Boek geeft inzicht in werking van bovenbeenprothese
 

‘De Techniek van de Bovenbeen Prothese’, geschreven door dr.ir. P.G. van de Veen  is een boek dat sinds kort op de markt is.  In het boek vind je een stukje geschiedenis van de ontwikkeling van de bovenbeenprothese, vooral veel informatie over kniescharnieren en wetenswaardigheden over de zwaaifase van de prothese.

Het is een technisch boek, eigenlijk bestemd voor instrumentmakers, mensen die zich bezig houden met bewegingstechnologie, fysiotherapeuten enzovoort. Niet in de eerste plaats geschreven voor beenprothesedragers. Een boek dat ik niet snel zou kopen, maar wel graag van iemand wil lenen om eens door te lezen.

Want toch is het ook voor de gebruikers van beenprotheses interessant en ondanks dat het een technisch boek is, is het zeer helder en begrijpelijk geschreven. Zo krijg je inzicht in de werking van de prothese. Je ontdekt hoe zij werkt, hoe het komt dat een knie stabiel, of  minder stabiel is. Waarom een knie bij een bepaalde stand blokkeert en bij een andere stand weer losgekoppeld wordt. En je ontdekt hoe vernuftig die scharnieren werken, hoe ingenieus die systemen in elkaar zitten. En je snapt ook waarom er zoveel soorten zijn. Iemand met een minder goede balans heeft immers een stabielere knie nodig dan iemand die minder stevig in zijn of haar schoenen staat (letterlijk dan).  En voor Aziatische mensen die veel in de hurkzit zitten zijn ook weer speciale kniescharnieren in de handel.

Wat opvalt is dat het protheseontwikkelaarswereldje  enorm gericht is op het lopen (behalve die hurkzit voor die Aziaten dan). Maar de gebruiker doet meer dan alleen lopen. Je bent ook weleens aan het tuinieren, of een vloer aan het schrobben. Dat doe je (ik althans) op je knieën. En dan is het belangrijk dat zo’n knie wat verder naar achteren buigt dan negentig graden, zodat je af en toe even acherover kan hangen, uitpuffen. Daar is eigenlijk nauwelijks over nagedacht, blijkt.

Het boek bevat een overzicht van vrijwel alle kniescharnieren. Al lezend kom je er ook wel achter dat er knieën zijn met een wat diepere buiging (Total Knee bijvoorbeeld als ik het goed begrepen heb). En zo zou je je eigen knietje kunnen uitkiezen en dit als suggestie door kunnen geven aan de instrumentmaker en/of revalidatiearts.

Duidelijk wordt wel na lezing van dit boek dat het heel belangrijk is dat je  de instrumentmaker goed duidelijk maakt wat je allemaal met je prothese wilt doen. Wil je ook fietsen, loop je veel, ervaar je problemen met instappen in de auto, zit je veel op je knieën te tuinieren of zit je veel op de bank of achter de computer en loop je weinig, en als je loopt, loop je dan snel of vrij langzaam? Ben je een vrij bewegelijk type dat ook als het staat een beetje wiebelt met zijn of haar heupen, waardoor de knie sneller kan ontkoppelen? Het zijn allemaal belangrijke gegevens die de instrumentmaker kunnen helpen het voor jou meest geschikte kniescharnier uit te zoeken uit het enorme aanbod dat er is.

Taal van de instrumentmaker

‘De Techniek van de Bovenbeen Prothese’ helpt je ook ‘de taal’ van de instrumentmaker, revalidatiearts en fysiotherapeut te begrijpen. Je begrijpt nu wat ze bedoelen als ze zeggen dat ‘de energie die je gebruikt om een bepaalde flexie (buiging) of extentie (strekking) van de prothese te bereiken niet teruggekoppeld wordt naar je eigen lichaam’.

Uit het boek blijkt ook dat, hoewel er dus een enorm aanbod is, we best enige positieve verwachtingen voor de toekomst mogen hebben. Er worden nu bijvoorbeeld scharnieren (zoals de Blatchford) ontwikkeld waarbij de zwaaifase elektronisch geregeld wordt. Dat leidt tot een meer natuurlijke en snellere manier van lopen. Een andere nieuwe ontwikkeling is de C-leg van Otto Bock waarbij een microprocessor zowel de zwaai- als standfase van de knie berekent, wat leidt tot een zeer stabiele knie. Het is jammer dat schrijver Van de Veen niet in een apart slot-hoofdstukje  meer aandacht aan vooruitzichten voor de toekomst heeft besteed. Dat was ook een mooi contrast geweest tot het stukje historie aan het begin van het boek. Het boek begint met een stukje historie, gaat dan in op de kniescharnieren, vervolgens op de zwaaifase (in die artikelen worden nieuwe technieken weliswaar besproken) en eindigt dan abrupt. Jammer.

Het moge duidelijk zijn, het is een puur technisch boek. Het gaat met name over prothese-componenten. De mens in de prothese komt niet aan bod. In mijn aantekeningen voor deze recensie heb ik dan ook telkens wanhopig geschreven: ‘hoe voelen die scharnieren, hoe loopt het, soepel, licht, stroef, krakerig…’ Maar het is natuurlijk niet aan de ingenieur om daarover te oordelen. Dat kunnen alleen wij, de beenprothesegebruikers doen.
 
‘De Techniek van de Bovenbeen Prothese’ kost veertig gulden (exclusief 6 procent btw, inclusief verzendkosten) en is uitgegeven in eigen beheer door P.G. van de Veen. Het is te bestellen bij P.G. van de Veen Consultancy b.v., Oldenzaalsestraat 207, 7523 AB Enschede, tel: 0534.339.332, fax: 0534.331.345, e-mail: info@vandeveen.nl Eerder verscheen van hem:  ‘Biomechanica van de prothesiologie’. Dat kost 55 gulden.