TBS HEEFT LANGSTE TIJD GEHAD, HET KAN BEST
ANDERS
De Tweede Kamer onderzoekt de werking van tbs.
Een delegatie bezoekt twee klinieken en praat met deskundigen over het
tbs-stelsel dat zwaar onder vuur ligt sinds de ontvoering van een meisje in Eibergen,
de moord op een bejaarde in Amsterdam door ontsnapte tbs'ers en recent de
vlucht van Marciano E. Tbs lijkt zijn langste tijd te hebben gehad, het kan
best anders.
Marciano E. kon maar korte tijd van zijn vrijheid genieten. De tbs'er
ontvluchtte een psychiatrische kliniek in het Brabantse Halsteren uit angst
voor verlenging van zijn tbs en werd enkele dagen later in België weer
ingerekend. Nederland slaakte een zucht van verlichting, de Tweede Kamer had
opnieuw kruit om op minister Donner van justitie te schieten.
Het is de hoogste tijd dat de Tweede Kamer zich afvraagt of de tbs nog wel
bestaansrecht heeft. Deze middenweg tussen gevangenisstraf en
krankzinnigheidsverklaring is een vondst uit het begin van de vorige eeuw.
Zenuwartsen zagen toen nog mogelijkheden voor genezing van mensen die ernstige
strafbare feiten pleegden, maar van wie niet duidelijk was of ze daarvoor
verantwoordelijk konden worden gesteld. Met ingewikkelde modellen reconstrueren
psychiaters of iemand toerekeningsvatbaar was op het moment dat hij een delict
beging. Als de rechter zich kan vinden in hun adviezen legt hij tbs op, meestal
in combinatie met een gevangenisstraf. Als de straf erg hoog is, roept dat
vragen op: moet de behandeling dan ook pas na de straf beginnen? Behandelen
tijdens de straf kan, maar als behandeling succesvol is heeft verdere straf
geen zin meer. Een goed beargumenteerd gratieverzoek zou dat kunnen oplossen.
Als een veroordeelde niet mee wil werken aan tbs-behandeling is die zinloos.
RISICO
Het risico dat iemand oplevert voor de samenleving bepaalt hoe lang hij in de
tbs-inrichting moet blijven. Is er na jaren behandeling geen hoop meer op
herstel, dan rest slechts de zogenoemde long stay-afdeling ofwel levenslange
opsluiting. Steeds meer mensen komen daar voor in aanmerking. Dat is triest,
want in die gevallen had beter ineens levenslang kunnen worden opgelegd. Dan
was van meet af aan duidelijk geweest hoe de zaak ervoor stond en had de staat
zich vele duizenden euro’s kunnen besparen. Want een dag in een tbs-kliniek
kost een veelvoud van een dag in de gevangenis.
De burger wil een veiliger samenleving. Het is twijfelachtig of die te
verwezenlijken is met lange straffen. De meeste mensen kunnen niet verder in de
toekomst kijken dan drie jaar. Is iemand ervan overtuigd dat hij een 'misse'
daad heeft begaan, dan is een straf van meer dan drie jaar alleen maar
contraproductief. Het berouw zal verdampen want perspectief ontbreekt en de
straf leidt slechts tot rancune en niet tot de beoogde gedragsverbetering.
Eenmaal uit de gevangenis vormt de delinquent een nog groter gevaar voor zijn
omgeving dan voorheen.
Lange opsluiting kan ook leiden tot totale sociale desoriëntatie. Dat is vast
niet de bedoeling van de rechter. De wetgever doet er goed aan nog eens na te
denken voordat hij de maximale gevangenisstraf oprekt van twintig naar dertig
jaar.
Ons strafrecht lijkt alleen nog maar tegemoet te komen aan de behoefte aan
vergelding. Van een middel tot preventie en reïntegratie is de straf verworden
tot het product van volkswoede en verontwaardiging. Ontsnapping van een boef of
tbs-patiënt leidt onveranderlijk tot grote onrust. Zelfs parlementariërs weten
geen afstand te houden. Dat er af en toe vanuit de blauwe zetels van 's
lands vergaderzaal stemmen opgaan om de doodstraf in te voeren is niet iets om
trots op te zijn.
Als daders een gevaar vormen voor de samenleving moeten ze daaruit worden
verwijderd, desnoods levenslang. Een gesloten gemeenschap met veiligheid en
comfort verzacht voor onverbeterlijke delinquenten de pijn van maatschappelijke
uitsluiting enigszins. In voorkomende gevallen kan gratie worden gevraagd.
Gevaar voor de samenleving is betrekkelijk en ook veranderingen ten goede zijn
niet altijd voorspelbaar.
Gepubliceerd in Brabants Dagblad van 25-8-05, De Gelderlander en Eindhovens Dagblad 30-8-05