Boek 7, brief 9


Start
Text and translation
Bibliography
Links
Centres
Planning
Personal
Miscellaneous

Sidonius aan zijne hoogwaardige excellentie, monseigneur Perpetuus

  1. >In uw verlangen naar geestelijke lectuur, waarvan de verzameling u zeer vertrouwd is, zowel door de bijbelschrijvers als door de verdedigers van het katholieke geloof, wenst u zelfs kennis te nemen van uitgerekend datgene wat het het minst verdient door iemand als u gehoord te worden ter beoordeling. U vraagt mij namelijk u de toespraak te sturen die ik schijn gehouden te hebben voor het volk in de kerk in Bourges. Geen retorische indeling, geen oratorische hoogstandjes, geen grammaticale wendingen gaven die passende glans en karakter.

  2. >Ik kon er namelijk niet toe komen daarin, zoals de gewoonte is van zorgvuldige sprekers, historische gewichtigheden of dichterlijke tournures of vonken van redekunstig vuurwerk toe te passen. Want doordat de onenigheid, de heftigheid, de meningsverschillen van de partijen mij verscheurden, gaf de agressie mij net zoveel stof tot schrijven, als de drukte mij de tijd ontnam. De menigte mededingers was namelijk zo groot, dat  zelfs geen twee banken de zeer talrijke kandidaten voor één zetel hadden kunnen bergen. Ieder stond zichzelf wel aan, maar ieder stond ieder ander allesbehalve aan.

  3. >Wij zouden echt niet in staat geweest zijn te zorgen voor het algemeen belang, als het volk niet gekalmeerd zijn eigen oordeel had opgegeven en zich veeleer geschikt had naar het oordeel van de bisschop. Er waren wel enkele priesters die in de hoeken zaten te piepen, maar verder lieten ze in het openbaar zelfs geen gemompel horen, omdat de meesten niet minder hun eigen stand dan de overige standen vreesden. Dus, doordat in het openbaar elk individu op zijn hoede was voor alle anderen, gebeurde het dat allen zonder afkeuring aanhoorden waarom zij later nadrukkelijk vroegen.

  4. >Ontvang daarom het geschrift dat is bijgevoegd in de begeleidende rollen. Dat ik het heb geschreven in twee wakes van één zomernacht - Christus is mijn getuige -, zult u, vrees ik, eerder aannemen op grond van de lectuur zelf, die dat van zichzelf bewijst, dan van mij. Wees zo goed aan mij te denken, monseigneur.

  5. >TOESPRAAK
    De wereldgeschiedenis, geliefden, vertelt dat één van de filosofen de leerlingen die bij hem kwamen eerst het geduld om te zwijgen leerde, vóór de kennis om te spreken, en dat alle beginnelingen temidden van de medeleden van de school die zaten de discussiëren vijf jaar hun mond hielden, met het gevolg dat zelfs de snellere geesten van sommigen niet mochten worden geprezen voordat het pas gaf dat zij als zodanig werden herkend. Zo gebeurde het, dat wie deze mensen na hun lange zwijgen hoorde spreken, zelf zijn mond niet kon houden; want, zolang onze natuur kennis indrinkt, is het minstens zo eervol niet te praten over wat je niet weet als te zeggen wat je wel weet.

  6. >Maar nu word ik in mijn middelmatigheid geconfronteerd met een geheel andere situatie. Op mijn schouders is het gewicht gelegd van dit ambt, terwijl ik een weg zoek door kolken van zuchten en maalstromen van zonden. Voordat ik nu aan welke persoon van niveau dan ook mij gehoorzaam als leerling kan aanbieden, ben ik gedwongen voor anderen de taak van leraar op mij te nemen. Bij deze onmogelijkheid komt nog het gewicht van de gêne, dat u uitgerekend mij door het aanbieden van de schriftelijke opdracht de beslissingsbevoegdheid hebt gegeven over de bisschopskeus ten overstaan van een heilige bisschop die zijn hoge priesterschap meer dan verdient. Omdat hij het hoofd van zijn provincie is en ook mijn meerdere is in ervaring, kennis, welsprekendheid, positie, anciënniteit en leeftijd, voel ik, nu ik het woord moet voeren over en ten overstaan van de metropoliet, - ik slechts provinciaal en de jongste, - de schroom van een onervarene en de weerzin tegen iemand die zich iets aanmatigt.

  7. >Maar omdat het uw wil is de fout te maken, dat ik, die wijsheid mis, voor u - met Christus' hulp - een wijze bisschop moet uitzoeken, in wiens persoon veel goede eigenschappen samenkomen, moet u weten dat ik door dat besluit me zeer vereerd voel, maar nog meer belast. U moet zich vooral de grote last van de publieke opinie realiseren, omdat u van een beginneling rijpe oordelen hebt geëist en een recht pad van beleid vraagt van hem, van wie u zich tot nu toe alleen fouten herinnert. Derhalve, omdat u dit nu eenmaal zo graag wilt, smeek ik u, dat u mij door uw voorbede zó maakt als u in vertrouwen gelooft dat ik ben, en dat u zo goed wilt zijn mijn nederige persoon liever door uw gebeden op te hemelen dan door uw applaus.

  8. >Vooraf echter is het goed dat u weet in welke Scylla's van kritiek en in welk geblaf van tongen - menselijke in dit geval - de storm veroorzaakt door bepaalde lieden die u proberen zwart te maken, mij verzeild heeft doen raken. In kwalijke karaktertrekken zit namelijk dit vermogen, dat de misdaden van enkelingen de onschuld van de meerderheid bezoedelen, terwijl aan de andere kant een enkele goede niet de misdrijven van velen kan compenseren door zijn goede eigenschappen te delen.

  9. >Als ik een monnik benoem, - al kan hij de vergelijking doorstaan met een Paulus of Antonius, een Hilarion of Macarius, en begeleidt hem het voorrecht van als kluizenaar geleefd te hebben: onmiddellijk klinkt mij van alle kanten met luid misbaar het protest in de oren van minne dwergen, die klagen en zeggen: "Deze man die benoemd wordt, vervult niet het ambt van bisschop, maar eerder van abt, en kan beter opkomen voor onze zielen bij de hemelse rechter dan voor onze lichamen bij de aardse." Wie zou zich nu niet ergeren, als hij merkt dat zuivere eigenschappen bevuild worden door de beschuldiging van tekortkomingen?

  10. >Als we een nederig iemand benoemen, wordt hij van laag allooi genoemd; als we iemand met zelfvertrouwen voorstellen, vindt men dat hij hoogmoedig is;
    als het een niet gestudeerd iemand is, meent men dat men hem om zijn onkunde mag uitlachen; als het iemand is die enigszins geleerd is, roept men dat hij vanwege zijn kennis opgeblazen is;
    als het een streng iemand is, verafschuwt men hem en is hij zogenaamd hard; als hij toegefelijk is, wordt hij van slapheid beschuldigd;
    als hij eenvoudig is, kijkt men op hem neer als een domkop; als hij slim is, vermijdt men hem want hij is sluw;
    als hij nauwkeurig is, beslist men dat hij pietepeuterig is; als hij makkelijk is, vindt men hem slordig;
    als hij gewiekst is, inhalig; als hij rustig is, noemt men hem lui;
    als we komen met een matig mens, denkt men dat hij gierig is; als het iemand is die ontvangt met een goede maaltijd, krijgt hij het etiket vraatzuchtig; als het iemand is die bij een ontvangst niet mee-eet, wordt hij beschuldigd van zelfingenomenheid.

  11. >Vrijmoedigheid veroordelen zij als brutaliteit; terughoudendheid wijzen zij af als onhandigheid;
    principiële mensen hebben zij niet graag vanwege hun strengheid; vriendelijke zijn minderwaardig in hun ogen om hun toegankelijkheid.
    Zodoende worden, op welke manier men ook leeft, in zo'n situatie toch altijd de karakters van de fatsoenlijke mensen door de stekende tongen van kwaadsprekers als het ware met weerhaken aangeslagen. Achter dit alles zit dat het moeilijk is zich te schikken naar de discipline van het klooster zowel voor eigengereide leken als voor vrijgevochten geestelijken.

  12. >Als ik een geestelijke benoem, zijn de lager geplaatsten jaloers en dingen de hoger geplaatsten op hem af. Want enkelen van hen - de overigen niet te na gesproken - vinden dat alleen de duur van het geestelijk ambt als verdienste mag worden gerekend, zodat ze willen dat ik bij het wijden van een bisschop niet geschiktheid kies, maar leeftijd, alsof een lang leven (in plaats van een goed leven) dient te worden aangehouden voor het krijgen van het bisschopsambt, en niet het voorrecht, het mooie, de aantrekkelijkheid van een veelzijdige begaafdheid. En zo zijn er sommigen,
    traag in dienen, snel in afkraken,
    lui in besprekingen, druk in onenigheid,
    zwak in liefde, sterk in partijdigheid,
    vast in het instandhouden van jaloersheden, onzeker in het volhouden van standpunten,
    die proberen de kerk naar hun hand te zetten, maar binnenkort zelf overeind gehouden moeten worden vanwege hun ouderdom.

  13. >Maar goed, ik wil niet langer om het gekonkel van enkelen de integriteit van de meerderheid in twijfel trekken. Ik wil alleen duidelijk maken, dat, zonder dat ik namen noem, degene die aangeeft beledigd te zijn, laat zien afgewezen te zijn. Ik zeg het maar heel eerlijk: van de menigte omstanders zijn er velen die bisschop zouden kunnen worden, maar ze kunnen niet allemaal bisschop worden. Doordat ieder persoonlijk zich mag verheugen in het bezit van uiteenlopende gaven, voldoen allen zichzelf, maar niemand allen.

  14. >Als het zo loopt dat ik een ambtenaar benoem, springt men meteen op en zegt: "Omdat Sidonius is overgegaan van een wereldlijk beroep naar de geestelijke stand, daarom wil hij geen metropoliet boven zich hebben uit de kringen van de geestelijkheid. Hij is over het paard getild door zijn afkomst, hij laat zich voorstaan op de tekens van zijn waardigheid, hij veracht de armen van Christus."

  15. >Gezien deze omstandigheden zal ik, niet omdat het nodig is voor de welwillendheid van de nette mensen, maar omwille van de achterdocht van de kwaadsprekers, mijn erewoord geven, - zo waar leve de Heilige Geest, onze almachtige God, die bij monde van Petrus bij Simon de magiër veroordeelde, dat hij dacht de genade van de zegen voor geld te kunnen kopen, - dat ik bij hem die ik voor u geschikt heb bevonden, niet word gemotiveerd door geld of invloed, maar dat ik, na uitputtend de vereisten te hebben gewogen van persoon en tijd, provincie en stad, geloof dat deze man, wiens leven ik zo dadelijk in het kort ga beschrijven, de meest competente is.

  16. >De gezegende Simplicius, tot nu toe behorend tot uw stand, maar vanaf heden te rekenen tot de onze, - als God het vergunt door u,- past dermate bij beide kanten zowel door zijn ervaring als door zijn achtergrond, dat èn de staat iets in hem kan vinden om te bewonderen èn de kerk iets om van te houden.

  17. >Als we respect moeten hebben voor iemands afkomst, aangezien de evangelist heeft laten zien dat we ook die niet weg mogen laten (want in het begin van zijn lofrede op Johannes beschouwde Lucas het als heel belangrijk dat hij uit een priesterfamilie kwam, en alvorens de adeldom van zijn leven te verkondigen prees hij toch eerst de waardigheid van zijn familie): zijn voorvaderen gaven of aan bisdommen of aan rechtbanken leiding. Vooraanstaand in beide richtingen, was zijn geslacht aanzienlijk door of bisschoppen of prefecten. Zo was het voor zijn voorouders gewoon of het menselijke of het goddelijke recht te spreken.

  18. >Als we echter zijn eigen persoonlijkheid zorgvuldiger in ogenschouw nemen, vinden we dat die hier onder de spectabiles de eerste plaats inneemt. Ja, u zegt terecht dat Eucherius en Pannychius als illustres een hogere rang hebben. Ik geef toe dat zij tot nu toe zo bekeken zijn, maar voor de huidige gelegenheid komen zij volgens het kerkelijk recht niet langer in aanmerking, omdat ze alle twee hertrouwd zijn.
    Als we zijn leeftijd in aanmerking nemen, heeft hij de energie van de jeugd, de bedachtzaamheid van de oude dag.
    Als we zijn ontwikkeling en aanleg vergelijken, dan wedijvert natuur met cultuur.

  19. >Als we zijn menselijkheid gaan bekijken: die staat ten dienste van leek, geestelijke en vreemdeling, de minste en de meeste, zelfs meer dan nodig is: meer dan eens heeft juist iemand die het niet terug kon betalen dankbaar zijn brood aanvaard.
    Als hij de verplichting kreeg een gezantschap te ondernemen, kwam hij herhaaldelijk ten bate van deze stad voor koningen in huiden en keizers in het purper te staan.
    Als de vraag is onder wiens leiding hij in de beginselen van het geloof is ingewijd: om een bekende uitdrukking te gebruiken, "Hij had thuis iemand om het van te leren".

  20. >Tenslotte is hij de man, dierbaren, die in de duisternis van het gevang zat en voor wie de veelvoudig gesloten deuren van de kerker der barbaren door Gods hand opengingen.
    Naar ik gehoord heb, hebt u ooit geroepen dat hij moest worden aangesteld als bisschop en dat zijn vader en oom daartoe moesten worden gepasseerd. Bij die gelegenheid verwierf hij zich grote verdienste, doordat hij liever geëerd werd door de waardigheid van zijn familieleden dan van zichzelf.

  21. >Ik zou bijna iets niet genoemd hebben wat niet ongenoemd mag blijven. Eens onder Mozes, om met de psalmdichter te spreken, "in de dagen van ouds", stapelde heel Israël, om de bouw van de tabernakel van het verbond mogelijk te maken, in de woestijn voor de voeten van Besaleël een bijdrage van vrijelijk geofferd geld op. Later putte Salomo, om in Jeruzalem de tempel te bouwen, de kracht van zijn volk volledig uit, hoewel de in beslag genomen rijkdom van Palestina en de belastingen van de koningen uit de omgeving nog werden vergroot door de schatten uit het zuiden van de koningin van Seba. Maar deze man heeft voor u een kerk gebouwd, jong en in overheidsdienst, arm en zonder hulp, minderjarig nog maar al wel vader, en hij liet zich niet van de vrome taak die hij zich had voorgenomen, afbrengen door het verzet van zijn ouders en de aanblik van zijn kinderen. Toch gaf hij er principieel geen ruchtbaarheid aan.

  22. >Want hij is een man die, als ik me niet vergis, wars is van alle streven naar populariteit. Hij streeft niet naar de gunst van alleman, maar van de top. Hij verlaagt zich niet tot goedkope gemeenzaamheid, maar is waardevol door beproefde kameraadschap. Als edelman wil hij zijn rivalen liever ondersteunen dan het ze naar de zin te maken, vergelijkbaar met strenge vaders die niet denken aan de wensen, maar aan de belangen van hun jonge zoons;
    in tegenspoed standvastig, op kritieke momenten trouw, in voorspoed bescheiden;
    in kleding eenvoudig, in woorden gewoon;
    in de omgang gemeenzaam, in de vergadering een uitblinker;
    beproefde vriendschappen streeft hij ijverig na, houdt hij zorgvuldig in stand, blijft hij eeuwig trouw;
    opgedrongen vijandschappen hanteert hij fatsoenlijk, gelooft hij pas laat, laat hij snel vallen;
    allermeest te ambiëren omdat hij allerminst ambitieus is, is hij er niet op uit het priesterschap te krijgen, maar het te verdienen.

  23. >Nu zal iemand zeggen: "Hoe kan het dat u zo snel zo veel over hem gehoord hebt?" Hem antwoord ik: Ik kende al mensen uit Bourges voordat ik Bourges kende.
    Veel ken ik er van onderweg, veel van de kanselarij,
    veel van zakelijke bijeenkomsten, veel van ambtelijke vergaderingen,
    veel van hun verblijf in den vreemde, veel van het mijne.
    Heel veel mogelijkheden om iemand te kennen komen ook voort uit iemands reputatie, want de natuur heeft niet zulke krappe grenzen gesteld aan beroemdheid als aan de eigen stad. Daarom, aangezien de rang van een stad niet zo zeer moet worden afgeleid uit de omtrek van haar muren, maar uit de beroemdheid van haar burgers, ben ik er niet pas kort geleden achtergekomen wie u was, maar waar u was.

  24. >Zijn vrouw komt uit de familie van de Palladii, die hetzij leerstoelen in de letteren hebben bekleed hetzij de stoel der altaren hebben bezet tot eer van hun ambt. Omdat de persoon van een echtgenote vraagt om een delicate en beknopte vermelding, zou ik met nadruk willen vermelden dat die vrouw past bij de priesterschappen van beide families, die waar ze geboren is en opgegroeid, en die waar ze gekozen is en naar toe gegaan. Hun beide zoons voeden zij goed en verstandig op. Met hen vergeleken wordt hun vader daardoor steeds gelukkiger, dat zij hem overtreffen.

  25. >Welnu, omdat u gezworen hebt dat het oordeel van mijn bescheiden persoon in deze verkiezing de doorslag zou geven, - aangezien men met geen grotere geldigheid een eed kan afleggen dan hem op te schrijven,- is het - in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest - Simplicius van wie ik uitspreek dat hij metropoliet van onze provincie en bisschop van uw stad moet worden. U van uw kant, als u betreffende de man over wie wij spreken mijn nieuwe uitspraak volgt, geef dan overeenkomstig uw oude uitspraak luid uw instemming te kennen.
     


Start | Text and translation | Bibliography | Links | Centres | Planning | Personal | Miscellaneous

 Contact: Joop van Waarden
Last modified: 03.02.2008