ook in het museumsfiliaal in het pakhuis aan de Warta bewonderen. Hier vindt men sporen van de vroegere scheepvaart op de Warta. Gorzow ligt daar waar de wegen naar Poznan, Szczecin, Berlijn en Bydgoszcz zich kruisen. Er is een goede spoorverbinding met Berlijn en Frankfort. De beneden-Warta, die tot de Wisla - Odra waterweg behoort, garandeert de waterverbinding met de stroomgebieden hiervan.
Kostrzyn:
De geschiedenis van de stad was turbulent en afwisselend. In de loop der eeuwen kwam de stad die op gebied lag waar de Duits-Poolse belangen steeds botsten, steeds in andere handen. De Brandenburgse Hertogen hebben uiteindelijk de grootste invloed gehad, de geografische ligging van Kostrzyn benut en een vesting gebouwd die handels- en militaire controle mogelijk maakten. Deze situatie (met enkele onderbrekingen, b.v. tijdens de 30-jarige oorlog en de Napoleontische oorlogen) duurde tot het eind van de 2e wereldoorlog. Als laatste vesting voor Berlijn werd Kostrzyn sterk verdedigd en de gevechten hevig. De stad was een grote ruïne. Kort daarna moesten de laatste Duitse inwoners hun vaderland verlaten. Kostrzyn was praktisch onbewoond. Tot aan de val van de Berlijnse Muur lag de stad aan de rand van Polen. Tegenwoordig, nu de Duits- Poolse betrekkingen een heel andere kwaliteit hebben, krijgt Kostrzyn weer meer belang. Het watertoerisme levert daaraan een grote bijdrage. Vloot 98, Santok 99 en andere activiteiten laten dat duidelijk zien.
38 Hoofdstuk III Varen op de Warta De Warta is een laagland rivier. Ze begint bij Zawiercie op de Krakow-Czestochowahoogte en stroomt in de Odra bij km 617,6. De kilometer nummering gaat van de monding stroomopwaarts en is daar waar ze samenvloeit met het Slesinskikanaal km 406,6.
Uit oogpunt van vaarmogelijkheden kan de Warta in 3 stukken verdeeld worden: de beneden Warta (km 0,0 - 68,2) waar ze met de Wisla-Odra waterweg samenvalt, de midden Warta vanaf de monding van de Notec (km 68,2) tot Lubon (km 253,5) en de boven Warta van Lubon tot Konin (km 406,6). De vaarmogelijkheden op de beneden Warta zijn het beste. De vaargeul is 60 tot 70 meter breed en ca. 1,5 tot 2 meter diep.
Er zijn twee veerponten: km 22,3 Klopotowo en Santok km 67,7.
Er zijn bruggen bij: km 1,78 en 2,25: spoorbrug; Kostrzyn km 2,45 brug; Swierkocin km 28,5 brug; Gorzow Wlkp. km 55,75 spoorbrug en km 56,35 brug, km 57,35 brug (nieuw). De laagste brug is de verkeersbrug bij km 56,35 waar de doorvaarthoogte tot 3,30 begrenst is bij 500 cm op de peilschaal van Gorzow Wlkp. De waterstanden van de peilschaal Gorzow Wlkp. worden dagelijks om 11,55 uur per radio, programma 1 doorgegeven.
Belangrijkste plaatsen en ligplaatsen:
Kostrzyn:
km 1,5 industriehaven van Zegluga Bydgoska SA, km 2,4 jachthaven (gebruiken in overleg met de eigenaren), km 2,35 een vrije kade voor rondvaartboten en sportboten, km 4,0 ligplek van waterstaat Poznan, te gebruiken na overleg met de toezichthouder.
Gorzow Wlkp.:
vrije ligplek bij een nieuw gebouwde kade km 55,9-56,5, een havenkom met een werf in overleg met de eigenaar.
Santok:
een aanlegplaats bij de monding van de Notec in de Warta.
Op de midden Warta is de stroombreedte ca. 35-40m, en op de boven Warta ca. 30-35m. De diepte hangt af van de waterstand en bedraagt bij gemiddeld hoog water 120-130 cm in het benedenste stuk en 80-90 cm boven Lubon. In de midden en boven Warta zijn talrijke onderwater hindernissen in de vorm van steenbanken, die in het bijzonder bij laag water erg gevaarlijk zijn en wel bij km 124-128 Miedzychod, km 253,8-254,2 Lubon, km 392 Slawsk.
Zandbanken liggen bij kilometer 287,6 Gora, 352,7 Walga, km 361-367 beneden en boven de monding van de rivier Wrzesnica, bij km 376 Lad en km 385,4-387,6 Slugocinek.
Bij hoog water kan de doorvaart onder de spoorbrug bij Solec, km 318, moeilijk zijn, de hoogte is 2,70 m.
De belangrijkste plaatsen aan de midden- en boven-Warta zijn:
Skwierzyna:
Dit is een oude Slavische stad en ligt aan de Warta en haar zijrivier Obra. Koning Madislaus Jagiello verleende het stadsrecht. De stad is omgeven door dennenbossen en vele meren.
39 De rivier de Obra vormt samen met de lang gerekte meren van Zbaszyn een van de mooiste kanostreken van Europa met een lengte van 220 km. Deze vindt z'n eindpunt in Skwierzyna. Toeristentrekkers zijn de beverburchten in de oude rivierbedding van de Warta en Obra. De terugkeer van de bever in dit gebied toont dat het water en de natuurlijke omgeving schoner geworden zijn. De gemeente omvat een groot deel van het natuurlijk bos aan de Notec en de Warta waarin talrijke dier- en vogelsoorten, die voor het grootste deel onder natuurbescherming leven. De stad Skwierzyna heeft industrie, maar wil toerist-vriendelijk zijn. Tot de vele monumenten zijn de St. Nikolaas kerk uit de 15e eeuw, de Kerk van de Verlosser uit de 19e eeuw, het raadhuis en het in vakwerk uitgevoerde pakhuis te moeite waard. Skwierzyna heeft een goede verkeersverbinding met Poznan, Gorzow Wlkp., Zielona Gora en over Kostrzyn naar Berlijn. Het ligt ook aan de spoorweg van Gorzow Wlkp. naar Zbaszyn; van daar is er een goede verbinding naar Berlijn.
Miedzychod km 127; Sierakow km 145; Wronki km 171; Obrzycko km 182; Oborniki km 206; Poznan km 236-251; Srem km 292; Nowe Misasto km 324; Pyzdry km 351; Lad km 371; Konin km 403.
Er liggen talrijke bruggen waarvan de spoorbrug in Poznan-Garbary (km 241,7) enige problemen op kan leveren. De brug ligt in een scherpe bocht in de rivier, haar pijlers staan scheef op stroom.
Onderweg, en in het bijzonder boven Poznan, komt men meerdere ponten tegen, maar die vormen geen groot gevaar.
Hoofdstuk IV Varen op de waterweg Warta - Kanaal van Bydgoszcz Deze waterweg verbindt de Warta bij Konin met het kanaal van Bydgoszcz en bestaat uit de volgende onderdelen:
Het Slesinski kanaal met een lengte van 32 km.
Het Goplomeer 27,5 km.
De gekanaliseerde bovenloop van de Notec 62,1 km.
Het boven-Notec kanaal 25,0 km.
De totale lengte van deze waterweg bedraagt 146,6 km. De kilometernummering verloopt van de Warta (km 0,0) tot aan het kanaal van Bydgoszcz (km 146,6). Het Slesinski kanaal is eerste stuk van deze waterweg, het bestaat uit een 8,5 km lang gegraven kanaal met 2 sluizen, die de schepen tot het hoogste punt opheffen. Daarna gaat het in een systeem van meren die met elkaar verbonden zijn verder. Dat zijn het Patnowski-, Mikorzynski- en Slesinskimeer en een kanaal van 1,8 km lengte, die het met het meer van Czarne verbindt.
40 Samen vormen ze een systeem dat 15,7 km lang is. Het laatste stuk is een gegraven kanaal van 7,8 km lang dat het noordelijkste stuk is van de waterweg waarlangs men via 2 sluizen naar het laag gelegen Goplomeer komt.
Het Goplomeer is een meer in een door het landijs uitgeslepen dal. De oevers zijn vlak en gedeeltelijk bebost. De gemiddelde breedte 850m, de gemiddelde diepte bij hoog water is 5,75m. De boven Notec is gekanaliseerd. Vanaf het Goplomeer tot aan de stuw van Leszczyce loopt de waterweg door het stroombed van de oost-Notec bij km 61,3-62,1 voorbij het meer van Szarlej dat honderden jaren geleden met het Goplomeer verbonden was. Van Leszczyce tot Pakosc groef men een kanaal van 7,65 km lang en verkortte daardoor de waterweg met 17 km. Tussen de sluizen in Pakosc en Antoniewo verloopt de vaarweg in het stroombed van de Notec. Het boven-Notec kanaal buigt bij de sluis van Antoniewo naar het zuiden af en gaat verder als het kanaal van Bydgosczc. Over 15 km van Antoniewo tot Kruszyno heeft het kanaal lange rechte stukken, daarna door de heuvels veel bochten. Bij km 103,2 buigt de waterweg Folusza met een lengte van 11,4 km af. Die loopt door drie meren: het Kierzkowski-, Ostrowski- en Foluszmeer. Het heeft tegenwoordig geen handelsbetekenis meer maar is een van de mooiste stukken uit toeristisch oogpunt.
Gegevens van de vaarweg Warta - kanaal van Bydgoszcz Gedeelte breedte diepte opmerkingen Slesinskikanaal 20-30 m 2,20 m bij normaal peil Goplomeer 50 m 3,50 m bij normaal peil Boven Notec 9-10 m 2,3-2,6 m bij normaal peil Boven Notec kanaal 20 m 1,5-2,0 m bij normaal peil
Sluizen in de Warta - kanaal van Bydgoszcz Volgorde en naam km op de afstand tussen afmetingen van de sluis waterweg de sluizen lengte breedte 1 Morzyslaw 0,43 - 56,0 9,60 2 Patnow 7,95 7,52 58,0 9,60 3 Gawrony 24,25 16,30 59,8 9,60 4 Koszewo 25,85 1,60 59,80 9,60 1 Pakosc 80,94 55,09 42,0 4,93 2 Labiszyn 116,08 35,14 12,0 4,93 3 Antoniewo 121,78 5,70 12,0 5,01 4 Frydrychowo 125,09 3,31 42,0 5,00 5 Debinek I 130,18 5,09 42,0 5,00 6 Debinek II 130,79 0,61 42,0 5,00 7 Lochowo 144,98 14,19 42,0 5,00 8 Lisiogon 145,35 0,37 42,0 5,00
Belangrijkste plaatsen: Konin - Morzyslaw (km 0,43); Slesin (km 16-17,5); Kruszwica (km 57,2); Matwy (km 67,5); Pakosc (km 81); Barcin (km 99,1); Labiszyn (km 116,8).
Hoofdstuk V Varen op de benedenloop van de Wisla De Wisla is een gebergte- en een laagland rivier. Haar bronnen bevinden zich op de hellingen van de Schapenberg (Barania Gora) in het Schlesische gebied Beskiden. De lengte van het bevaarbare gedeelte is 941,3 km. De kilometer aanduiding begint bij de monding van de Przemsza in Oswiecim. De nummering loopt stroomopwaarts.
Het beschreven gedeelte vanaf de monding van de Brda en de splitsing met de Odra - Wisla waterweg bevinden zich in de beneden rivier (km 772,3). Het is gereguleerd en voorzien van oeverbescherming.
Er zijn de volgende verbindingen met verscheidene waterwegen:
Km 772,3 waterweg Wisla - Odra Km 886,6 waterweg Nogat (Biala Gora) Km 931,4 waterweg Szkarpawa (Gdanska Glowa) Km 936,0 waterweg Martwa Wisla (dode Wisla) (Przegalina)
Bruggen in de benedenloop van de Wisla:
Km 774,8 Bydgoszcz Fordon - spoorbrug Km 806,85 Chelmno - verkeersbrug Km 834,05 Grudziadz - spoor- en verkeersbrug Km 864 pijlers van een niet afgebouwde brug Km 903,9 verkeersbrug Km 908,57 Tczew - verkeersbrug Km 908,6 Tczew - spoorbrug Km929,9 Klezmark - verkeersbrug De benedenloop van de Wisla heeft oevermarkeringen, die de vaargeul in het stroombed aangeven.
42 De diepte van de vaarweg hangt van de waterstand en van het spuien vanuit het stuwmeer in Wloclawek af: bij lage waterstand bedraagt ze 100-120 cm, maar bij gemiddelde waterstand 120-160 cm. Op het stuk van Tczew tot aan de monding van de Wisla bij Swibno (km 941,3) bedraagt de waterdiepte 1,8 - 5,5 m.
Bij km 866,9 (Korzeniewo) en 876,8 (Gniew) zijn veerponten.
De belangrijkste plaatsen:
Km 774 Bydgoszcz Fordon Km 806 Chelmno Km 812 Swiecie Km 834 Grudziadz Km 852 Nowe Km 876 Gniew Km 907-910 Tczew
Hoofdstuk VI Het Elbinger knooppunt Dit is het van de Wisla afgescheiden rechter deel van de vroegere delta, bestaande uit de rivieren Nogat, Szkarpawa, het Jogiellonenkanaal en de rivier de Elbag.
Elk van deze genoemde wateren is een waterweg, maar samen met het Zalew Wislany (Frisse Haff) vormen ze een systeem.
De rivier de Nogat Dit is een rechter arm van de Wisla, die bij km 886,6 bij Biala Gora afbuigt. De benedenloop verbindt zich met het Zalew Wislany. De lengte van de waterweg is 62 km. De kilometeraanduiding verloopt vanaf de Wisla tot aan het Haff. De breedte is 40m. Bij gemiddelde waterstand is de diepte in de vaargeul 180 cm, en beneden de laatste sluis tot aan het Haff 250 cm. De Nogat is met behulp van vier sluizen met stuwen gekanaliseerd.
Sluizen zijn in:
Kilometer plaats lang breed Km 0,41 Biala Gora 56 m 9,60m Km 14,50 Szonowo 57,85 m 9,60 m Km 23,95 Rakowiec 56,85 m 9,60 m Km 38,60 Michalowo 57,14 m 9,60 m De sluizen zijn op de maat van schepen van het type "Wroclaw" met een draagvermogen van 500 ton aangepast.
43 De grootste plaats is Malbork. Om de rivier voor de overstromingen van de Wisla te beschermen werden voor de sluis in Biala Gora vloeddeuren geïnstalleerd.
Bruggen zijn er bij:
Km 0,4 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 9,60 m Km 3,90 - verkeersbrug, vervallen Km 18,21 - verkeersbrug, een overspanning van 27 m Km 19,20 - voetgangersbrug, 2 pijlers, breedte 14,4 m Km 19,60 - spoorbrug, 2 pijlers, breedte 32 m Km 45,85 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 23 m De laagste doorvaart bij gemiddelde waterstand is 5,25 m.
Verbindingen met andere waterwegen:
Km 0,0 de rivier de Wisla Km 51,6 het Jagiellonenkanaal Km 62 monding in het Zalew Wislany (Haff) In het dorp Nowakowo (km 56,8) is een kabelpont. Volgens de plaatselijke verordeningen zijn voor schepen de volgende snelheden toegestaan:
Km 0,0 - 8,0: 10 km/u Km 8,0 - 62,0: 16 km/u
De rivier de Elblag Dit is de verbinding tussen het Druznomeer en het Zalew Wislanski (Haff). De lengte bedraagt 20,9 km. De kilometer aanduiding begint bij het Druznomeer en verloopt stroomafwaarts. Via het Jagiellonenmeer heeft het een verbinding met de rivier de Nogat (km 8) en via het Haff met de rivier de Szkarwawa. Bij het Druznomeer begint het kanaal van Elblag, die het met de meren op de Masurische hoogvlakte verbindt. De diepte van de vaargeul is 150 cm, beneden Elblag tot aan het Haff 250 cm en meer. De voorwaarden voor de scheepvaart zijn goed.
Bruggen zijn er bij:
Km 03,90 - spoorbrug, 1 pijler, breedte 25 m, hoogte 4,35 m Km 04,10 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 30,0 m, hoogte 9,66 m Km 05,17 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 30,0 m, hoogte 6,30 m Km 05,70 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 10,0 m, hoogte 5,80 m Km 05,90 - verkeersbrug, 1 pijler, breedte 10,0 m, hoogte 3,50 m Km 07,30 - spoorbrug, 1 pijler, breedte 25,0 m, hoogte 8,70 m Km 07,30 - verkeersbrug in aanbouw Km 13,07 - verkeersbrug, pontonbrug die geopend moet worden, breedte 14 m.
44 Bij km 13,68 is een gierpont.
Toegestane snelheid voor het scheepvaartverkeer 10,0 km/u.
De grootste plaats is Elblag. Bij km 7,25 is een werfhaven met een in bedrijf zijnde werf en helling.
Het Jagiellonenkanaal Dit kanaal werd gegraven om de rivier de Nogat met de rivier de Elblag te verbinden en om de weg van de Nogat naar de haven van Elblag 25 kilometer te verkorten. De lengte van het kanaal is 5,83 km en is over de volle lengte van kilometeraanduidingen voorzien. Direct bij het begin van het kanaal is een verkeersbrug met een doorvaart van 9,60 m.
De diepte van het kanaal is meer dan 2,00 m.
De vaart is goed te doen, toegelaten snelheid: 10,0 km/u.
De rivier Szkarpawa Sinds de 18e / 19e eeuw werd de Szkarpawa de Elblagska Wisla genoemd. Het is de 2e, na de Nogat, rechtse aftakking van de Wisla. Het is een deel van de waterweg Gdansk - Elblag - Kalingrad.
Bij km 931,2 buigt ze van het hoofdvaarwater van de Wisla af. De kilometerindeling verloopt in de richting van het Frische Haff. De lengte van deze waterweg is 25,4 kilometer. Er is een sluis in Gdansk Glowa (km 0,0) met de afmeting 61 x 12,50 m. Wisselingen in waterhoogte ontstaan door op- en afwaaien van het water in het Haff.
Er zijn bruggen bij:
Km 0,12 - brug (hef- en draaibrug), pijlerbreedte 12,5 m; km 2,85 - brug (pontonbrug die geopend moet worden), opening 14 m; km 14,98 - spoorbrug (draaibrug), pijlerbreedte 11,8 m; km 15,20 - brug (hefbrug). De diepte van de vaargeul is bij lage waterstand meer dan 1,40 m. Toegestane snelheid is 15 km/u. Er zijn goede scheepvaart-omstandigheden.
Het kanaal van Elblag Deze verbind het Frische Haff (Zalew Wislanski) met de rivier de Elblag en het Druznomeer met het merengebied van Warminsky. Het eerste projekt bij de bouw van dit kanaal kwam in het jaar 1825 klaar. Het was ontzettend moeilijk, het hoogteverschil tussen het Druznomeer en de rest van het watersysteem was ongeveer 100 meter. De bedoeling was om dit hoogteverschil met behulp van 35 - 40 houten sluizen met een hefhoogte van 2,5 - 2,8 m te overwinnen.
45 Met de bouw begon men in 1830 en na de voltooiing van de eerste vijf sluizen bleek dat voor de passage van alle sluizen 11-12 uur nodig zouden zijn. Dat zou een groot probleem voor de scheepvaart zijn. De bouw werd opgeschort. Het werk werd in 1852 weer begonnen, maar nu naar een nieuw plan. In plaats van de sluizen ging men hellingen bouwen, hoewel die in Europa tot dan toe onbekend waren. Tot 1860 bouwde men 4 hellingen en groef het kanaal voor de helling Buczyniec naar de sluis in Milomlyn. Daarmee was de scheepvaartweg van Ilawa naar Elblag klaar. Tot 1872 werd de verbinding van Milomlyn naar Ostroda gemaakt en van 1872 tot 1876 verlengde men het stuk tot Stare Joblonki aan het meer van Szelag. In de jaren 1874 - 1881 werden de eerste vijf sluizen in de benedenloop buiten gebruik gesteld en door vijf hellingen vervangen. Deze toestand is zoals het nog steeds bestaat.
De kilometeraanduidingen van het Elblonskikanaal beginnen in Milomlyn, dat het middelpunt van drie waterwegen van het systeem van de Warminskymeren is:
Het kanaal van Elblag, Het stuk Milomlyn - Ostroda - Stare Jablonski, Het stuk Milomlyn - Ilawa, samen met de aftakkingen bij het Jeziorakmeer.
Vanaf de sluis in Milomlyn tot aan de helling Buczyniec (km 36,3) vormen de meren die door het kanaal verbonden zijn de ruggengraat van het Elbonskikanaal.
Verder in de richting van Elblag werden vijf hellingen gebouwd, met wagens van 3,30 m breedte en een draagvermogen van 50 ton om de schepen te vervoeren:
Hoogteverschil Km 36,60 Buczyniec 20,85 m Km 38,70 Katy 18,90 m Km 41,60 Olesnica 24,20 m Km 43,80 Jelenie 22,00 m Km 45,80 Caluny 13,50 m
De totale lengte van het kanaal is 52 km, de breedte 16-18 m en de diepte 1,7 - 2,0 m. De diepgang van de schepen mag niet meer dan 1,25 zijn vanwege de constructie van de wagens.
Elblaskikanaal Er zijn bruggen bij:
Breedte hoogte Km 00,45 verkeersbrug 03,60 m 3,50 m Km 01,60 spoorbrug 04,90 m 3,70 m Km 05,40 verkeersbrug 16,00 m 4,60 m Km 07,80 verkeersbrug 16,00 m 5,05 m Km 21,20 verkeersbrug 04,80 m 5,15 m
46 Km 22,30 verkeersbrug 10,00 m 5,15 m Km 25,41 spoorbrug 15,30 m 5,35 m Km 28,70 verkeersbrug 03,60 m 5,15 m Km 37,70 verkeersbrug 08,50 m 4,10 m Km 38,10 verkeersbrug 08,50 m 4,30 m Km 38,54 verkeersbrug 08,50 m 4,30 m Km 39,74 verkeersbrug 08,50 m 4,30 m Km 40,46 verkeersbrug 09,00 m 4,35 m Km 43,40 verkeersbrug 11,30 m 4,20 m Km 44,68 verkeersbrug 09,30 m 4,35 m Km 46,90 verkeersbrug 13,00 m 5,12 m De waterweg Milomlyn - Ostroda - Szelag scheidt zich in Milonlyn af.
Kilometeraanduiding begint bij de sluis en telt op in richting Ostroda.
Op dit gedeelte zijn vier sluizen: lengte breedte Km 00,00 Milomlyn 35 m 3,25 m Km 04,62 Zielona 35 m 3,25 m Km 15,11 Ostroda 29,30 m 3,25 m Km 19,13 Mala Rus 27,30 m 3,20 m Bruggen bij: Breedte hoogte Km 00,10 verkeersbrug 03,60 m 3,75 m Km 03,50 verkeersbrug 12,90 m 5,00 m Km 05,47 verkeersbrug 14,00 m 4,50 m Km 13,60 spoorbrug 13,00 m 3,40 m Km 19,11 verkeersbrug 03,20 m 3,70 m Km 23,23 verkeersbrug 04,00 m 4,50 m
De waterweg Milomlyn - Ilawa begint ook bij de sluis van Milomlyn. Het begin is een kanaal en later gaat het door meren. Zeer interessant is het door het meer van Karnicki, dit is een aquaduct in een hoge dijk met een lengte van 484 meter. Het stuk door het meer van Ilawa is 18,55 km. Bij kilometer 15 is een afslag naar de stad Zalewo, dit gaat in noordelijke richting over een afstand van 17,7 km. De gehele waterweg met een lengte van 32,2 km is uit toeristisch oogpunt zeer de moeite waard.
Er zijn bruggen bij:
Breedte hoogte Km 00,10 verkeersbrug 8,80 m 4,70 m Km 01,50 verkeersbrug 8,80 m 4,70 m Km 03,75 verkeersbrug 8,95 m 4,50 m Km 05,65 verkeersbrug 9,90 m 4,50 m Km 07,70 verkeersbrug 9,90 m 4,45 m
47 km 08,90 verkeersbrug 9,40 m 3,35 m km 09,45 verkeersbrug 8,80 m 4,60 m km 11,20 verkeersbrug 8,65 m 4,90 m km 32,20 verkeersbrug 4,60 m 3,20 m
Hoofdstuk VII Martwa Wisla (Dode Wisla) Deze buigt bij kilometer 936 van de hoofdstroom af, vroeger was dit de linker hoofdstroom van de delta bij de Oostzee. Door de sluis in Przegalin werd ze van de hoofdstroom gescheiden. De kilometernummering begint bij de Wisla en bedraagt 27,8 km. Het stuk van Przegalin tot Gorki Wschodnie (km 10,8) staat onder beheer van het kanton Gdansk van waterstaat, de rest onder beheer van de haven van Gdansk. De voorwaarden voor het scheepvaartverkeer zijn goed. De vaargeul heeft een diepte van meer dan 4 meter.
De afmetingen van de sluis in Przegalin:
Lengte van de kamer 192 m, breedte 12 m, diepte tot de veenbodem 4 meter.
Bij kilometer 9,3 verspert een pontonbrug het vaarwater. 's Morgens en in de late namiddag wordt deze voor watersporters en toeristenboten geopend. Het is ook mogelijk om samen met het beroepsverkeer te passeren.
Vaste bruggen:
Km 18,3 spoorbrug, vroeger een draaibrug, hoogte (bij gemiddelde waterhoogte) 560 cm, breedte van de opening 11 m.
Km 19,4 verkeersbrug Siennicki, dit is de laatste brug voor de monding van de Wisla in de Oostzee, hoogte 704 cm.
Bij kilometer 20,9 buigt aan de linkerkant de Motlawa af, waardoor men tot in het centrum van de oude stad van Gdansk kan varen. Daar is een jachthaven.
49 Hoofdstuk VIII Waterstaat, adressen en telefoonnummers De in deze reisbeschrijving genoemde waterwegen staan onder beheer van waterstaatskantoren in Poznan en Gdansk. Voor het directe beheer van de verschillende vaarwegen zijn de plaatselijke kantoren verantwoordelijk. Een lijst van deze plaatselijke kantoren volgt hier onder. Bij deze kantoren kan men precieze inlichtingen verkrijgen over de omstandigheden op het betreffende water.
Kantoor, adres tel.nummer vaarweg Bydgoszcz, ul. Marcinkowskiego 5 052-3287504 W-0 km 0,0-23,2 Naklo, ul. Hallera 23 052-3852286 23,2-70,0 Ujscie, ul. Pilska 11 067-2840011 70,0-123,0 Lipica, Nowe Dwory 2 067-2563727 123,0-150,0 Wielen, Al. Zamkowa 19 067-2561011 150,0-177,2 Drezdenko, ul. Portowa 14 095-7620155 177,2-226,1 Gorzow Wlkp, ul. Zielona 26 095-7226286 Warta 0,0-97,0 Miedzychod, Waly Jana Kazimierza 4 095-7482824 97,0-150,0 Oborniki, ul. Waska 11 061-2960492 150,0-215,0 Poznan, ul. Czapla 4 061-8201481 215,0-276,0 Srem, ul. Nadbrzezna 8 061-2835646 276,0-348,0 Lad 063-2419151 348,0-406,6 Konin, ul. Kramska 10 063-2433505 W-B.K. 0,0-32,0 Pakosc, ul. Jankowo 3 052-3518545 32,0-101 Labiszyn, ul. Poznanska 1 ` 052-3844056 101,0-127,0 Lisiogon, ul. Kasztanowa 3 052-3819391 127,0-146,6
50 Regionalny Zarzad Gospodarki Wodnej w Gdansku, ul. Miszewskiego 12/13 Telefon: 058-3416761 Inspektorat Eksploatacji Wód w Toruniu, ul. Klonowica 7, tel. 056-6222024 Nadzór Wodny Chelmno, tel. 056-6862465, km. 750 - 814 rzeki Wisly Nadzór Wodny Grudziadz, tel. 052-3325197, km. 814 - 847 Nadzór Wodny Ostróda, tel. 089-6462523, Milomlyn - Ostróda, Milomlyn - Ilawa Inspektorat Eksploatacji Wód w Tczewie, ul. Nad Wisla 7, tel. 058-5312016 Nadzór Wodny Korzeniewo, tel. 055-2751892, km. 847 - 887 rzeki Wisly Nadzór Wodny Przegalina, tel. 058-5380517, km. 887 - 941,3 Nadzór Wodny Malbork, tel. 055-2723425-Nogat, Elblag, Szkarpawa, jez. Druzno, Kanal Elblaski, Kanal Jagiellonski.
Voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer zijn de toezichthouders voor de scheepvaart verantwoordelijk, die schepen controleren, bij ongelukken onderzoek doen, attesten uitreiken en registers bij houden.
Voor de waterweg Wisla - Odra (km0,00-226,1), de Warta (km 68,2-406,6) en de gehele waterweg Warta - kanaal van Bydgoszcz is de inspectie in Bydgoszcz, ul. Konarskiego 1-3, tel. 052-220273 verantwoordelijk;
voor de Warta (km 0,00-68,2) de inspectie in Szczecin, Plac Patorego 4, tel. 091-4340279.
51 Kilometer 719, rivier Wisla tot aan de monding en omringende waterwegen: Inspectorat Zeglugi Srodladowej w Gdansku, ul. Torunska 8/4, 80-958, Gdansk, tel. 058-3018414.
Reisgids voor de waterwegen van Polen - Jerzy Hopfer 1