1949:
Begin regering Adenauer.
18 april 1951:
Oprichting EGKS.
1955:
- Hallstein-doctrine
- EEG
- BRD lid van de NAVO
13 augustus 1961
Bouw Berlijnse Muur.
1962:
Spiegel affaire.
1963:
- Regering Erhard
- Elyseé verdrag
- Pasjes akkoord
1966:
Regering Kiesinger.
1969:
Regering Brandt,
Neue Ostpolitik
1970:
- Baader-Meinhoff
groep/RAF opgericht.
- Oder-Neisse linie
erkend.
1973:
- Oliecrisis
- Regering Schmidt
- Guillaume affaire
1982:
Regering Kohl
1988:
Europese Economische markt
9 november 1989:
Val Berlijnse Muur
Het politieke
systeem van de BRD.
Een democratische staat die
gebaseerd is op de Trias- politica. Centraal staan de eerste twee
machten, de wetgevende en de uitvoerende macht. De rechtsprekende is dan
de derde macht.
In de BRD bestaat de wetgevende macht uit de Bondsdag en de Bondsraad. En vervolgens is er de uitvoerende macht, deze bestaat uit de regering onder leiding van de bondskanselier.
De Bondsdag wordt direct gekozen door het stemgerechtigd deel van de bevolking.
In de Bondsdag zijn ruim 500 zetels. Het kiezen gaat zo in zijn werk, dat het percentage dat op een bepaalde partij gestemd is, dat dat ook het aandeel in de Bondsdag is. Dus als een partij 1 procent van de stemmen behaald had, zouden zij dus ook 1 procent aandeel in de Bondsdag hebben. Maar als er tientallen partijen op deze manier in de Bondsdag zouden komen, dan zou het ontzettend moeilijk worden om het over een voorstel eens te worden. Bovendien zouden hun verkiezingsprogramma’s niet meer kloppen wat tot gevolg zou hebben dat het volk het nut niet meer inziet van het stemmen. Daarom is er de verkiezingsdrempel ingevoerd. Deze houdt in dat een partij pas opgenomen wordt als die minstens 5% van de stemmen behaald heeft.
