De familie IJpelaar

Uit:
Archief familie IJpelaan met aanvullingen


a. De geografische naam IJpelaar

Ten oosten van Breda, richting Bavel, vinden we het buurtschap IJpelaar. Oorspronkelijk maakte het deel uit Heerlijkheid Bavel. Momenteel valt het deels onder de gemeente Nieuw Ginneken, deels onder Breda. Op de Kaart van Ginneken (opent in nieuw venster) met Bavel en IJpelaar uit de Gemeente Atlas Noord Brabant van Jacob Kuyper (Leeuwarden : Hugo Suringar, 1871) zijn de Groote en de Kleine IJpelaar goed te zien.

Pal ten noorden daarvan bevindt zich de IJpelaarstraat. In het Zuid-Oosten van Breda, a an de gemeentegrens met Nieuw Ginneken, bestaat de nieuwe wijk IJpelaar met daarin de Groot IJpelaardreef, een tennispark IJpelaar en een bejaardencentrum De IJpelaar. De snelweg langs Breda richting Antwerpen gaat onder een viaduct door dat eveneens IJpelaar is genoemd.

Aldaar bevond zich van 1646 tot na 1789, het jaar waarin er een afbeelding (opent in nieuw venster) van werd gemaakt, een kasteeltje. Later waren daar een klooster Nieuw IJpelaar en een klein-seminarie met dezelfde naam gevestigd, momenteel Hogeschool en Kunstacademie.

Ypelaer, als geografische aanduiding, wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1280 en is chronologisch voorafgegaan aan de familienaam. Op 13 mei van dat jaar schonken Arnoud van Leuven en Isabella van Breda de gronden buiten de stadswallen van Breda tussen Emmerberg en den Ypenlaer in gemeeschappelijk gebruik aan de poorters van Breda; daarvoor zou het hebben toebehoord aan Godevaerts van den Unen. Rond 1330 zou het zijn toegekomen aan de familie Van Ulvenhout (1).

Iets verder naar het oosten, in het Noorden van Tilburg vinden we bovendien de IJpelareweg langs de Gorichemse Baan. De naam wordt tegenwoordig altijd met een lange ij geschreven en ook als ij/ei uitgesproken.(20)

In 1655 wordt vermeld: Hey aen lepelaere Sant en in 1687 Lepelaer Sant, achter de Stokhasselt. Op de kaart van D. Zijnen uit 1760 staat Ypelare Sant bij enkele stuifzandbergjes in de heide tegen de grens met Loon op Zand bij het Grootven (> Grootvenstraat). De kadasterkaart van 1832 geeft weer Lepelare Zand, en de kaart van A. Arts uit ca. 1886 eveneens Lepelare Zand. De straatnaamgeving is gebaseerd op een onjuiste vermelding van Zijnen op zijn kaart van 1760. Het moet dus eigenlijk zijn: Lepelareweg. 

In Hilvarenbeek bestaat een Ypelaerstraat, een naamvermelding die al enkele eeuwen bestaat.
In Geertuidenberg herinnert de Pieter van IJpelaarstraat vermoedelijk aan Peter van IJpelaar de oude, burgemeester van Heusden, laat 16e eeuw.

b. Het adellijke geslacht Van Ypelaer

De IJpelaar zou in bezit zijn geweest van de Heren van Ypelaer :

«In het midden van de 17e eeuw verleenden de katholieke heren van den Ypelaar schuilplaats aan de paters Jezuïeten om vandaar de katholieken van Bavel en Ginneken te bedienen. In 1646 werd voor dit doel een huis gekocht door jhr. Sebastiaan van Ypelaar, d ie gehuwd was met Emerentiane Sandelin.» (2)

Deze familie Van Ypelaer wordt al vermeld in 1343, wanneer Jan van Ypelaer de Hoeve te Galder, een gehucht ten zuiden van Breda, behorende aan zijn vader Peter van Ypelaer, in erfpacht uitgeeft. Waarschijnlijk ging het hier een naamsverandering van de familie Van Ulvenhout die eenzelfde wapen voerde (3).

De stamvader zou dan Segebertus van Ulvenhout zijn die genoemd wordt in 1297 en die twee zoons had : Jan en Peter. Jan had weer twee zoons, Peter en Segebert, terwijl Peter de vader was van Jan, Peter en Sebertus. De Segebert, zoon van Jan, is dan weer de vader van een Jan.

Volgen we de leen van het goed IJpelaar, dan vinden we : Peter van Ulvenhout, zoon van Zebert, krijgt het goed Ypelaar in leen vóór 1333, hij was gehuwd met Katherina, uxor Petri Zeberti de Ulvenhout. Hun drie kinderen voeren zowel de naam als het wapen van Ypelaer :

Jan van Ypelaer, genoemd in 1343 en 1378, trouwt in 1359 Oeda, een nicht van Aleyd van Putten, vrouwe van Strijen; Jan is mogelijk de vader van :

    Peter van Ypelaer Jansz. trouwt in 1386 Geertrude en is via haar beleend met een goed in Emmichhoven, hij wordt opgevolgd door hun zoon Jan van Ypelaer;

Peter van Ypelaer, genoemd in 1347 (3a), in 1359 voor het leven benoemd tot schout van Sinte Gheerdenberghe (=Geertruidenberg boven Breda); akte afgegeven te Goed door Hertog Aelbrecht van Beyeren, in 1404 wordt dat ambt bevestigd voor Pieter Pietersz. van Ypelaer; mogelijk is Peter de vader van :

    Hubrecht van Ypelaer Petersz. te Breda genoemd in 1355, mogelijk dezelfde als Hubrecht van Ypelaer, die Hillegont trouwt; hun zoon is Peter van Ypelaer, die mogelijk overlijdt in 1438 en die een dochter Hillegont van Ypelaer heeft, welke met Hugeman van de Water (Hugomanni de Aqua) trouwt en in 1480 overlijdt; een Hubrecht van Ypelaer wordt ook genoemd in 1400 als rector van het altaar van St. Peter te Bavel; Peter van Ypelaer, student te Keulen, wordt in 1405 eveneens genoemd als rector van dat altaar;

Zebrecht van Ypelaer te Breda vermeld in 1352 en 1364, trouwt Mabelia die Rover, dochter van Emond die Rover; dochter van Zebrecht en Mabelia is :

    Catharina van Ypelaer, zij trouwt de Heer Adam van Berchem, ridder.

20 december 1389 schonk de Heer van Breda de leen van het goed IJpelaar aan Jan van den Campe via welke het overgaat naar de familie Van Nispen.

Van de familie Van Ypelaer, die dan tot 1646 geen aanwijsbare band meer met het goed heeft, vinden we tevens, min of meer chronologisch (4) :

    Robbrecht van Ypelaer wordt genoemd in 1366;

    Jan en Claes van Ypelaer worden vermeld in 1383;

    Geertruy Huybrechts van Ypelaer, vermeld te Breda in 1402 en 1408, trouwt Henric den Smit van Corvele;

    Jan Huybrechtsz. van Ypelaer is schepen te Breda sinds 1418;

    Jan van Ypelaer is van 1400 tot 1427 rector van het altaar van St. Marie te Bavel;

    Joffr. Katelina van Ypelaer, genoemd in 1439, is weduwe van Peter van Hambroeck en nicht van Jan van Ypelaer;

    Jan van Ypelaer trouwt Goeste Godevaerts Henricxzoonsdr., en wordt genoemd in Oosterhout in 1452;

    Juffr. Oda van Ypelaer Petersdr., in 1468 weduwe van Jhr. Jan van Roede;

    Jan van Ypelaer trouwt 1477 Heilsoete van Bruheze Jansdr., hun kinderen zijn Cornelis, Jan en Avesoete;

    Peter van Ypelaer is vader van de priester Heer Frans van Ypelaer en van Jan van Ypelaer, deze laatste heeft een zoon Cornelis van Ypelaer, in 1553 schepen te Breda;

    Anneken van Ipelaer, non in het klooster Nazareth te Waalwijk, overleden 23 april 1569;

Vanaf het midden van de vijftiende eeuw ontstaat meer duidelijkheid over de familiebetrekkingen, zie : Beknopt overzicht van het geslacht Van Ypelaer (opent in nieuw venster).

De adellijkheid van deze familie is betrekkelijk; het is eerder een familie van schepenen en rentmeesters te Heusden en Sint-Truiden; plaatsnamen die moeten worden opgevat als Heusden en Geertruidenberg in de onmiddellijke omgeving van Breda, en niet als Heusden en St. Truyden die achtereenvolgens 70 en 86 kilometer zuidoostelijker liggen. In 1646 wordt de band van de familie met de IJpelaar hersteld, het betreft hier echter enkel een huis, en niet de leen of het buurtschap :

«Sebastiaen van Ypelaer was evenals zijn vader rentmeester der abdij van St. Truyen geweest. Nadat hij het goed de Ypelaar bij Breda had gekocht, waar hij in 1646 een kasteeltje deed bouwen, noemde hij zich Heer van Ypelaer.» (5)

Sebastiaen, gehuwd met Emerantia Sandelyn, woont er twintig jaar en noemt zich dan Heer van Ypelaer :

«In 1646 kochten zij het huis IJpelaer, bouwden het op en woonden er; na 1666 tot groote schulden maken vervallen, werd hij onder curateele van zijnen zwager Jan van Gilse gesteld en 16 juni werd de IJpelaer verkocht [...]». (6)

Het huis wordt overgenomen door Thomas Walraven van Arkel (naar wie Sebastiaen een zoon noemde), en die zich ook onder andere Heer van Ypelaer plagt te noemen. De rol van Jezuietenbeschermers is betrekkelijk : alleen van Hillegonda van Ypelaer wordt vermeld dat ze in 1657 aan een Jezuiet gelegenheid biedt om in het geheim godsdienstoefeningen te houden, maar dan in Heusden (7).

Een zoon van Sebastiaen verwerft via het huwelijk van zijn tante Adriana van Ypelaer (de echtgenote van Sebastiaen’s curator Jan van Gilse) waarschijnlijk in 1684 de Waalse titel Heer van Villers, Lens, St. Servais en Lens à Croix, een titel die in 1729 alweer wordt verkocht door kleinzoon Johan Sebastiaen van Ypelaer (8).

Economische motieven, liever een onzeker bestaan in het bloeiende Noorden dan een titel zonder veel inkomsten in het uitgeplunderde Zuiden, zullen daarin waarschijnlijk een grotere rol hebben gespeeld dan adeldom of geloofsijver, hoewel van deze laatste twee geen afstand werd gedaan :

«Na 1678 hebben de van Ypelaer’s doorgaans te Boxmeer gewoond tot hun uitsterven [...]. Men bedenke, dat Boxmeer als domein van de souvereine Heeren van Bergh eene vrijplaats was, waar de placcaten der Staaten geen uitwerking hadden en de bewoners vrijwaarden voor de gereformeerde inquisitie» (9).

Met Mechtildis van Ypelaer, die in 1753 het goed Berendrecht verkoopt en kinderen nalaat uit haar beide huwelijken, sterft het geslacht in 1828 uit.

c. De familiewapens van de Van Ypelaer’s

Wapens Van Ypelaer (opent in rechter scherm)

De Van Ypelaer’s voerden een als volgt omschreven wapen :

«in zilver in St. Andrieskruis van keel [...], vergezeld boven en aan weerzijden telkens van drie, en beneden van vier hermelijnstaartjes van sabel [...]. Het door de familie gevoerde helmteken was een hondekop en hals van keel, met spitse ooren, tusschen twee schijnlinksgeplaatste schrobagen in natuurlijke kleur.» (10)

Een kortere beschrijving :

«In hermelijn een rood St. Andrieskruis» (11).

Er bestaan varianten met een wassenaar (wassende maan) en met een ster op het St. Andrieskruis (of schuinkruis), soms ook nog met een barensteel (12).

V.H. Rolland geeft nog het volgende commentaar :

«*YPELAER. - Anvers, Amsterdam.
Les armes primitives de cette famille paraissent être seulement:
D’hermine, au sautoir de gueules.
(Sceaux de 1514-1559)
Celles données par Rietstap en étant un brisure, ainsi que celle de:
Jean Y. dit le bâtard de Nypelaer 1374: le autoir brisé en chef d’un lambel.
Jean Y., 1378: le sautoir chargé en cœur d’un étoile (5) et le lambel brochant en chef.
(De Raadt).» (13)

Vrij vertaald: Ypelaer. Antwerpen, Amsterdam. De oorspronkelijke wapens van deze familie blijken enkel te bestaan uit: een schuinkruis in keel [=rood] op hermelijn (zegels uit 1514-1559); de door Rietstap gegeven wapens vormen een breuk [verandering van blazoen van jongere zonen], net als die van: Jan van Ypelaer, bijgenaamd de bastaard van Nypelaer in 1374, het schuinkruis is bovenaan gebroken door een barensteel; en van Jan van Ypelaer, 1378, het schuinkruis in het midden beladen met een vijfpuntige ster en boven een dekkende barensteel.

Pastoor Juten (zie boven) geeft de volgende beschrijving :

«Een zegel met dit wapen hing Zebrecht van Ypelaer aan een akte van 1364; op het hart van het kruis staat een zespuntige ster en in het hoofd van het veld een barensteel. Deze laatste figuur werd, naar algemeen wordt aangenomen, zeer dikwijls door den oudsten zoon op het vaderlijk wapenschild aangebracht».

Voor de periode na 1559 zijn er blijkbaar geen voorbeelden van deze wapens meer gevonden.

d. De ’s-Hertogenbosche poorters Vanden Yverlaer

Omdat het mogelijk is dat de naam Ypelaer een oudere vorm Yvelaer (zie verderop) gekend heeft, worden hier enkele gegevens over de poorters Vanden Yvelaer uit ‘s-Hertogenbosch opgesomd (14) :

    Jan Lemmenssoen vanden Yvenlaer, poorter, wordt genoemd in 1407;

    Henrick Barnierss. vanden Yvelaer en Jan Barnier, poorters, worden genoemd in 1416;

    Rutgher zoon van Laureyns vanden Yvelaer, genoemd in 1416, is geboren poorter en gedoopt in de doopvont der stad;

    Rutger vanden Yvelaer, poorter, verklaart in 1416 dat Jacop zoon van Laureyns vanden Yvelaer geboren poorter is;

    Jan en Peter, zonen van Peter vanden Yevelaer, en Rutger vanden Yvenlaer, poorters, verklaren in 1416, dat Jan, zoon van wijlen Leureyns vanden Yvelaer, een geboren poorter is.

    Peter vanden Yvelaer, poorter, wordt genoemd in 1423;

    Laureyns Jacopss. vanden Yvelaer, wordt genoemd in 1423;

e. De familie(s) IJpelaar

De naam van het buurtschap IJpelaar leeft voort in de familienaam (Y/IJ)pelaar. Die namen hebben niets te maken met de ‘Heren’ Van Ypelaer, ook al is verondersteld dat in de achttiende eeuw het ‘Van’ geleidelijk verdwenen zou zijn :

«In de achttiende eeuw blijkt de naam IJpelaar te zijn geworden (dus zonder voorzetsel, evenals b.v. de naam Onderwater, aanvankelijk Van Onderwater)» (15).

De naam betreft een geografische aanduiding van herkomst die werd meegenomen naar andere plaatsen. Enkele genealogie-fragmenten van familie IJpelaar zijn gepubliceerd (16). Het zal om meerdere families gaan. Een paar vroege vermeldingen :

Rombout van Dalem trouwt 1609 Amelia Ypelaer van Geertruidenberg;

Frans Pietersz. Ipelaer trouwt te ’s-Gravenhage 1640 Agneta Ammericx de Slechte uit Keizersweert, hun zoon Pieter wordt 1646 gedoopt in de Groote Kerk, doopgetuige is Aaltje Coldermans; een dochter Alida wordt in 1656 gedoopt;

Daniel Jansz. Ypelaer uit Amsterdam trouwt te Delft 1634 Amelia Jacobsdr. de Berg;

Gabriel Jansz. Ypelaer uit Amsterdam trouwt te Delft 1635 Elisabeth Ariens;

Cornelis Schravesande, med. doctor, trouwt te Delft in de Waalse kerk 1658 Sara Ipelaer uit Delft;

Willem Jansonius Ypelaer, geboren in Leiden 1630, in 1658 pastoor te Zoeterwoude; omhelst de leer van Calvijn en gaat naar Rotterdam, hij overlijdt in 1703; zijn portret hangt of hing in de pastorie van Zoeterwoude (17).

Catharina Fransen (van ?) Epelaer laat te ’s-Gravenhage haar kinderen Angenieta (1688) en Frans van Groothuysen (1691) dopen.

Casper IJpelaar, gehuwd met Adriana Martina de Mourik, die in 1705 en 1707 twee kinderen te Amsterdam laten dopen.

Cornelis Ypelaar, jongman uit Engelant, woont te ’s-Gravenhage, trouwt 1717 in de Hoogduitse kerk Johanna van Woestenhoven; hij overlijdt in 1720; waarschijnlijk is hij dezelfde als Cornelis Ignatius Ypelaar, die in 1717 ontslag uit de schutterij vraagt en krijgt;

Martinus, zoon van Adrianus Ipelaer en Mechtildis Cremers, wordt in 1744 te ’s-Gravenhage gedoopt, doopgetuigen zijn Joannes Florus en Maria Ipelaer;

Jan Ypelaar en Margaretha Nessingh laten in 1794 hun tweeling Anna Maria en Jan in de Oude Kerk te Amsterdam dopen door dominee Coerman; Anna Maria overlijdt in 1824 als echtgenote van G. van Tijen;

Abraham Ypelaar, geboren te Amsterdam in 1736, zoon van Jacobus Ypelaer, schipper of kapitein van de Oost-Indische Compagnie, en Alida van Rijschoten, is meesterdiamantslijper, maar wordt beroemd als preparateur van insekten voor de microscoop, hij overlijdt in 1811 (18).

De familie Suck die zich via Draaijer aan het eind van de 18de eeuw ook IJpelaar noemt (Kwartierstaat IJpelaar, opent in nieuw venster) komen voor in Drente en Rotterdam.

De familie IJpelaar in Brabant: de oudste voorvaderen in Oosterhout en Dongen, waarna ze uitwaaieren naar Willemstad, Loon op Zand, van daaruit naar Rotterdam, terug naar Dongen, naar Waspik, Waalwijk, Drunen, Tilburg, Ooltgensplaat, Kerkrade, Den Haag (Genealogie IJpelaar)

f. Verklaring van de naam IJpelaar

Het achtervoegsel (suffix) van de geografische naam IJpelaar is het voornamelijk Zuid-Nederlandse, met name Brabantse woord laar, dat «open plaats in een bos», «onbebouwde grond», «gemene weide», «open plein in een dorp» betekent, Hoogduits leer, wellicht verwant aan het Franse clairière.

Het voorvoegsel (prefix) van IJpelaar kan worden afgeleid van ijp (=iep), in de betekenis van taxus of olm, twee verschillende bomen. Iepelaar is overigens ook een vol synoniem van iepeboom, naar analogie van hazelaar, perelaar en rozelaar.

Onder de namen met de uitgang -laar oppert A. Huizinga daarentegen een Friese mansnaam :

«IJpelaar (msn. IJpe)»; en: «Eijpelaar (msn. Ype)». (19).

Met aanvullingen van Jan Evert Kampert, Marius van Loon en Peter van Drimmelen.


Noten

1. De Ypelaar (Met een plaat) / G.C.A. Juten, pastoor. - In : Taxandria, 48ste Jrg., 1941, p. 52-68. Verwijzingen naar : Stadt en Lande van Breda / T.E. van Goor. - 1744, en : H. van Oudenhove, vermeerderde beschr., Amsterdam, 1743. - Oorspronkelijke uitgave Amsterdam, 1651.

2. Encyclopedie van Noord-Brabant. - 5 dln.

3. Geslacht van Ypelaer / door Jhr. Mr. F. Beelaerts van Blokland. - In : De Nederlandsche Leeuw, 57e jaargang, 1939, kolom 544-550; zie ook : Van Ypelaer / W.M.C. Regt. - In : De Nederlandsche Leeuw, jaargang 1899, kolom 15-16; aldaar verwijzing naar : Taxandria II, p. 246; deze bron is echter niet teruggevonden; voor de oudste akte verwijst Beelaerts van Blokland naar : De Navorscher, 1894, p. 393; nog niet gevonden. Voor de vroegste generaties zie ook het boven aangehaalde artikel van pastoor Juten.

3a. Toevoeging van Peter van Drimmelen te Poitiers :
«Op 30 mei 1347 is Ridder Pieter van IJpelaer medegetuige in een oorkonde die is opgesteld door Ridder Willem van Drimmelen, die hem en de twee andere getuigen als lieve vrienden voorstelt. Ridder Willem draagt in die oorkonde zijn bezittingen over aan zijn zoon, Ridder Jan van Drimmelen. En Willem is dus aan zijn pensioen toe en dat klopt met de hem toegedachte tijdspanne van zo rond 1300 tot 1350. Zijn vrienden zullen dan ook wel ongeveer van zijn leeftijd zijn.
Ridder Pieter lijkt mij dan één van de twee zoons te zijn van Segebertus van Ulvenhout, die genoemd wordt in 1297. En Pieter (of Peter) is getrouwd met Katherina en wordt vader van Jan, Peter en Sebertus. Deze zoon Peter junior vermelden jullie als genoemd in 1347 en dat zou op de door mij genoemde oorkonde kunnen slaan. Maar gezien leeftijden en jaartallen lijkt het mij eerder dat de oorkonde betrekking heeft op vader Peter, die dus naast Heer van IJpelaer ook ridder is.
De oorkonde is ook bevestigd door Willem, hertog van Beieren»

4. Zie ook : De Brabantse Leeuw, 11e jaargang, 1962, p. 1, 35 en 37, en : 13e jaargang, 1964, p. 6; verder : Nederland’s Adelsboek. - ’s-Gravenhage : Centraal Bureau voor de Genealogie, 79e jaargang, 1988, p. 291; vervolgens : Nobilaire des Pays-Bas et du Comté de Bourgogne / par M. de Vegiano, Sr. D’Hovel, suppl. de le Baron J.S.F.J.L. de Herckenrode. - I. - Gand : F. et E. Geyselinck, 1865. - p. 140, en : Complément au nobilaire des Pays-Bas et du Comté de Bourgogne / le Baron J.S.F.J.L. de Herckenrode. - Deuxième volume. - Gand : F. et E. Geyselinck, 1866. - p. 124; tenslotte verwijzing naar Taxandria, 1934, p. 10 (niet teruggevonden); de gegevens zijn hier samengevat, voor de bronnen wordt verwezen naar de aangehaalde literatuur waar nog verdere verwijzingen te vinden zijn.

5. Beelaerts van Blokland, t.a.p.

6. Van Ypelaer / Bijleveld. - In : De Nederlandsche Leeuw, 58e jaargang, 1940, - kolom 90-91.

7. De Encyclopedie van Noord-Brabant noemt vier Jezuïeten met name die op De Ypelaer verborgen zouden zijn: zij overleden achtereenvolgens 1622, 1643, 1649 en 1656, met lette goed op de jaartallen: het huis werd in 1646 gekocht of gebouwd; de enige bron is Stadt en Lande van Breda door T.E. van Goor uit 1744.

8. Beelaerts van Blokland, t.a.p. meldt dat deze plaatsen in 1939 bekend staan als Villers-le-Peuplier en Lens St Remi of Lens-les-béguines; tussen St. Truiden en Namur (nl. Namen) bevindt zich Lens-St-Servais, de naam Lens-les-béguines bestaat in 1978 al niet meer.

9. Bijleveld, t.a.p.

10. Beelaerts van Blokland, t.a.p.

11. Geslacht Ypelaer / A.H. - In : De Navorscher, 30e jaargang, 1881, p. 299-300.

12. Afbeeldingen uit : Planches de l’Armorial Général de J.-B. Rietstap / V. Rolland. - Paris : Institut Héraldique, 1909. - Tome III, Pl. CCLV (Ipelaer, Flandre); Tome V, Pl. CXCVIII (Ypelaer, Anvers, Amsterdam). Het werk van Rietstap is onbetrouwbaar omdat hij nergens zijn bronnen geeft.

13. Armorial Général de J.-B. Rietstap / Supplément par V.H. Rolland. - Tome troisième. - La Haye : Martinus Nijhoff, 1934. - p. 368.

14. Zie : De Brabantse Leeuw, 11e jaargang, 1962, p. 141-144.

15. Zie : Van Ypelaer / E.J. Koppeschaar. - In : De Nederlandsche Leeuw, 58e jaargang, 1940. - kolom 89-90; voorzetsels verdwijnen niet alleen, ze worden ook toegevoegd: de Encyclopedie van Noord-Brabant maakt van de geslachtsnaam Van den Ypelaar, een vorm die nergens voorkomt.

16. Voor de familie IJpelaer wordt verwezen naar : Bommelerwaard, 1969, 29, en : Voorn en Loevestein, die nog niet zijn teruggevonden.

17. Zie : Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek / onder redactie van Dr. P.C. Molhuysen en Prof. Dr. P.J. Blok. - Deel 1. - Leiden : A.W. Sijthoff’s Uitgevers-Maatschappij, 1911. - kolom 1595.

18. Zie : Biografisch Woordenboek der Nederlanden / A.J. van der AA, voortgezet door K.J.R. van Harderwijk en Dr. G.D.J. Schotel. - Deel 20. - Haarlem : J.J. van Brederode, 1877. - p. 5-6.

19. Enyclopedie van namen. Een vraagbaak over de afkomst van onze Nederlandse en Vlaamse familie- en geslachtsnamen / door A. Huizinga. - Amsterdam : A.J.G. Strengholt’s Uitgeversmaatschappij, [cop. 1955], p. 105-106.

20. Bron: Ronald Peeters, De Straten van Tilburg (1987) (http://www.regionaalarchieftilburg.nl/wiki/IJpelareweg)

 

Start : 31 december 1999 | Laatst bijgewerkt : 31 maart 2012