Westerwalders in Utrecht

2002 Erschien das Buch Een kolonie van Duitsers : groepsvorming onder Duitse immigranten in Utrecht in de negentiende eeuw von Marlou Schrover (Aksant, Amsterdam, 2002).
Das 9. Kapitel, 'Waar Duitsers haast een kolonie vormden': Westerwalders, handelt von Westerwalder die sich im 19. Jahrhundert in Utrecht aufgehalten haben.

Unterstehend eine Liste derjenigen die von Frau Schrover genennt werden, mit den Fakten die sie über sie mitteilt.

Die Schreibweise der Namen ist die der Niederländischen Quellen.

Eine Übersetzung wird noch folgen.

a = tekst bij afbeelding
n = noot
= geboren
= overleden
Variante Name Seite Fakten
Baumann Bouman, Kasper 246 venter voor →  Hebgen, Johann
  Beiler, Jacobus 245 pottenbakker te Utrecht (ca 1849)
  Bender, Petrus 254 steengoedhandelaar en -winkelier te Delft, zoon van Geelhart, Catherine, wier steengoedhandel hij overnam
  Bisdom, Willem 233 ‘Ceuls schipper’ in de ‘Ceulse pottewinkel’ (1756)
Corcelius
Corcilius
Corzilius
Korzilius
Corcelius, Johannes 247
248
21-8-1816 (22-8) Rotterdam, zoon van Corcelius, Petrus, en Kalb, Elisabeth, beide wonende te Ransbach; doopgetuigen Rijgheld, Joannes Petrus, en Kalb, Anna Maria, beide uit Ransbach (n. 111: geb. reg. Pfarrerei Ransbach 1816, bezit Franz Baaden)
Korzilius, Johann 24821-7-1818 Utrecht, 1876 Utrecht (n. 112: overl. reg. Ransbach, bezit Franz Baaden)
Corcilius, Johann Wilhelm 245 uit Mogendorf; begon in 1728 een steengoedbakkerij te Manhattan, NY
Corzilius, Maria Catharina 250a 1839 Ransbach, 1914 Amsterdam; dochter van Corzilius, Peter, pottenbakker en burgemeester van Baumbach; huwde 1865 met Fuchs, August
Corzilius, Peter 250a vader van →  Corzilius, Maria Catharina
Corcelius, Petrus 247 vader van →  Corcelius, Johannes
  Fohr, Johann 232 had samen met Günther, Anna Catharina, een in Nederland geboren kind (n. 49: Synodal-Protokollbuch der Pfarrerei Ransbag [sic!], 12-11-1782)
  Fohr, Wilhelm Franz 169 verbleef niet in Utrecht, maar wordt genoemd als auteur van "Aus der Geschichte Ransbachs", 1943 (ongepubliceerd)
  Fritz, Anna 238 vrouw van →  Hölzmann, Peter
  Fuchs, August 250a man van →  Corzilius, Maria Catharina
Fuchs, August
[verm. dezelfde]
226a
251
253a
254
ca 1859/1866 groothandelaar in steengoed en aardewerk te Amsterdam
Fuchs, August Heinrich
[verm. dezelfde]
251a Baumbach 1839, Amsterdam 1914; Rijnschipper en steengoedimporteur
Gehlhardt, Keelhart Geelhart, Catharine 254 moeder van →  Bender, Petrus
Geelhart, Jacob 237 1834/35, zoon van Geelhart-Fohr; was in 1850 in Utrecht
Geelhart, Maria 252 vrouw van →  Kalb, Petrus
Geelhart, Maria-Anna 237 1839/40 Utrecht, dochter van Geelhart-Fohr
  Günther, Anna Catharina 232 partner van →  Fohr, Johann
  Hebgen, Johan 246 venter voor Kasper Bouman, pottenhandelaar; als 20-jarige vanuit Delfshaven, waar hij door Bouman was achtergelaten, via Rotterdam op 7-12-1852 uitgezet
  Heinz, Peter Modest Valentin 246 ?uit Westerwald?; in 1852 uitgezet, verbleef in 1853 te Amsterdam en Gouda
  Hemmerlé, Anna Maria 246 gehuwd, maar zonder haar man reizende, werd in 1853 uitgezet vanuit Kampen samen met haar kinderen van 8, 4 en 1 jaar
  Holsgen, Catharina 252 vrouw van →  Lahnstein, Pieter
  Hölzmann, Peter 238 1834 Duitsland; trok in 1870 in Utrecht met echtgenote Fritz, Anna, 1834 Duitsland, in bij de familie Krüft
  Hummerich, Johan (Johann Peter) 237 patentplichtige kramer te Utrecht in 1831 en 1844; kreeg aldaar twee dochters, in 1837 en op 28-7-1842
  Jäger, Anna 237 vrouw van →  Letschert, Leonart
Jäger, Joseph 238 Ransbach; koopman in aardewerk te Utrecht in ca 1840/50, gehuwd met Koch, Elisabeth
  Kalb, Anna Maria 248 doopgetuige bij →  Corcelius, Johannes
Kalb, Elisabeth 248 moeder van →  Corcelius, Johannes
Kalb, Johann VIII 244 verblijft in 1880 te Rotterdam
Kalb, Johannes 237 komt 16 jaar oud in 1834 naar Utrecht
Kalb, Johann Peter II 244 verblijft in 1879 te Rotterdam
Kalb, Margaretha 237 komt 25 jaar oud in 1834 naar Utrecht
Kalb, Maria 237 komt 18 jaar oud in 1834 naar Utrecht
Kalb, Petrus 252 Ransbach; woonde in 1861 te Delft met zijn echtgenote Geelhart, Maria, Ransbach.
  Kleudgen, Anna 244 weduwe sinds 1871; koopvrouw in aardewerk te Utrecht, evenals haar dochter Kleudgen, Margaretha
Kleudgen, Margaretha 244 dochter van →  Kleudgen, Anna
  Koch 241 weduwe, woonde ca 1850 met 6 kinderen te Utrecht
Koch, Elisabeth 238 vrouw van →  Jäger, Joseph
Koch, Johan 145 Westerwald; had een ‘tafel’ op de Voorstraat in Utrecht; gehuwd met Harmsen, Maria
  Kroth, Johann 246 pottenkramer o.a. te Bolsward, werd in 1854 via Sneek verwijderd
  Krüft 238 hospes in Utrecht van →  Hölzmann, Peter
  Lahnstein, Philip 252 Ehringshausen, koopman, woonde in 1861 te Delft met zijn echtgenote Schwanderlapp, Anna, Ehringshausen
Lahnstein, Pieter 252 Ehringshausen, aardewerkkramer, woonde in 1861 te Delft met zijn echtgenote Holsgen, Catharina, Meudt
  Lamb, Johannes 252 Nassau; aardewerkkramer, woonde te Delft met zijn vrouw Van der Gaag, Maria
Letschert
Litschert
Litzert
Litschert, Carel 248 broer van → Litschert, Pieter
Letschert, Catharina 242 1837 Nassau; kwam ca 1840 met haar ouders - kooplui in aardewerk - naar Utrecht; huwde in 1864 Mertens, Carolus, uit Turnhout, België; bezat met haar man een huis te Utrecht
Letschert, Leonart 237 echtgenoot van Jäger, Anna 1849 Utrecht; kregen te Utrecht kinderen in 1840, 1841 en 1844.
Litschert, Pieter 248 1819 Ransbach, 1899 Den Bosch; trouwde in 1845 in Ransbach, werd in 1867 genaturaliseerd
Leurijn
Leurin
Lorein
Loreyn
Lorijn
Lorrijn
Lorijn, Jelles 245 vader van →  Lorijn, Johannes
Lorijn, Johannes 245 Nederland, als zoon van pottenbakker Jelles Lorijn uit Westerwald; pottenbakker te Utrecht (ca 1849)
[Mogelijk ten onrechte als Westerwalders beschouwd: zie Johannes en Jelles]
  Pfenning, Catharina 247 42 jaar oud in juni 1853 uitgezet vanuit Breda
Pfenning, Christiaan 247 24 jaar oud in juni 1853 uitgezet vanuit Breda
Pfenning, Johan 247 17 jaar oud in juni 1853 uitgezet vanuit Breda
Pfenning, Margaretha 247 22 jaar oud in juni 1853 uitgezet vanuit Breda
Pfenning, Pieter 247 42 jaar oud in juni 1853 uitgezet
Reichelt
Rijgheld
Rijgheld, Johannes Petrus 247 doopgetuige bij →  Corcelius, Johannes
  Schmidt, Johann Adam 247 1824 Witgert, gehuwd met Mosselman, Krijntje; kramer in potten en pannen; mishandelde zijn vrouw; kreeg 3 maanden wegens diefstal; in 1852 uitgezet via Brielle; zijn ouders verkeerden veelal te Dordrecht
  Schwanderlapp, Anna 252 vrouw van →  Lahnstein, Philip
Schwartz Zwart, Frederik 246 werd in 1852/1853 regelmatig uitgewezen, meest samen met zijn ‘bijzit’ Wirth, Catharina, Wirscheid, en haar 2 kinderen van 10 en 2 jaar.
  Stein, Melchior 235 uit Ransbach, verwerft in 1802 als enige het recht van inwoning in de stad Utrecht
  Stuber, Jan-Willem 245 pottenbakker te Utrecht (ca 1849)
Vogt Vugt, Frans 238 in 1840 te Utrecht als trekkend koopman
  Wagner, Christina 29 kraamster in Eau de Cologne uit Hunsdorf, beviel in 1847 te Utrecht van een buitenechtelijk kind
  Weber, Elisabeth 320 Westerwald, koopvrouw, huwde later Martin, Antoine
Weber, François 320 1848 Utrecht, als voorechtelijke zoon van Weber, Elisabeth en Martin, Antoine
Weber, Peter 320 Ransbach, koopman in paraplu’s te Utrecht, later Amsterdam
  Wingerden, Johan 246 1836/37; in 1852 vanuit Utrecht via Haarlem uitgezet
  Wirth, Catharina 246 bijzit van →  Zwart, Frederik
  Wolf, Geertrude 246 koopvrouw in aardewerk; is in 1852 te Den Bosch, alvorens even later via Nijmegen te worden uitgezet.
Hastrich homepage