Stootwil

   

de stootwil

Hiertoe snijden we allereerst uit een stuk zeildoek, van bodem- en bovenstuk zoals in fig. 3-a en b. Daarna een stuk zeildoek op maat met een lengte die gelijk is aan de omtrek van boven- en bodemstuk en een breedte die gelijk is aan de ge- wenste hoogte van onze te maken 'wil', hierbij natuurlijk rekening houdende met de nodige zomen. Vervolgens maken we van het rechthoekige stuk zeildoek een cilinder, door de einden aan elkaar te naaien met de zg. 'platte naad'.

In zowel het bodem- als bovenstuk wordt een gat gemaakt hetwelk wordt getrensd of voor het hele lichte willetjes van een stempelkous voorzien.

Vervolgens wordt het bodemvlak in de zeildoekse cilinder genaaid, waarna het geheel binnenstebuiten wordt gekeerd. Dit laatste kan ook geschieden met een reeds bijna geheel ingenaaid bovenstuk.

Dan nemen we een soepel stukje tros of lijn, al naar gelang hoe zwaar de 'wil' zal worden, van een zodanige lengte, dat de 'wil' straks vanaf het dek tot in het water kan worden afgevierd. In het ene uiteinde leggen we een 'valreepsknoop' of een 'hele sjouwerman' en op de andere tamp tijdelijk een takeling.

We halen nu het eind door een stukje leer met een gat erin, door het gat in de bodem van de 'wil' en door het gat van het nog loshangende bovenstuk (fig. 4). De tamp wordt van zijn takeling ontdaan, waarna we er een 'halve sjouwerman' of 'Spaanse takeling' op leggen, om beter houvast te hebben bij het bedienen van de 'wil' (fig. 4).

Tenslotte wordt de zak gevuld met stukjes kurk of schuimrubber en het bovenstuk erop genaaid, waarna de 'wil' voor gebruik gereed is.

Dikwijls wordt de onderste tamp van het eind door de 'wil' van een oogsplits met kous voorzien i.p.v. een valreepsknoop, of is het zelfs één doorlopend eind waarop de 'wil' is opgesloten tussen 2 'stoppersknopen', zodat de 'wil' ook horizontaal gebruikt kan worden (fig. 5).