|
Uit: |
|
Ten oosten van Breda, richting Bavel, vinden we het buurtschap IJpelaar. Oorspronkelijk maakte het deel uit Heerlijkheid Bavel. Momenteel valt het deels onder de gemeente Nieuw Ginneken, deels onder Breda. Op de Kaart van Ginneken (opent in nieuw venster) met Bavel en IJpelaar uit de Gemeente Atlas Noord Brabant van Jacob Kuyper (Leeuwarden : Hugo Suringar, 1871) zijn de Groote en de Kleine IJpelaar goed te zien. Pal ten noorden daarvan bevindt zich de IJpelaarstraat. In het Zuid-Oosten van Breda, a an de gemeentegrens met Nieuw Ginneken, bestaat de nieuwe wijk IJpelaar met daarin de Groot IJpelaardreef, een tennispark IJpelaar en een bejaardencentrum De IJpelaar. De snelweg langs Breda richting Antwerpen gaat onder een viaduct door dat eveneens IJpelaar is genoemd. Aldaar bevond zich van 1646 tot na 1789, het jaar waarin er een afbeelding (opent in nieuw venster) van werd gemaakt, een kasteeltje. Later waren daar een klooster Nieuw IJpelaar en een klein-seminarie met dezelfde naam gevestigd, momenteel Hogeschool en Kunstacademie. Ypelaer, als geografische aanduiding, wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1280 en is chronologisch voorafgegaan aan de familienaam. Op 13 mei van dat jaar schonken Arnoud van Leuven en Isabella van Breda de gronden buiten de stadswallen van Breda tussen Emmerberg en den Ypenlaer in gemeeschappelijk gebruik aan de poorters van Breda; daarvoor zou het hebben toebehoord aan Godevaerts van den Unen. Rond 1330 zou het zijn toegekomen aan de familie Van Ulvenhout (1). Iets verder naar het oosten, in het Noorden van Tilburg vinden we bovendien de IJpelareweg langs de Gorichemse Baan. De naam wordt tegenwoordig altijd met een lange ij geschreven en ook als ij/ei uitgesproken.(20) In 1655 wordt vermeld: Hey aen lepelaere Sant en in 1687 Lepelaer Sant, achter de Stokhasselt. Op de kaart van D. Zijnen uit 1760 staat Ypelare Sant bij enkele stuifzandbergjes in de heide tegen de grens met Loon op Zand bij het Grootven (> Grootvenstraat). De kadasterkaart van 1832 geeft weer Lepelare Zand, en de kaart van A. Arts uit ca. 1886 eveneens Lepelare Zand. De straatnaamgeving is gebaseerd op een onjuiste vermelding van Zijnen op zijn kaart van 1760. Het moet dus eigenlijk zijn: Lepelareweg. In Hilvarenbeek bestaat een Ypelaerstraat, een
naamvermelding die al enkele
eeuwen bestaat. b. Het adellijke geslacht Van Ypelaer De IJpelaar zou in bezit zijn geweest van de Heren van Ypelaer : «In het midden van de 17e eeuw verleenden de katholieke heren van den Ypelaar schuilplaats aan de paters Jezuïeten om vandaar de katholieken van Bavel en Ginneken te bedienen. In 1646 werd voor dit doel een huis gekocht door jhr. Sebastiaan van Ypelaar, d ie gehuwd was met Emerentiane Sandelin.» (2) Deze familie Van Ypelaer wordt al vermeld in 1343, wanneer Jan van Ypelaer de Hoeve te Galder, een gehucht ten zuiden van Breda, behorende aan zijn vader Peter van Ypelaer, in erfpacht uitgeeft. Waarschijnlijk ging het hier een naamsverandering van de familie Van Ulvenhout die eenzelfde wapen voerde (3). De stamvader zou dan Segebertus van Ulvenhout zijn die genoemd wordt in 1297 en die twee zoons had : Jan en Peter. Jan had weer twee zoons, Peter en Segebert, terwijl Peter de vader was van Jan, Peter en Sebertus. De Segebert, zoon van Jan, is dan weer de vader van een Jan. Volgen we de leen van het goed IJpelaar, dan vinden we : Peter van Ulvenhout, zoon van Zebert, krijgt het goed Ypelaar in leen vóór 1333, hij was gehuwd met Katherina, uxor Petri Zeberti de Ulvenhout. Hun drie kinderen voeren zowel de naam als het wapen van Ypelaer :
20 december 1389 schonk de Heer van Breda de leen van het goed IJpelaar aan Jan van den Campe via welke het overgaat naar de familie Van Nispen. Van de familie Van Ypelaer, die dan tot 1646 geen aanwijsbare band meer met het goed heeft, vinden we tevens, min of meer chronologisch (4) :
Vanaf het midden van de vijftiende eeuw ontstaat meer duidelijkheid over de familiebetrekkingen, zie : Beknopt overzicht van het geslacht Van Ypelaer (opent in nieuw venster). De adellijkheid van deze familie is betrekkelijk; het is eerder een familie van schepenen en rentmeesters te Heusden en Sint-Truiden; plaatsnamen die moeten worden opgevat als Heusden en Geertruidenberg in de onmiddellijke omgeving van Breda, en niet als Heusden en St. Truyden die achtereenvolgens 70 en 86 kilometer zuidoostelijker liggen. In 1646 wordt de band van de familie met de IJpelaar hersteld, het betreft hier echter enkel een huis, en niet de leen of het buurtschap : «Sebastiaen van Ypelaer was evenals zijn vader rentmeester der abdij van St. Truyen geweest. Nadat hij het goed de Ypelaar bij Breda had gekocht, waar hij in 1646 een kasteeltje deed bouwen, noemde hij zich Heer van Ypelaer.» (5) Sebastiaen, gehuwd met Emerantia Sandelyn, woont er twintig jaar en noemt zich dan Heer van Ypelaer : «In 1646 kochten zij het huis IJpelaer, bouwden het op en woonden er; na 1666 tot groote schulden maken vervallen, werd hij onder curateele van zijnen zwager Jan van Gilse gesteld en 16 juni werd de IJpelaer verkocht [...]». (6) Het huis wordt overgenomen door Thomas Walraven van Arkel (naar wie Sebastiaen een zoon noemde), en die zich ook onder andere Heer van Ypelaer plagt te noemen. De rol van Jezuietenbeschermers is betrekkelijk : alleen van Hillegonda van Ypelaer wordt vermeld dat ze in 1657 aan een Jezuiet gelegenheid biedt om in het geheim godsdienstoefeningen te houden, maar dan in Heusden (7). Een zoon van Sebastiaen verwerft via het huwelijk van zijn tante Adriana van Ypelaer (de echtgenote van Sebastiaen’s curator Jan van Gilse) waarschijnlijk in 1684 de Waalse titel Heer van Villers, Lens, St. Servais en Lens à Croix, een titel die in 1729 alweer wordt verkocht door kleinzoon Johan Sebastiaen van Ypelaer (8). Economische motieven, liever een onzeker bestaan in het bloeiende Noorden dan een titel zonder veel inkomsten in het uitgeplunderde Zuiden, zullen daarin waarschijnlijk een grotere rol hebben gespeeld dan adeldom of geloofsijver, hoewel van deze laatste twee geen afstand werd gedaan : «Na 1678 hebben de van Ypelaer’s doorgaans te Boxmeer gewoond tot hun uitsterven [...]. Men bedenke, dat Boxmeer als domein van de souvereine Heeren van Bergh eene vrijplaats was, waar de placcaten der Staaten geen uitwerking hadden en de bewoners vrijwaarden voor de gereformeerde inquisitie» (9). Met Mechtildis van Ypelaer, die in 1753 het goed Berendrecht verkoopt en kinderen nalaat uit haar beide huwelijken, sterft het geslacht in 1828 uit. c. De familiewapens van de Van Ypelaer’s Wapens Van Ypelaer (opent in rechter scherm) De Van Ypelaer’s voerden een als volgt omschreven wapen : «in zilver in St. Andrieskruis van keel [...], vergezeld boven en aan weerzijden telkens van drie, en beneden van vier hermelijnstaartjes van sabel [...]. Het door de familie gevoerde helmteken was een hondekop en hals van keel, met spitse ooren, tusschen twee schijnlinksgeplaatste schrobagen in natuurlijke kleur.» (10) Een kortere beschrijving : «In hermelijn een rood St. Andrieskruis» (11). Er bestaan varianten met een wassenaar (wassende maan) en met een ster op het St. Andrieskruis (of schuinkruis), soms ook nog met een barensteel (12). V.H. Rolland geeft nog het volgende commentaar : «*YPELAER. - Anvers, Amsterdam. Vrij vertaald: Ypelaer. Antwerpen, Amsterdam. De oorspronkelijke wapens van deze familie blijken enkel te bestaan uit: een schuinkruis in keel [=rood] op hermelijn (zegels uit 1514-1559); de door Rietstap gegeven wapens vormen een breuk [verandering van blazoen van jongere zonen], net als die van: Jan van Ypelaer, bijgenaamd de bastaard van Nypelaer in 1374, het schuinkruis is bovenaan gebroken door een barensteel; en van Jan van Ypelaer, 1378, het schuinkruis in het midden beladen met een vijfpuntige ster en boven een dekkende barensteel. Pastoor Juten (zie boven) geeft de volgende beschrijving : «Een zegel met dit wapen hing Zebrecht van Ypelaer aan een akte van 1364; op het hart van het kruis staat een zespuntige ster en in het hoofd van het veld een barensteel. Deze laatste figuur werd, naar algemeen wordt aangenomen, zeer dikwijls door den oudsten zoon op het vaderlijk wapenschild aangebracht». Voor de periode na 1559 zijn er blijkbaar geen voorbeelden van deze wapens meer gevonden. d. De ’s-Hertogenbosche poorters Vanden Yverlaer Omdat het mogelijk is dat de naam Ypelaer een oudere vorm Yvelaer (zie verderop) gekend heeft, worden hier enkele gegevens over de poorters Vanden Yvelaer uit ‘s-Hertogenbosch opgesomd (14) :
e. De familie(s) IJpelaar De naam van het buurtschap IJpelaar leeft voort in de familienaam (Y/IJ)pelaar. Die namen hebben niets te maken met de ‘Heren’ Van Ypelaer, ook al is verondersteld dat in de achttiende eeuw het ‘Van’ geleidelijk verdwenen zou zijn : «In de achttiende eeuw blijkt de naam IJpelaar te zijn geworden (dus zonder voorzetsel, evenals b.v. de naam Onderwater, aanvankelijk Van Onderwater)» (15). De naam betreft een geografische aanduiding van herkomst die werd meegenomen naar andere plaatsen. Enkele genealogie-fragmenten van familie IJpelaar zijn gepubliceerd (16). Het zal om meerdere families gaan. Een paar vroege vermeldingen :
f. Verklaring van de naam IJpelaar Het achtervoegsel (suffix) van de geografische naam IJpelaar is het voornamelijk Zuid-Nederlandse, met name Brabantse woord laar, dat «open plaats in een bos», «onbebouwde grond», «gemene weide», «open plein in een dorp» betekent, Hoogduits leer, wellicht verwant aan het Franse clairière. Het voorvoegsel (prefix) van IJpelaar kan worden afgeleid van ijp (=iep), in de betekenis van taxus of olm, twee verschillende bomen. Iepelaar is overigens ook een vol synoniem van iepeboom, naar analogie van hazelaar, perelaar en rozelaar. Onder de namen met de uitgang -laar oppert A. Huizinga daarentegen een Friese mansnaam : «IJpelaar (msn. IJpe)»; en: «Eijpelaar (msn. Ype)». (19). Met aanvullingen van Jan Evert Kampert, Marius van Loon en Peter van Drimmelen.
|
|
Noten |
|
2. Encyclopedie van Noord-Brabant. - 5 dln. 5. Beelaerts van Blokland, t.a.p. 6. Van Ypelaer / Bijleveld. - In : De Nederlandsche Leeuw, 58e jaargang, 1940, - kolom 90-91. 10. Beelaerts van Blokland, t.a.p. 11. Geslacht Ypelaer / A.H. - In : De Navorscher, 30e jaargang, 1881, p. 299-300. 14. Zie : De Brabantse Leeuw, 11e jaargang, 1962, p. 141-144. |
Start : 31 december 1999 | Laatst bijgewerkt : 31 maart 2012