HET SOCIALE GEWETEN VAN DE ADVOCAAT

 

Als een boef over veel geld kan beschikken, weet hij ook gemakkelijk een prominente advocaat te vinden. Niet dat pro deo advocaten kwalitatief minder werk  zouden leveren, maar de Nederlandse top tien doet weinig zaken met de minvermogenden onder de verdachten. Tenzij de strafzaak heel Nederland de adem beneemt, dan valt er ook voor de toegewezen gratis strafpleiter goed garen te spinnen. Bloedstollende gebeurtenissen zijn nu eenmaal de goedkoopste reclame voor verdedigers. Een vrijspraak levert immers meer krediet op dan een forse gevangenisstraf. Zo’n  stelling gaat uiteraard niet op voor de rechtzaak als die van Mohammed B.  Vooraf stond namelijk al vast dat deze Jihadstrijder de moord op Theo van Gogh bedreven had. Daar had de advocaat hooguit kunnen aandringen op strafverzachtende omstandigheden. Maar dat ging in het onderhavige geval niet op, omdat zijn cliënt dat afwees en voor de volledige verantwoordelijkheid van de slachtpartij afgerekend wilde worden.

 

Bij een ontkennende verdachte heeft de raadsman een troef meer in handen dan de aanklager. Immers alleen getuigen of technisch materiaal kunnen in het nadeel van de beschuldigde werken. De advocaat in de dramatische Schiedammer parkmoordzaak had de pech dat de Vlaardinger Cees B.  ten onrechte een bekentenis had afgelegd. Slordig rechercheonderzoek en een zogenaamd tunneldenken bij het Openbaar Ministerie daaraan toegevoegd trokken ook de rechters over de streep. Ze hadden een dader en het bewijsmateriaal en daarmee was de kous af.  Met ontkenning, mager bewijsmateriaal en dubieuze getuigenissen kan de advocaat immers scoren. Deze zal ook niet aarzelen een tweede deskundige in te schakelen om de bewijslast van de officier van justitie te weerleggen.

 

Bovendien is een gewiekste strafpleiter er altijd op uit om een officier van justitie op procedurefouten te betrappen. Heeft de aanklager zijn bewijsmateriaal wel op de wettelijk toegestane manier verkregen? Had de AIVD zijn aangeleverd materiaal wel  voorzien van controleerbare getuigenissen ? Mag de AIVD überhaupt wel gelijkgesteld worden met de legale opsporingsdiensten? Hoe zit het met stiekem afgeluisterde telefoontjes en zijn alle formulieren wel juist en tijdig ingevuld ? Allemaal vragen waarvan een modale Nederlander al bij voorbaat een punthoofd krijgt. Uiteraard verdient elke verdachte een eerlijk strafproces. Maar het is te gek voor woorden dat door futiele onvolkomenheden iemand de dans der gerechtigheid ontspringt. Zo denkt echter niet een jurist. Voor hem zijn de geschreven wet en de procedures kennelijk belangijker dan de gevolgen voor de maatschappij. Het probleem schuilt hem in de werkelijkheid die van een jurist nu eenmaal anders luidt dan de sociale realiteit.  Alles wat buiten het geschrevene valt, is niet in tel. De letter van de wet weegt bij de jurist zwaarder dan de geest.

 

De meeste burgers krijgen de rillingen als advocaten bij een ontkennende verdachte weten dat die schuldig is en dit voor de rechtbank achterhouden of zelfs met de verdachte meeliegen. Waar liggen voor een verdediger de grenzen van wat maatschappelijk aanvaardbaar is?   Ooit liet een vrouwelijke advocaat zich eens ontvallen dat zij  nooit een verkrachter zou verdedigen. Zij erkende dat ook deze verdachte recht had op een goede verdediging, maar vertelde dat zij dat zelf niet kon opbrengen. Ook Gerard Spong gaf eens te kennen dat hij onder geen beding Desi Bouterse als cliënt zou aannemen. Ongetwijfeld zijn er meer pleiters die uit weerzin tegen bepaalde delicten een cliënt weigeren rechtskundig bij te staan.

 

Maar er zijn er nog genoeg die deze rem niet hebben en zonder scrupules daders van ernstige delicten vrij weten te krijgen. Klemmender nog wordt dit vraagstuk als de vrijgesproken dader iemand is die in de toekomst weer vervalt in hetzelfde kwaad.  Bijvoorbeeld als het een  obsessieve zedendelinquent betreft of als het notoire psychopaten zijn, dan is de samenleving er mooi klaar mee. Het immuunsysteem van de maatschappij reageert op dit soort gebeurtenissen net zo allergisch als op de TBS’ers die zich na een ontsnapping of tijdens een proefverlof vergrijpen aan onschuldige mensen .

 

Hoewel er in zijn algemeenheid voor juryrechtspraak weinig voorstanders zullen zijn te vinden, zou er in sommige opzichten wat voor te zeggen zijn. Een goede jury kan zich immers laten leiden door andere opvattingen dan juristen.  Zij hoeft geen juridische denkmodellen te hanteren, maar vertegenwoordigt de samenleving in de meeste brede zin van het woord.

 

Nu Bram Moszkowicz in de zaak Holleeder in opspraak is geraakt, komt het vraagstuk van de sociale ethiek van de advocatuur weer eens helder voor het voetlicht. Het wordt hoog tijd dat de regels rond het verdedigen van zware criminelen op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau komen te liggen. Of moet Holleeder voor de minder zware delicten de maximale straf krijgen ? Net zoals Al Capone overkwam toen hem alleen een belastingovertreding aangerekend kon worden, terwijl heel Amerika wist dat hij vele doden op zijn naam had staan.

 

 

Gepubliceerd in Eindhovens Dagblad op 13 april 2006