HomePage van Nico Valstar

Restauratie Nederlands Hervormde Kerk

Hieronder volgen een aantal in de Lisser verschenen publicaties over zaken rondom de restauratie van de Nederlands Hervormde Kerk aan het Vierkant.

  Tachtigjarige oorlog richtte veel schade aan in Lisse
Restauratie kerk neemt een heel jaar in beslag
FinanciŰle plaatje komt er anders uit te zien
Opschudding door grafzerken Grote Kerk (deel 1)
Opschudding door grafzerken Grote kerk (slot)
Kerk en toren hebben verschillend aanzien
Architect Kok deed onderzoek naar de toren
Schoolhouder Jan Cortsz koster en voorganger
Gemeenschapsgevoel is toegenomen afgelopen jaar



Uit De Lisser van 22 mei 2002 27 jaargang nr. 1461

Restauratie kerk neemt een heel jaar in beslag

Nederlands Hervormde kerk heeft het nodige meegemaakt

LISSE - De gemeenteleden van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant, ofwel de grote kerk, gaan in Rustoord ter kerke. Het kerkgebouw zal namelijk rigoureus onder, handen worden genomen en die restauratiebeurt zal misschien een heel jaar in beslag nemen. Een lange periode dus, waarin allerhande vakmensen het beste van hun kunnen en kunnen aan de dag moeten leggen, want een monumentale kerk restaureren is natuurlijk geen klusje dat je eventjes snel op een achternamiddag klaart. Het is overigens niet de eerste keer dat de kerk wordt bevolkt door bouwvakmensen, want in de loop der jaren is er heel wat afgetimmerd, gemetseld en wat al niet meer. Tegen het einde van de zestiende eeuw moest er zelfs meer aan te pas komen, want toen werd de kerk grotendeels door kanonvuur vernield.

door Arie in 't Veld

De toren van de kerk is in meerdere opzichten markant. Niet alleen de mooie zonnewijzer aan de zuidkant trekt de aandacht. Ook de merkwaardige stompe spits valt op. In de wijde omgeving is nergens zo'n torenspits terug te vinden en de vraag is, of het eigenlijk wel de oorspronkelijke torenspits is. Een vraag waarop het antwoord niet is te geven, want over de bouw van de kerk is niets in de hoeken terug te vinden. Wel is er een atbeelding die dateert uit de eerste helft van de zestiende eeuw en met een toren die eleganter. langer en spitser is. Maar het kan natuurlijk zo zijn dat de tekenaar een geheel eigen invulling van wat hij zag heeft gegeven en was zo op het oog ook niet de creatie van iemand die een kunstzinnige opleiding heeft genoten. Eigenlijk een snelle krabbel dus. Maar toch: de vraagtekens blijven.

Vuursteeg
Wat wel vast staat is dat de toren tijdens de Tachtigjarige oorlog eenzelfde dak droeg als nu het geval is. De kerk zelf werd in 1573 of een jaar later, helemaal duidelijk is dat niet, verwoest door het oorlogsgeweld. Het verhaal gaat dat de Spaanse soldaten die aan de Vuursteeg een artilleriestelling hadden het Godshuis in puin schoten. En ook over dit verhaal zijn er vraagtekens, maar als de geschiedenis op waarheid berust, kan de herkomst van de naam Vuursteeg (thans met de meer deftige toevoeging 'laan') beter worden verklaard. In vroegere jaren kregen straten namen die zinvol waren en vaak een historische betekenis hadden. Dat in de vijftiger jaren door het gemeentebestuur werd besloten om het laan aan de straatnaam toe te voegen in zowel taal- als geschiedkundig een grote misser. Tot de naamsveranderlng werd besloten op verzoek van een aantal toenmalige bewoners van de straat die het wel eens meemaakten dat ze bepaalde goederen niet kregen afgeleverd omdat ze als adres een steeg opgaven. lemand die in een steeg woonde kreeg geen krediet van de leveranciers.

Luchttekeningen
In het gemeentearchief van Haarlem bevinden zich kaartboeken van bezittingen die het Elisabeth Gasthuis vroeger in deze contreien had. Daaronder bevonden zich ook enkele landerijen die 'onder Lis' waren gelegen. De landmeters die deze bezittingen in kaart moesten brengen deden zulks vanuit de hoogte. Letterlijk dan. Wellicht beklommen ze een toren waardoor ze een goed overzicht kregen en een soort primitieve luchtfoto tekenden. Een luchttekening dus. Het Elisabeth gasthuis had onder andere een landerij aan de Achterweg in bezit. Een strook grond waar nu de SVVL aan de Vuursteeglaan staat. Indertijd stond daar een boerderijtje. De landmeters tekende dit bezit en op een van die kaarten prijkt de toren van de Nederlands Hervormde kerk. In een ander register dat in 1583 door Pieter Bruinsz is aangelegd, komt hetzelfde stukje land opnieuw voor. En ook dit keer is de kerk afgebeeld, maar met dit keer een groot kruis op de (stompe) spits. De tekening is terug te vinden in het Leidsch Jaarboekje van 1941, bij het artikel 'Rondom de kerk van Lisse', dat werd geschreven door de Lissese historicus ir. A.E. de Graaff. Uit de tekening blijkt dat de toren inmiddels is gerestaureerd, maar het kerkgebouw nog een puinhoop is. Met de herbouw ervan is in 1592 begonnen. De metselaars brachten in de vlakke muur die het schip van het koor afsloot met groene verglaasde stenen het jaartal 1592 aan. Toen het koor later werd opgetrokken werd de muur aan de bovenzijde afgehakt om de kap te kunnen doortrekken.

Zonnewijzer
De toren heeft een prachtig zonneuurwerk. Begin 1900 constateerde de plaatselijke correspondent Arie Raaphorst dat zich aan weerszijden van die wijzer een ingemetselde grafsteen bevond. Daterend uit de zeventiende eeuw en met als opschrift: 'Een wijzer is er, een wijzer is er niet. Weet ge wel wat dat bediedt?' Het antwoord geeft de zonnewijzer die, als de zon schijnt dus geen draaiende wijzers nodig heeft om de tijd aan te geven. De korter en langer wordende schaduw van de ijzeren Staaf wijst op de muur van de toren de uren aan. Met andere woorden, een wijzer zonder wijzer, zoals in het oude raadsel wordt bedoeld. Vandaag de dag staat onder de zonnewijzer het opschrift 'Creijnen Breugel Feeit 1729'. Dat wil zoveel zeggen als dat de heer Breugel het zonne-uurwerk in 1729 heeft gemaakt. In 1947 was er op de wijzerplaat nog meer te lezen. Want toen in 1823 schilder A. Guldemond uit Lisse de wijzerplaat van een nieuwe laag verf voorzag, zette hij er voluit zijn naam en het jaartal in. Ook in 1884 deed een schilder dat, maar zijn gekwast werd in de loop der jaren onzichtbaar.In 1890 knapte schilder Gerrit Marseille uit Lisse de zonnewijzer op en vermeldde daarbij G.M. 1890. En toen 14 jaar later Antoon van der Meer het schilderwerk verrichtte volstond ook hij met het neerkwasten van de initialen en het jaartal. Ongetwijfeld is de zonnewijzer daarna nog diverse malen door schilders onder handen genomen, doch deze hebben daarbij niet de naam vermeld. Het zou alles bij elkaar zo zoetjesaan dan ook een hele torenwand vergen om al die namen een plek te geven...

geplaatst 2 juni 2002



Uit De Lisser van 29 mei 2002 27 jaargang nr. 1462

FinanciŰle plaatje komt er anders uit te zien

Restauratie Grote Kerk door vondst van zerken vertraagd

zerken bij preekstoel

De restauratie van de Nederlands Hervormde Ker, de Grote Kerk, loopt waarschijnlijk aanzienlijke vertraging op door de vondst van een groot aantal grafzerken onder de houten vloer (Foto: Fotobureau Peter Schipper/Peter Schipper).

LISSE - De met voortvarendheid ter hand genomen restauratie van de Nederlands Hervormde Kerk (de Grote Kerk) aan het Vierkant is vertraagd. De vertraging wordt in de hand gewerkt door de vondst van grafzerken onder de kerkvloer. Onderzocht moet worden of er veel van dergelijke zerken zijn. Men verwacht meer van deze zerken te vinden. De verwachting is dat de restauratie daardoor niet alleen wordt vertraagd, maar dat dit ook van invloed zal zijn op de totale restauratiekosten die nu wellicht hoger uitvallen.

door Arie in `t Veld

De heer Ph. Van Hoven, voorzitter van de Kerkvoogdij vertelt dat men nog maar net met de werkzaamheden was begonnen. De bedoeling was om eerst de grote zerk van de in 1733 overleden Willem Adriaan van der Stel, bij leven onder andere gouverneur van 'De Kaapkolonie' aan de hoofdingang van de kerk te laten zakken om deze te bedekken door een glazen afscheiding. Op die manier zou er ook meer ruimte in de doorgang komen. De zerk zou door de glazen bescherming tevens minder aan slijtage door het betreden van de kerkganger onderhevig zijn. Bij de introductie van het restauratieplan werd enige weken geleden daarover ook verteld dat de gedachte is om onder de glazen plaat ook verlichting aan te brengen. Met als extra moeilijkheid overigens het antwoord op de vraag wat er te doen stond om die installatie te onderhouden. Zo ver is het echter vooralsnog niet genomen, want de verdere werkzaamheden zijn stilgelegd. "Toen de grote zerk werd opgelicht, kwam er een stuk van een onderliggende zerk naar boven uit 1804 met de naam 'Van der Upwich'. Waarschijnlijk ligt daaronder de gehele zerk. Maar ook ernaast lagen zerkjes. Kleiner van formaat en met ieder een nummer. Het werd duidelijk dat de werkzaamheden op die plek gestaakt zouden moeten worden totdat de deskundigen uitsluitsel over de wijze van voortgang geven. Omdat we natuurlijk toch wel ergens aan de gang wilden, werd vervolgens onder de vloer bij de preekstoel het werk hervat. Maar ook daar vonden we grafzerken. Het vermoeden bestaat dat bij de restauratie van de kerk in 1858 er planken over de grafzerken zijn gelegd, om het in de niet verwarmde kerk enigszins warmer (vooral aan de voeten) te houden. Wat de voortgang van de restauratie betreft is een andere tegenvaller dat het hout onder de vloeren enorm is aangetast. De aannemer zou steigers moeten plaatsen, maar durft dat niet aan. Het wachten is nu op de specialisten van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, die de zaak komen bekijken en ons zullen adviseren over de verder te nemen stappen," aldus Van Hoven.

Vertraging Van Hoven zegt dat het de Rijksdienst is die bepaalt hoe het allemaal verder moet. "En dat zou ook wel eens kunnen betekenen dat ze willen onderzoeken of er sorns onder de gehele kerkvloer, of andere delen daarvan grafzerken liggen. En dan is, denk ik, de kans groot dat zij willen dat die zerken voortaan zichtbaar blijven, waardoor vervolgens met andere ogen naar de restauratie van met name de vloer moet worden gekeken. En dan heb ik het nog niet eens over de eventuele financiŰle consequenties en de tijd dat het allernaal langer gaat duren dan we hadden gedacht," aldus de kerkvoogd, die dan tevens de vraag op zich af ziet komen hoe op een vloer die uit grafzerken bestaat en behouden moet blijven, de kerkbanken een plaats kunnen krijgen. "We hopen spoedig meer duidelijkheid te hebben."

Toren Van de gelegenheid gebruik makend, wees Van Hoven tevens op een vergissing die vorige week is gemaakt bij het artikel over de toren in deze krant. Dat artikel ging voor een groot deel over de imposante zonnewijzer aan de zuidkant van de toren. De fotograaf wist waarschijnlijk niet precies waar hij dat instrument moest zoeken en twijfelde tussen de torens van twee monumentale kerken. De foto is uiteindelijk gemaakt van het hoogste punt van de Agathatoren die bij de restauratie door een Lissese familie werd geschonken. Fotografisch perfect, maar jammer genoeg niet de bedoelde zonnewijzer.

geplaatst 2 juni 2002



Uit De Lisser van 29 mei 2002 27 jaargang nr. 1462

Opschudding door grafzerken Grote Kerk (deel 1)

Gouverneur Willem van der Stel laat weer van zich horen

zerk bij de ingang

Een van de grafzerken die gevonden is onder de vloer en waar nog veel over te doen zal zijn de komende tijd (Foto: Fotobureau Peter Schipper/Peter Schipper).

LISSE - De Gouverneur van De Kaap in Zuid Afrika, de heer Willem Adriaan van der Stel, wiens stoffelijke resten zijn begraven in de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant en waarvan de grafzerk in de toegang van de kerk is gelegd, zorgt voor opschudding. En dat is dan niet voor het eerst dat de familie Van der Stel het nodige in beweging zet.

door Arie in `t Veld

Mevrouw Ten Hagen heeft in Lisse vele lezingen verzorgd over haar wereldreizen, maar ook over de geschiedenis van Lisse en de Lissers. Zo ook over het geslacht Van der Stel. De geschiedenis van de Van der Stel's begint in oktober 1639 toen Simon van der Stel op Mauritius (zijn vader was daar Commandeur der Compagnie) werd geboren. Hij werd opgevoed in Nederland en van begin of aan stond vast dat hij zijn voetsporen in die van vader zou zetten en dus in dienst van de Compagnie zou treden. Hij trouwde in Amsterdam met Jacoba van Six, een telg van de burgemeestersfamilie Six in Hillegom die hun buitenplaats Elsbroek aan de Leidschestraat tegenover 'Vogelensanck' hadden. Er was een kleinere buitenplaats 'Lapinenburg' met waterpartijen aan verbonden en dat alles behoorde sinds 1642 tot de eigendommen van de familie Six. In 1645 logeerde de schilder Rembrandt van Rhijn bij zijn vriend Jan Six, de zoon van een Amsterdamse lakenfabrikant en deze logeerpartij leverde de ets 'Het bruggetje van Six' op.

Opdracht
Genoeg nu over de Hillegommers en hun kennissen. Terug naar de Van der Stel's. In 1679 kreeg Simon van der Stel de vererende opdracht om Commandeur Bax te vervangen aan de Kaap in Zuid Afrika. Hij nam zijn vier zonen mee, maar liet vrouwlief thuis. Niet helemaal duidelijk is waarom hij zo handelde, maar wel is bekend dat zij elkaar nooit meer hebben teruggezien. Toen het schip 'De Vrije Zee' op 12 oktober 1679 de nieuwe Commandeur in de Tafelbaai aan wal zette, trof deze er een kleine nederzetting die weliswaar niet meer het stempel droeg van het oorspronkelijk door Van Riesenbeeck beoogde bevoorradingsstation, doch ook bij lange na geen Hollandse kolonie vormde zoals die bij de ambitieuze Van der Stel voor ogen stond. Werk aan de winkel dus en Simon van der Stel, klein, donkergetint, levenskrachtig, opgewekt, moedig en recht door zee ging aan de gang. Geen opdracht was hem te zwaar en hij voelde zich pas thuis als regeerder over een nieuw onbekend land. Een regeerder vol initiatief en scheppingsdrang. Daarnaast als Compagnieambtenaar. Reeds enkele weken na zijn aankomst trok hij ter expeditie teneinde de buitenposten te inspecteren en het land op nieuwe mogelijkheden te verkennen.

Scheppingslust
In de namiddag van 6 november 1679 reed hij door het liefelijkste deel dat zijn ogen ooit hadden aanschouwd en besloot de kolonie daar uit te breiden. Hij gaf de plek de naam Stellenbosch en binnen enkele maanden hadden zich er reeds ettelijke families gevestigd en legden de fundamenten voor de stad die met de door Van der Stel geplante eikenbomen en met haar Hollandse huizen en Hollandse geest het hechtste bolwerk der Holland-Afrikaanse cultuur is geworden. Maar ook elders toont zich al spoedig Van der Stel's scheppingslust. Aan de voet van de Tafelberg legt hij een botanische tuin aan die lange tijd zijn weerga nergens ter wereld zou vinden. En ook hier getuigt een eikenlaan de zin van Van der Stel voor schoonheid. Maar zijn visie reikte verder. Hij wilde de grenzen der kolonie ruimte maken. Daartoe moest hij de vaak lastige Hottentotten en Bosjesmannen, te vuur en te zwaard onder de knie zien te krijgen. Of met hen verdragen afsluiten natuurlijk. Van der Stel ondernam avontuurlijke expedities in het binnenland en drong als eerste blanke in 1685 via Namakwaland door tot de Oranjerivier. Zijn zoeken naar minerale rijkdommen bleef echter vruchteloos en daarom wierp hij zich met al zijn kennis en energie op de agrarische ontwikkeling van de jonge kolonie. Weldra werden de heuvels en valleien van de Kaap bedekt met wingerdstokken, graan, groenten. Het was een lust voor het oog.

Tweede Holland
Van der Stel wilde van de Kaap een tweede Holland maken. Telkens weer drong hij er in Amsterdam op aan dat men hem goede Hollandse kolonisten zou sturen om de kern te versterken. Maar al kwamen er druppelsgewijs Hollandse kolonisten en weesmeisjes het land binnen, van een ware immigratiestroom van zuiver Nederlandse bloede, zoals hij zich dat had voorgesteld, was geen sprake. Een eerste echte immigratie op vrij grote schaal vond plaats met de aankomst van de Franse Hugenoten in 1687, na het Edict van Nantes van 1685. De uitzending der Hugenoten naar ZuidAfrika was in aanvang een doorn in het oog van Van der Stel. Zijn ideaal van een raszuivere Nederlandse kolonie werd hierdoor weggevaagd. Hij moest zich echter bij het besluit van 'De Heeren Zeventien' neerleggen. Men moest erkennen dat hij zijn tegenzin tegen deze kolonisten vrij goed wist te onderdrukken, al ontstonden er in het begin enkele hevige conflicten waarbij Van der Stel uiteraard de zijde van de Hollanders koos. Hij begon echter spoedig in te zien dat de Fransen uit ongeveer hetzelfde hout gesneden waren als de Nederlandse kern en de ongelofelijk vlugge samenvoeging der elementen, waarbij de Hollandse taal behouden bleef, heeft bewezen dat Van der Stel's verzet niet op goede grond gebaseerd was. Hij leerde de vele goede eigenschappen der Hugenoten kennen en buitte ze uit voor zijn kolonisatie doeleinden. Met name gold dit voor hun kennis van de druivencultuur en de wijnfabricage waarvan nu nog altijd de vruchten geplukt worden. In letterlijke zin. En zo stond Van der Stel aan het hoofd van een in sterke opbloei verkerende kolonie, met uitgestrekte vruchtbare gronden, een heerlijk klimaat en een vrij leven voor ongeveer dertienhonderd kolonisten. Een volgend keer gaan we hierop verder in en komen dan ook bij de nazaat Willem Adriaan van der Stel die als zijn opvolger werd aangesteld.

geplaatst 2 juni 2002




Uit De Lisser van 5 juni 2002 27 jaargang nr. 1463

Opschudding door grafzerken Grote kerk (slot)

Grafkelder Willen Van der Stel met fraaie zerk is leeg

zerk bij de spreekstoel

LISSE - Vorige week vertelde we over de ooit door mevrouw Ten Hagen gehouden inleidingen over de generaties van Van der Stel, waaruit enkele gouverneurs van de Kaap in Zuid Afrika voortkwamen. Simon van der Stel legde daarvoor de basis en beleefde het dat ongeveer rond 1690 een in opbloei verkerende kolonie aan de kaap was gevestigd. Vruchtbare, uitgestrekte gronden, een heerlijk klimaat en een vrij leven voor de ongeveer dertienhonderd kolonisten. Simon van der Stel was dan ook geacht de grondlegger van de boerennatie in Zuid Afrika geweest te zijn.

door Arie in `t Veld

Een bewuste kolonisator en voor zijn inzet werd hij beloond door zijn chefs in Amsterdam ('De Heeren Zeventien') die hem promoveerde tot de rang van gouverneur op een salaris van twee honderd guldens per maand. En dat was voorwaar in die tijd bepaald geen gering salaris.
Na 1691 ging het echter mis. De zucht van Van der Stel naar rijkdom ging hem parten spelen. Er groeide ontevredenheid onder de bevolking. Het riante salaris was voor Van der Stel niet voldoende om aan zijn trekken te komen en hij begon zijn machtspositie te misbruiken om daardoor zijn inkomsten te vergroten. Hij had dan ook wel een 'beetje' geld nodig. Aan de voet van de tafelberg had hij bijvoorbeeld een pracht van een landhuis laten bouwen. 'Groot Constania' stond er op de gevel en in die rijk ingerichte woning begon hij het leven van een kleine potentaat te leiden. Zijn huis, zijn welvoorziene tafel, zijn wijnkelder stonden royaal open voor de overzeese bezoekers. Zijn landerijen en wingerdtuinen, waarvan hij tegen zeer lage prijs de gronden van de Compagnie wist te verwerven, strekten zich wijd en zijd uit, terwijl bijna het gehele Kaapse schiereiland als weide voor zijn vee werd beschouwd. Het door gouverneur Van der Stel geleverde product werd al spoedig beroemd op de kleine Kaapse markt en het werd daardoor nagenoeg onmogelijk voor anderen om behoorlijk te concurreren.
Ook het pachtstelsel gaf aanleiding tot tal van misbruiken. Op den duur wensten de kolonisten hem dan ook niet langer als leider te beschouwen. Ze zagen hem meer en meer als een gevaarlijke concurrent. In 1699 gaf Simon de teugels over aan zoon Willem Adriaan. Zelf bleef hij op 'Constantia' wonen en voor zijn overlijden op 24 juni 1712 had hij nog de vervelende ervaring dat die zoon er helemaal niks van bakte. Diep teleurgesteld verwisselde hij het heden voor het eeuwige en werd hij bijgezet in de Kaapse Grote Kerk.

Willem
Willem Adriaan van der Stel, wiens grafsteen aan de ingang van de Nederlands Hervormde Kerk ligt, had er een handje van om de misbruiken van zijn vader nog verder op te voeren. Dat ging zelfs zo ver, dat dit in 1706 bijna leidde tot een kleine revolutie. De tegenstanders van hem drongen er bij de Heeren Zeventien op aan dat hij zou werden ontslagen. Willem bleef daarop niet wachten en nam Adam Tas, van origine Amsterdammer en een van zijn tegenstanders, gevangen en deporteerde anderen naar Batavia. Het gevolg was echter dat toen in Oost-Indie de feiten werden onderzocht, Van der Stel in 1707 werd teruggeroepen en het landgoed 'Vergelegen' werd verdeeld en verbrokkeld. Hij ging in Lisse wonen. Op 'Uytermeer' aan de Lisserpoel en ter hoogte van het zogenoemde Bouwes Bosje, ook wel (en vaker) Paulusbosje genoemd. Hij overleed in 1733 en een prachtige grafzerk dekte zijn graf en dat van zijn gemalin. Het opschrift luidt: "Maria Hase, gemalinne van de Hr. Willem Adriaan van der Stel, ob│t VI Nov. Ao MDCCXXXIII Aetatis LXX".

Kwijt
Toen in 1907 de kerk vergroot werd is de marmeren zerk er of genomen en voorin het portaal van de hoofdingang gelegd. Overigens had de grafkelder een mooi gewelf en was de vloer met plavuizen bedekt. Bij onderzoek bleek zich in die grafkelder het geraamte van een vrouw te bevinden, alsmede van twee kinderen. Van Willem Adriaan was echter geen spoor te vinden, hoewel hij volgens de overlevering 'in volle wapenrusting' hier bijgezet moet zijn.

Willem Adriaan van der Stel, heer van oud- en nieuw Vossemeer en oud schepen van de stad Amsterdam, de zoon van Simon, buitengewoon Raad van Nederlandsch Indi┘ en vooral bekend om zijn functie als gouverneur van de Kaap de Goede Hoop is niet in de fraai bezerkte gratkelder teruggevonden. Volgens de gegevens van mevrouw Ten Hagen is in 1938 in de kerk centrale verwarming aangelegd en werden diverse grafkelders met zand volgestort omdat ze op instorten stonden. Ook de kelder van Van der Stel onderging dat lot, doch de fraaie grafzerk is behouden gebleven...

geplaatst 9 juni 2002




Uit De Lisser van 12 juni 2002 27 jaargang nr. 1464

Kerk en toren hebben verschillend aanzien

De toren van de Nederlands Hervormde Kerk staat scheef

Toren in de steigers

Bij het opzetten van de steigers random de toren van de Nederlands Hervormde Kerk blijkt dat de toren iets scheef staat (Foto: Fotobureau Peter Schipper/Peter Schipper).

LISSE - Je moet goed kijken, maar dan zie je het ook: de toren van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant staat niet helemaal recht. Niet dat het de scheve toren van Pisa aan het worden is, maar nu vanwege de restauratiewerkzaamheden een steiger rond de toren is gebouwd, is zichtbaar dat het gevaarte enigszins scheef staat.

door Arie in `t Veld

Niks om angstig over te doen overigens, want van omvallen is geen sprake. Het stevig luiden van de imposante klok kan dus, onverminderd gehandaafd blijven. Het werk aan de toren is overigens een welkome klus om enige voortgang in de restauratie van de kerk te houden, want binnenin de kerk zijn andere dingen aan de orde. Daar stagneert het werk door de vondst van de grafzerken onder de kerkvloer en het lijkt er op dat er nog meer van dergelijke zerken en grafkelders aanwezig zijn.

Aanzien
Nogmaals buiten kijkend, kan opgemerkt worden dat het eigenlijk goed zichtbaar is dat de kerk en de toren een totaal ander 'gezicht' hebben. Beide zijn ze eeuwenoud, maar terwijl de kerk, in met name de negentiende eeuw, diverse keren werd verbouwd en in de twintigste eeuw werd vergroot, werd aan de toren alleen het allernoodzakelijkste gedaan. En soms zelfs minder dan dat. Als je de zaak door een historisch getinte bril bekijkt, komt de toren dus eigenlijk het best uit de bus. Het geheel was tot aan de reformatie een Rooms Katholiek kerkgebouw en bleef dat ook toen Nederland tijdens de tachtigjarige oorlog geducht met de Spanjaarden overhoop lag. Daarna werd de Hervormde Kerk staatskerk en die situatie bleef ongewijzigd tot na de Franse revolutie. Toen de Fransen op het onzalige idee kwamen om de leuze Vrijheid, gelijkheid en Broederschap te exporteren en ook de Nederlanden daarmee te maken kregen was de beer los. Holland werd opnieuw bezet en nadat Napoleon daar nog een schepje bovenop deed, was Leiden helemaal in last. En Lisse ook.

Eigendom
Maar voordat het zover was dat de Franse natie op alle fronten in de pan was gehakt, was eerst het nodige gebeurd. Ook wat betreft het eigendomsrecht van de kerken en de torens. Bleef de Staatskerk tot de Franse revolutie bestaan, in 1796 schafte de nationale vergadering de Staatskerk af. Er werden regelingen getroffen aangaande eigendom en bezit van de kerken, maar het zou tot 1808 duren voor alle meningsverschillen waren bijgelegd. De kibbelpartijen duurden nog wel voort, maar op 2 augustus 1808 had koning Lodewijk Napoleon daar flink de balen van en hakt resoluut de knoop door. Hij kende de kerken toe aan de kerkgenootschappen die daarvoor ter plaatse het meest in aanmerking kwamen. De torens worden toegewezen aan de inmiddels naar Frans voorbeeld ontstane burgerlijke gemeenten. En dat was heel praktisch, want de torens dienden niet alleen voor de tijdaanwijzing (het polshorloge was nog niet uitgevonden), maar was ook een strategisch punt. De toren deed dienst voor de veldtelegraaf, was een vast punt voor kadastrale metingen, ook voor de hoogte en zo meer. De kerkgebouwen buiten de Staatskerk bleven uiteraard buiten de regeling. Daar uit kan worden verklaard dat de torens van oude Katholieke, Remonstrantse en Lutherse kerken geen gemeente eigendom zijn geworden. Aangenomen mag dus worden dat de toren van de Nederlands Hervormde Kerk in 1808 eigendom werd van de gemeente. (En inmiddels weer terug is onder de hoede van de kerkvoogdij).

geplaatst 2 juli 2002




Uit De Lisser van 19 juni 2002 27 jaargang nr. 1465

Architect Kok deed onderzoek naar de toren

Hervormde Kerk brengt de nodige verhalen met zich mee

Prent kunstenaar H. de Leth

LISSE - Vorige week vertelden we over het feit dat de toren van de Nederlands Hervormde Kerk aan het Vierkant het nodige heeft beleefd aan schermutselingen en eigendoms toestanden. Naar wordt aangenomen werd de toren in 1808 eigendom van de gemeente. En die heeft lange tijd de scepter gezwaaid over het monument dat voor een groot deel is opgetrokken uit het zogenoemde tufsteen.

door Arie in `t Veld

Het tufsteen is een langs de Rijn veel voorkomende zachte steensoort die men in blokken kon hakken en vervolgens kon gaan metselen alsof het groot formaat bakstenen betrof. Het gebruik van tufsteen (architect A.A. Kok schreef dat aan het einde van de dertiger jaren in de vorige eeuw op) en de vormen wijzen op hoge ouderdom: de dertiende eeuw. Het bovendeel van de toren is gemaakt in banden: twee lagen tufsteen en drie lagen baksteen en dat wijst weer op een latere bouwperiode. Aan de rechterkant van de westelijke toreningang vond men, in de overigens geheel met tufsteen beklede muur, een oude bemetseling van baksteen van dezelfde maat. En hetzelfde type als bovenin de toren is gebruikt. Dat alles wijst volgens Kok heel duidelijk op brand. De ervaring leert namelijk dat als een toren in brand raakt, er een lege schacht en kale muren overblijven. Geblakerd zijn toen het gat van de luchttoevoer, de westelijke deur en de binnenzijde van de toren en de bovenrand. De brand heeft waarschijnlijk in 1573 of 1574 plaatsgevonden toen de kerk als gevolg van oorlogshandelingen in brand raakte en verwoest werd. De linkerkant van de deurtoegang is achttiende eeuws metselwerk en is dus vermoedelijk voor de tweede keer hersteld.

Metselwerk
Het metselwerk van het portaal in de toren was bepleisterd. Het metselwerk op de eerste, tweede en de derde zolder vertoonde toen rondom brandsporen van een verpulverd baksteenoppervlakte. Bovendien is de binnenzijde op vele plekken met verschillend formaat metselsteen bijgewerkt. De hoofdvorm van de toren (met op de basis muren van 1.20 meter dikte) noemde Kok in zijn rapportage bijzonder. Het plint steekt op de normale wijze uit en is afgedekt met banden van Gobertangersteen. En dat geldt ook voor de waterlijst boven de eerste geleding. Op het trapportaal boven de bakstenen spiltrap kan men binnenshuis een en ander in onbeschadigde toestand zien, aldus Kok in zijn omschrijving.

Gaten
De steunberen van de toren staan in het verlengde van de muren aan de zuid-, west- en noordkant per twee. Aan de oostkant ontbreken deze beren en dat is volgens de architect hoogst ongebruikelijk. In het muurvlak constateerde Kok hier en daar een serie gaten, dwars door de dikke muur, aan de binnenzijde afgesloten met een plank. Die planken waren weer door wervels los to maken en volgens Kok waren het oude steigergaten van de oorspronkelijke bouw die later voor de herstellingen steeds weer dienst deden. Hetzelfde vond Kok trouwens in het gelaagde bovendeel van de 22 meter hoge toren, waar de gaten dienden om een steiger vast te houden en om bij het dak bedekken bij de spits te kunnen komen. Kok klauterde verder en constateerde dat de zolders van dikke balken en planken zijn vervaardigd. En als de vloeren vroeger teveel slijtage begonnen te vertonen werd dat eenvoudig opgelost door er nieuwe planken overheen te leggen. Kok constateerde aan het einde van de dertiger jaren ook, dat de kap en de spits oud, maar degelijk waren. De dakbedekking was van leiden recht gedekt Maasdak. En dat was volgens Kok fout, want zoiets behoorde in zuid Nederland thuis. In Holland behoort Rijndak, de geschubde bedekking van Rijnse leien. De grote onder en de kleintjes bovenin. De kap vond Kok nog wel deugdelijk, maar er werd weinig aan gedaan. Als er leien afwaaiden werden deze niet door nieuwe vervangen. Loodgieter Nieuwenhuis ontdekte in 1947 dan ook dat de vloerdelen zo zacht waren als boter en dat er links en rechts al gaten in bet dak zaten...

Vensters
De galmgaten in de toren doen erg groots aan. In eeuwenoude bouwwerken zijn de vensters en andere openingen steeds klein. Kijk in dit verband eens naar de beide spleetvormige vensters aan de westzijde van de toren die de eerste en tweede zolderverdieping moeten verlichten. Andere torens uit die tijd hebben veelal in de hier aanwezige vorm voor het galmgat een zuiltje met twee rondbogen. Daarvan zijn in deze toren echter geen sporen te vinden. De bogen zijn van baksteen en van latere datum dan de tufstenen toren. Tot zover de torenbeschrijving zoals architect Kok die in de jaren voor de tweede wereldoorlog optekende.

geplaatst 2 juli 2002




Uit De Lisser van 31 juli 2002 27 jaargang nr. 1471

Schoolhouder Jan Cortsz koster en voorganger

"Kerk in 80-jarige oorlog ganselijk en al geru´neerd"

De Nederlandse Hervormde Kerk staat momenteel in de steigers vanwege een ingrijpende renovatie (Foto: Fotobureau Peter Schipper/Peter Schipper).

LISSE - De Nederlands Hervormde Kerk is al door velen beschreven. Enkele eeuwen geleden waarde de stads- en dorpsbeschrijver door het land en noteerde al wat hij aan beziens- en wetenswaardigheden zag. Ook Lisse deed hij aan en natuurlijk stond de man stil bij de Hervormde kerk en de omgevende gebouwen. Wat hij over die kerk in fraaie, doch moeizaam te lezen taal, schreef volgt nu. De plaatselijke perscorrespondent Arie Raaphorst beschreef aan het begin van de vorige eeuw ook de omringende gebouwen. Inclusief de aan begin van de zeventiger jaren gesloopte Huize Pius.

door Arie in `t Veld

Gaat u er maar even rustig voor zitten en bestudeer de tekst goed, want qua Nederlandse taal zit het allemaal wat anders in elkaar dan tegenwoordig het geval is! Over de kerk zegt de beschrijver onder andere dat "deeze van ouds was toegeweid aan de H. Agatha, werdende het pastoorschap door de Graaven begeeven. Wy vinden slechts twee persoonen aangeteekend, die aldaar als pastoor den dienst zouden hebben verricht, naamlyk: in den jaare 1514 den Heer en Mr. Ewout Floriszoon en daarna den Heer Diederik Oosterwijk. Van anderen", zo zegt de schrijver sierlijk, "vinden wy volstrekt nergens eenige opgaave ter nedergesteld". Verder wordt gemeld dat "Het Kosterambt stond meede ter begeeving der Graaven. De jaarlijkschen opbrengsten deezer pastory bereekende men op veertig Rijnlandsche guldens".

Ru´ne
Van de kerk wordt onder meer dit gezegd: "De kerk zoals die zig van buiten vertoond, draagd alle kenteekenen van oudheid. In den oorlog met den Spanjaarden wierd dezelve ganschelijk en al geru´neerd. Wanneer het Choor nog langen daarna in deszelfs ru´ne is blyven liggen, wanneer (waarna dus. red.) het eindelyk weder opnieuw hersteld is geworden". Van binnen is het gebouw, zo gaat de schrijver verder, in allen opzichten zeer wel ingericht en van een goeden Predikstoel, Doophek, en van de benoodigden Gestoeltens en verder zitplaatzen vrij wel voorzien. Cieraden vindt men echter niet anders dan tegen de binnenzyde van de Tooren, waaraan een Oud Bord is geplaatst. Daarop staat met een Goede Letter geschreeven de Wet des Heeren en het Volmaakst Gebed, In het Choor, hetwelk van eene latere bebouwing als de kerk is, vindt men eene aanzienlyke begraafplaats, van de Familielle van den Heer van der Stel, voorheen gouverneur geweest zijnde van de Caap de Goede Hoop. (We hadden het daarover al eerder in De Lisser). Den Tooren is een zwaar, vierkant en trotsch gebouw met een laage, platte kap gedekt, op dewelke men een windwijzer vind. Van binnen is dezelve met een uurwerk en klok, en van buiten met de noodige uurwyzers voorzien. Het Kerkhof rondsomme is met een muur omvangen en aan den eene zyden met boomen beplant. Van de Pastorye of Predicantswooning valt byzonders niets te zeggen. Evenzomin kan met eenig belangrijks van het Schoolhuis, `t welk op het kerkhof staat, meededelen. Het zyn beide ordinaire aan `t oogmerk voldoende Gebouwen. De plaats van de schoolhouder wordt thans bekleed door den Burger Jan Cortsz, die meede als Koster en Voorzanger is aangesteld. Men vind te Lisse nog een Hofje voor eenige jaaren als een legaat gemaakt aan de Gereformeerde Diaconie Armen deezer plaats.

Pastoor
We laten de man even doorpraten en gaan met hem mee naar andere gebouwen en een andere geloofsinrichting als hij vertelt dat "de Roomsche aan den Achterweg staat, omtrent een quartier uur van het dorp. Na de reformatie binnen deeze lande, was deeze gemeente gecombineerd met die van Warmond, Voorhout en Sassenheim, op welke laatste plaats de pastoor zich metterwoon bevond. In den Jaare 1667 verkreeg Lisse een eigen pastoor zijnde den Heer Johan van de Werve. Deeze overleed op de eerste July des jaars 1697 en wierd als toen opgevolgd door den Heer Lambert Schaap. Deze kwam op de tiende April 1709 te overlijden, opgevolgd werdende door de Heer Aamoud de Leeuw onder wiens bestuur het tegenwoordig kerkgebouw wierd gesticht, en hetwelke tot heeden nog zoo van binnen als buiten eenen goede en zindelyke order onderhouden word. De wooning van den pastoor staat aan de kerk annex gebouwd. Voor het ooverige, zo besluit de stads- en dorpsbeschrijver, valt er over de kerkelijke gebouwen van dit dorp niet veel meer te zeggen."
`Waereldlyke gebouwen' werden in Lisse hoegenaamd niet gevonden in de tijd dat de stad- en dorpsbeschrijver op pad ging. "De vergaaderplaats der regeeging is een vertrek in eene ordinaire herberg", (vermoedelijk De Witte Zwaan...red.) zo zegt hij. "Aan de Haarlemermeer Trekvaart, op Halfweeghen tusschen Haarlem en Lyden, staat een aanzienlyk gebouw, ter vergaadering geschikt voor de Regeeringsleeden van Haarlem en Lyden over de Haarlemmer Trekvaart". De kerkelijke regeering bestaat, aldus de schrijver, voor die der Gereformeerde Gemeenten uit den Predicant, zynde zedert den vierde september 1764, den Eerwaarden heer Adam Bernard Smits Gordon, A.L.M., Philos, Doctor, behoorende onder de Eerwaarde Classis van Lyden en Neder-Rijnland, met nog twee ouderlingen en twee diaconen mitsgaders kerkmeesteren des dorps. Het bestuur der Roomsche Gemeente staat aan den Pastoor zyde zedert den Jaare 1760 den Eerwaarden Heer Cornelius van der Valk, meede geadviseerd wordende door de Kerk- en Armmeesteren der Plaats."

geplaatst 1 augustus 2002




Uit De Lisser van 21 mei 2003

Gemeenschapsgevoel is toegenomen afgelopen jaar

"Nederlands Hervormde Kerk doet er alles aan om tekort af te dekken"

De restauratie van de Grote Kerk heeft aanzienlijk meer gekost dan men van te voren had voorzien. Mede door de extra kosten die gemaakt moesten worden door onder andere de vondst van de grafzerken onder de vloer (Archieffoto: Fotobureau Peter Schipper).

LISSE - De Nederlands Hervormde Kerk gaat allerlei activiteiten op touw zetten om het tekort dat zich voordoet bij de restauratie van 'de Grote Kerk' weg te werken. In dat verband is er een publieksactie gestart, waarbij men kenbaar kan maken het behouden van de monumentale kerk van belang te vinden en dit ook financieel te ondersteunen. Ook is er een actie gaande onder de oud-leerlingen van de Nederlands Hervormde School en is er zaterdag 24 mei de traditionele rommelmarkt die gehouden wordt in de Hobahohallen en heeft bakker Den Butter een speciaal vijf granen broodje ontwikkeld, het zogenoemde 'Tufsteenbroodje', waarvan dominee A.C. Verweij vorige week het eerste exemplaar in ontvangst nam en dat tijdens de rommelmarkt zal worden ge´ntroduceerd. Een deel van de verkoop van het broodje is bestemd voor de actie.

door Arie in `t Veld

Los van de perikelen rond het achterblijven van de subsidie van het Rijk, waarvan de voorzitter van de Kerkvoogdij de heer Ph. van Hoven zegt dat de benodigde papieren in elk geval tijdig door het kerkbestuur bij de gemeente zijn ingediend, zegt de voorzitter dat er sowieso een tekort in het verschiet ligt omdat nu eenmaal niet alles wordt gesubsidieerd. "Aanvankelijk werd gewerkt met een begroting van 1,6 miljoen euro. Tijdens het werk bleek dat er echter veel meer moest gebeuren. Tal van verborgen gebreken kwamen tevoorschijn, zoals bij de glas in loodramen en de tufstenen toren die in slechtere conditie was dan werd gedacht. Ook de vondst van de grafzerken onder de kerkvloer leverde meerkosten op. Die zerken zijn nu overigens weer voor eenieder zichtbaar. De kerkvoogdij stelde zich op het standpunt dat nu men eenmaal bezig was, de zaak gelijk goed aangepakt moest worden zodat de kerk er weer jarenlang tegen kan. Al met al wordt op dit moment gewerkt met een bijgestelde begroting van ruim 2,7 miljoen euro en in verband met de kostenstijgingen is bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een verzoek ingediend om de subsidiabele kosten te herberekenen. Inmiddels zijn die subsidiabele kosten inderdaad verhoogd en wel van 1,1 naar 1,8 miljoen euro. Een verhoging van afgerond driekwart miljoen euro en het gevolg van deze verhoging is dat ook het Rijks- en de gemeentelijke subsidies omhoog gaan. Van het Rijk wordt 70 procent en van de gemeente Lisse 10 procent ontvangen."

Op Schema
Van Hoven zegt dat een flink deel van de hogere kosten worden gedekt door onder andere giften, een legaat en een hogere bijdrage van de gemeente Lisse. Wat resteert is het bedrag van 219.000 euro dat de kerk zelf op tafel zal moeten leggen en waarvoor de aangekondigde acties op touw worden gezet: Wat betreft het niet vlotten van de subsidieaanvraag zegt Van Hoven dat er ergens een foutje is gemaakt door de papieren niet tijdig in te dienen. "Maar we vertrouwen er op dat deze fout wordt gecorrigeerd en dat het extra rijkssubsidie binnen afzienbare tijd toch wordt toegezegd."
De bouwkundig adviseur van de kerk, de heer Thomas van 't Wout die de restauratie namens de kerkvoogdij begeleidt zegt dat men aardig op schema ligt, ondanks het oponthoud door het vinden van de grafzerken. "Maar nadat hoofdaannemer Van Woudenberg (na een jaar) de kerk heeft verlaten zal er nog heel wat moeten gebeuren. Schilderwerk bijvoorbeeld. We hebben wat dat betreft de nodige medewerking van de gemeenschap toegezegd gekregen en hebben er alle vertrouwen in dat de klus geklaard wordt en op deze manier een flink deel van de kosten kan worden bespaard. We denken in de loop van de herfst de klus geklaard te hebben, zodat de kerk weer in gebruik genomen kan worden."

Gemeenschapsgevoel
Intussen wordt er nog altijd kerk gehouden in de kerkzaal van het woonzorgcentrum Rustoord. "Een prima alternatief," aldus dominee Verweij, "waarvan we nu ongeveer een jaar gebruik maken. Toen we verhuisden was dat spannend, want je weet natuurlijk nooit hoe dat allemaal gaat uitpakken. Ik kan echter niet anders zeggen dan dat het fantastisch is verlopen. We hebben van bestuur en directie van Rustoord alle mogelijke medewerking ondervonden. Ja, het is allemaal wat kleiner, maar dat is de kerk nu ook want er zijn na de restauratie honderd zitplaatsen minder dan voorheen. In de periode dat we in Rustoord te gast zijn is het gemeenschapsgevoel toegenomen en ik hoop dat dit zo blijft als we straks de gerestaureerde kerk weer in gebruik nemen." De dominee zegt tevens dat het niet ondenkbaar is dat bekeken gaat worden of het kerkgebouw in de nabije toekomst ook kan worden ingezet voor andere activiteiten. Daarbij valt te denken aan concerten en dergelijke. Dat is voor de toekomst. Eerst moet de restauratie geheel zijn voltooid en zal men zich door de financiele beslommeringen moeten werken. Aan het door de dominee gesignaleerde gemeenschapsgevoel zal het in ieder geval niet liggen en men hoopt dat veel mensen, ook niet Hervormden, er net zo over denken en op de een of andere wijze hun bijdrage aan de restauratie van deze kerk leveren. Een van de weinig echte monumenten in Lisse en bovendien een kerkgebouw waarvan monumentenspecialisten zeggen dat deze in diverse opzichten uniek in Nederland is.

geplaatst 2 juni 2003


Subsidie restauratie Grote Kerk onder druk

LISSE - De subsidie die de Nederlands Hervormde Kerk heeft aangevraagd vanwege het meerwerk bij de restauratie van het kerkgebouw aan het Vierkant wordt door de provincie niet gehonoreerd. Het gaat hierbij om een bedrag van 600.000 euro. De provincie heeft de aanvraag niet in het Provinciaal Restauratie Uitvoeringsprogramma opgenomen omdat de subsidieaanvraag te lang bij de Rijksdienst voor de Monumenten heeft gelegen en men daaruit opmaakte dat de voorbereidingen nog niet waren afgerond.

En een werk dat nog niet uitvoeringsgereed is, ook niet op de planning wordt opgenomen. Een en ander kwam aan de orde tijdens de vorige week gehouden vergadering van de Monumentencommissie.
Tijdens die vergadering bleek tevens dat de Staatssecretaris particuliere eigenaren van Rijksmonumenten uit de subsidiestroom wil halen en hen als tegenhanger de weg van de fiscale voordelen en het Nationaal Restauratie Fonds wijst. In dat kader is het te verdelen budget met veertig procent gekort mede waardoor projecten als de boerderij van Heemskerk (restauratie, rieten kap) en ook de renovatie van het dak van het Koetshuis van Keukenhof buiten de boot vallen. Op het programma staat nog wel als enig te behandelen object de subsidie voor de Agathakerk. Tijdens de commissievergadering bleek dat de commissieleden het een vreemde gang van zaken vinden. Niet alleen lijkt het er op dat tijdens het spel de spelregels worden veranderd, maar is het ook zo dat bijvoorbeeld een instelling als een kerkbestuur geen belasting betaalt en dus ook het alternatieve traject van de fiscale voorzieningen niet kan volgen. Een traject dat voor een particuliere eigenaar nog wel openstaat. Volgens wethouder Jaap Schuijt staat door dit alles de gemeentelijke subsidie niet ter sprake en zal het gemeentebestuur binnen de termijn van de ter visielegging bezwaar tegen het besluit aantekenen.


geplaatst 2 juni 2003