Lange Splits
Long Splices
Langspleiss ??


Om deze splits te leggen, draait men de beide tampen over ongeveer 20 tieren uiteen en legt deze als bij de `korte splits' in elkaar: wit, rechts, tussen wit en rood, links, blauw, rechts, tussen rood en blauw, links, rood, rechts, tussen wit en blauw, links.
Nu draaien we de blauwe streng, rechts (Br), uit en leggen in de opengekomen tier daarvan de rode streng van links (Rl).
Ongeveer 16 tieren naar rechts komen dus de rode streng (Rl) en de blauwe streng van rechts (Br) bij elkaar. De blauwe streng (Br) is dan erg lang, de rode ( RI) natuurlijk kort. Voor het gemak snijdt men het overtollige van Br af, zodat Br en Rl even lang zijn. Om hen bij elkaar te houden, kan men hen tijdelijk in elkaar draaien.
Hetzelfde doet men ook links, terwijl de lange witte strengen in het midden ook door afsnijden verkort kunnen worden.
Vanaf het kruispunt van de beide witte strengen, liggen dus aan de rechterkant, steeds 2 rode, l witte en 2 rode strengen, en zo vervolgens.
Nu draaien we de blauwe streng, links (bl) ook ongeveer 16 tieren (in elk geval over een gelijke afstand als rechts) uiteen en leggen de rode streng van rechts (Rr) in de opengekomen tier.
16 tieren vanaf kruispunt van de beide witte strengen komen dus ook links, Rr en Bl bij elkaar.
Ook links van het kruispunt van de beide witte strengen, komen dus telkens 2 rode, 1 witte en 2 rode strengen te liggen.
Nu gaan we weer naar de rechterkant en draaien de rode en blauwe streng in garens uit elkaar en halveren hen. Rl en Br worden dus ieder gesplitst in 2 tampjes, respectievelijk b en a. Waar Br en Rl samenkomen, zijn in de tros slechts 2 strengen, immers Br of Rl vormt de 3de streng. Nu steken we een helft van ieder der tampen Rl en Br, dus bijv. de beide tampjes a, tussen deze beide onderliggende strengen rood en wit, van boven naar beneden door en leggen met b van Rl en b van Br een halve knoop met zon, dus links over rechts en dan weer onder rechts door, waar de witte halve strengen, evenals de strengen Rr en Bl, geheel links, reeds zo geknoopt zijn. De halve knoop sluit dus de tier dicht en knijpt tevens de beide doorgestoken helften van a vast.
Nu steken we b van Rl en b van Br over zichzelf heen, onder de naastliggende rode, respectievelijk witte, door over de witte, respectievelijk rode heen en tegen de strengen in weer terug. Dus twee maal tegen de strengen in en eenmaal met de strengen mee.
In het midden, bij de witte strengen, zien we in de tier, tussen de beide rode strengen, de halve knoop liggen.
1/2 Wr wordt nu over 1/2 Wl heen genomen, onder rood door, dan over de volgende rode heen en weer teruggestoken.
De knopen moeten op onderling gelijke afstanden liggen. Onder de knoop moeten uit de tier van de beide niet- geknoopte strengen twee halve tampjes steken. De knoop in de beide andere halve tampjes moet zo liggen, dat de garens in dezelfde richting komen te liggen als die in de strengen.
Alle tieren moeten ‘open’ zijn, zodat men kan trenzen, dit is; in de tieren een dunne lijn draaien, zonder dat de tros daardoor ongelijk van dikte wordt.
Vanaf de halve knoop moet aan weerszijden uit de tier, 1 streng verder, het tampje komen te steken.
Deze splits wordt gebruikt om twee einden van lopend tuig op elkaar te splitsen of wel om een gebroken val of reep te herstellen. Hij heeft het voordeel boven de korte splits, dat hij niet dikker is dan het touw, zodat hij door blokken en leiogen kan passeren.
Nadat de splits gereed is, moet men niet dadelijk de nog buiten de tieren uitstekende tampjes afsnijden, doch daarmede wachten, totdat de splits voldoende is bijgerekt.