Dubbele Turkse knoop
Turk's Head - 5-lead
Deze knoop is niet gemakkelijk en er zijn slechts weinig zeelui, die hem nog kennen. Ik geef hem slechts voor de aardigheid en alleen zij, die de cursus in schiemannen tot dusverre trouw gevolgd hebben en zich steeds goed hebben geoefend, zullen in staat zijn hem aan de hand van de tekeningen en beschrijving te leggen. Als men erin slaagt en hem kent, bereikt men het succes, iets bijzonders te kennen, iets wat de tegenwoordige zeeman grotendeels onbekend is. Bovendien is het een mooie sierknoop en een aardig werk hem te maken. We leggen hem weer, voor oefening, om de hand en beginnen op precies dezelfde wijze als bij de enkele Turkse knoop van een eind. Het lijntje moet ongeveer 20-maal de omtrek van het voorwerp waaromheen de knoop gelegd moet worden, lang zijn. Fig. 1 toont het begin, hetwelk dus precies hetzelfde is als bij de enkele Turkse knoop van een eind, nl. het tampje I vastknijpen in de hoek van duim en wijsvinger en goed naar links wegstoppen, bijv. vastzetten onder de riem of band van het armbandhorloge, zodat deze tamp vooral buiten alle volgende slagen kan blijven. Daarna het losse oog slaan en de tamp B van rechts naar links en van onder naar boven, door dat oog steken. Het kruis K, dat nu door I en B ontstaat en in fig. I boven de duim is getekend, nu goed tussen duim en wijsvinger vast- knijpen en vasthouden en . . . de tamp B goed over alles heen, helemaal links over de pink heen, weg slaan (dit is zeer belangrijk!). Nu draaien we de hand om (fig. 2); B komt dan helemaal linksonder uit; - we hebben de duim nog steeds goed op het kruis K. Nu slaan we B onder a door, over b heen - we volgen dus de begintamp I en leggen hem dus naast I en bij K onder de duim. We hebben dus bij K een dubbel kruis tussen duim en wijsvinger. Dit kruis houden we goed vast (zie ook fig.4). Dan draaien we de hand om (fig. 3). Onder de duim (duidelijkheidshalve in de tekening even boven de duim getekend). zien we het dubbele kruis liggen van I en B over a. We blijven I volgen en steken hem dus onder b door; vervolgens over I en a goed naar links wegleggen. De meeste beginners maken hier hun steeds weerkerende fout, waardoor op het eind de knoop niet uitkomt, d.w.z. men moet er vooral voor zorgen, dat B goed links van a en I komt en blijft liggen. In fig. 4 is dus de tamp B goed links van de andere slagen weer om de hand heen geslagen en komt nu onderaan weer te voorschijn. We hebben nog steeds het dubbele kruis K met de duim vast. Nu komt het! Nu moeten we met B dat dubbele kruis, waar twee einden naast elkaar over een derde heen liggen, gaan scheiden en wel door B van onder naar boven, tussen I en B, onder a door te steken. Dit moet men vooral even goed bekijken, want hier zit een bron van vergissingen (zie fig. 4 op deze pagina). Vooral tijdens dit doorsteken moet men zorgen, dat de bocht van B,op de bovenkant van de hand goed links blijft liggen en niet terug wipt. In fig. 5 hebben we het dubbele kruis losgelaten, want dit is nu gereed, B is er onderdoor gestoken en het kruis is gescheiden. Nu pikken we I op, op de plaats van de pijl en halen hem onder het kruis vandaan naar rechts, zoals fig. 6 aantoont en steken B van onder naar boven onder dat te voorschijn gehaalde oog van I door, leggen hem over b heen, onder a door en over B, die dan vooral goed links van a moet liggen, heen. Zou B teruggewipt zijn, dan werd de volgorde: over b, onder B, over a - en dan is het fout! Het moet zijn: over b, onder a en over B. Beurtelings dus: over - onder - over, met B, geheel links van alles. Dan draaien we onze hand weer om (fig. 7) en zien dan, dat we de tamp B nog slechts onder b, waar ook I onder ligt, hebben door te steken om naast I uit te komen en dus rond te zijn geweest. Daarna gaan we met B de begintamp I volgen tot driemaal toe, d.w.z. de knoop wordt verdrievoudigd. In fig. 8 is de knoop geheelgereed. Alvorens we de knoop gaan verdrievoudigen, moet hij eerst gecontroleerd worden door hem van de hand af te nemen. Aan de beide zijden moeten dan 4 bochten liggen. De beginneling zal dikwijls denken: Ziezo, ik ben er, ik heb hem goed, maar dan bij controle ontdekken, dat hij aan de ene zijde (de rechterzijde van de hand) vier bochten, aan de andere zijde (de zijde, waar I en B samenkomen, dus de linkerzijde van de hand) slechts drie bochten heeft waarvan een verdacht losliggende bocht. De knoop is dan niet goed, er is dan ergens een fout gemaakt, meestal doordat men de slagen van B niet goed over de andere heen naar links heeft gehouden, of wel een manipulatie heeft vergeten. Het is hoofdzakelijk een sierknoop en wordt voor hetzelfde doel gebruikt als de enkele Turkse knoop van een eind. Hij is alleen breder en forser.