Paul Krugerplein

 

De mantel omgeknoopt,

de omslag slepend langs het stof

van stoepen

een steels gelaat

achter een veelheid van textiel.

Zij schuifelt zich een weg

naar geuren die de winter doen vergeten.

De zon van haar geboortegrond

zal spaarzaam hier verschijnen.

Soms droomt ze nog hoe

buurtenvol kinderen haar herkenbaar roepen

met vreugde in hun stem.

Met wakker worden begint het andere leven,

van ambtenaren en papier

vol dreigende lettertekens.

In de deur van de slagerij op de hoek

staat de wachtende Ibrahim

met een witte jas vol bloed

van arme lammeren

die liggen te wachten in stukken

op een carnivoor met trek.