Instructie voor de kerkeraadsbode
Cillaarshoek 6 november 1820


| Genealogie Hoeksche Waard | Wegwijzer Genealogie | Archieven in Nederland |
| home | e-mail |

Inleiding

In het begin van de 19e eeuw was Cornelis de Groot schoolmeester en kerkeraadsbode te Cillaarshoek. Waar hij zich als bode aan te houden had laten we nu volgen.

Instructie voor de kerkeraadsbode

De Kerkeraad van Cillaarshoek, den Schoolonderwijzer, Cornelis de Groot, tot hunnen Kerkeraadsbode aanstellende, verlangt dat hij deze bediening volgens de onderstaande Instructie zal waarnemen.
  1. Hij zal de beroepingen, welke jaarlijks geschieden, of ook tusschentijds mogten plaats hebben, van Ouderlingen en Diakenen, aan de beroepenen, op last van den Predikant, uit naam van den Kerkeraad, bekend maken, en van hunne antwoorden den Predikant berigten.
  2. Hij zal, mede op last van den Predikant, de beroepenen daags vr hunne bevestiging, of op zulk een tijd, als de Predikant dit goed zal vinden, gaan verzoeken zich te laten bevestigen, en den Predikant berigt doen.
  3. Zoo wanneer het noodig is, dat hij meermalen bij de beroepenen gaan moet, zal hij zulks mede moeten doen zoo als de Predikant hem dit zal zeggen.
  4. Alle aflezingen, welke er voor den Kerkeraad, of Diaconie te doen zijn, zal hij, voor de deur der Kerk, aflezen, en, is het noodig, aanplakken, daar het behoort.
  5. Zoo wanneer iemand voor den Kerkeraad gedagvaard moet worden, of verzocht te komen, zal hij zulk eene dagvaarding doen, zoo als hem dit door den Predikant, of, bij vacature, door den President Ouderling, opgegeven zal worden.
  6. Iemand om wangedrag van het heilig Avondmaal geweerd moetende worden, zal hij den genen, dien het aangaat, daarvan, op last, en uit naam des Kerkeraads, kennis geven, op zoodanig eene wijze, als dat hier in gebruik is, en de Predikant hem zeggen zal.
  7. De Predikant door ongesteldheid of anderzins verhinderd wordende den predikdienst waar te nemen, zal hij, uit naam der Predikant of van den Kerkeraad, een der naburige Predikanten gaan verzoeken dien te vervullen, en dit op zoodanig eene wijze, en bij zoodanig eenen of meerdere, als hem gezegd zal worden.
  8. De Kerkeraad buitengewoon te zamen geroepen moetende worden, en de Predikant dit noodig vindende, zal hij, op last van den Predikant, de leden van den Kerkeraad hiervan aanzegging doen.
  9. Iemand penningen aan de Diakonie verschuldigd zijnde, en niet betalende, zal hij, dit noodig geacht wordende, op naam en last van den Kerkeraad, de zoodanigen daarover gaan aanspreken en vermanen.
  10. Zoo wanneer de Diakenen beide te gelijk verhinderd worden den openbaren godsdienst bij te wonen, zal hij met het Armenzakje in de Kerk omgaan, en daarin de plaats van den Diaken vervangen.
  11. Hij zal naauwkeurig voor de Bijbels en Kussens in de Kerkeraadsbank, als het eigendom zijnde der Diakonie, zorg dragen; de Bijbels van tijd tot tijd met eene drooge warme lap afwrijven, om dezelve voor vochtigheid, zooveel mogelijk, te bewaren; de Kussens afstoffen en opschudden, en nu en dan, als het noodig is, bij helder weder, te droogen leggen.
  12. Hij zal het tweede of Contra Doopboek houden, op zoodanig eene wijze, als de Predikant hem dit zeggen zal; en in het aanteekenen in hetzelve en bewaren van hetzelve zorgvuldig wezen.
  13. Zoo wanneer er eenige andere kleine diensten voor den Kerkeraad noodig mogten wezen, zal hij zich daaraan niet onttrekken.

    Voor alle welke bovenstaande diensten hij uit de Diakoniekas, jaarlijks, ontvangen zal de som van Elf guldens, welke hem, door den Diaken, tegen Kwitantie, ter hand gesteld zullen worden.

  14. Ook zal hij den Predikant, en den Kerkeraad van behoorlijk vuur in de stoven voorzien; te weten, behalve de test op den predikstoel, twee stoven in de Kerkeraadsbank; en dit zoo menigmalen er openbare dienst is, te rekenen van den 1sten November tot den laatsten Maart van het daaraan volgend jaar. En zal hij hiervoor, bij het eindigen dier gezegde Maanden, uit de Diakoniekas ontvangen de som van Drie Guldens, hem, als boven, door den regerenden Diaken ter hand te stellen.

    Tot welke belooning van Elf en Drie guldens zich de Kerkeraad, van nu af, verbonden rekent, en dit zoo lange gezegde Schoolonderwijzer bovengenoemde diensten naar behooren vervullen zal.

    Ten bewijze waarvan een Afschrift dezes gezegden Schoolonderwijzer ter hand gesteld zal worden; terwijl hij, dezen onderteekenende, daarmede op zich neemt bovengenoemde diensten alzoo, voor gezegde belooning, te vervullen en den Kerkeraad te bewijzen.

Cillaarshoek den 6den November, 1820

Uit naam van den Kerkeraad W.R. van Usselstein, Predikant

De Schoolonderwijzer van Cillaarshoek Cs de Groot

Bron: Archief Ned. Herv. gemeente Cillaarshoek

Met toestemming overgenomen uit:
De Heraut van Strijen, nummer 2, september 1999, p. 2.
Dat is een uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Het Land van Strijen.


Copyright ©: 2004 Piet en Willeke Molema-Smitshoek (Zoetermeer)
Laatste aanpassing: maandag 6 december 2004.


home | e-mail | Genealogie Hoeksche Waard |