Op deze website staan de circa 25.000 beroepsnamen (met spellingvarianten), die zijn opgenomen in het Beroepsnamenboek.
Onder beroep wordt (ook) verstaan: ambacht, ambt, baan, bediening, bedrijf, beneficie, betrekking, broodwinning, dienst, functie, handwerk, métier, middel van bestaan, officie, positie, professsie, sinecure, stiel, vak en werkkring.
Samenstellingen met -gast, -gezel, -jongen, -knaap, -knecht, -leerling en -maat zijn niet opgenomen als aan dat woorddeel een reeds volledige beroepsnaam voorafgaat.
Achter een beroepsnaam staan in de meeste gevallen een eeuwgetal en een plaats- of provincienaam, die aangeven wanneer en waar die naam voor de eerste maal door de schrijver van het Beroepsnamenboek is aangetroffen. Afkortingen van de provincienamen: Br. (Brabant), Fr. (Friesland), Ge. (Gelderland), Gr. (Groningen), N.H. (Noord-Holland), Utr. (Utrecht), Vl. (Vlaanderen). Plaatsnamen hebben voorrang op provincienamen.
Voor informatie over de inhoud van de beroepen, opleidingseisen, gebruikte gereedschappen en materialen, wetgeving, werkomstandigheden e.d.wordt verwezen naar het Beroepsnamenboek