1949:
Begin regering Adenauer.
18 april 1951:
Oprichting EGKS.
1955:
- Hallstein-doctrine
- EEG
- BRD lid van de NAVO
13 augustus 1961
Bouw Berlijnse Muur.
1962:
Spiegel affaire.
1963:
- Regering Erhard
- Elyseé verdrag
- Pasjes akkoord
1966:
Regering Kiesinger.
1969:
Regering Brandt,
Neue Ostpolitik
1970:
- Baader-Meinhoff
groep/RAF opgericht.
- Oder-Neisse linie
erkend.
1973:
- Oliecrisis
- Regering Schmidt
- Guillaume affaire
1982:
Regering Kohl
1988:
Europese Economische markt
9 november 1989:
Val Berlijnse Muur
De Duitse herbewapening.
De oorsprong van de
herbewapening is te vinden in de politiek van Konrad denauer.
Adenauer zorgde er namelijk voor dat de pers begon te schrijven over de
herbewapening. Hij was ervan overtuigd dat Duitsland een aandeel zou
kunnen leveren aan de verdediging tegen een eventuele aanval op de
Sovjetunie.
In 1949 sloten de West-Europese landen met Amerika het Noord-atlantisch Verdrag, waar het Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) uit voort kwam. Later kwam er een grote Russische aanval met atoomwapens, waar de veel zwakkere NAVO-troepen niet zoveel tegen zouden kunnen doen. Men wilde toen de militaire sterkte in Europa uitbreiden. Maar dat eiste van alle West-Europese bondgenoten een extra inspanning, omdat niet ieder land die extra inspanning kon geven kwamen de Amerikanen met het voorstel om ook West-Duitsland een militaire bijdrage te laten leveren.
Dat voorstel was vrij logisch, omdat ze de Russische aanval zover mogelijk in het oosten wilde stoppen. West-Europa moest dus langs de Elbe worden verdedigd. De Duitse herbewapening was dus van groot noodzakelijk belang.
Toch rees er in West-Europa fel verzet tegen deze gedachten. De andere landen hadden zich wel neergelegd bij het Amerikaanse voorstel om het westelijk deel van Duitsland op te nemen in de NAVO. Maar dat was niet volgens de afspraken die de VS, de Sovjetunie en Engeland in augustus 1945 hadden gemaakt. Volgens die afspraken moest Duitsland ontwapend worden en blijven.Daar vonden ze dat Duitsland gezamenlijk bestuurd moest worden totdat er overeenstemming zou zijn bereikt over een vredesverdrag.
Die overeenstemming kwam alleen niet, de VS en de Sovjetunie verschilde heel erg van mening over het karakter dat het nieuwe Duitsland zou moeten krijgen. Daardoor gingen Oost en West maar hun eigen gang. Er werd dus weer gedebatteerd over een militaire bijdrage van West-Duitsland aan de opbouw van een gemeenschappelijk Europees leger. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman, verdedigde het Franse standpunt en herhaalde alle Franse bezwaren en waarschuwingen nog een keer. De andere bondgenoten kozen echter overduidelijk voor het Amerikaanse standpunt.
De Sovjetunie maakte toen een communistische éénpartijstaat van de Russische bezettingszone. Maar de drie Westerse geallieerden betrokken hun eigen zones bij het Marshallplan en zorgen voor een parlementair stelsel. In 1949 kwamen er in Duitsland verkiezingen waarbij de Christen-democraten van Konrad Adenauer de meerderheid vormde. Hij werd dus de eerste bondskanselier.
Dat werd door de ander landen in West-Europa algemeen geaccepteerd. Men maakte zich zorgen over een eventuele Duitse herbewapening. Vooral de Frasen protesteerden erg toen Amerika de vorming van tien nationale divisies voorstelde. Tenslotte was Hitler nog maar vijf jaar geleden verslagen. Ook de bondsrepubliek kon niet erg enthousiast zijn over het voorstel. Maar in 1950 was er een Amerikaanse opperbevelhebber in West-Duitsland die het voorstel van Adenauer om tot herbewapening over te gaan wel wilde steunen, maar toen kwam er nog geen actie vanuit Amerika.
De regering in Parijs probeerde met een compromis te komen door een gemeenschappelijke West-Europees leger voor te stellen, dat ook uit kleine Duitse eenheden zou kunnen bestaan. Frankrijk vroeg toen nog eens vier weken uitstel, wat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Dean Acheson toestond. In 1952 werden de West-Europese landen het eindelijk eens na veel onderhandelen over een Europese Defensiegemeenschap (EDG). Alle soldaten zouden allemaal hetzelfde uniform dragen en in dienst zijn van één generale staf, doe op zijn beurt ondergeschikt zou zijn aan één gemeenschappelijk politiek gezag.
Ook hier waren de Fransen tegen, het plan is daarom nooit uitgevoerd. Toen in 1954 Frankrijk een andere premier kreeg, namelijk Pierre Mendès, werden ze het er meer mee eens. Het slot communiqué liet echter doorschemeren dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn voordat ook Parijs met de plannen die ze hadden gemaakt over Duitsland zou instemmen. Daardoor ontstond het uiteindelijke plan en dat was dat West-Duitsland in 1955 gewoon lid van de NAVO werd. Zo bereikten tenslotte West-Duitsland, Engeland en de VS veel van wat ze hadden nagestreefd. De West-Duitse bewapening mocht alleen niet bepaalde grenzen overschrijden. De Duitsers kregen een eigen leger, maar ze moesten ook beloven dat ze geen atoomwapens of chemische wapens zullen maken of kopen.