|
|
Verkoudheid en
sterven
Verkouden worden en sterven. Is dat mogelijk? In
2001? In een land met een gezondheidszorg als Nederland?
Ja dus. Het overkwam Jeroen.
Jeroen werd verkouden. Op zondag 10 juni. Vervelend,
natuurlijk. Ik moest uitkijken niet zelf verkouden te worden. Ik nam het
bijna altijd over van Jeroen, niet van de anderen. Maar ik kon het nu
absoluut niet gebruiken, zo kort voor de vakantie, terwijl ik het erg druk
had.
Woensdagavond zag hij er ziek uit. Hij bleek ook lichte koorts te hebben,
38,2. Je gaat morgen niet naar Strukton hoor, zei ik. Maar Jeroen wilde
absoluut gaan, want er zou een bespreking zijn met Marcel van Strukton en
zijn stagebegeleider van de HTS. Ik heb gezegd dat hij niet mocht gaan,
hij was ziek en er kon wel een nieuwe afspraak gemaakt worden.
’s Avonds voor ik naar bed ging, ben ik nog even naar Jeroen gegaan om
te zeggen dat ik niet wilde dat hij naar Strukton zou gaan. Nee, hij had
al afgebeld.
Hij lag in bed en luisterde naar Mahler. Hoe kun je hiernaar luisteren, zo
vlak voor het slapen gaan, vroeg ik. Het was een behoorlijk heftig stuk,
een treurmars. Maar Jeroen vond het mooi.
Donderdagochtend bracht ik hem koffie boven. Hij werd net wakker. Hij
voelde zich wel beter, had wat last van een stijve nek, maar dat had hij
wel vaker, hij zou wel verkeerd gelegen hebben. Ik heb nadrukkelijk
gevraagd of hij hoofdpijn, spierpijn, gewrichtspijn of ergens anders pijn
had. Nee, alleen die nek, en dat was niet erg. Hij had nog 37, dus dat
mocht ook geen naam hebben.
Het zat me niet lekker om de een of andere reden. Ik liep naar de telefoon
om de dokter te bellen, stond met de hoorn in
de hand. Maar wat moest ik zeggen? Dokter, mijn zoon van 20 is wat
ziek en verkouden, en ik ben vanmiddag niet thuis? Ik heb niet gebeld. Wel
nog de symptomen van meningitis opgezocht voor de zekerheid, maar die had
Jeroen toch echt niet. Ik wilde hem ’s middags vanuit kantoor bellen,
maar het was druk en ik had pas na vieren tijd. Dat had geen zin meer. En
toen ik om kwart over vijf thuis kwam zat Jeroen weer aangekleed op de
bank en voelde zich weer goed.
Iedere dag ging hij met de fiets naar Strukton, en als hij thuis kwam,
liep hij op het tuinpad uitgebreid zijn neus te snuiten. Ha, daar is ons
huisolifantje weer, plaagde ik hem.
Op woensdag 20 juni ging Jeroen vanuit Strukton door naar Mijke om daar te
eten.
Hij kwam ’s avonds rond half twaalf thuis en ging direct naar boven. Ja,
het was gezellig geweest. Hij zag er moe uit. Dat verbaasde me een beetje.
Jeroen was zelden moe.
Donderdag heb ik gezellig met hem gebabbeld over het etentje en vreselijk
gelachen dat er vis op het menu stond. Hij heeft ook over het ongeval van
Mijkes jongste broer verteld, en dat hij wel een dozijn engeltjes bij zich
gehad moet hebben.
Eigenlijk zou Jeroen die avond nog naar een spoorwerk gaan. Het opschudden
van een ballastbed. Maar hij had het niet vast afgesproken en omdat hij
daar al eens bij aanwezig was geweest, besloot hij niet te gaan. Hij was
een beetje moe. Alweer.
Vrijdag kwam hij thuis van Strukton, ging direct naar boven om geld te
halen en vertrok naar de stad voor inkopen (Later zag ik dat hij voorraden
voor zijn vakantie had gekocht). Na het avondeten ging hij nog met Hans
naar de stad om onderdelen voor zijn nieuwe versterker te kopen. Verder
had hij het druk met stageverslagen maken.
Toen ik het gras aan het maaien was, wilde Hans dat Jeroen dat zou doen.
Die kwam met een lang gezicht aanzetten. Ik was eigenlijk al klaar, en van
mij hoefde hij helemaal niet te helpen met ons mini grasveld. Hij had het
al druk genoeg, en hij zag er moe uit. Voor de derde dag. Hij ging zelfs
niet naar Arjan die avond, maar die bleek niet thuis te zijn. Vandaar.
Zaterdag gingen Hans en ik naar Rotterdam om naar een nieuwe tent te
kijken. Ellen ging de hele middag en avond naar Babypop. En Jeroen bleef
thuis.
Toen wij thuiskwamen, heb ik nog een tijdje gezellig met Jeroen gekletst.
Over onze mislukte tentenjacht. Over zijn komende vakantie. Over de
mobiele telefoon die hij net samengesteld had uit vijf defecte toestellen
die hij van Strukton had meegenomen. Tijdens het eten viel het me weer op
dat Jeroen er moe uit zag. Maar hij had het ook zo vreselijk druk, dat het
niet echt vreemd was. Toch dacht ik: ik ben blij dat de stage a.s.
woensdag afloopt. Hij heeft wat tijd nodig om goed uit te rusten voor hij
op klimcursus gaat.
Na het eten moest ik nog de laatste balletkostuums repareren. Daarna ben
ik nog aan de administratie begonnen. Jeroen heeft nog even koffie
gehaald, maar ik heb hem niet meer gesproken. Hans is nog boven geweest en
Jeroen heeft zijn nieuwe versterker gedemonstreerd. Ellen kwam vroeger
thuis dan gepland en ik heb met haar nog gekletst. Daarna ging ik verder
met de administratie. Ik bedacht me dat Jeroen na zijn stage weer in de
particuliere ziekteverzekering moest, en heb de papieren daarvoor
doorgelezen. Een waslijst van vragen over zijn gezondheid. Ik ergerde me
aan al die vragen: natuurlijk was Jeroen gezond, kerngezond zelfs.
Oersterk. Hij mankeerde nooit iets, behalve zo nu en dan een verkoudheid.
Om 0.40 uur ging ik naar boven. Ik ben nog naar
zolder gelopen omdat ik Jeroen nog iets moest vragen over een
tandartsrekening. Het licht op zijn kamer brandde nog. Ik ben niet naar
binnen gegaan, ik stond te tollen op mijn benen van moeheid, en Jeroen
wist toch niet uit zijn hoofd wat er met die rekening aan de hand was.
Zondag zou ik alle tijd hebben.
Die nacht heb ik goed geslapen. Voor het eerst in een half jaar.
Die nacht is Jeroen overleden. Om ca. 2.00 uur. En ik
sliep. En ik heb het niet geweten.
Op zondag was het mooi weer. Voor het eerst sinds
lange tijd. We gingen buiten koffie drinken en ik riep als altijd naar
boven: koffie en koek!
Ellen kwam voor de koek.
Jeroen kwam niet voor de koffie. Maar dat kwam wel vaker voor.
Ik ging de planten water geven. Nog maar niet bij Jeroen, het is nog geen
twaalf uur. O ja, de tandartsrekening. Nog maar even wachten, dat kan
vanmiddag wel, het is nog geen twaalf uur.
Om 12.40 uur ging Hans naar boven om Jeroen te wekken.
Toen ik naar binnen ging om de spullen voor de lunch te halen, stond Hans
in de kamer: ik moet 112, bellen, het is ernstig, het is echt ernstig. Ik
wilde naar boven gaan, maar Hans zei: ga niet naar boven, ga niet naar boven.
Er flitste van alles door mijn hoofd, maar ik zei: hij is dood hè. En ik
veranderde van binnen in graniet.
Jeroen was dood. Jeroen was ijskoud. Zijn kamer was smoorheet.
Jeroen is overleden aan virale
myocarditis.
Jeroen is overleden aan een simpele verkoudheid, die
een fatale complicatie met zich meebracht.
|