Ga terug naar:

Preken
Terug naar begin

 

 

 

Rhenen, Ontmoetingskerk,   6 december 2009

- tweede zondag van Advent Ontmoetingskerk Rhenen

 

"Het licht schijnt overal: Het huis van Maria"

 

Ds. Martin Snaterse

Lezing uit de bijbel: Lukas 1, 26-38

 

Preek:

De aankondiging van Jezus' geboorte aan Maria is zo'n bijbelverhaal dat veel vragen en misschien ook wel ongeloof bij ons oproept. Is dat echt zo gebeurd: een engel, op bezoek bij een meisje van een jaar of veertien? Zwanger worden zonder gemeenschap te hebben met een man? En op dat moment al horen dat jij de moeder wordt van de Zoon van God? Hoeveel theologie is door de schrijver teruggeprojecteerd in dat verhaal?

 

Tegelijk houd ik erg van dit mooie verhaal. Deze heftige maar ook tedere ontmoeting tussen een hemelse gezant en een jonge vrouw ontroert me. Dat Gods genade en ontferming zo neerdaalt in het leven van Maria...

 

Voordat we naar dat tafereel kijken, doe ik eerst een stapje terug. Wat weten we eigenlijk over Maria? Ze is een joods meisje; en staat op het punt te trouwen met Jozef. Ze is afkomstig uit een priesterlijk geslacht en haar aanstaande echtgenoot is een verre nazaat van koning David. Ze woont in Nazareth, een achtergebleven stadje dat de status van prachtwijk verdient. Daar in Galilea wonen de 'gojim', het chajus van Israel. Maria - haar naam is er een van dertien in een dozijn. Je kunt haar beter 'Mirjam' noemen, want die Joodse naam verbindt haar met haar geschiedenis, met die andere Mirjam, de zus van Mozes, die het volk bevrijdde uit Egypte. En deze Maria zal de moeder worden van Jezus. Jezus is dus als gewoon kind geboren uit een gewoon Joods meisje. Een zoon met een uitzonderlijk karakter, met profetische uitstraling, - een kind dat zo dichtbij God leefde, dat Hij uitgroeide tot een Messiaanse profeet.

 

Reken maar dat er in het gezin van Maria en Jozef grote spanningen zijn geweest. Het lijkt op het eerste gezicht fantastisch om een beroemde zoon of broer te hebben - stel je voor: een Sven Kramer in je eigen gezin. Heel het gezin is trots, iets van zijn glans straalt ook af op de andere gezinsleden. Maar hij blijft wel gewoon je zoon, je broer, en hij moet niet teveel sterallures krijgen. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoeveel ervoor nodig is om, door verbazing en irritatie heen, een dergelijke zoon en broer te gaan zien als een profeet, een Messias, een gezant van God die na zijn opstanding zelfs 'Zoon van de Allerhoogste' genoemd wordt. Nu weten we ook dat Maria, de moeder van Jezus, en Jakobus, een van zijn broers, behoorden bij de eerste christengemeente. Dus: zij hebben Jezus meegemaakt aan tafel, op school en als hij met zijn vrienden speelde - en toch zijn ze in hem gaan geloven als Messias. Als ik dat bedenk, zijn er maar twee mogelijkheden: �f je verklaart ze voor gek - die moeder en die broer die zijn geestelijk in de war geraakt als lid van een joods-christelijke sekte, - en dan zijn wij dat ook. �f je bent verbaasd en verwonderd over wat er gebeurd moet zijn in zo'n gezin. Nu zijn we op een punt gekomen om wat preciezer naar de ontmoeting tussen Gabriel en Maria te kijken. En je eerste reactie is: het zal je maar gebeuren! Een jonge vrouw, op de grens van volwassenheid, staat op het punt een nieuw leven te beginnen: trouwen, een gezin stichten. Ze droomt van haar geliefde, een eigen huis. En dan is er onverwacht een engel. Begrijpelijk dat Maria ontzettend schrikt. Op de originele verbeelding van de schilder Franciscus (het hangt in het Catharijenconvent, Utrecht) de van dit tafereel zie je dat Maria's dagelijkse bezigheden doorbroken worden, ze zet haar leesbril af en denkt: wat zie ik? En de engel Gabriel is een lichtvoetige minnaar die als een postiljon d'amour de liefde van Godover haar uitstort als een waaier van genegenheid en gunst. Nog al wiedes dat Maria schrikt. En al probeert de engel Gabriel haar gerust te stellen: 'wees maar niet bang' - Maria denkt bij zichzelf: "God�en ik� Hij en ik�?" En dan komt het hoge woord eruit: "Maria, je zult moeder worden van een groot man, zoon van David en zoon van God." Amper van haar schrik bekomen, vraagt ze: "Hoe zal dat allemaal gebeuren? Ik heb nog nooit gemeenschap gehad met een man?" We worden deelgenoot van een intens gebeuren: "Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken." Woorden die het tere geheim een geheim laten, en dat moeten we respecteren, - ook als we piekeren over een maagdelijke geboorte, of we daar nu wel of niet in geloven. Ook voor Maria blijft het een kwetsbaar geheim. Je zult maar z� in verwachting raken: jouw diepste gevoelens worden losgewoeld, je krijgt een kind met wie de sterkste banden van je leven groeien. Maar tegelijk is jouw kind ook helemaal van God. Jouw kind dat je meer los moeten laten dan wat in je leven ook, - dat alle grenzen en verwachtingen van jouw moedergevoel zal overstijgen. Daar staat die lichte gestalte van God: Gabriel. En zijn woorden vol liefde dansen om Maria heen: zij staat in de gunst van God. En tegelijk valt er een schaduw over Maria. Alles wat ze droomt over haar toekomst met haar man, verdwijnt in het duister. Al haar gedachten over haarzelf, haar eigen kleinheid. Haar verontwaardiging over het onrecht dat haar volk wordt aangedaan, de Romeinse bezetting; de wanhoop hoe het nu toch verder moet met dat beloofde koningschap van David; de armoede van het dorp; de schande die er van haar gesproken zal worden als ze zwanger is - alles wordt opgeslokt door die wonderlijke schaduw. Ze wordt omvat door schaduw als een wolk van God. Zoals een baarmoeder een ander leven in zich draagt, zo draagt die wolk van God Maria, en in Maria heel deze wereld, u en ik en iedereen: zo draagt God ons dag aan dag, we bewegen in die gloedvolle liefde van God en weten er niets van - behalve dat het leven ons zomaar toevalt. "Hoe kan dat gebeuren?", vraagt Maria en het is ook onze vraag. Niet alleen bij deze gebeurtenis maar ook bij de dingen die ons overkomen. En we kunnen er over nadenken, maar (be)vatten kunnen we het niet. Maria vraagt, maar ze vraagt geen uitleg, geen verklaring, - ze vraagt naar hoe en wat het uitwerkt. In haar leven. In ons leven. En Gabriel zegt dan twee dingen. In de eerste plaats: je tante is ook zwanger. Met andere woorden er zijn er meer die in dit geheim delen. Als je je afvraagt; waarom overkomt me dit? - zoek dan mensen op die je kunt vertrouwen. Die jouw geheim niet kapot praten, die het ook niet proberen te verklaren. Want God kan niet bedacht worden, maar wel bemind. En het tweede wat Gabriel zegt is: "Bij God is niets onmogelijk". Met die woorden verwijst hij uitdrukkelijk naar die andere wonderbare geboorte, in Genesis, van het kind van Abraham en Sara. Zij hadden met vallen en opstaan geleerd dat geloven nog wat anders is dan dat je er bepaalde opvattingen over God op na houden. Geloven heeft veel meer met vertrouwen te maken en met liefde. God kan wel bemind worden maar niet bedacht. Iedereen die bemint (en wie doet dat niet?) weet uit ervaring dat je makkelijker een liedje over de liefde zingt dan om werkelijk lief te hebben en liefde te ontvangen. Want in de liefde kom je jezelf tegen en ook de ander. De ander die niet een kopie van mij is, de ander die mij zo graag in zijn of haar eigen straatje zou willen duwen (net zoals ik trouwens). Je komt je moederverlangens en vaderverlangens tegen, ik ontdek mijn gewoontepatronen, mijn agressie en jaloezie, mijn eenzaamheid. Ik ontdek dat er in mijn zorgzaamheid ook machtsdwang zit en in mijn ontvankelijkheid manipulatie. Prachtig en wonderlijk is de liefde en tegelijk is het de pijnlijkste spiegel waarin we kunnen kijken. Maria wil in die spiegel kijken: "Ik wil God dienen" zegt ze. Ze wil Gods woord in haar vruchtbaar laten zijn. En 'ja' zeggen tegen God en tegen het kind dat geboren gaat worden. Maar wat zie ik als ik in die spiegel kijk? Wat is van God en wat is van mij? Wat is licht en wat is duisternis? Span ik God niet voor mijn karretje? Is God niet een gemakkelijke vlucht uit mijn probleem? En dat is niet alleen voor mij als persoon zo. Je ziet het ook in de samenleving. Het verlangen naar krachtige leiders leeft sterk. Politici reiken oplossingen aan, doen stellige uitspraken over al die complexe zaken van onze wereld. De behoefte aan iemand die met sterke hand daden stelt, is levensgroot aanwezig. Maar Maria wijst ons een andere weg. Met Maria worden wij mensen van advent, mensen die uitzien naar het licht - Mensen die ontdekken dat het licht van God ons ook overschaduwd. In het verborgene trekt God zijn spoor van liefde en recht, in het verborgene groeit Gods barmhartigheid totdat het uit u en mij geboren wordt en aan het licht komt. Maria wil God dienen, ze is beschikbaar. De woorden van Gabriel over haar zoon zal ze leren spellen in haar eigen leven. Ze zal ontdekken dat God verrassend nieuw is. Heel nabij in een mensenkind die haar zoon is en tegelijk heel Anders dan zij gedacht had. Dat haar kind - nu nog klein - groot zal worden. Een koning zelfs wiens rijk niet ten onder gaat. En Maria - het is net alsof ze niet alleen meer die jonge vrouw is die in de war is. Nee, ze weet het nu zeker. Als een zelfbewuste vrouw. Met een wonderlijk mooie mengeling van fierheid en bescheidenheid. En zo gaat het bij ons ook. Soms is er een ingrijpende gebeurtenis geweest, tragisch of juist uitzonderlijk gelukkig, een levenservaring die niet past in de manier waarop we tot nu toe de wereld hebben bekeken. Het is een ander weten, een nieuw weten: ook al is nog niet alles duidelijk, is er naast het licht ook die schaduw van niet-weten. Je stelt je beschikbaar, je vertrouwt God op zijn woord. God is niet een object dat we kunnen bestuderen. Daarom zegt Maria: ik kies voor de liefde. God leren lief hebben, is met Maria Gods woord, Jezus, in je laten groeien. En met Maria zeggen: "Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd."

Je reacties en suggesties worden door mij erg op prijs gesteld. Stuur ze naar:
E-Mail:
Martin Snaterse

 

Ga terug naar:

Preken
Terug naar startpagina