De pappa van Roel en Wouter had het al zo vaak gezegd: "Ik zou zo graag eens één keertje meedoen met de TT in Assen." Dat was bijna het allermooiste, dat hij zich kon voorstellen. Lekker met zijn BMW al die prachtige bochten nemen en heerlijk scheuren op de rechte stukken!
Afspraken maken was altijd moeilijk, maar dit jaar zou hij tijdens de TT-dagen thuis zijn en mee kunnen doen. Om niet te laat te zijn schreef hij zich al ver van tevoren in. Wieke, Roel en Wouter vonden het ook een leuk avontuur. Ze zouden met z'n allen ergens in de buurt van Assen op een camping gaan staan. Zo konden ze alles van dichtbij meemaken.
Zoals elk jaar begon ook dit jaar de TT met trainigsronden. Iedere renner mocht op het circuit een paar uur rijden. Zo konden ze zien hoe hun motor het deed en ze konden meteen het hele circuit eens goed verkennen. Dat deed de heer Hans Krielen natuurlijk ook. Het eerste rondje ging alles goed. Hij maakte mooie rondetijden. De rechte stukken schoten onder zijn wielen door, maar de bochten, dat was toch wat moeilijker, dan hij gedacht had. Al die andere racers gingen helemaal scheef door de bocht, maar als pa Krielen dat probeerde, dreigde de BMW onderuit te gaan. En ja hoor! Net toen Hans dacht het bochtenwerk onder de knie te hebben, gebeurde het! Met een vreselijk geknars schoot de motor onder Hans uit. Hij had gelukkig een stevig motorpak aan, dus hij mankeerde niets, maar de BMW was er minder goed aan toe! Verbogen wielen en een verbogen stuur. Nee, hiermee kon echt geen TT meer worden gereden. Als hij niet zo'n grote kerel was geweest, dan had hij misschien wel moeten huilen van ellende. Zijn motor was niet meer te repareren voor de eerste wedstrijd dag. Moedeloos sjokte hij naar het rennerskwartier. Zonder dat hij het in de gaten had, kwam er een man naar hem toelopen. De man klopte Hans op zijn arm. "Kunnen wij samen even een praatje maken", zei de man. Eerst stelde hij zich netjes voor. Hij was de baas van de wedstrijdafdeling van Yamaha-motoren. "Ik heb je zien rijden", zei de man, "en je deed het lang niet slecht! Je had alleen de pech, dat je niet de goede uitrusting had. Maar misschien kan ik je helpen." "Hoe dan?" vroeg Hans. "Nou, onze eigen renner ligt het hoge koorts in zijn hotel. Die kan voorlopig niet meedoen. Maar ik dacht, dat jij er misschien wat voor zou voelen, om op zijn plaats de wedstrijd te rijden!" Je begrijpt natuurlijk wel, dat Hans daar niet lang over na hoefde te denken! Eigenlijk was het te mooi om waar te zijn.
Hans liep achter de Yamaha-man aan naar het kantoortje van de fabriek. Daar kreeg hij eerst een echt Yamaha-pak aangepast. Daarna liepen ze naar een motor, die daar ergens aan de kant stond. Een echte race-machine! Hans kreeg de gelegenheid nog een paar uur met de motor te trainen. Het ging allemaal geweldig!
De volgende dag was de wedstrijd. Al vroeg hadden Wieke, Roel en Wouter een plaatsje op de tribunes gevonden. Hans verdween meteen naar het rennerskwartier. Eerst waren er een paar wedstrijden in andere motorklassen. Om een uur of 11 was Pa Krielen aan de beurt.
Eindelijk was het zo ver. Samen met zo'n 15 andere rijders stond Hans aan de startstreep. Hij was vast van plan zo hoog mogelijk te eindigen. Natuurlijk wist hij ook wel, dat de meeste andere rijders veel meer ervaring hadden dan hij, maar je weet toch maar nooit hoe zo'n wedstrijd zal verlopen.
Na het startschot schoten alle motoren weg. Hans lag op een vierde positie! Niet gek voor een beginneling! In de tweede ronde wist nog een rijder voor Hans te komen, maar even later kon Hans op een recht stuk weer twee man inhalen. Nu dus nummer drie! In de daarop volgende bochten kon Hans er nog één passeren. Nu was er nog maar één voor hem. Dat was een Duitser. Die zag, dat Hans hem dreigde in te halen. Hij gaf een dot gas en even later lag hij meer dan 100 meter voor! De spreker van de TT zag ook wat er gebeurde. Hij schreeuwde in de microfoon: "Het lijkt bijna ongelooflijk, maar zal het Krielen nu echt lukken als beginneling op de tweede plaats te eindigen?" Weer kwamen er een paar bochten. Hans wist ze handig te nemen en hij wist zelfs de Duitser even voor te komen. Die zag dat. "Ik laat me toch niet door de Hollandse beginneling van de eerste plaats verdrijven", dacht hij. "Dat nooit!" Hij naderde Hans en hij probeerde hem een klein duwtje te geven. Gemeen, hè! Gelukkig zag hans het op tijd. Hij tikte even op zijn rem en de Duitser, die daar niet op had gerekend, verloor zijn evenwicht en schoof met zijn motor bijna onder de strobalen! Hans gaf vol gas en onder donderende toejuichingen van het publiek kwam hij als eerste over de eindstreep! Wat een vader, hè!