Elk beroep heeft helaas zo
zijn risico's. Wel valt op dat de verhouding tussen beloning en de kans om
slachtoffer te worden niet in evenwicht zijn. Agent en strafrechter zijn beiden werkzaam in het
circuit van de misdaadbestrijding, maar hun kansen om de dupe te worden van
geweld zijn omgekeerd evenredig met hun salaris.
Onduidelijk is nog of de
paar incidenten waarbij officieren van justitie betrokken waren, een trend gaan
worden. De groeiende criminaliteit op maffianiveau zal die kans zeker
vergroten, nu ook de EU is uitgebreid met landen waarin de verschijnselen van
georganiseerde criminaliteit zich voordoen.
Toen in de jaren zeventig een agent door Alan
R. in Amsterdam werd gedood, stond half Nederland op zijn kop. De uit een
Engelse gevangenis ontsnapte jongeman werd bij zijn aanhouding wegens een
winkeldiefstalovervallen door paniek, zo beweerde hij. Dat was de reden zijn
pistool te trekken en de Amsterdamse diender dood te schieten. Hij moest een
lange gevangenisstraf ondergaan. R. wist zich tijdens zijn detentie te
ontwikkelen tot wetenschapper.
Ook de frontwerkers in de strafinrichtingen
worden regelmatig geconfronteerd met de agressie van gedetineerden. Nog niet zo
lang geleden stak een psychotische gevangene een recreatieleidster dood. Ook moet
menig inrichtingswerker voortijdig afhaken vanwege geweld. Het maakt hem of
haar het werken verder onmogelijk. Dat is niet vreemd: bewaarders staan
dagelijks acht uur bloot aan de nukken en grillen van lieden die hun verblijf niet
hebben uitgekozen. Steeds meer psychisch gestoorden voor wie geen plaats is in
een 'gekkenhuis', raken verzeild in een penitentiaire inrichting. De
voorzichtige schatting van het ministerie van Justitie van tien procent blijkt
in werkelijkheid veel te laag. Volgens de Vughtse inrichtingspsycholoog Erik
Bulten zou dat wel eens een derde van de bevolking in alle bajessen kunnen
zijn. Toch staat het vergrootglas van de politiek gericht op de TBS-gestelden.
Door enkele incidenten krijgen zij collectief minder ruimte om zich te
resocialiseren. De gemiddelde burger is zich niet bewust dat velen zonder TBS,
vaak na een korte straf, weer terugkeren in de samenleving. Vaak blijken zij
nadien de tijdbommen te zijn.
Moeten agenten gedurende hun dienst permanent
een kogelvrij vest dragen? Enerzijds dwingt de overheid mensen zichzelf te
beschermen tegen dodelijke gevaren. De bromfietshelm en de autogordel zijn daar
een prominent voorbeeld van. Aan de andere kant laat ze de burger vrij
dodelijke risico's op te lopen door alcohol en tabak te gedogen. Wat helpt een
kogelvrij vest als gezicht en andere kwetsbare lichaamsdelen onbeschermd
blijven? Een harnas en maliënkolder vormen optimale bescherming, maar dat zou
ten koste gaan van de beweeglijkheid die in onze tijd een eerste vereiste is om
de misdaad te bestrijden. De ervaring heeft inmiddels geleerd dat
psychologische beveiliging veelal effectiever is dan de toepassing van geweld.
Agressie vermindert eerder door neutralisatie en reductie dan spierballen, een
grote mond of het tonen van een wapen. Ook hogere straffen voor agressie jegens
ambtenaren uit de wereld van de misdaadbestrijding leveren weinig op. In diverse
landen waar de straffen hoger zijn, is aangetoond dat zij er weinig mee
opschieten.
Voor hen die achterblijven en hen die
verbeten thuis zitten, is dit een schrale troost. Er is een bladzijde uit hun
leven gescheurd, terwijl het hoofdstuk nog niet uit was.
Gepubliceerd in Nederlands Dagblad 8-10-2004