de Steensplinter




BEGIN pagina

werkwijze van de Steensplinter


Info/contact

werkwijze van de Steensplinter

Wie of wat is 'de Steensplinter' ?
Wel, noem het een uit noodzaak uit de hand gelopen hobby van mij en mijn echtgenote.
Uit noodzaak,
omdat het nooit de bedoeling is geweest een officiele uitgeverij te beginnen.

Al vanaf mijn studententijd in Amsterdam (voor architect) schrijf ik artikelen voor kranten en tijdschriften en geef boekjes uit. Niet alleen van mijzelf, maar ook van anderen.
Dat journalistieke werk ben ik ook na mijn afstuderen één dag in de week blijven doen.

Na verloop van tijd werd zelf publiceren echter steeds moeilijker en moest je steeds meer zelf kant en klaar aanleveren. Totdat op een gegeven moment alleen het drukken nog buiten de deur gebeurde en ook die steeds moeilijker begonnen te doen.
Bovendien drong ook de Belastingdienst steeds hardnekkiger aan op een 'formeel organisatiekader'(zoals dat in hun dialect zo mooi heet).
Zodat tien jaar geleden het plan voor een officiele uitgeverij is geboren. Compleet met inschrijving bij de KvK, eigen giro-rekening, ISBN-nummer, kortom alles wat daar verder bij hoort.
En uiteraard een naam.
Alleen ... welke? We hadden geen flauw idee.
Totdat ik 's avonds op bezoek was bij mijn moederloge in Gouda. Bij de tafelloge zingen ze daar een tafellied: "laat over de werkbank de woorden flitsen, als de splinters van de ruwe steen". Ik dacht 'bingo' en de rest van de avond hebben de broeders niet veel meer aan me gehad.

Zo is in 1995 uitgeverij 'De Steensplinter" ontstaan. Die ieder jaar met veel liefde 1 of 2 titels publiceerde. Niets maçonnieks overigens.
Vooral locale geschiedenis en dichtbundels. Zoals de door ons samen met auteur Cor van Someren opgezette 'Vlist-reeks' over de geschiedenis van de Krimpenerwaard.

Dat maçonnieke begon pas in 1999, toen wij van verschillende kanten hierover belaagd werden:
• door br. Mac Gillavry met een manuscript over gekruiste benen;
• vanuit mijn toenmalige loge in Utrecht voor een bundeling van de door br. Maarten Zweers opgeleverde bouwstukken;
• vanuit de studiekring Landmerk om een jubileum-uitgave te verzorgen.

Drie uitgaven dus en - zoals iedere leerling weet - een prima aantal voor een nieuw begin.
De naam was dit keer niet zo moeilijk.
Want steensplinters ontstaan immers bij het hakken aan de ruwe steen. Met de bedoeling er een kubieke steen van te maken, die geschikt is voor de bouw van de tempel. Daarmee was de kubus-reeks geboren.
Ook hier geen lange voorbereidingstijd, of een tot in detail uitgewerkt ondernemingsplan. Eerder een situatie van niet snel en hard genoeg 'nee' roepen, waardoor op een gegeven moment verplichtingen ontstaan en gewoon doen wat verwacht wordt makkelijker is dan iedereen teleurstellen. Zodat - al improviserend - de eerste drie Kubus-deeltjes het licht zagen. Na deel 3 kwam deel 4, als vervolg op deel 1, en toen begon het toch echt serieus te lijken.

Met name, omdat inmiddels ook andere broeders ons bestaan ontdekt hadden en wij bedolven werden onder allerlei manuscripten. Daar is natuurlijk niets mis mee. Maar wij hadden altijd zelf onze teksten gemaakt en ook de mensen waarvan we boeken hadden uitgegeven, hadden beroepsmatig ervaring met het schrijven van teksten.
De broeders binnen de Orde hebben dat over het algemeen niet. Die schrijven een bouwstuk vooral voor zichzelf en voor gebruik in de loge. Opzich geen enkel probleem, wanneer zo'n bouwstuk daartoe beperkt blijft. Want de andere broeders kennen hem immers al jaren en zijn allang blij dat hij zich door de redenaar heeft laten strikken. En mocht er iets niet duidelijk zijn, dan kan dat altijd in de nabespreking rechtgetrokken worden.

In een boek ontbreekt dat allemaal. De lezer kent de auteur niet en heeft ook geen gelegenheid om vragen te stellen. Maar moet het met de tekst in het boek doen, die voor hem (als lezer) interessant en begrijpelijk genoeg moet zijn om het van kaft tot kaft te blijven lezen.
Wat wij ontdekten was dat een boek een communicatiemiddel is, waarbij niet de auteur maar de lezer centraal staat. Want die bepaalt immers of een boek als boek functioneert, of met andere woorden: of het gelezen wordt. Zo niet, dan blijf je met een stapel vuil gemaakt papier zitten. Niet-professionele auteurs hebben daar absoluut geen kaas van gegeten. Die denken "als het maar gedrukt is". Maar de essentie van een boek is niet dat het op de plank ligt, maar dat het gelezen wordt.

Dat vergt een omklappen van het manuscript, van auteur-gericht naar lezer-gericht. Van helder maken wat bedoeld wordt. Van aanbrengen van een voor de lezer herkenbare rode draad. Van het benoemen en toelichten van zaken die voor de auteur vanzelfsprekend zijn.
Daarvoor heb je een redacteur nodig, die in de huid van de lezer kruipt en als advocaat van de duivel de auteur belaagt. Waarom heb je dit? Wat bedoel je daar mee?
Is wat je hier beweert niet tegenstrijdig met wat daar staat?
Enz.

Voor de meeste auteurs is dat proces een soort her-inwijding. Met alle vormen van struikelblokken en stoten op het hart. Br. Beunk (van Kubus 8) heeft mij wel eens zijn persoonlijke 'frere terrible' genoemde. De 'vreselijke broeder'die in de 18e eeuw tot taak had de kandidaat te belagen.
Het is de zure appel - of bittere beker - waar je samen doorheen moet, om van een manuscript een boek te maken. En net als in het rituaal, zorg ik als geleider dat de kandidaat niet op zijn snufferd valt. Maar wel alle struikelblokken neemt.
Dat proces hebben we inmiddels negen keer gehad, terwijl we op dit moment met een paar volgende kandidaten de eerste struikelblokken te trotseren.

Negen boekjes.
Voor vrijmetselaren een belangrijk getal. Vandaar ook, dat we van dat negende deel iets bijzonders wilden maken.
Hoe? Geen idee. Maar ook hier vulde de praktijk het vanzelf in.
In de vorm van br. Jan Mojet met zijn instructiebundel. Die hij vorig jaar bij het Maçonniek Familie Kamp mij toestopte met "bekijk het eens, misschien is het wat voor je".
Nu had ik al eerder dat soort manuscripten gehad. Die allemaal nogal erg persoonlijk waren. Daar is opzich natuurlijk niets mis mee in het persoonlijk contact tussen een 2e Opz. en zijn leerling. Die leerling overleeft dat echt wel, al was het maar dat hij een jaar later een heel ander verhaal van de 1e Opz. krijgt.
De pluriformiteit is daar als het ware ingebakken.

Maar bij een gedrukte instructie ligt dat anders. Gedrukt geeft niet alleen meer autoriteit, maar je moet de nuancering er zeer nadrukkelijk in opnemen. Anders heb je, voordat je het weet, een soort maçonniek evangelie.
Verder hadden wij iets voor ogen met een gestructureerde, puntsgewijze opzet. Zoiets als je als syllabus bij congressen krijgt.
Dat zowel voor zelfstudie van de leerling, als voor degene die instructie geeft, bruikbaar zou zijn.
Dan liefst nog zo volledig mogelijk, zonder in een 20-delig standaardwerk te ontaarden.
Het manuscript van br. Jan Mojet bleek dat schaap met zes poten te zijn en de afgelopen winter hebben we - al struikelblokken nemend - gebruikt om er een boekje van te maken. Een leidraad voor studie en instructie van de vrijmetselarij.

J.A. den Ouden
(uitgesproken tijdens de presentatie van de Leidraad op 1 november 2005)


omhoog
©   2005   -   uitgeverij de Steensplinter   -   All rights reserved.