In een verhalend
ontwerp komen de activiteiten van de kinderen zelf. De
leerkracht zorgt voor een leeromgeving die de leerlingen
uitnodigt tot activiteiten. Hij of zij biedt structuur waar
nodig. Het is echter beslist geen methode met als motto:
"we doen maar wat, alles is goed !" Verhalend
ontwerpen biedt veel ruimte voor de leerlingen en het
verloopt planmatig. Daarvoor is een goede voorbereiding door
middel van een draaiboek nodig. Zo'n uitwerking van een
verhalend ontwerp moet een levendige voorstelling geven van
het bedoelde onderwijs.
De vijf belangrijke componenten van een verhalend ontwerp
zijn altijd:
- de verhaallijn
- de episodes
- de sleutelvragen
- de incidenten
- het wandfries
De verhaallijn vormt
de rode draad van het project. Om de grote lijn goed te
kunnen aanhouden is het belangrijk een goede plot of intrige
te bedenken. Dat helpt in ieder geval de samenhang tussen de
episodes vast te houden. De verhaallijn is onderverdeeld in
episodes. Binnen deze episodes worden de leerlingen actief.
De leerkracht zorgt voor overgangen en maakt daarbij gebruik
van sleutelvragen of incidenten.
De sleutelvragen
zijn van eminent belang. Ze zijn misschien het kortst te
definiëren als "vragen zonder antwoord van de
leerkracht." Het zijn vragen, die de kinderen uitdagen
om zelf antwoorden te bedenken. Bij goede sleutelvragen is
vaak meer dan één antwoord mogelijk. Ze zetten kinderen aan
tot nadenken en ze leiden tot nieuwe vragen. Tevens prikkelen
ze tot het weergeven van eigen ervaringen.
Alles wat de
leerlingen maken wordt in het lokaal opgesteld of opgehangen,
in een chronologische volgorde. Zo groeit het verhaal
zichtbaar. Dit wandfries is een soort groot bulletinboard dat
de kinderen overzicht geeft van de voortgang. Ook helpt het
de rode draad vast te houden. Het is een essentieel
onderdeel, omdat het de geschiedenis van de eigen
activiteiten weergeeft.
* Uit: Vos, E. & Dekkers, P., Verhalend Ontwerpen,
een draaiboek. Groningen 1994.
Literatuurlijst:
= Bell, S., K. Fifield & S. Bradshaw (ed.) The
Scottisch Storyline Method, a training manual. Educational
Recources Northwest, Portland, 1990.
= Bell, S., e.a., The saga-line. Fifth Golden Circle
Seminar. EED, Enschede, 1993.
= Dekkers-Akveld, A. "De succes-story van het verhalend
ontwerpen" in: Opmaat, 1e jg., nr. 2, 1993.
= Dekkers, P. & E. Vos, Serie artikelen 'The storyline
approach'. In: De Vacature, jg. 104, 105 en 106,
1992/1993.
Egan, K., Teaching as storytelling, an alternative
approach to teaching and the curriculum. New
York/London, 1988.
Letschert, J., Topic-work: a storyline approach, outline
of collaborative story making in primary schools.
Enschede, 1992.
Letschert, J., Op verhaal komen. Thematisch onderwijs
waarbij verhalen in het middelpunt staan. Tilburg 1995
(JSW-boek nr. 10. ISBN: 90 276 3473 4)
Vos, E., Steve Bell's secret notebook to create learning,
expertise to design collaborative story making in the primary
schools. Enschede, 1991.
Vos, E., Educatief ontwerpen voor kleuters, educatieve
software voor de lerarenopleiding. Gouda, 1994.
Vos, E. & Dekkers, P., Verhalend Ontwerpen, een
draaiboek. Groningen 1994.
Luc Stevens, Jos Letschert, Theo Boland, Rene van der Veen
en Andre Petter Hoe groter de verschillen, hoe rijker de kansen'
Uitgave: SLO Enschede
Erik Vos, Ellen Reehorst, Frits Sibers Tjassens, José Simons Scenario's voor actief leren - verhalend ontwerpen in het voortgezet
onderwijs, Wolters Noordhoff, Groningen 1999
ISBN: 90-01-20318-3
Praxisbulletin 20e jaargang
januari 2003, "De klas is de wereld ..." (nr. 5 Themanummer over
Verhalend Ontwerpen)
Ellen Reehorst, Erik Vos, Peter Dekkers, Mathieu Geelen en anderen.
Links:
Terug
naar het begin