BERTUS AAFJES
1914-1993

De Ooka boeken
The Ooka books
Die Ooka Bucher
Short note from the Writer
Kurze Bemerkung von der Schriftsteller
Voorwoorden compilatie
Bronvermelding en uitleg

Bronvermelding van- en Uitleg over
de Ooka-boeken:

Als bronnen voor deze rechter Ooka-verhalen zou ik de lezer drie verschillende edities kunnen tonen van de Ooka Meiyo Seidan, die zich in mijn boekenkast op Hoensbroek bevinden. Het zijn verzamelingen van Ooka-verhalen die tijdens de Meiji-periode of daarna in Tokio werden gepubliceerd. Wanneer de lezer echter weet dat ik het Japans niet machtig ben, dan begrijpt hij dat ik niet rechtstreeks uit deze collecties kan putten, maar gebruik moet maken van een vertaler of van vertalingen.
In 1958 bezocht ik voor het eerst het Land van de Rijzende Zon. Ik wist nagenoeg niets over Japan en had nooit gehoord van rechter Ooka. Ik ontmoette in Tokio een Canadese Japanner, die als kind met zijn ouders naar Canada ge-emigreerd was en die nu een bezoek aan Japan bracht, om het land van zijn jeugd terug te zien.
Hem vertelde ik op een avond in Nikko bij een beker rijstwijn iets over mijn methode om mijzelf psychologisch vertrouwd te maken met een land dat voor mij nog een gesloten boek was.Het is de volgende methode:
      Ik verzamel zoveel mogelijk de sprookjes en legenden van dat land
      en maak een bloemlezing van zijn spreekwoorden.
      Op die manier raak ik veel sneller bekend met aard en wezen van
      een mij onbekend volk dan door er over te lezen in vele
      serieuze naslagwerken.
Het was een methode die ik op mijn reizen jarenlang had toegepast.
Enkele dagen later bracht de vriendelijke Canadese Japanner mij op Japanse wijze een geschenk. Het was een boek dat 'Solomon in kimono' heette en het bevatte een twintigtal verhalen over rechter Ooka die door een Amerikaan (J.C. Edmonds), soldaat in het Amerikaanse bezettingsleger, op voortreffelijke wijze waren te boek gesteld. De schenker bood ze mij aan met een zinspeling op ons gesprek in Nikko: in dit boek immers werd een legendarische Japanse figuur ten tonele gevoerd, wiens vermaarde rechtszaken hem en vele Japanse kinderen in hun jeugd hadden geboeid en beziggehouden. Deze rechter Ooka meende hij, zou ongetwijfeld een gids voor mij zijn, zoals ik er een zocht, naar de ziel van het Japanse volk.
Ik aanvaardde het boek in dankbaarheid en las het met groot genoegen. Maar het zou nog tien jaar duren voor ik de verhalen uit het boek op mijn eigen wijze ging navertellen, ze aanvullend met allerlei onvergetelijke impressies, die ik gedurende verschillende reizen door Japan opdeed.

Ik vergeleek de verhalen uit 'Solomon in kimono'(J. C. Edmonds), met andere vertalingen en besloot tenslotte dankbaar gebruik te maken van Edmonds' werkwijze.
Ik heb er twee rechter Ooka-boeken aan ontleend. 'Een ladder tegen een wolk' en 'De rechter onder de magnolia'.
Het lukte mij niet de auteur op te sporen, daar de uitgeverij, waar het boek vroeger in Tokio verschenen was, niet langer bestond. Zonder Edmonds' 'Solomon in kimono' echter zou ik de Rechter Ooka-verhalen niet ontdekt hebben, zonder zijn bewerking ervan zou ik deze verhalen nimmer, op mijn beurt, voor de Nederlandse lezer hebben kunnen herscheppen. Ik wil de mij onbekende auteur dan ook langs deze weg uitdrukkelijk dank zeggen voor het grote aandeel dat hij in deze herscheppingen gehad heeft.

Eind 1969 was deze bron met Ooka-verhalen uitgeput.Daarom ging ik zelf op zoek naar Ooka-verhalen, in Tokio, Bangkok, Hongkong en New York. In het voorjaar van 1970 was ik meer dan twee maanden nagenoeg onafgebroken werkzaam in de vele bibliotheken van Tokio.
Wat ik vond overtrof alle verwachtingen. 1k spoorde niet alleen verschillende Japanse collecties Ooka-verhalen op, ik vond ook talloze rechtszaken in het Frans, Engels of Duits genoteerd in Franse, Engelse of Duitse tijd­schriften over Japan, daar lang geleden gepubliceerd door buitenlandse diplomaten of Japanologen, die de verhalen soms nog hebben opgetekend uit de mond van de straat­vertellers zelf.
Een van de grootste verrassingen was wel dat ik in Tokio zelfs de straat- vertellers nog weervond, die van geslacht op geslacht de verhalen van deze rechtvaardige rechter verder vertellen. Zij zitten weliswaar niet meer op de hoeken van de straten in het jachtige Tokio, maar zij bezitten wel een klein theater van enkele matten, vol kleurige lampions, waar zij aan een ademloos publiek nog steeds over de verrichtingen van deze Japanse Salomon verhalen.
In Hongkong kan men spannende detectivefilms zien waarvan de plot is ontleend aan middeleeuwse Chinese standaardwerken over criminologie - die in de dertiende eeuw reeds bestudeerd moesten worden door Chinese studenten in de rechten.

Bij het schetsen van het dichterlijk karakter van de rechter werd ik op ongezochte wijze geholpen. Tijdens mijn laatste verblijf in Japan maakte de Japanse archivaris Retse Fusjaba mij er opmerkzaam op dat Ooka niet alleen een befaamd rechter was, maar dat hij ook gedichten schreef, hetgeen niet verwonderlijk is, aangezien iedere Japanner in vroeger dagen bij bepaalde gelegenheden dichtte. Retse Fusjaba vond de verzen bij toeval in een archief in Nara en was zo goed ze voor mij te vertalen. 1k nam de vrijheid er de vermaarde rechter, in het verloop van deze Salomonsuitspraken, een aantal in de mond te leggen.
Retse Foesjaba, die mij met tedere zorg te Nara de rode lakdoos toonde waarin de handschriften van Ooka's verzen lagen, wees mij ook op een groot aantal aantekeningen die de rechter des avonds aan de voet van zijn Koreaanse lantaarn maakte. De rechter was naast een hartstochtelijk verzamelaar van haikoes een niet minder hartstochtelijk verzamelaar van oude legenden en verhalen, die in die dagen van mond tot mond gingen en waarvan hij vreesde dat zij op den duur verloren zouden gaan. Inmiddels werden vele van deze verhalen ook door anderen verzameld en zeffs vertaald, o.a. door F. Madland Davis (voor Nederland indertijd bewerkt door dr. B.C. Goudsmit).

In 'Een ladder tegen een wolk' beschreef ik reeds een tiental van de vele rechtszaken die rechter Ooka tijdens zijn loopbaan behandelde.
Voor 'De rechter onder de magnolia' koos ik nogmaals een aantal publieke rechtszaken die tekenend zijn voor de spitsvondigheid van deze Japanse Sherlock Holmes.
Rechter Ooka's onuitputtelijke vindingrijkheid bij het oplossen van moellijke zaken verdween echter niet met de beeindiging van zijn gerechtelijke loopbaan. Nadat de Sjogoen hem, wegens de bereikte leeftijd, met de hoogst denkbare lofbetuigingen van zijn ambt ontheven had, placht Ooka in eigen huis en in het huis zijner vrienden vaak op even beminnelijke als subtiele wijze vraagstukken op te lossen, die voor derden ware problemen vormden.
Een aantal van de rechter Ooka-zaken in dit boek spelen zich af in familieverband en ik rangschikte hen onder de titel 'De rechter in ruste'. Uit de vele oude legenden, door de rechter verzameld, koos ik er enkele om deze te verwerken tot grotere verhalen, welke het boek 'De rechter onder de magnolia' besluiten en welke ondergebracht zijn onder de titel 'Uit de lakdoos van de rechter.'
Wat tenslotte de Japanse tekeningen betreft die de eerste twee boeken verluchten, zij werden bij toeval door de uitgever gevonden en aan het boek toegevoegd om de typische Japanse sfeer ervan te verhogen. Het zijn dus geen illustraties bij de verhalen.

In het derde Ooka-boek 'De koelte van een pauweveer' vindt men een negental rechtszaken van de beroemde rechter. Al deze rechtszaken spelen zich af in Edo, uitgezonderd de zaak van de leerjongen op zijn vrije dag, die zich afspeelt in de provincie Ise, niet ver van Jamada, de stad waar Ooka rechter is voordat hij rechter wordt in Edo. In de zaak van de venter op het festival is Ooka, wegens vergevorderde leeftijd, niet langer opperste rechter van Edo. Al deze nieuwe rechtszaken hebben weer dit gemeen dat zij voor de gewone sterveling schier onoplosbaar zijn. Zo wordt het beruchte gilde van Edo's gauwdieven door de rechter op meesterlijke wijze onschadelijk gemaakt. 'Het is zinloos voor een misdadiger zijn krachten met de rechter te meten,' besluit de aanvoerder van het dievengilde. 'Even dwaas is het te pogen de zon koelte toe te wuiven met een pauweveer.'
Maar wat misdadigers niet lukt, lukt Qoka. Het moeilijkste probleem lost hij op met een luchtig gebaar als woof hij de zon schertsend koelte toe. De koelte van een pauweveer.

Ik wil hier even verwijzen naar 'Parallel cases from Under the pear-tree', Dr. van Guliks vertaling van een der­tiende-eeuws Chinees handschrift over rechtspraak en speurderswerk. In de zeventiende eeuw verscheen dit Chinese geschrift in Japan in een Japanse vertaling. Het geschrift had grote invloed op de Japanse literatuur en zonder enige twijfel is de figuur van rechter Ooka, zoals hij leeft in de verhalen van de volksvertellers, mede ontstaan onder invloed van dit geschrift. Men kan rechter Ooka dan ook als een late achterneef van rechter Tie beschouwen.
In deze 'Parallelle Rechtzaken onder de Pereboom' vindt men ettelijke rechtszaken die zonder meer als rechter Ooka-zaken herschreven zouden kunnen worden. Zij waren onbruikbaar voor het genre dat Dr. van Gulik in zijn eigen boeken beoefende. Ik ontleende aan de Rechtszaken onder de Pereboom het plot voor de volgende rechtszaken: de zaak van de venter op het festival, de zaak van het omstreden lamsvel, de zaak van de keizerlijke erfgenamen en de zaak van de leerjongen.
Bij de zaak van de leerjongen stond ik voor een moeilijkheid. Was clandestien slachten in de tijd van Ooka mogelijk en at men in de dagen van de Tokoegawa's wel eens, in het geheim, rundvlees? Ik heb er talloze Japanners naar gevraagd, ook enkele Japanologen, ik heb er zelfs het wetboek van de Tokoegawa's op nageslagen - een werkelijk afdoend antwoord heb ik niet gekregen. Ik heb daarom het plot uit het Chinese verhaal ongewijzigd overgenomen in mijn rechter Ooka-verhaal zonder te kunnen garanderen dat het verhaal zich als zodanig in het Japan van Ooka's dagen heeft kunnen afspelen. Weliswaar waren de Japanners reeds voordien eters van rundvlees geworden, onder invloed van de Portugese handelsrelaties, maar met de uitroeiing van de Japanse christenen was er ook een verbod gekomen tegen de buitenlandse gewoonte van het eten van vlees. Het werd in ieder geval eerst weer normaal vlees te eten in Japan, lang na de opening van dit land door commodore Perry.

Het titelverhaal van het vierde boek 'De vertrapte pioenroos' schreef ik aan de hand van een middeleeuws Chinees speurdersverhaal 'The stolen slippers',  door Leon Comber in 'The strange cases of Magistrate Pao' vertaald en opnieuw naverteld.
Daar de plots van oude Chinese en Japanse speurdersverhalen, zonder meer gebracht, voor de moderne lezer nauwelijks een element van spanning bevatten, bouwde ik ook in dit verhaal -zoals gebruikelijk - een plot van eigen vinding.
De andere zes verhalen vond ik in bibliotheken te Tokio of New York. Meestal waren de plots bijzonder naief en was het dus mijn taak ze voor de moderne lezer aanvaardbaar te maken.
Niet zelden wordt de oplossing in een oosters speurdersverhaal gegeven door een regelrechte deus ex machina - een spookverschijning bijvoorbeeld. De lezer vindt zo'n spookverschijning nog terug in het verhaal 'De demon van het Bloemenfeest,' maar ook daar heb ik de plot zo gerationaliseerd dat ik hoop dat hij door de rationeel ingestelde lezer van vandaag gesavoureerd kan worden.

'Een lampion voor een blinde' werd geschreven als Geschenk voor de Boekenweek. De opdracht luidde dat het Geschenk tevens geschikt moest zijn als materiaal voor een televisiespel gedurende de Boekenweek. Dit laatste hield in dat uit technisch oogpunt slechts een der acteurs de rol van oosterling zou kunnen vervullen, zodat slechts een der hoofdpersonen een japanner kon zijn. Dit was voor mij een mooie gelegenheid om rechter Ooka ten tonele te voeren en hem als vertrouwensman van de Sjogoen aan de Hofstoet der Nederlanders toe te voegen.
Alle haikoes welke in 'Een lampion voor een blinde' geciteerd worden zijn afkomstig van Japanse haikoe­dichters, maar het zou eentonig zijn hun namen te citeren. De 'haikoes' van kapitein Simon Slingeland echter zijn van hemzelf.

Ik heb - als de japanse straatvertellers - rechter Ooka tot hoofdfiguur gemaakt van een aantal rechter Ooka-boeken. Het hoeft wel geen betoog dat ik deze Japanse Sherlock Holmes grotendeels uit eigen verbeelding heb voortgebracht.
De rechter Ooka-verhalen zijn speurdersverhalen en alwat ik ermee beoog is een ontspanningsliteratuur te schrijven van een zeker niveau. Zij spelen in Japan in de zeventiende en achttiende eeuw omdat de beminnelijke rechter, die in deze verhalen de hoofdrol speelt, uit die tijd stamt. Het is duidelijk dat een juiste tekening van de Japanse zeventiende en achttiende eeuw zelfs voor een Japans schrijver onbegonnen werk is - laat staan voor een Nederlands letterkundige. Ik streef er dan ook niet naar een historisch verantwoord beeld van het Japan van die dagen te geven, mijn werkwijze kan men misschien nog het beste vergelijken met die der middeleeuwse primitieven die historische gebeurtenissen eenvoudig uitbeelden als eigentijdse.
Ik lardeer mijn verhalen met impressies die ik persoonlijk opdeed in Japan, gedurende mijn vier bezoeken aan dat land. Ook dit boek is als een kerstgans met smakelijke ingredie-enten van eigen belevenis gevuld. Rechter Ooka eet wat ik at en zo de lezer zich door het lezen van mijn tafelbeschrijvingen aangetrokken mocht voelen tot de Japanse keuken, dan verwijs ik hem naar 'In de Japanse keuken', een uitgave van Parool-Life.
De vele haikoe's die in de Ooka-boeken zo kwistig geciteerd worden en vaak een rol spelen bij de uitwerking van de plot, zijn vertalingen van bekende haikoe's van Japanse haikoedichters die zowel voor als gelijk met als na rechter Ooka leefden. Dikwijls voorzie ik ze van commentaar uit de mond van degene die ze citeert of die ze beluistert. Heel vaak is dat commentaar overgenomen van de befaamde haikoekenner R. H. Blyth, zij het in mijn eigen woorden.
Wie uitvoerig over Japanse haikoe's geinformeerd wil worden, verwijs ik naar 'Haikoe een jonge maan' door J. van Tooren. Het boek bevat vijfhonderd in het Nederlands vertaalde haikoe's.

Bertus Aafjes,
'Een ladder tegen een wolk', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1968
'De rechter onder de magnolia', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1969
'De koelte van een pauweveer', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1970
'De vertrapte pioenroos', Zevenbergenbosch - Swolgen, december 1972
'Een lampion voor een blinde', Zevenbergenbosch - Swolgen, mei 1973
'Rechter Ooka mysteries', 1975
'De mysterieuze rechter Ooka',1986