Reis naar Utrecht

 

Een vergezicht vol droefheid raast langs mij heen,

de horizon komt nader

uit een bedachtzaam puntje ver groeit al snel een kerk.

Natte rails van de andere kant verlaten mij de hele reis niet meer,

een nieuwe wijk met zelfde huizen omhoog gemetseld,

wie bekommert zich om de fietser, ploegend door windkracht 8?

 

Stoptreinperrons met huiverende wachters,

hun blikken weggeslagen door mijn trein.

Ontmoeting met de tegenligger

vier seconden, misschien vijf.

Viaducten onderdoor, volgespoten met onbekende driften.

Volkstuintjes geven ruimte aan ingezakte schuurtjes,

waar optimisme zegeviert over bloemkolen met geel geworden harten.

 

Wacht nu, Utrecht komt !

verveloze raamkozijnen ogen naar mij

met twintig jaren ongewassen vitrage,

waar achter spruitjesgeuren het hele jaar te ruiken zijn.

 

Ha, hij remt

trapje met twee treden naar de wereld,

ijsbreker tussen rijen ongeduld,

een trap op wieltjes naar omhoog brengt mij naar het hart

van Dom en enkele grachten.

21-12-04