K.P.M.
Na de tweede wereldoorlog
heeft de K.P.M. een oorlogsmonument laten maken. Dit bestond uit een 7-tal glas-in-lood ramen in het trappenhuis van het hoofdkantoor
te Jakarta met daarvoor op de overloop ("de brug") een bronzen beeld
waarin een koker met een rol perkamentvellen waarop de namen van de gevallenen
zijn vermeld. Op vier van de zeven glas-in-lood
ramen staan onder het wapen van Amsterdam, de vlag van Nederland, het wapen van
Batavia en de vlag van de K.P.M. de namen van de verloren gegane
schepen.
Op 11 maart 1950 vond de
plechtige onthulling plaats, die werd beschreven in het personeelsblad de "Uitlaat"
(ref. 1). Het circa 2 meter hoge
bronzen beeld is een vrouwenfiguur, het zinnebeeld der Hoop voorstellend, die
haar handen beschermend op de schouders legt van een Europese en een
Indonesische vrouw. Op het voetstuk staat een plaquette met de tekst:
Aan
allen die ons zijn ontvallen
in ongelijke strijd,
of omgekomen door ontbering
in 't wrede kamp der internering
ter nagedachtenis gewijd.
1940-1945
Het beeld werd ontworpen door
professor O. Wenckebach, een specialist op het gebied
van oorlogsmonumenten. De glas-in-lood
ramen werden door glazenier G. Rueter ontworpen.
Noot: In het boek 'De K.P.M. in Oorlogstijd' (ref.
2) staat voorin op een uitklapblad een afbeelding van de ramen. Het bronzen
beeld is te zien naast pagina 256, de lijst van overleden medewerkers is opgenomen
in bijlage A, de verloren gegane schepen in bijlage
B, en de onderscheidingen in bijlage C. Een beschrijving van de symboliek van
het gehele monument is te vinden op pagina's 302/303.
Toen de K.P.M. eind 1957 het
land overhaast moest verlaten hebben een aantal hoofdkantoormedewerkers de
koker uit het monument gehaald en meegenomen naar Singapore (ref. 3). Aldaar is
de koker overhandigd aan de directie. Het raam en het bronzen beeld bleven
achter in Jakarta. Het gebouw wordt thans gebruikt door het Indonesische
Departement van Scheepvaart en de ramen bestaan nog. Wat er met het bronzen
beeld gebeurd is, is onbekend. Diverse mensen hebben er later tevergeefs navraag
naar gedaan.
In Nederland heeft de K.P.M.-directie een nieuw marmeren oorlogsgedenkteken laten maken,
waarin ook een ruimte is opgenomen voor de koker met de dodenrol. Dit monument
kwam tegen de muur in de hal van het Scheepvaarthuis te staan en werd op 3 mei
1963 onthuld tijdens een ceremonie, waarbij diverse zeevarenden waren uitgenodigd.
Een afbeelding is te zien in het verslag van de plechtigheid mei-nummer van de "De Uitlaat" (ref. 4) en later in de speciale uitgave van
de Uitlaat: '75 jaar Paketvaart' (ref. 5).
Er werd hetzelfde marmer gebruikt als de bestaande muren en vormde daarmee één
geheel. Op de muur kwam een nieuwe plaquette met dezelfde tekst als op het
voetstuk van het bronzen beeld had gestaan.
Toen de K.P.M. per 1 januari
1967 samenging met de K.J.C.P.L., bleef het gedenkteken nog enkele jaren in het
Scheepvaarthuis te Amsterdam. Omdat de bestaande sokkel niet voldeed voor een
losse opstelling is een nieuw voetstuk ontworpen, waarop de bijbehorende gedenkplaat
paste. Vervolgens verhuisde het naar de hal van het R.I.L.-hoofdkantoor
te Hongkong en werd naast de oorlogsgedenkplaat van de J.C.J.L. geplaatst. Dit
werd de leden van de vereniging medegedeeld op de Algemene
Ledenvergadering op 6 november 1976 in "Krasnapolsky"
te Amsterdam. In het jaarboekje van 1977 verscheen een foto van de opstelling
te Hongkong.
K.P.M. &
K.J.C.P.L.
Kort daarna werd de fusie van
de K.J.C.P.L. met de Nedlloyd afgerond en kwamen beide gedenktekens terug naar
Nederland als bezit van de Nedlloyd.
In 1988 heeft de Nedlloyd de
gedenktekens geschonken aan de Stichting Prins Hendrik te Egmond aan Zee, die ze
daarna tentoon stelde in hun museum. De Stichting was een tehuis voor oud-zeevarenden
met een eigen museum en bibliotheek.
De originele brief van 16 juni 1988 van de conservator van de Nedlloyd,
waarin beide oorlogsgedenktekens aan het museum zijn geschonken, hangt
ingelijst aan de muur. Aangezien op geen van beide gedenktekens een
maatschappijnaam is vermeld, vormt deze brief het enige aanknopingspunt. Voor
de K.P.M. was de maatschappij afkorting overbodig omdat het originele oorlogsmonument
in het K.P.M. gebouw stond. De Java-China-Japan Lijn
(J.C.J.L.) daarentegen had in 1947 net een naamsverandering
ondergaan omdat zij tezamen met de K.P.M.-buitenlijnen
de nieuwe K.J.C.P.L. hadden gevormd, terwijl de oorlogsverliezen waren geleden
onder de J.C.J.L.-vlag.
In 2006 ontstonden financiële problemen, die het voortbestaan van stichting
in Egmond in de weg stonden. Gelukkig werd tijdig geld gevonden voor een
volledige reorganisatie en renovatie. Het zorgcentrum is thans onderdeel van de
Stichting Eckmunde. Het museum was een jaar gesloten.
Nadat het prachtig vernieuwde en uitgebreide zorgcentrum op 19 september 2007
feestelijk was geopend, legden onze voorzitter en de kringvoorzitter
Haarlem/Den Haag een bloemstuk bij het K.P.M.-oorlogsgedenkteken. De
vice-voorzitter en de penningmeester van onze K.J.C.P.L.-zustervereniging
legden bloemen bij het J.C.J.L.-monument.
Het museum is van
dinsdag t/m zondag geopend van 10.00 - 17.00 uur; de toegang is gratis.
Het adres is: Voorstraat 41, Egmond aan Zee, telefoon: 072-5061224.
In het maritieme tijdschrift "De
Blauwe Wimpel" (ref. 6 en 7) werden in
2001 & 2002 de oorlogsmonumenten van de Nederlandse Koopvaardij beschreven.
Januari 2008
Ronald de Mes
Archivaris van de Vereniging van Oud-employé's
der K.P.M.
Referenties:
1. "De Uitlaat nr. 5 - 5e
jaargang" van 15 maart 1950, pagina 1 & 2
2. "De K.P.M. in
Oorlogstijd" door H. Th. Bakker
3. "de Dodenrol" door Jhr.
J.W.O. van den Bosch (Terugblik en belevenissen uit het KPM-verleden
deel 2 pagina 19 in
het verenigingsjaarboekje 1989)
4. "De Uitlaat nr. 5 - 16e
jaargang" van mei 1963, pagina 2 & 3
5. "De Uitlaat: '75 jaar
Paketvaart'" van 12 december 1965, pagina 15
6. "De Blauwe Wimpel nr. 7 -
56e jaargang" van 19 juli 2001. 'Eerbetoon aan hen die nimmer in de
thuishaven terugkeerden' door A. R. Kelder en L .L. von
Münching.
7.
"De Blauwe Wimpel nr. 5 - 57e jaargang" van
19 mei 2002. 'Eerbetoon aan hen die nimmer in de
thuishaven terugkeerden' - door R. de Mes na
een inleiding van L .L. von
Münching.
Egmond aan Zee --- 19 september 2007
Staande het oorlogsgedenkteken van de K.P.M. en hangend de plaat van de J.C.J.L.
Nadat ons oorlogsgedenkteken op 19 september 2007 weer zijn plaats had
gekregen, besloot het bestuur meer uitleg te verstrekken bij dit voor ons
belangrijke monument. Aangezien het monument altijd in een hoofdkantoor stond, stond
op de zuil geen verwijzing naar de K.P.M. Wel was een en ander uitgelegd in de
Nedlloyd schenkingsbrief, die ook ingelijst en opgehangen is. Men nam toen het besluit een
"Kaart van de Scheepvaartverbindingen der N.V. K.P.M. voor 1940" uit
ons archief te laten inlijsten met een bijpassende explicatie. Het bestuur van de
Stichting Eckmunde was bereid hiervoor een stuk muur vrij te maken en op 7 oktober 2008 werden
de lijsten opgehangen nadat het gedenkteken naar de vrije muur was verschoven.
Egmond aan Zee --- sinds 7 oktober 2008
De gedenkzuil met de twee lijsten naast het
borstbeeld van Michiel Adriaansz. de Ruyter
In de
kleine lijst de beschrijvende tekst:
Zij, die het leven lieten....
Deze zuil is het oorlogsgedenkteken ter nagedachtenis aan de 477 medewerkers van de Koninklijke
Paketvaart-Maatschappij (K.P.M.) die op zee en in de Japanse kampen in de
Tweede Wereldoorlog zijn overleden.
De K.P.M. was een
scheepvaartbedrijf, dat de verbindingen onderhield tussen de eilanden van
Indonesië van 1891 tot en met 1957 (zie bijgaande Kaart van de Scheepvaartverbindingen
voor 1940 1).
In maart 1950 werd een oorlogsmonument onthuld
in het hoofdkantoor te Jakarta. Toen de K.P.M. in 1958 het land moest verlaten
bleven de glas-in-loodramen en een twee meter hoog bronzen beeld achter. In
Nederland werd ter vervanging deze gedenkzuil gemaakt.
Op 1 januari 1967 fuseerde de K.P.M. met de Koninklijke
Java-China-Paketvaart Lijnen. Onder deze naam voeren de schepen en bemanningen
verder tot deze maatschappij opging in de Koninklijke P&O Nedlloyd.
1) deze kaart werd geschonken door de "Vereniging
van oud-employé's der K.P.M."