Het dilemma van minister Donner

 

Nu naar verwachting Mohammed Bouyeri , alias Mohammed B., een levenslange straf zal moeten ondergaan is er een nieuw probleem bij gekomen. Eerder al werd de aandacht gevestigd op de verwikkeling die deze gedetineerde oplevert bij een lange gevangenisstraf, namelijk de invloed die hij uitoefent op medegedetineerden.  In het Pieter Baan Centrum bleek die verwachting al uit te komen. Aldaar vond hij een voedingsbodem voor zijn missionaire werk. Tot twee keer toe kreeg hij de kans medegedetineerden voor zijn ‘heilige’ zaak te winnen.   In hoeverre hij in dit onderzoeksinstituut daarin daadwerkelijk geslaagd is, valt op dit moment moeilijk te bezien. Ook zijn broertje Hassan die hem bezocht, kreeg zijn wijze lessen voor het thuisfront. Rekening houdend met de uitlatingen van Mohammed bij het verlaten van de rechtszaal dat hij ook in detentie een blijvend gevaar zal blijven voor de westerse samenleving, is het gevangeniswezen opgezadeld met een gigantisch probleem.

 

In de eerste plaats zullen moslims met rancune tegen de Nederlandse staat en samenleving, ongeacht hun misdrijf, openstaan voor zijn verwerpelijke ideeën. Maar ook anderen die wrok koesteren vanwege hun veroordeling, kunnen in hem een held zien . Naarmate de indoctrinatie van zijn kant langer duurt, nemen ook de kansen toe dat gevangenen die de maatschappij weer binnentreden levende projectielen zullen worden. De detentie tot aan zijn dood is lang genoeg om verzekerd te zijn van een onafzienbaar lectorschap. Zijn Koranstudie en overige islamitische geschriften, al dan niet van dubieus gehalte, maken zijn kennis en daarmee zijn overdracht sterker. Zal hij tijdens zijn detentie contacten leggen met de islamitisch geestelijke verzorging ?  Dat de imams niet gelukkig zullen zijn met deze gelovige is voorstelbaar. Of zij echter ook geen gehoor zullen geven aan zijn religieuze wens om gesprekken met hen te hebben, lijkt weinig aannemelijk. Elke gedetineerde heeft immers bij wet het recht op geestelijke verzorging. Ook het bijwonen van godsdienstige bijeenkomsten kunnen hem in principe niet worden geweigerd. Weliswaar biedt de Penitentiaire Beginselenwet uitzonderingen en beperkingen, maar een beklagcommissie of een kort geding kunnen de minister in een lastig parket brengen.

 

Ook heeft de gedetineerde Mohammed het recht om te corresponderen en te telefoneren met personen van zijn eigen keuze. Daarentegen heeft de directeur van de inrichting het recht te censureren en kan hij, na een vertaling door een betrouwbare tolk, een brief inhouden. De gedetineerde heeft dan weer het recht tegen die beslissing in beklag te gaan bij een onafhankelijke commissie. Op die manier is er veel werk aan de winkel als zijn spel een levenslang karakter krijgt. Bij bezoek dat hem niet ontzegd mag worden, kan zijn mond niet gesnoerd worden met een pleister. Uiteraard zullen de bezoekers vooraf door de politie en/of  AIVD gescreend worden, maar wat is dat onderzoek waard ? De directeur kan de inhoud van het gesprek laten bijwonen door een betrouwbare tolk, maar dan één die ook de taal van het Rifgebergte machtig is.  Een kort gedingrechter prikt gemakkelijk door een weigering heen. De enige mogelijkheid die overblijft is hem onderbrengen in de EBI (Extra Beveiligde Inrichting) te Vught, waar hij zijn bezoek achter glas mag ontvangen. Maar mondeling contact blijft wel bestaan.

 

Zonder twijfel zal minister Donner op de wens van het Openbaar Ministerie Mohammed beperkingen opleggen zodat hij geen mogelijkheid heeft medegedetineerden voor zijn karretje te spannen.  Hoe lang denkt de minister dat spel vol te houden ? Onze staatsvijand nummer één heeft dat geduld wel als we hem mogen geloven nadat hij na het strafproces zei dat hij zijn boodschapjes aan de man zou trachten te brengen.  In de EBI gaat het meer om de ontvluchtinggevaarlijke gevangenen dan om hen die van binnenuit een gevaar voor de maatschappij betekenen. Zelfs daar is het regime niet zo inhumaan dat iemand 24 uur aan zijn lot wordt overgelaten. Ook daar hebben de ingeslotenen met vele beperkingen rechten die zelfs de minister niet aan zijn laars kan lappen. Telkens kan het zeer beperkte regime alleen met redenen omkleed voortgezet worden en dan is een levenslange termijn wel erg lang.

 

Aanvankelijk zag het ernaar uit dat Mohammed een mislukt martelaar was die met zijn spel van zwijgen en ander pesterig gedrag nog een glansrol kon vervullen. Maar nu hij met zijn rechten als Nederlands gedetineerde het gevangenisverblijf voor een belangrijk deel naar zijn hand kan zetten kan hij nog zeer lang voor de samenleving een blok aan het been zijn. Misschien had zijn aanvankelijke wens om door de politie te worden gedood  in  vervulling moeten gaan.

 

Gepubliceerd in Brabants Dagblad op 27 juli 2005