HET KWETSBARE KIND ALS KIND
VAN DE REKENING
Stijf van ontzetting zaten we
bij het drama in Hoogerheide. Het sprankelende leven
van een jochie op geweldadige wijze beëindigd. Hier
kan alleen de stilte nog troost bieden. Tochten met waxinelichtjes en bossen
bloemen zijn daar geen alternatief voor, hoe goed bedoeld ook. De kwetsbaren
uit onze samenleving moeten het dus zelfs op school afleggen tegen de
opgeblazen ego’s waarin een kruitvat vol destructie heerst. Komen ze niet onder
een vrachtauto, dan is het fysiek geweld daar wel
aansprakelijk voor. In dit geval zal nader onderzoek moeten uitwijzen wie voor
deze onbegrijpelijke daad verantwoordelijk is. Nu al bestaat het zwaar vermoeden dat een TBS-maatregel,
al dan niet met een gevangenisstraf, te zijner tijd zal worden opgelegd. De
vraag ook of de dader ooit nog in de samenleving mag terugkeren.
We kunnen dit probleem, dat
gelukkig nog als uniek mag worden beschouwd, ook plaatsen in een ruimer kader. Kinderen zijn immers door hun kwetsbaarheid
potentiële slachtoffers, kunnen zich fysiek niet verweren of verkeren in een
sterke afhankelijkheidsrelatie. We erkenden dat mondiaal en al weer twaalf jaar
geleden werd het jaar van het kind uitgeroepen, alsof dat enig gewicht in de
schaal zou werpen. Elk jaar zou een jaar van het kind moeten zijn. Zelfs een
postzegel moet het belang van het kleine schepsel benadrukken. Om hen iets in
handen te geven ontstond er een meldlijn voor hen zodat ze na een afranseling om
hulp kunnen roepen. En heeft het geholpen ? Raden voor
de Kinderbescherming die het belang van het kind voorop stellen maken
inschattingsfouten, gezinsvoogden voelen zich nauwelijks gesteund door
overheden en het geweld duurt gewoon voort. Afgezien van deze treurniswekkende
situatie moeten we ons ook nog beseffen dat toegetakelde kinderen voor de
toekomst zelf gefrustreerden worden die onmaatschappelijk gedrag kunnen gaan
vertonen. Daarmee genereren we nu al
maatschappelijke problemen.
We lezen het met de regelmaat
van de klok. Kinderen worden mishandeld en of misbruikt door hun ouders, zelfs
gedood omdat de vaders en of moeders niet opgewassen zijn om ze op te voeden. Ze
leven alleen hun eigen leven, waarbij de kinderen
slechts storend kunnen zijn. Soms lukt het om ze via de strafwet veroordeeld te
krijgen, maar de vraag blijft bestaan of ze nadien hun gedrag 180 graden kunnen
wijzigen. Ook al zijn de kinderen uit huis geplaatst in een instelling of bij
een pleeggezin, het trauma van daarvoor is bij de
kinderen niet uitgegumd. Steeds weer blijkt dat de onaanvaardbare toestanden
bekend zijn, dat er desondanks niet of nauwelijks wordt ingegrepen, totdat de
bom barst en één of meerdere kinderen het leven moeten laten.
In ons rechtsstelsel weegt de
privacy van de ouders zwaarder dan die van het lot van kinderen. Zelfs artsen
kunnen verwijzen naar een beroepsgeheim als ze kinderen met duidelijke letsels
als gevolg van agressie op hun spreekuur krijgen. Ze houden hun mond omdat ook
de ouders hun cliënt zijn. Eigenlijk zouden er uitzonderingen moeten gelden,
want op die manier kan elk huiselijk geweld probleemloos voortduren. Toch weegt
een geheimplicht kennelijk zwaarder dan het belang van het kroost.
Als vaders en of moeders na
jarenlang gewelddadig gedrag hun nakomelingen doden en daarvoor een
gevangenisstraf moeten ondergaan, is ook de toekomst niet veilig gesteld. Wat
gebeurt er als ze weer vrijkomen en weer kinderen krijgen? Het verleden heeft
aangetoond dat er herhalingen optreden. Daarom zou in uitzonderlijke gevallen
de strafrechter een bijkomende maatregel moeten kunnen uitspreken om de
herhaling te voorkomen. Namelijk een verplichte sterilisatie van de vrouw en
man in het belang van het kind dat niet meer geboren kan worden. Alleen op die
manier zou de samenleving gewaarborgd zijn tegen herhaald geweld tegen eigen kinderen.
Bijkomend voordeel is dat die ouders immers ook tegen zichzelf beschermd moeten
worden. Niemand kan erop rekenen dat deze mensen op vrijwillige basis ervoor
kiezen geen kinderen meer te krijgen. Zij hebben immers aangetoond voor het
ouderschap volkomen onbekwaam te zijn.
Maar we blijven hypocriet als
we om de belangen van het kind veilig te stellen niet kiezen voor rigoureuze
maatregelen waarin beroepsgeheim en ouderschapsuitsluiting een fundamentele
plaats innemen.
Opgenomen in het Eindhovens Dagblad van 12 december 2006 en BN/De Stem op 16 december 2006