Bruine beer

 

 

   

 

   Klasse:  Mammalia (zoogdieren)
   Orde:    Carnovora (roofdieren)
   Familie: Ursidae (beren)
   Geslacht en soort: Ursus arctos (bruine beer)

 

 

 

Kenmerken De kleur van de vacht is bij de bruine beer variabel en loopt uiteen van lichtbruin tot bijna zwart. Het is een zoolganger en hij laat dus grote voetsporen achter. De klauwen zijn niet intrekbaar.
Biotoop Bruine beren leven in bergachtige streken en dichte wouden.
Verspreidingsgebied Noord Amerika, Canada, AziŽ, Noord- en Oost Europa
Maten, gewicht en leeftijd Lengte: 170 - 280 cm; schouderhoogte: 70 - 140 cm; gewicht: 100 - 500 kg; wordt 40 jaar in gevangenschap en 25-30 jaar in de vrije natuur.
Voortplanting Paring is in mei-augustus en na een draagtijd van ongeveer 6 ŗ 8 maanden volgt er een worp van meestal 2 jongen, die 8 maanden bij de moeder blijven.
Leefgewoonte De bruine beer is een solitair levend dier en bewoont een eigen territorium. Op plaatsen waar veel voedsel is, komen de beren vaak bij elkaar. Ze zijn zowel overdag als 's nachts actief. Ze doen een soort winterslaap van 5-7 maanden.
Voedsel De bruine beer eet voornamelijk plantaardig voedsel, zoals grassen, zaden, bessen, noten, wortels en knollen. Verder eet hij insecten, vis en kleine zoogdieren. In sommige gebieden jaagt hij ook op grote hoefdieren, zoals bijvoorbeeld elanden, rendieren en edelherten.

 

De bruine beer behoort tot de familie van de grote beren. Het is de beer met het grootste verspreidingsgebied. In Europa komt hij echter alleen nog maar voor in ScandinaviŽ, op de Balkan en in Rusland. Verder leeft hij in delen van AziŽ, het westen van Canada en in Alaska. Er zijn verschillende ondersoorten waaronder de kodiakbeer en de grizzlybeer.

De bruine beer is een solitair levend dier met een slecht gezichtsvermogen, maar een uitstekende reuk en een prima gehoor. Hij is tamelijk trouw aan zijn woongebied en bewoont een eigen territorium, dat met 500 ŗ 2500 ha niet eens zo bijzonder groot is. Beren zijn echter uitstekende wandelaars met een flink uithoudingsvermogen, die over grote afstanden kunnen trekken. Ze kunnen goed zwemmen. De jongen klimmen meer in bomen dan de volwassenen. Onder normale omstandigheden zijn ze zowel overdag als 's nachts actief. In gebieden waar ze belaagd of verstoord worden, gaan ze uitsluitend 's nachts op pad.

In de zomer leggen bruine beren een reserve vetlaag aan waar ze `s winters tijdens de winterslaap op kunnen teren. Dit is echter geen echte winterslaap daar temperatuur en hartslag niet veranderen.

Bruine beren paren in mei - augustus. In november begint pas de eigenlijke draagtijd waardoor deze met 8-10 weken voor zo'n groot dier heel kort is. In december of januari brengt zij in haar overwinteringshol de jongen ter wereld. Meestal worden 2 of 3 jongen geboren . Ze wegen ongeveer 1 pond, zijn naakt, blind en tandeloos. De berin zoogt dan haar jongen ongeveer gedurende anderhalf jaar. Bij jonge dieren is dikwijls een soort halsband van witte haren te zien, die later weer verbleekt.