Ga terug naar
Theologische interesses
Een korte biografie van Henri Nouwen
Terug naar begin
ZOEKER NAAR GOD

- over Henri Nouwen

Hoe komt iemand ertoe om een glansrijke carrière aan de meeste prestigieuze universiteiten van de Verenigde Staten in te ruilen voor de verzorging van verstandelijk gehandicapten? Een portret van een boeiend en veelzijdig priester, Henri J.M. Nouwen.

‘Gedurende mijn maanden van grote angst heb ik me vaak afgevraagd of God wel echt bestaat of alleen maar een produkt is van mijn verbeelding. Ik weet nu, dat toen ik me geheel verlaten voelde, God me niet in de steek liet. Veel vrienden en familieleden zijn gestorven de laatste acht jaar en mijn eigen dood is niet meer zo ver weg. Maar ik heb de innerlijke stem van liefde dieper en sterker gehoord dan ooit tevoren. Ik wil blijven vertrouwen op die stem en me erdoor laten leiden tot voorbij de grenzen van mij korte leven, tot op de plaats waar God is alles in allen.'

 

Onrustig

Met deze woorden laat de r.k. priester Henri Nouwen zich goed typeren. Ondanks dat hij vele boeken over geestelijk leven geschreven heeft, is hij altijd een zoeker gebleven. Een onrustig mens, die telkens nieuwe wegen insloeg. Een mens is nooit gearriveerd. De ervaring van Gods nabijheid roept direct vragen op naar je eigen eenzaamheid en al die plaatsen waar God afwezig lijkt. Henri Nouwen groeide op in een goed rooms-katholiek gezin, volgde een priesteropleiding in Utrecht en werd priester gewijd in 1957. Na een korte periode les gegeven te hebben in Nederland, vertrekt hij voorgoed naar Amerika, waar hij doceert aan de universiteiten van Yale en Harvard. Wie zijn eerste geschriften leest, treft daarin een heel andere stijl aan dan die van de studentenrevoltes en roep om radikale hervormingen van de tweede helft van jaren zestig.

 

Gebed

Nouwen vraagt aandacht voor het gebed als de adem van het leven. Dat wil niet zeggen dat hij een wereldvreemde navelstaarder is. Alleen de mens die bidt, vindt de moed om zijn armen naar anderen uit te strekken en de ander liefdevol en blijvend in zijn bestaan te ontvangen. Hij laat zien dat gebed en spiritualiteit alles met het dagelijks leven te maken heeft. Een bezoek aan het circus leert hem iets over de verhouding van God en mens. De kerk en het geloof hebben geen alleenrecht op de geestelijke dimensie van het leven. Overal waar mensen zijn, duikt het Geheim op. Nouwen: "Hebben we God eenmaal ontmoet in de stille intimiteit van het gebed, dan zullen we hem ook tegenkomen op de markt, het stadsplein. Maar wanneer we hem niet diep in ons binnenste ontmoet hebben, kunnen we niet verwachten hem te vinden in de drukte van ons dagelijks bestaan. God in deze wereld vinden en hem vervolgens voor elkaar zichtbaar maken, is de essentie van het contemplatieve leven." Met contemplatie bedoelt Nouwen dat je God leert kennen als het - verborgen - hart van je leven.

 

Eindelijk thuis

Zijn carrière als docent aan universiteiten onderbreekt Nouwen verschillende malen. Voor een maandenlange retraite in een klooster, voor een reis naar Latijns Amerika.

Tenslotte is het Jean Vanier, stichter van ‘De Ark', een leefgemeenschap van verstandelijk gehandicapten en ‘gezonde' mensen, die de koers van zijn leven voorgoed zal bepalen. Jean Vanier zegt: ‘ga tussen de armen van geest wonen en je zult genezen'. Dit betekende een overgang van werken met de beste en meest intelligente mensen die de wereld willen bestuderen, naar leven met mannen en vrouwen die weinig of geen woorden hadden en die op zijn best van weinig belang geacht worden voor de maatschappij. Het blijkt een moeizame en pijnlijke omschakeling te zijn. Zijn vroegere reputatie is onbelangrijk. Het wegvallen daarvan maakt kwetsbaar. Nouwen ontdekte dat zijn levensstijl helemaal bepaald was door wat anderen van hem verwachtten. Zijn nieuwe levenspartners zijn niet onder de indruk van zijn intellectuele prestaties, maar vragen zijn aandacht, zijn zorg. Adam, een zwaar gehandicapte man, wordt aan hem toevertrouwd. Zijn verblijf in de gemeenschap van Daybreak wordt een intense confrontatie met zichzelf. Hij ontdekt dat gehandicapten onze leermeesters kunnen zijn. Zij laten ons zien wat werkelijke menselijke gemeenschap is. "Hun zwakheid is Gods kracht; hun afhankelijkheid is Gods uitnodiging om banden van liede en steun te doen ontstaan; hun armoede is één van Gods wegen om ons de genade van het koninkrijk te schenken."

 

Een glimp van de overkant

Boeiend in het levensverhaal van Henri Nouwen vind ik dat hij steeds opnieuw verbanden zoekt tussen wat zich in de wereld afspeelt en het geestelijk leven. We leven in één wereld waarin telkens op een andere manier iets van Gods werkelijkheid doorheen straalt. Soms helpt de wereld van de kunst hem om opnieuw zicht te krijgen op die andere werkelijkheid. Zo schreef hij een boek over iconen, en schilders als Rembrandt en Vincent van Gogh worden zijn geestelijke leermeesters. Hoogtepunt in Henri Nouwens oeuvre is het boek over Rembrandts schilderij over de terugkeer van de verloren zoon, Eindelijk thuis.

 

Je zult ouder worden...

Die fascinering voor met name Rembrandt heeft er onder andere mee te maken dat de schilder zich intensief met de ouderdom heeft bezig gehouden. Aan de gezichten die hij schildert, kun je zien hoe het licht en het duister zich in een mensenleven vermengen. "Rembrandts mooiste portretten zijn meestal portretten van oude mensen. Zijn meest treffende zelfportretten heeft hij in zijn laatste levensjaren gemaakt. (...) Naarmate Rembrandts leven de schaduwen van de ouderdom nadert, zijn succes afneemt en de uiterlijke glans van zijn leven verbleekt, komt hij meer en meer in aanraking met de onmetelijke schoonheid van het innerlijk leven."

 

Verval?

In een prachtig boek met als titel Met de dood voor ogen probeert Nouwen zijn eigen dood onder ogen te zien. Het boek bevat twee delen. Een deel over ‘goed sterven' en een deel over ‘goed zorgen'. Het laatste, een ander bijstaan in het uur van zijn dood, kan niet zonder dat je je eigen dood onder ogen ziet. Voor het geestelijk leven betekent dit dat je gaat ervaren dat we kinderen van God zijn, dat er een tweede ‘kindschap' is waarin je leert afhankelijk te zijn. Dat staat haaks op wat onze prestatiecultuur ons voorhoudt: je bent alleen waardevol als je presteert en produceert. Maar, zegt Henri Nouwen, als je echt gelooft dat wij mensen geboren zijn uit liefde en dat we na de dood in die liefde zullen voortleven, dan zullen alle vormen van kwaad, ziekte en dood hun uiteindelijke macht verliezen. Het banale ‘we gaan toch allemaal dood' wordt daarmee op een hoger plan gezet. Omdat we allemaal ‘arm' sterven, zijn we allemaal gelijk en kunnen we dus als gelijken elkaar proberen bij te staan.

 

De dood voorbij

Dit inzicht betekent natuurlijk niet dat je niet bang kan of mag zijn voor de dood. Die angst drukt het besef van de pure aanwezigheid van Gods onvoorwaardelijke liefde vaak op de achtergrond. Ook die angst wil Henri Nouwen onder ogen zien. Een ongeluk met bijna fatale afloop deden echter bij hem het besef groeien dat wij voor een korte periode in de wereld gezonden worden opdat we in dit aardse bestaan ‘ja' zouden zeggen tegen de liefde van God. Ons sterven wordt dan een afronding van de terugkeer tot God. De dood is dan niet alleen een scheiden van dit aardse leven, met alle pijn van dien, maar voor ook de toegangspoort tot het volle leven met God.

 

Overgave

Bij dit thema wordt opnieuw duidelijk dat Henri Nouwens leven een levenslange zoektocht is. Als rode draad door zijn leven lopen de woorden uit Johannes 21: 18: ‘Toen je jong was, heb je jezelf aangegord en gewandeld alwaar je wilt. Maar wanneer je zult oud geworden zijn dan zul je je handen uitstrekken en een ander zal je aangorden en brengen waarheen je niet wilt.'

Het is een soort geloofsbelijdenis die zegt dat de essentie van je leven is dat je je leven uit handen durft te geven. Je bent niet zelf baas over je leven, maar een Ander, dicht bij je, diep in je, wil je brengen naar grazige weiden en onvermoede verten.

Dat - letterlijk - grensverleggende leven heeft Henri Nouwen verkend. Hij zocht het in een klooster, in Latijns Amerika. Hij publiceerde veel. Hij ging van de universiteit naar een leven met verstandelijk gehandicapten. Telkens wisselde hij van positie: van toeschouwer naar deelnemer.

Hij zag zijn eigen leven verbeeld in dat grootse schilderij van Rembrandt: "ik besefte nog niet hoe hartverscheurend het zou zijn om, net als de verloren zoon uit Jezus' gelijkenis ‘tot mijzelf te komen', door de knieën te gaan, mijn tranen de vrije loop te laten en werkelijk deel te worden van het grote gebeuren dat Rembrandts schilderij verbeeldt. Elke kleine stap naar het centrum leek een onmogelijk hinderpaal. Niet langer zelf de koers van mijn leven bepalen. Niet langer precies van tevoren willen weten waartoe het allemaal leiden zal. Mij volledig overgeven aan de liefde die geen grenzen kent."

Rhenen, maart 1999 (oorspronkelijk gepubliceerd in 'Open vensters').

ds. Martin Snaterse

 

Je reacties en suggesties worden door mij erg op prijs gesteld. Stuur ze naar:
E-Mail: Martin Snaterse

Copyright © 2 maart 2000 - Martin Snaterse
Alle rechten voorbehouden
Webmaster: Martin Snaterse - m.snaterse@hccnet.nl