Murats smalle weg

 

 

Nu Murat zijn spijt betuigd heeft over het  afschuwelijke gebeuren, kan misschien een kleine opening ontstaan naar de toekomst. Het kan alleen de gepleegde daad niet meer terugdraaien. Ook kunnen de verklaringen die onder andere criminoloog Werdmöller in Trouw van zaterdag 17 januari gaf voor de moord op de leraar niets wit wassen. Verklaren mag dan wel tot het wetenschappelijke metier behoren, maar het staat vaak los van wat mensen er echt van vinden. Vaak is uitleg nodig, maar weinig geliefd.  Wat doet onze samenleving namelijk met de constatering dat de eer van Murat aangetast was en er dus een grensrechter op school moest sterven ? Grensrechters op scholen die aangeven waar het ontoelaatbare begint en er een halt aan toeroepen.  Moeten wij  nog plaats inruimen voor mensen die hun narcisme verbergen achter uit de vreemde opgeduikeld eergevoel. Mensen die snel gekwetst zijn als iemand ze wijst op de normale eisen van fatsoenlijke omgang, maar zelf weinig moeite hebben anderen te kwellen met hun egocentrisch gedrag. Hoe vaak overvalt oudere mensen bijvoorbeeld niet de angst als ze op de stoep door opgevoerde bromscooters bijna van de sokken worden gereden en vervolgens nog een pak slaag kunnen krijgen als ze hun belagers op hun asociaal gedrag aanspreken.

 

Nog steeds is de vraag niet beantwoord waarom een vaderloze Turkse jongen doelbewust naar zijn schietwapen greep om een leraar, die zijn vader had kunnen zijn, te doden. Of doodde hij met zijn daad zijn vader zoals Freudaanhangers zullen beweren?  Hij ontzegde zijn leraar een reden om verder te leven. Hoe smal is nu nog zijn eigen weg van voortbestaan ? Welke zoon wil niet de weg van zijn vader volgen ? Maar als die weg naar dood en verdoemenis leidt? Wat dan?

 

Behoort Murat tot de categorie mensen die ogenschijnlijk in hechte verbanden verkeren, maar welke verbanden in werkelijkheid bestaan uit een stelletje ego’s die gezamenlijk erop uit zijn zoveel mogelijk schade toe te brengen aan de samenleving. Zij missen, zoals zovele andere criminelen, een binding die hen omvormt tot maatschappelijk aanvaarde burgers. Kerk, padvinderij, sportverenigingen, buurthuizen maar vooral een gezin. Er zijn krachten die ervoor zorgen dat er eerder van ontbinding sprake is en zelfs bindingsangst veroorzaken. Lees er Christopher Lasch maar op na, die 25 jaar geleden zijn Amerikaanse medeburgers de spiegel voorhield. Helaas is die spiegel in duizend stukken gevallen en houden ook hier de ontbindende krachten huis .

 

Die krachten kunnen we met z'n allen benoemen, maar ik ben bang dat we ze niet meer ongedaan kunnen maken. Grootschaligheid is er daar één van. Scholen die kennisfabrieken zijn verstoren het contact tussen leerkrachten en leerlingen met alle gevolgen vandien. Verkeerde commercie waar die niet thuis hoort, bijvoorbeeld in de sport. Onze onvolprezen professor Huizinga legde al in 1939 de vinger op de wond. Sport en spel zouden volgens hem kapot gemaakt worden door ze sacraal te maken. Lasch voegde daar aan toe dat commercialisering de sport degradeert  tot werkobjecten en de kijker verlaagt naar een vegetatieve passiviteit dat bij voetbal kan leiden tot hooliganisme. Ook daar is het gebrek aan echte binding aan een club een van de veroorzakers van gewelduitspattingen. De grote nadruk op consumeren zorgt voor grote hebzucht, terwijl ook degenen die het voorbeeld moeten geven mede aanzetten tot het streven naar nog meer geld. De overheid doet daar in ernstige mate aan mee door bedragen van meer dan 10 miljoen euro in het vooruitzicht te stellen als men maar een staatslot koopt. Ergernis van de reclame op de televisie wanneer men naar serieuze programma's wil kijken. De kijkers worden bij de commerciële zenders geschoffeerd als zij naar films kijken en elk half uur vijf minuten van de film missen omdat stront (pampers), pies (luiers), menstruatievocht (always) of roos ( shampoo) centraal moeten staan. Intussen laten zij achter de reclamespotjes de film gewoon doordraaien en na afloop missen we ook nog de aftiteling. Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld aan onze buren uit België en Duitsland nemen, waar de reclame vele malen minder op het scherm komt.

 

Zo kunnen we veel meer krachten verzinnen die de binding aan onze samenleving verstoren. Het obligate geblaat van onze premier dat we met z'n allen de normen en waarden weer hoog moeten houden, helpt niet. Die krachten te bestrijden vergt moed en volharding.

 

Gepubliceerd in Utrechts Nieuwsblad en Provinciaal Zeeuwse Courant van 3 februari ’04