Kurkenzak
A "pudding" Fender
de
kurkenzak
Willen wij deze erg netjes maken en 'model', dan wordt van zeildoek een met stukjes kurk gevulde bal gemaakt, waartoe een stuk zeildoek wordt uitgesneden zoals fig. 1-a aangeeft.
In fig. 1-b is de bal dan gevormd door de uiteinden van het stuk zeildoek naar elkaar toe te brengen en de segmenten aan elkaar te naaien.
Aangezien dit nogal een werk is, vooral het precies op maat snijden van het zeildoek, zal men veelal in de praktijk volstaan met een kubus van zeildoek te maken, zoals fig. 2 aangeeft, welke door het goed innemen der hoeken bij het aan elkaar naaien later, na het vullen met kurk, ingesnoerd met de er omheen liggende strengen, een min of meer ronde vorm aanneemt.
En tenslotte zal het er omheen gemaakte breiwerk deze min of meer ronde vorm verbeteren.
Wij zullen hier echter het maken van de 'model'-kurkenzak behandelen.
Als men dan met de zeildoekse bal zover gevorderd is, dat de top van het laatste segment nog moet worden dichtgenaaid, vult men haar - goed aangestampt - met stukjes kurk of schuimrubber en voleindigt het naaiwerk. Dan neemt men een stuk tros of lijn, afhankelijk van hoe groot de kurkenzak moet worden, neemt dit om een gewelde kous en bindselt de 2 einden met een 'dubbel bindsel' aan elkaar (fig. 3). Daarna worden de beide einden uit elkaar gedraaid en de uiteinden van de strengen 'bezet' (= een takelingetje erop zetten).
Vervolgens maken we een grommer, welke 'ruim' om het dubbel bindsel komt te liggen, waarna wij het geheel op de zeildoekse bal plaatsen en de neerhangende strengen (6 stuks) gelijk over het oppervlak verdelen en dan aan de onderzijde 2 aan 2 aan elkaar knopen, daarbij zorgende, dat de knopen niet allemaal op elkaar komen te liggen (fig. 4).
Nu begint men met het breiwerk, waarvoor we kokosstrengen nemen of gevlochten lijn van kunstvezel.
Hierbij gaan we uit van de grommer, steeds met halve steken (fig. 5), daarbij 'meerderende' - steeds 2 halve steken in de enkele bocht erboven - tot halverwege de kurken- zak, dan een paar maal rond met een gelijk aantal halve steken om daarna te gaan minderen - steeds l halve steek in 2 daarboven liggende bochten (fig. 6).
De halve steken moeten goed aangetrokken worden.
Daar het doorsteken in de bocht dan moeilijker wordt, gebruikt men daar veelal een kromme marlspijker met handvat voor (fig. 6a).
Tenslotte wordt aan het voeteinde gekomen het breiwerk beëindigd met een afhechting en onze kurkenzak is klaar.