Eeuwenlang gold de bekentenis als belangrijkste bewijsstuk van het
strafproces. Tot in de achttiende eeuw werden mensen in de folterkamer
gepijnigd, waarna zij vrij van pijn en banden een bekentenis af konden leggen. Ook na 1814 kon
een “gulle bekentenis”, zoals dat in die tijd heette, een strafvermindering
opleveren. En nog steeds is een proces zonder bekentenis lastig. In de
Verenigde Staten stelt de openbaar aanklager een lagere straf in het
vooruitzicht als de
beklaagde een minder zware aanklacht opbiecht. Plea bargaining noemen ze die
gewoonte. Zowel rechtbank als advocaat is er veel aan gelegen de verdachte die
kant op te sturen. Het betekent immers een snellere procedure zonder jury en
die tijdswinst is een
strafvermindering in dit tijdsbestek
wel waard. Ook in Nederland neigen sommige rechtsgeleerden ertoe deze vorm van
rechtspraak te propageren. Dat aan het bekennen ook tegengestelde kanten
zitten, weten opsporingsambtenaren maar al te goed. Bij moordzaken melden zich doorgaans
vrij snel allerlei stakkers die met schuld beladen gevoelens bij hoog en laag
volhouden de moordenaar te zijn. Daarnaast kunnen ook reële verdachten na een
dagenlange ondervraging doorslaan om maar met rust gelaten te worden. Vaak zullen zij tijdens de
rechtszitting de magistraten alsnog trachten te overtuigen dat zij ten onrechte
een bekentenis hebben afgelegd. Het hangt dan van het andere bewijsmateriaal af
in hoeverre rechters de verdachte geloofwaardig genoeg achten. De Puttense moordzaak bewees dat het
nog steeds mogelijk is om op grond van aanvankelijke bekentenissen veroordeeld
te worden.
Daarentegen moest onlangs de wegens moord op de weduwe Wittenberg veroordeelde fiscaal jurist Ernest Louwes ervaren dat ontkennen het in sommige gevallen moet afleggen tegen de technische bewijsmiddelen. Steeds meer blijkt het technisch bewijs doorslaggevend te worden door de voortschrijdende kennis op het gebied van sporenonderzoek, waarvan DNA-profielen wel de belangrijkste zijn. Juist het minuscuul kleine bloedspatje werd Louwes fataal. Het forensisch instituut dat in Rijswijk dat over uitgebreide kennis en researchmogelijkheden beschikt, maar ook menig politielaboratorium kan zelfstandig de waarheid zien te vinden die verborgen ligt achter vingerafdrukken en verfspoortjes. Menig automobilist die na een dodelijk ongeval doorreed moest ervaren dat een verfspoortje van de fiets van het slachtoffer op zijn bumper voor de rechter voldoende was hem een straf op te leggen. Of microscopisch kleine inkepingen in de kogel die alleen maar horen bij één schietwapen. Maar zelfs al heeft men het DNA-profiel van de vermoedelijke dader, als dat profiel niet in een databank ligt opgeslagen bij een eerdere veroordeelde, kan het daar tot Sint Juttemis liggen als de dader niet weer opnieuw vervalt in een ander ernstige misdaad.
Getuigenverklaringen hebben de twijfelachtige eer om op de laatste plaats te komen. Naarmate de afstand tussen het gepleegde feit en de verklaring van een getuige in tijd langer wordt, zal ook het betrouwbaarheidsgehalte afnemen, betoogde de bekende getuige deskundige professor Wagenaar meermalen. Ook de zogenaamde confrontatie met een getuige (ook het slachtoffer moet daartoe gerekend worden) met een one-way-screen levert niet altijd het gewenste resultaat op.
Bekend is dat het menselijk lichaam bij stress of angst op een andere wijze reageert dan in normale situaties. Al in China aan het begin van onze jaartelling wist de onderzoeksrechter dat als een verdachte op een handvol ongekookte rijst kauwde, de rijst bij een leugen er weer droog uit kwam, terwijl de waarheidsgetrouwe verdachte de rijst weer als nat papje kon uitspuwen. Dezelfde techniek paste de Spaanse Inquisitie toe met droog brood. Een droge mond is nu eenmaal een kenmerk van stress. De Amerikanen die hun gewraakte leugendetector inmiddels ook al bij sollicitatiegesprekken gebruiken, beweren dat van negentig procent van alle ondervraagden de leugenaars eruit worden gehaald. Inmiddels gebruikt de Belgische justitie een toestel dat een stemanalyse maakt en op grond daarvan tot een resultaat komt. Zij meent dat angst niet de stem beïnvloedt, maar alleen de leugen eruit haalt. Als laatste in deze rij van waarheidsvinders blijkt de geheugendetector een nieuw instrument. In Maastricht in samenwerking met het ministerie van Justitie ontworpen, reageert dit apparaat in tegenstelling tot de gewraakte leugendetector niet op ademhaling, bloeddruk en zweetafscheiding als de ondervraagde een vraag met een leugen beantwoordt, maar onderzoekt het het geheugen van een verdachte wat de opsporing zou vergemakkelijken. Volgens professor Van Koppen van de Limburgse universiteit zou het de betrouwbaarheid van het antwoord registreren als de politie naar details vraagt die alleen de dader kent. Bij meerdere verdachten aan het begin van het opsporingsonderzoek zou de geheugendetector dan het beste gebruikt worden. De vraag blijft echter of ook de notoire leugenaars, de psychopaten die zonder blikken of blozen de ene onwaarheid na de andere kunnen debiteren, door de deze detector worden ontmaskerd. Als toevoeging aan de technische bewijslast moeten wij de geheugendetector voorlopig het voordeel van de twijfel gunnen, maar of de rechters dat zullen doen is nog maar de vraag.
Gepubliceerd in BN/ De Stem op 16 maart 2004