Met te
sobere bajes is niemand gebaat
Het gaat
niet goed met het gevangeniswezen, maar dat zal de doorsnee burger niet raken.
Kijk maar naar de reacties van lezers in de dagbladen en op de websites. “Opsluiten
en de sleutel weggooien” kom je nogal eens tegen. Niet alleen de rechter straft
dus en de samenleving trapt graag na. Toch moet een beschaafd land met zijn
gevangenissen tonen dat de straf van uitsluiting van de samenleving niet
ontaardt in ordinaire vergelding.
Als we
niet oppassen raken we de zogenaamde voortrekkersrol van humaan land in dit
opzicht snel kwijt. Het verval is
begonnen toen de overheid minder geld wilde besteden aan het penitentiaire
beleid. De Schipholbrand is één van de markeringspunten
waar de aftakeling van het gevangeniswezen zichtbaar werd. Het vernietigende rapport van de heer Van
Vollenhoven maakte het voor een ieder
duidelijk dat het Nederlandse gevangeniswezen ernstig aan het tekort
schieten is. De toenmalige minister en enkele topfunctionarissen van justitie
moesten om die reden het veld ruimen.
“Ruim anderhalf jaar na de Schipholbrand zijn
nog steeds niet alle gevangenisvleugels brandveilig,” zo vernemen we uit een
artikel van 28 april in het Eindhovens Dagblad.
Robert
van der Griend van Vrij Nederland, die kort na de brand undercover één van de bajesboten in Rotterdam
inspecteerde, kwam tot een navenante conclusie . Personeelsleden wisten niet hoe ze een brand
moesten blussen en nog minder hoe ze op tijd de gedetineerden konden
redden. De onderlinge sfeer onder
personeelsleden in de bajessen schijnt met de dag abominabeler te worden. Er zijn kontenlikkers en zwijgers.
Kritiek betekent al snel dat je de laan uit kan vliegen. Allemaal geluiden die
zelfs een buitenstaander te denken geven.
De Raad
voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming had tot oktober 2006 een
toezichthoudende rol. De minister kreeg van die raad gevraagd en ongevraagd
advies als het om zaken ging die met de gedetineerden te maken hadden. De toch
al betrekkelijk geringe invloed van deze raad is sindsdien dus helemaal
verdampt . Ook dit bedachtzaam instituut toonde zich bij het scheiden van de
markt zorgelijk gestemd waar het ging om verslaafde en geestelijk gestoorde
gedetineerden. En die vormen samen bijna een kwart van de totale bevolking
achter de tralies. Gebrek aan deskundige krachten en een slechte doorstroming
naar psychiatrische inrichtingen maken de zaak ellendiger dan nodig is.
Het
parlement dat omhoog veert als de kranten hel en verdommenis kraaien, heeft
anders weinig boodschap bij die versobering. Is de versobering dan alleen de
boosdoener ? Uiteraard kan met een beperkte personeelsinzet minder gedaan
worden en verblijven gedetineerden langer op de cel. Soms zelfs wel bijna een etmaal. Versobering betekent niet allen met minder
personeel het bestaande werk doen, maar ook de afnemende belangstelling voor
het wel en wee van de gedetineerden maakt de toekomst verontrustend. Met 130 km
over de weg razen als de bajesbusjes hun boeven zonder gordels naar een andere
plek moeten brengen is zo’n voorbeeld.
Al
lieten kritische wetenschappers zich destijds schamper uit over de zogeheten
geestdodende arbeid, zij zorgde in elk geval voor enige structuur in het
dagelijks bestaan van de bajes. Nu is het werken in de meeste inrichtingen
verdwenen. Compensatie is voor die uitgewiste tijd niet of nauwelijks teruggekomen. Het model dat in Leliestad gehanteerd wordt,
waarbij gedetineerden als radiografisch bestuurde autootjes het gebouw
doorlopen, zal spoedig overgenomen worden door andere inrichtingen. Ze lijken
op de pinguïns van professor Lupardi met een antenne op hun kop. Zo’n zestig jaar
geleden zagen we ze in de strip van Peter Kuhn over
de avonturen van Kapitein Rob in Het Parool.
Het Tweede
Kamerlid Jeroen Dijsselbloem stelt voor om de jonge gedetineerden hun dure
merkkleding af te nemen en hen in gevangenistenue te steken, zoals dat langer
dan vijftig jaar geleden gewoon was. Daarmee zou de machocultuur die ze van
buiten naar binnen meenamen, doorbroken kunnen worden. Ook hun andere
statusverhogende uitdossing met goud en andere edelmetalen moet daar dan onder vallen. Op zich geen gek idee.
Maar
laten we niet de illusie koesteren dat dit soort ingrepen zonder een stevig
zorgkader heilzaam gaat werken. Informeel leiderschap onder andere zal in
groepen altijd blijven, want daar gelden andere groepsdynamische wetten voor.
Deze kunnen overigens ook in positieve zin gebruikt worden om de groepscultuur
gezonder te maken, zoals in enkele jeugdinrichtingen is aangetoond. Ook andere
macho ontmoedigende maatregelen zullen nodig blijken. Zoals het cultuurtje van
de sportscholen waar het volkje van de bloeiende tatoos
hun spierballen aan elkaar toont. Menige bajes nam dit slechte voorbeeld van de
spierversterkers over, waarmee het gevangeniswezen in plaats van de criminele
wereld af te breken de misdaadbacil liet voortwoekeren. Misschien moet justitie meer psychologen en andragogen aantrekken om
de zaken weer naar de goede kant om te buigen.
Gepubliceerd
in Noord Hollands Dagblad op 12 mei 2007 en Het Parool op 18 juni 2007