Dutroux en het echte verdriet van België

 

Het zou het proces van de eeuw worden, voorspelde het dagblad Trouw kort geleden, maar de opsteller vergat erbij te vertellen op welke eeuw die uitspraak sloeg. Marc Dutroux  die als volksvijand nummer één van de twintigste eeuw bij onze zuiderburen te boek staat of de rechterlijke macht die zeven en half jaar later de verdachte van de seksuele moorden zal gaan berechten. Sinds meer dan 25 jaar bepaalt het Nederlandse wetboek van strafvordering dat de zitting van een strafzaak binnen 102 dagen behoort plaats te vinden, al is dat soms pro forma als er belangrijke informatie nog niet beschikbaar is, zoals een uitgebreid psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum. Hooguit kunnen er nog enkele maanden aan toegevoegd worden, maar zeven en een half jaar ? Het enige voordeel van dat lange voorarrest is dat als Dutroux wegens onverhoopte fouten van het openbaar ministerie vrijgelaten moet worden, hij toch al een aanzienlijke detentie achter de rug heeft.

 

Tijdens deze ongekend lange detentietijd  gebeurde er van alles en nog wat. Zo zag Dutroux in april 1998 kans tijdens zijn transport naar het gerechtsgebouw voor een nader verhoor de benen te nemen en wist hij gelukkig voor korte tijd spoorloos te zijn. Een misser van jewelste, die in ons land met de Extra Beveiligde Inrichting in Vught waarschijnlijk niet had kunnen gebeuren.  Voorzichterwijze moet eraan toegevoegd worden dat justitie ook hier wel eens vermijdbare risico’s neemt door zeer gevaarlijke gedetineerden van het huis van bewaring per dienstauto naar het gerechtsgebouw te verplaatsen. Een bevrijdingsactie van buitenaf behoort dan nog steeds tot de mogelijkheden. De vluchtgevaarlijkste boeven ( bijvoorbeeld de RAF terroristen Schneider en Wackernagel destijds) werden ooit zelfs per helikopter van hun detentieplaats naar de plek van hun berechting vervoerd. Het veiligste adres blijft echter een daartoe in te richten gerechtszaal in het huis van bewaring. Bovendien spaart minister Donner daarmee nog eens duizenden euro’s uit. Kennelijk is de rituele ruimte van Nemesis dermate sacraal dat logistieke veranderingen in het strafproces als blasfemisch worden ervaren.

 

complottheorie

 

Als mensen geneigd zijn aan de ernstige misdrijven het etiket complot te verbinden, menen dat er wel hogere kringen mee te maken zullen hebben, staan criminologen al snel klaar om die beweringen naar het rijk der fabelen te verwijzen. Dat dit achteraf – zonder absolute zekerheid overigens – meestal het geval blijkt te zijn, doet niets af aan de werkelijkheid dat er een broedplaats bestaat waar dit soort denken blijkt te kunnen gedijen. Een broedplaats gevoed door onverwachte openbaringen die niet meer met de mantel der liefde van de corrupte bovenlaag kunnen worden bedekt. Het proces van Dutroux past als een stukje van een legpuzzel binnen het obscene tableau dat pedoseksuele Amerikaanse priesters opleveren die jarenlang de hand van hun bisschoppen boven het hoofd wisten. Ook andere hooggeplaatsten wisten vaak de dans te ontspringen als het ging om een vervolging.  De machteloosheid van de Belgische justitie de onderste steen boven te krijgen nadat het land al jarenlang geteisterd werd door de Bende van Nijvel maakte dat de gemiddelde burger daar nog weinig respect over heeft voor haar notabelen. Daarbij geteld nog haar corrupte Rijkswacht en de schandalen van politici in het recente verleden, waarbij criminele afrekeningen in dit morsige veld de kroon spanden.  Voorbeelddragers hebben hun last laten vallen, niet omdat die te zwaar zou zijn, maar eerder omdat zij met het verkeerde voorbeeld een criminogene werking hebben op mensen die minder sterk in hun schoenen staan. Door hun bedrog, fraude, oplichting, valsheid in geschrifte, voorkennis op de effectenmarkt en chantagepraktijken die tonnen euro’s de verkeerde kant op laten gaan, terwijl er nauwelijks of geen straf op staat, maakt de oppassende burger ontvankelijk voor complottheorieën. Zij die beogen de uitverkorenen van het land te behoren, worden gedwongen hun masker van respectabiliteit af te zetten. Inmiddels weet een ieder dat de openheid van de pers die schijnheilige mom wel af zal rukken. Daarin staat België niet alleen weten we inmiddels ook in Nederland.  Soms als al te grote gretigheid van reporters de glans van het opgepoetste koningschap dreigt weg te wrijven kan dat ertoe leiden dat hun het predikaat van de regerende leugen wordt toegeworpen. Dit vlekje afgewogen tegen de reinigende rol van de pers om de anders verstopte misdaad aan het daglicht te brengen, is de enige kans dat het broednest van de complotten ooit zal verdwijnen.  De laatste pagina’s over de bouwfraude is daar een goed voorbeeld van.

 

Het verdriet is niet over

 

De ouders van de om het leven gebrachte meisjes moeten weer opnieuw het leed ondergaan nu de omroepen in het buurland in plaats van gepaste afstandelijkheid een kermis maken van het aanstaande monsterproces. Het doel om via de openbaarheid van het proces een ontmoedigende werking te laten uitgaan kent zijn grenzen. Als 1340 journalisten vanaf 1 maart hun notitieblokjes op de knie houden en 330 politieagenten nodig zijn om de orde te bewaken, lijkt het proces eerder een gebeuren waarbij Aarlen dat van Neurenberg na Tweede Wereldoorlog in de schaduw plaatst. De uitkomsten die pas in de zomer worden verwacht en die bij een veroordeling tot straffen in hoger beroep een vervolg zullen krijgen, zijn voor de ouders het zoveelste opengereten litteken. 

 

Ongepubliceerd