Pissebedden

Pissebedden behoren tot de hogere kreeftachtigen. Ze komen in het water en op het land voor. Hun lichaam is bij de buik afgeplat en de kieuwen bevinden zich op de achterpoten. Pissebedden hebben in totaal acht paar poten. Het eerste paar heeft zich ontwikkeld tot kaakpoten. Het zijn zeer langzame dieren.

Men onderscheidt waterpissebedden, die in zoet water leven, en landpissebedden. Hiertoe behoren soorten als de muurpissebedden en de kelderpissebedden. Omdat de landpissebedden ook via kieuwen adem halen komen ze alleen maar op vochtige plaatsen voor zoals kelders of kassen. De kieuwen bevinden zich op de achterpoten. Het rolpissebed heeft een hard lichaam. Hij zich oprollen en zich op deze wijze tegen uitdroging beschermen.

Pissebedden voeden zich met verrot organisch materiaal. De jongen ontwikkelen zich uit de eitjes die in een broedholte aan de onderkant van het lichaam worden bewaard.