ROEPT U MAAR !

 

Van alle kanten komen de oplossingen uit de lucht vallen als het gaat om aan het criminele gedrag en de overlast van allochtone jongeren een halt toe te roepen. Naast de Marokkaanse plaag dus ook de Antillianen  die het bloed onder de nagels wegpeuteren. Rotterdam voorop, Tilburg en Den Helder tamboereren mee en dragen al dan niet haalbare remedies uit de kast om van het knellende probleem af te komen. Kansarme jongeren uit de West die naar het luilekkerland komen en een voorspelbaar criminele toekomst tegemoet gaan. Vaak ook hebben ze op hun eigen geboortegrond al de beesten uitgehangen. Maar of we ze tegen kunnen houden of terug kunnen sturen ? In Nederland kennen we de zogenaamde straat- of wijkverboden die een rechter kan opleggen aan mensen die bedreigend zijn voor anderen, veelal (gewezen) partners. Om die zelfde manier zou een crimineel die bij voortduring het veiligheidsgevoel aantast een dergelijk verbod opgelegd moeten krijgen. Maar dan niet voor een wijk of gemeente, want daarmee schep je een andere woonplaats met de sores op. Neen een verbod om zich nog langer in dit rijksdeel op te houden, zodat een terugkeer het logische gevolg is.

 

Ook de politiek houdt zich niet zwijgend waar het de aanpak betreft. Het CDA wil bij monde van het Tweede Kamerlid Çörüz de ouders tot het achttiende jaar van hun kind aansprakelijk stellen, waar dat nu nog tot hun veertiende het geval is. En eerder is het raak als ze ouder zijn. Daarnaast mikt de parlementariër op een uitbreiding van de soort taakstraffen, waarbij het schaamtegevoel meer wordt aangesproken. Dat spreekt vooral bij allochtone jongeren aan, omdat die uit een schaamtecultuur komen. Ook geeft hij de confrontatie van de dader met zijn slachtoffer een grotere kans van slagen, waarbij dan tevens de ouders betrokken zijn.  Met deze gedachte verwijst Çörüz naar de inmiddels al meer dan tien jaar ingevoerde praktijk van herstelgesprekken in Australië en Nieuw Zeeland, aldaar restorative justice genoemd. Doel van deze gesprekken is tweeërlei. Het slachtoffer kan op die manier aan het woord komen en de dader wordt doordrongen van het negatieve gevolg van zijn daad.  Tegenstanders van dit alternatief voor een strafoplegging voeren daarbij aan dat ongeacht het herstel dat kan optreden naar de gedupeerde, de rechtsgemeenschap tekort wordt gedaan.  Voorstanders daarentegen zien als derde voordeel dat er minder recidive zal treden. Maar of dit herstelrecht inderdaad een recidiveremmende invloed heeft,  is nog maar de vraag. Criminologen en pedagogen  hebben er nog te weinig onderzoek naar gedaan, terwijl ook het meten van herhaling van dergelijk gedrag lastig is. Degenen immers die voor een herstelgesprek worden uitgenodigd zijn geselecteerd en erkennen dat zij fout zijn geweest, terwijl zij die weinig of geen berouw tonen eerder voor de rechter zullen verschijnen. Daarnaast blijven vele boosdoeners verborgen omdat de politie de meeste schurken niet kan opsporen, zodat het slagingspercentage van herstelgesprekken met vraagtekens omgeven blijft.  Toch kan een dergelijke pedagogische aanpak op maat tot een gunstig resultaat leiden, temeer omdat ook de ouders erbij betrokken zijn. En op hen immers richt het CDA zijn pijlenboog.

 

Van volkomen andere orde is de strategie uit een onverwachte hoek. Gepensioneerd commissaris van politie Van Riessen uit Amsterdam heeft inmiddels het moede hoofd in de schoot gelegd en bepleit een methode die in zekere zin getuigt van vernieuwend denken. Jeugdige criminelen oppakken helpt niet, zegt hij, want na een eventuele straf gaan ze gewoon door met hun gedrag. Gun ze geen rust en blijf ze overal en altijd controleren. Zonder ze te noemen, mikt hij in het bijzonder op de grote groepen criminelen van allochtone afkomst. Elke politieagent weet wie ze zijn, maar kan die boeven op grond van harde feiten niet of nauwelijks arresteren. Maak ze dan maar het leven zuur, fotografeer en fouilleer ze. Vergeet ook niet hun auto’s te doorzoeken . Rook ze uit hun nesten,  pest ze de straat en de stad uit, dan zal het tij wel keren, zo luidt zijn oproep. Op zich lijkt deze aanpak een vondst, maar enkele kanttekeningen moeten er wel bij. Want als dit publiek de ene gemeente uittrekt zullen ze ongetwijfeld de andere stad op gaan zoeken, want dit soort lieden heet ook in dit opzicht niet voor niets draaideurcriminelen. Dergelijke verschuivingen zag Nederland al eerder bij de levendige drugshandel die zich niet alleen verplaatste naar andere wijken, maar ook naar andere steden. Van Amsterdam naar Heerlen om maar een voorbeeld te noemen. Een tweede gevaar dat zich aftekent is de kans dat de meest gewetenloze criminelen zich ontwikkelen tot desperado’s die er niet voor terugschrikken vuurwapens te gebruiken als het water aan hun lippen komt. En een dode agent zal waarschijnlijk ook Van Riessen niet ingecalculeerd hebben.

 

Zo blijft Nederland vragen om een aanpak die voor elk delict, elk type misdadiger en elke omstandigheid anders zal zijn. Roept U maar.

 

Klaas de Graaff. criminoloog