Martien Vermolen port gezondheidszorg in ontwikkelingslanden op
 

Vergeleken met ontwikkelingslanden is onze gezondheiszorg buitengewoon goed geregeld. Zo om de drie jaar krijgt een prothesegebruiker een nieuw kunstbeen. Regelmatig wordt er onderhoud verricht en heb je tussentijds een klacht, dan ga je naar de instrumentmaker en wordt die verholpen. De verzekering betaalt meestal vanzelfsprekend. In Afrika gaat dat net zo … als je maar rijk bent. Maar een heleboel Afrikanen zijn straatarm. Zij zouden het zonder  prothese /orthese moeten stellen, als er geen mensen waren zoals Martien Vermolen. Hij verzamelt onderdelen van hulpmiddelen en zorgt ervoor  dat ze terecht komen bij gehandicapten in ontwikkelingslanden.

MARTIEN VERMOLEN voelt zich al heel lang betrokken bij mensen die het moeilijk hebben. “Dat komt waarschijnlijk omdat ik zelf ook veel in het ziekenhuis heb gelegen. Ik heb namelijk slechte voeten. Ik weet dus wat dat is en ik kan me voorstellen dat het helemaal moeilijk is als je geen goede orthopedische schoenen hebt.”  Vanuit die motivatie was hij al voor hij aan zijn studie tot orthopedisch schoenmaker (later studeerde hij verder tot instrumentmaker) actief voor het  Liliane Welzijnsfonds. Tijdens zijn opleiding ontmoette hij broeder Tarcisius de Ruyter. Die vertelde hem dat hij gehandicapte kinderen hielp in Ghana. Van het een kwam het ander. Vermolen bleef contact houden met De Ruyter en eenmaal  in een vaste baan begon hij met het verzamelen , demonteren en opsturen van gebruikte orthopedische hulpmiddelen naar broeder Tarcisius.

Vermolen: “Alle materialen bewaar ik in eerste instantie in mijn garage in Wijchen (bij Nijmegen). Het gaat om ortheses, protheses, (loop)hulpmiddelen en  rolstoelen. Af en toe komen  er ook weleens brillen en orthopedisch schoeisel bij. Alle materialen demonteer ik volledig, daarna kijk ik ze na en – als het nodig is – reviseer ik ze. Behalve de koker van een prothese, die immers zo op maat gesneden is waardoor  hij niet meer te gebruiken is voor een ander, wordt alles bewaard. Vervolgens gaan de onderdelen keurig gerangschikt in een kist en komt er een inhoudslijst op. Als de garage te vol wordt, gaan de kisten naar een grote loods die we mogen gebruiken van Somas orthopedie in St. Antonis. En als er voldoende materiaal is om een project op te zetten, gaat het  op transport naar Afrika.”
 
Natuurlijk zijn er kosten mee gemoeid. Alleen al voor het vervoer. Voor het project in Ghana zijn er potjes aangesproken van de Wilde Ganzen, de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling  (NCDO, een potje van het Rijk), Lionsclub, Rotaryclub, stichting Orion en nog wat andere fondsen en giften van particulieren.
Martien reisde zelf ook naar Ghana. Het werken daar  vond hij de moeite waard. “Ik krijg nog dagelijks brieven van mensen die ik geholpen heb en van instrumentmakers. Werken in Afrika is  heel anders dan hier. De taal is een barrière en de gewoonten  zijn anders.  Je moet een knop omzetten, dat kost je een maand. En ook moet je rekening houden met het klimaat. Als je een prothese/orthese  maakt moet die zoveel mogelijk open zijn, anders smelten de mensen erin weg .”

Martien ging ook naar Ghana om mensen op te leiden die de prothesen in elkaar kunnen zetten en  recyclen. Want het is de bedoeling dat het brengen van materiaal naar een ontwikkelingsland eenmalig is, daarna moeten de mensen  zelfstandig een orthopedische werkplaats kunnen runnen.

We zijn wel goed, maar niet gek!

Martien: “We zijn namelijk wel goed, maar niet gek. Het moet niet zo zijn dat zij roepen ‘laat maar hier komen’ en achterover gaan zitten en de boel verkopen aan de rijke Afrikanen.” Voor wat betreft het project in Ghana is de instrumentmaker daar niet zo bang voor.  Broeder Tarcisius houdt daar immers de boel nauwlettend in de gaten. Hij heeft bovendien veel erkenning en is iemand die erin slaagt overal (overheids)geld vandaan te halen. Maar voor andere projecten, zoals het nieuwe project in Zimbabwe waar de hulpverleners nu mee bezig zijn, zal anders gewerkt worden.

In mei 1997 is de stichting Revalidatie In Ontwikkelingslanden (RIO) opgericht. De officiële doelstelling is keurig gedeponeerd bij de notaris, maar het komt erop neer dat het streven  is projecten op te zetten in ontwikkelingslanden, zodat daar orthopedische werkplaatsen ontstaan die zelfstandig verzekerde, maar vooral ook onverzekerde gehandicapten kunnen helpen. De stichting is erkend door het Rijk. Een van de dingen waar Martien en zijn medewerkers nog druk mee bezig zijn is het uitdokteren  hoe de projecten het best betaald  kunnen worden. Want slechts de potjes van de NCDO en de Wilde Ganzen blijven, van de andere bijdragen moet je maar afwachten of ze komen. “En omdat we er zeker van willen zijn dat we de hulp kunnen blijven geven, kunnen we daar niet op gokken,” vindt Vermolen.

Jongetje met beugels gemaakt
door stichting RIO

Verkopen aan Oostbloklanden

Een manier is om de ingezamelde materialen te selecteren en de goede onderdelen te verkopen aan Oostbloklanden tegen een sterk gereduceerde prijs. Het geld wat daarmee verdiend wordt kan dan benut worden voor bijvoorbeeld het transport van de goederen, of om instrumentmakers in Afrika op te leiden. Het nadeel van deze manier van financieren is dat je dan wel slechts de iets minder goede onderdelen naar Afrika kunt sturen. “En daar is natuurlijk wel wat tegenin te brengen, maar als het de enige manier is om aan structureel inkomen voor het project te komen, dan moet het maar.”

Een andere manier die Martien en zijn medewerkers bedacht hebben is het ‘kapitaliseren van de restwaarde van de onderdelen’. Martien verduidelijkt: “ Een taxateur schat dan de restwaarde van de onderdelen. Dat bedrag wordt dan door het Rijk gezien als een schenking aan een ontwikkelingsland en het NCDO geeft dan een gelijk bedrag als die restwaarde aan subsidie. Martien: “Dat zou natuurlijk het mooiste zijn, dan gaat alles daarheen en de stichting kan grondstoffen en machines en gereedschap aanschaffen voor de werkplaats.”

Voor een project wordt eerst in Afrika een betrouwbaar tussenpersoon gezocht en een betrouwbare werkplaats. Martien: “Dat wordt goed door ons gescreend.” Als daarmee samengewerkt wordt,  is het de bedoeling dat de mensen opgeleid worden, als dat nodig is. Eventueel gaat er een instrumentmaker vanuit Nederland heen om les te geven. Als de werkplaats draait is het de bedoeling dat de prothesen gewoon verkocht worden. Naar vermogen betalen de gebruikers een eigen bijdrage. Aan onverzekerde arme mensen wordt de prothese geschonken. En verder moet de werkplaats van elke prothese die verkocht wordt, een bepaald percentage in een potje doen. Het geld uit dat potje komt dan weer ten gunste van de stichting RIO, die er de kosten voor het transport van de materialen van betaalt, reiskosten van de eventuele opleider/begeleider uit Nederland of er een ander project van opzet, dat binnen de doelstelling van de stichting valt.

Goed voor de economie is goed voor de mensen

Martien: “We vinden het danook helemaal niet erg om zaken te doen met commerciele werkplaatsen. Als je werkt zoals bijvoorbeeld de kerken en je vraagt er niets voor terug, dan is het te passief. Wij vinden het belangrijk dat we de mensen zelf opporren. Dat is ook goed voor hun economie en het is goed voor de ontwikkeling van de gezondheidszorg daar.”

De instrumentmaker heeft, voor hij met zijn ontwikkelingswerk begon, de grote orthopedische fabrikanten gepeild. Vermolen: “Het zijn immers hun materialen die opnieuw gebruikt worden. Ik wilde zeker weten dat ze erachter stonden. Maar ze vonden het prima. Het is voor hun ook een stukje reclame. Op die manier krijgen die fabrikanten  ook naam in Afrika.”

Vermolen en zijn collega’s zijn niet de enige instrumentmakers die zich bezighouden met het recyclen van materialen. Er zijn ook anderen in het land die containers sturen. “Maar wij zijn wel de enigen die het landelijk hebben georganiseerd en het zo structureel opzetten. Wij hebben een ideaal, willen dat kunnen uitvoeren, maar we willen ook dat de mensen zichzelf kunnen bedruipen. Wij willen een stapje verder gaan.”

Wie meer informatie wil over de doelstelling en werkwijze van de stichting kan na zeven uur ’s avonds  contact opnemen via 024-641.2740.  Eventuele giften kunnen overgemaakt worden via 4028.263.61 ten name van de stichting RIO. Indien men een orthese of prothese wil laten recycelen dan kan men het beste deze opsturen naar de stichting RIO Watersnipstraat 59 6601 EE Wijchen. Indien men adresgegevens en bank- of girorekening toevoegd dan zorgt de stichting voor een bedankbrief en teruggave van de portokosten.

terug naar artikelen

terug naar adressen

terug naar prothese