BERTUS AAFJES
1914-1993

De Ooka boeken
The Ooka books
Die Ooka Bucher
 
Short note from the Writer
Kurze Bemerkung von der Schriftsteller
Voorwoorden compilatie
Bronvermelding en Uitleg

Compilatie uit de Voor- en Nawoorden bij
de Ooka-boeken:

Werkwijze:
Ik heb - als de Japanse straatvertellers - rechter Ooka tot hoofdfiguur gemaakt van een aantal rechter Ooka­boeken. Het hoeft wel geen betoog dat ik deze Japanse Sherlock Holmes grotendeels uit eigen verbeelding heb voortgebracht. De verhalen waarin hij optreedt zijn Japonaiserie-en vol oosterse kleur en verbeelding, die nooit de uitgesproken en eenzijdige bedoeling hebben informatie over Japan te verschaffen die historisch of anderszins waterdicht is. Wel trachtte ik zo nauwkeurig mogelijk mijn eigen impressies, in het Land van de Rijzende Zon opgedaan, onder woorden te brengen.
Het begon met het boek 'Solomon in kimono' van J.C.Edmons daarna volgde een speurtocht langs de universiteitsbibliotheken van Tokio, die twee maanden duurde, waar ik een groot aantal vertalingen van Ooka-verhalen vond, die in het begin van deze eeuw gepubliceerd werden in tijdschriften als 'The Japan Magazine' en 'Melanges Japonais'.
Deze verhalen zijn in hun oorspronkelijke vorm meestal niet groter van omvang dan enkele regels tot een bladzijde in dit boek.
Mijn herscheppingen ontlenen eigenlijk alleen het directe plot aan het originele verhaal. Dit plot in het originele verhaal is dan meestal nog zo kinderlijk en ongenuanceerd gesteld dat ik het geheel op moderne wijze moest herschrijven wilde ik het voor de moderne lezer, verwend als hij is door een lange traditie van misdaad- en speurdersromans, aanvaardbaar maken.
Het was voor mijzelf een ontdekking te bemerken dat de grote Robert van Gulik, de onsterfelijke vader van rechter Tie, de plots in zijn rechter Tie-mysteries ontleende aan dergelijke magere plots, die te vinden zijn in een Chinees boek 'Parallel cases from under the pear-tree', waarin rechtszaken bijeengebracht zijn als leerstof voor toekomstige rechters.
Door de kritiek is rechter Tie wel in verband met rechter Ooka gebracht, dit kon ook niet anders. Niettemin verschillen beide figuren niet alleen hemelsbreed, ook de werkwijze van Dr. van Gulik is een geheel andere dan de mijne. Dr. van Gulik schrijft een volwaardige speurdersroman in de traditie van de grote schrijvers van dit genre -iets waartoe mij de nuchtere inventiviteit, de koele verstandelijke berekening en het geestelijke uithoudingsvermogen ontbreken zouden. Bovendien zijn Van Guliks boeken ongetwijfeld vrij van onnauwkeurigheden - uitzonderlijk sinoloog en kenner van het oude China als hij was.

Mijn rechter Ooka-verhalen zijn daarentegen speelse creaties van een rechterfiguur, het zijn telkens weer korte speurdersverhalen waarin de lezer, naast het verhaal zelf, veel vindt van wat ik in Japan beleefde. In het bijzonder trachtte ik de rechter en zijn omgeving die couleur locale van Japanse dichterlijkheid en oosterse geheimzinnigheid te geven, die ik op mijn beide reizen door het land van de Rijzende Zon nog in zulk een overvloedige mate aantrof. Ik houd van Japan en zijn uitzonderlijke hang naar het geheimzinnige en bovennatuurlijke. Ik houd van zijn subtiele haikoepoezie. Ik leg de rechter en zijn vrienden vele haikoe in de mond en stoor mij daarbij niet in het geringste aan het feit of deze haikoe van dichters zijn die voor, tijdens of na Ooka leefden.
Zou een Japanner dit eigenaardig in de oren klinken, voor een westerse lezer is dit totaal irrelevant. Trouwens toen ik Japanners ernaar vroeg zeiden zij dat zij dit waarschijnlijk niet alleen vermakelijk, maar ook boeiend zouden vinden, mits het gedaan werd door een buitenlander. Het tijdselement werd daarbij immers uitgeschakeld om plaats te maken voor een meer tijdeloos decor van Japan.

Voor een Japanologische leek als ik is het nagenoeg onmogelijk om de rechter altijd te laten handelen zoals hij werkelijk gehandeld zou hebben in zijn tijd. Een menu dat hij eet, is een menu dat ik zelf in Japan in een vissersdorp at - en dat niet ontleend is aan een kookboek van twee-en-een-halve eeuw geleden.
Zo heb ik ook moeite met namen en gebruik wel eens achternamen waar ik voornamen bedoel of vice versa. De gewone lezer zal zoiets niet storen, omdat hij het eenvoudig niet merkt. De Japanoloog stoort het ongetwijfeld.
Flagrante ongerijmdheden probeer ik zoveel mogelijk te vermijden: zo liet ik aanvankelijk de rechter op nieuwjaar in een riksja naar zijn vriend Ichikawa rijden tot ik bemerkte dat dit wagentje eerst een eeuw geleden in Japan werd ingevoerd. Ik kon de riksja nog juist in de drukproef veranderen in een draagkoets maar deed dit zo haastig dat ik de riksja twee keer vergat te schrappen zodat de rechter zich gedurende het tochtje van zijn huis naar het huis van zijn vriend beurtelings in een riksja en een draagkoets bevindt. Was bilocatie een vrij normaal verschijnsel bij middeleeuwse heiligen, een bilocomotie als deze is bij mijn weten nog niet eerder voorgekomen.
Maar wat hieraan te doen. Een halve eeuw geleden kon men een student in de japanologie en misschien zelfs een professor zover krijgen om hem een manuscript op onnauwkeurigheden te laten doorlezen; die tijden zijn voorbij, ieder mens is te zeer betrokken bij zijn eigen opgaven.


Ik meen overigens dat dergelijke Schoenheitsfehler niet al te storend zijn. Ik heb namelijk niet de minste pretentie om een Ooka te scheppen die historisch geheel verantwoord is. De Japanners zelf deden dit trouwens ook niet in hun wekelijkse televisiefilins waar Ooka, tijdens mijn jongste verblijf in Japan, iedere dinsdag op het scherm verscheen zoals in Europa Maigret. Ik wil simpel een figuur scheppen die de Japanner op een nogal idealistische wijze weergeeft. Dat gaat met zoveel eigen inventiviteit gepaard dat men daarbij niet meer in de categorieen van historie en realiteit kan denken. Onvermijdelijk is zulks het geval met creaties als deze.
Wie kent niet Couperus' creatie van de waaierschilder die al zijn waaiers op de wind in het water van de rivier omlaag laat zweven uit pure verrukking om de schoonheid van de zwevende waaiers. Ik betwijfel of er ooit een dergelijke waaierschilder in Japan bestaan heeft. Toch ken ik geen verhaal buiten Japan dat subtieler de Japanse gedetacheerde verhouding tot het schone en tot het leven zelf tot uitdrukking brengt.
Ik beschouw deze verhalen zelf als een beter soort entertainment. Tenslotte beschouw ik Homeros' Odyssee en Shakespeares toneelwerken ook als entertainment, zij het van de hoogste klasse. Ik heb het mij bij het schrijven niet gemakkelijk gemaakt en steeds getracht een betrouwbare visie op Japan te geven. Maar tenslotte ben ik als schrijver een te grote individualist om een figuur als Ooka niet te scheppen naar eigen beeld en gelijkenis. Hij is een belichaming van mijn progressiviteit en mijn conservatisme -twee deugden of ondeugden, die afwisselend in mijn leven om de voorrang streden. Ooka is tenslotte een geheel eigen schepping geworden. Zo is ook het Japan dat ik beschrijf is mijn Japan en niet het Japan van liefhebbers van onomstotelijke feiten en onbetwistbare koersgetallen. Het is een Japan dat geboren is uit de roes van de verwondering, een Japan waarover de schrijver zelf zich nog steeds evenzeer verbaast als de haikoedichter die, betoverd door de sneeuw op zijn hoed, uitroept:

'De sneeuw weegt licht
als ik bedenk:
het is mijn sneeuw op mijn hoed.'


Ik neem de vrijheid om hier drie haikoe's van eigen hand te plaatsen, die echter best door Aafjes zelf gemaakt zouden kunnen zijn, om aan te geven hoezeer ik zijn werk bewonder
en om de uitleg over de Haikoes iets duidelijker te maken.
Tevens zijn ze een verwijzing naar het boek
'Mijn ogen staan scheef', waarin Aafjes over zijn reizen naar en in Japan verteld.
 
'De kritiek weegt licht,
als ik bedenk:
het is mijn Japan door mijn ogen'
'De kritiek weegt licht.
Mijn Japan door
mijn ogen,
dat is wat ik schreef!'

De 1e variatie op de hierboven vertaalde Sneeuw-hakoe, wijkt net zo als
die vertaling ook af van de oude 5-7-5-regel, (zie Aafjes over Haikoe's)
De 2e variatie volgt de oude 5-7-5-regel, maar mist nog kracht en diepte.
Bij de echte haikoes kan elke regel tevens een op zich zelf staande uitdrukking zijn.


'Ze lezen mijn boek
glimlachen mild en weten
zijn ogen staan scheef'

Hier heb ik getracht het zelfde onderwerp iets van de Japanse filosofische benadering mee te geven, waardoor het duidelijk aan kracht wint.
Met boeken i.p.v. boek zou het nog krachtiger werken,
maar niet meer aan de 5-7-5 regel voldoen. U ziet alles heeft zijn beperking.
        Johan Koning, Lutjegast, januari 2002

 
Bertus Aafjes,
'Een ladder tegen een wolk', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1968
'De rechter onder de magnolia', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1969
'De koelte van een pauweveer', Kasteel Hoensbroek, Kerstmis 1970
'De vertrapte pioenroos', Zevenbergenbosch - Swolgen, december 1972
'Een lampion voor een blinde', Zevenbergenbosch - Swolgen, mei 1973
'Rechter Ooka mysteries', 1975
'De mysterieuze rechter Ooka',1986