7
oktober 1949:
Ontstaan DDR met geldige grondwet.
1950:
Regering,
Walter Ulbricht.
1953:
Overlijden Stalin.
17 juni 1953:
Volksopstand.
1954:
Chroesjtsjov neemt leiding SU over.
1955:
Toetreden tot Warschaupact.
17 december
1956 - 1966:
Pasjes Akkoord.
Januari - augustus 1968:
Praagse lente.
1971:
Regering,
Erich Honecker
1973:
Economische crisis.
1989:
Einde DDR, na val Berlijnse muur in November.
De politieke
partijen
De volgende politieke partijen waren er in de periode 1945-1989:
Christlich Demokratische Union(CDU)
Demokratische Bauernpartei Deutschlands (DBD)
Liberal Demokratische Partei Deutschlands (LDPD)
Sozialistische Einheitspartei Deutschlands. (SED)
Deze partijen vormden samen het Demokratischen Block. Dit zijn de partijen en de SED die samenwerken. De CDU en de DBD bleven eerst onafhankelijk, maar werden uiteindelijk net als de andere partijen ingewijd in de einheidspartij van de sovjetbezettingsmacht. Door de partijen in te wijden werd geprobeerd de partijen die nog niet ingewijd waren te verzwakken. Het duurde tot 1946/1950 voordat ook de CDU en de LDPD zich onder de SED plaatsten. Ze hadden echter nog steeds weinig invloed op politiek gebied.
Doordat er gezamenlijke kandidatenlijsten waren, waren de onderlinge verhoudingen in de regering en in het parlement al van te voren vastgelegd. Deze hingen af van de verhoudingen tussen de partijen. Hierdoor was de meerderheid van de SED al van te voren vastgesteld.
Dat de SED de overduidelijke meerderheid had bleek al uit het aantal leden dat de partij telde. Het ledenaantal bedroeg namelijk 2.3 miljoen. De overige Blockpartijen hadden samen maar 500.000 leden. Deze partijen beschikken dan ook niet over een eigen partijprogramma.
Uit de verkiezingsuitslagen blijkt hoe overtuigend de SED aanwezig was. De kiezers konden alleen maar ja of nee stemmen op de lijst van de SED. Aangezien er geen geheimhouding was bij de stembureaus stemde eigenlijk niemand tegen. Door de grote druk uit te oefenen op de bevolking wilde de SED zoveel mogelijk stemmen binnen halen. Toch moesten de verkiezingsuitslagen elke keer vervalst worden om de 99% te halen. Dat is te zien in de tabel hieronder.
|
Uitslagen van de verkiezingen voor de Volkskamer 1950-1986 |
||
|
verkiezingsjaar |
opkomstpercentage |
ja-stemmen |
|
1950 1954 1958 1963 1967 1971 1976 1981 1986 |
98,53 98,51 98,90 99,25 98,82 98,48 98,58 99,21 99,74 |
99,72 99,46 99,87 99,95 99,93 99,85 99,86 99,86 99,94 |