Van breinaald naar browning: de evolutie van de vrouwencriminaliteit

 

Wat vroeger niet voor mogelijk werd gehouden, komt de laatste tijd uit de droomwereld de werkelijkheid in.  Vrouwen die moorden, inbreken en gewelddadige roofovervallen plegen. Pas nog greep een veertigjarige lunchroomuitbaatster haar pistool en joeg daarmee enkele kogels in het lichaam van een man, die het gebeuren niet meer kon navertellen. Het gebeurde in Tilburg midden op de dag op haar druk bezet terras. Eind maart bedreigde een ongeveer zestienjarig meisje met een vuurwapen de medewerkster van een tankstation in Apeldoorn. Een paar dagen later was in Uden een bejaarde vrouw de dupe van een belaagster. In Deventer heerste in december vorig jaar een angstige sfeer, omdat een 26 jarige overvalster met een mes in meerdere winkels geld wist af te persen. Het zijn maar enkele voorbeelden van meestal aan drugs verslaafden die de hoge prijs van de fel begeerde narcotica niet kunnen betalen.

 

Waar pakweg vijftig jaar geleden vrouwen alleen stereotype wetsovertredingen pleegden zoals winkeldiefstal, oplichting of abortus, zie je sinds de laatste tien à twintig jaar de opmars van vrouwen bij delicten die alleen voorbehouden waren aan mannen. Af en toe een gifmoord of een overspannen, gemaltraiteerde echtgenote die haar partner met een broodmes te lijf ging, maar het aantal veroordeelde vrouwen bedroeg in 1994 nog hooguit vijf procent van alle strafzaken.  De drugskoeriersters uit Columbia namen bij de revolutie het voortouw, al waren zij vaak de slaafse helpsters van grote drugsbaronnen die buiten schot bleven. Maar niet meer in alle gevallen spelen vrouwen de ondergeschikte rol. Zij vervullen steeds vaker in georganiseerde criminaliteit een actieve functie, meestal naast hun mannelijke partners die zij vaak trachten af te schermen. Dat beweerde vijf jaar geleden het wetenschappelijk centrum van het ministerie van justitiena een gedegen onderzoek.

 

Want de emancipatie hield niet op bij de arbeidsmarkt waar vrouwen de vanoudsher mannenbolwerken binnendrongen. Politie, brandweer, reinigingsophaaldienst en zelfs bewaarsters mochten in gevangenissen voor mannen gaan werken. In Spanje zag het verbijsterend publiek in de arena Christina Sanchez optreden als één van de eerste stierenvechtsters. Na haar kwamen er meer. Het ultieme gevecht : de vrouw tegen het summum van masculiniteit. Straks loopt er alleen nog een stier in de arena met ballen rond. Zelfs de traditionele barbiepop verscheen kortgeleden in een toreadoruitrusting.

 

Nu beslaat  het vrouwvolk meer dan zes procent het totaal van alle celplaatsen. Door de grote groei van ook de mannelijke misdaden lijkt dit relatieve lage getal der vrouwen niet indrukwekkend, maar als we kijken naar de toename binnen deze categorie zelf, dan ziet het er zorgelijk uit. In 1994 waren er namelijk gemiddeld 430 gedetineerde vrouwen, terwijl zij in 2001 een getal van 790 vertegenwoordigden, een vermeerdering van maar liefst 84 procent.  Het bestand mannen steeg van 8300 naar 11620 : veertig procent meer dus.  Toen in 1978 de enige Nederlandse vrouwengevangenis van Rotterdam naar de Bijlmerbajes verhuisde, boden de zeventig cellen aldaar een ruim jasje voor alle criminele vrouwen. Het aantal kan nog groeien, meenden de futuristisch denkende Haagse justitieambtenaren. Dat hun toekomstvisie weliswaar juist, maar wat minnetjes uitpakte, konden slechts enkele criminologen voorspellen.

 

Dat vrouwen een duidelijke minderheid innamen en toch nog innemen is door kenners van destijds uitgelegd als gevolg van hun geringere deelname aan het sociaal-economisch leven, waardoor zij minder kans kregen delicten te plegen.  Omdat er meer controle op hen werd uitgeoefend, vrouwen passiever waren en minder toegang hadden op de door mannen beheerste onderwereld waren andere verklaringen. Door de emancipatie en allerlei maatschappelijke ontwikkelingen zijn deze verklaringen echter achterhaald. Een uitleg van de criminoloog Ruthenfrans van tien jaar geleden dat in de westerse cultuur vrouwen nog steeds door mannen in bescherming worden genomen en daardoor mindere kans op vervolging en lagere veroordeling oplopen, past dan meer in het patroon. Toch vertoont ook die verklaring sleetse plekken als we weten dat het aandeel vrouwen in de rechterlijke macht, zowel openbare aanklagers als rechters, explosief gestegen is.  Vrouwelijke rechters blijken minder mild voor hun seksegenoten dan de mannelijke confraters achter de groene tafel, dus steeg ook de gemiddelde straf van de veroordeelde vrouw en beslaan zij een prominentere plaats in het gevangeniscomplex.

 

Een bijkomende verklaring voor het toch nog geringere aandeel van de vrouw in de criminaliteit zou ook de vlucht in de prostitutie kunnen betekenen. Vermogensdelicten en drugshandel immers helpen mensen op een snelle en gemakkelijke manier aan veel geld. Maar ook prostitutie heeft dat effect en kent als bijkomend voordeel dat ze, mits binnen vastgestelde grenzen, niet strafbaar is. Het rollenpatroon is nog niet zover dat ook mannen die vluchtweg blijken te kiezen.  Taboes op dat terrein betekenen nog steeds een remmende factor. Alleen de homoprostitutie neemt een uitzonderingspositie op die stelling in. En misschien wat gigolo’s, hoewel die laatste groep geen overweldigende lijkt te zijn.

 

Gepubliceerd in onbekende krant(en)