Elba (zomer 1997)

Een nieuw schip.

Nadat ik mijn boeier Dwelmer, die ik vijftien jaar heb gehad, had verkocht, bleek al snel dat ik niet zonder zeilboot verder door het leven kon.
Wij droomden ervan om in verre warme landen te zeilen. Zeilen onder een strakblauwe hemel, zwemmen in warm water en vooral het avontuur van een nieuw vaargebied lokte ons. Een zeilboot charteren is dan de beste optie, maar wij wilden bovendien de mogelijkheid hebben ook buiten onze vakantie te zeilen. Het werd dus kopen. Wij besloten uit te kijken naar een zeilboot die trailerbaar is. Dit biedt de mogelijkheid om vlak bij huis een dag of enkele uurtjes te zeilen en, als er meerdere dagen beschikbaar zijn, de zeilboot mee te nemen naar een ander vaargebied, zoals Zeeland, Friesland, Denemarken of zelfs naar de Middellandse Zee.
De meeste mensen die wij enthousiast over onze plannen vertelden zeiden dat van traileren in de praktijk zo goed als niets terecht komt. Het is zó veel werk dat je uiteindelijk liever vanuit je eigen haven blijft zeilen, net zoals ieder ander. Optimistisch dachten wij: dat geldt toch niet voor ons. Wij zijn immers anders. Wij willen dit zó graag dat wij ons hierdoor niet laten afschrikken. De tijd zal het leren.

Op de HISWA hadden wij ons uitgebreid georiënteerd en tenslotte is de keuze gevallen op een Unna 24. Dit is een trailerbaar polyester kajuitsjacht van 7 meter lengte. Wij kochten ook een mooie bijpassende trailer. Toen bleek dat onze auto deze zware last van zo’n 1800 kg. niet mocht trekken, begon de aankoop van een kleine boot toch wel erg grote gevolgen te krijgen. Tegenwoordig rijden wij dus het hele jaar rond in een stoere terreinwagen. Een vriend grapte dat het geheel er op de foto uit ziet als zo’n setje van een auto met aanhangwagen dat je koopt in een speelgoedwinkel. Leuk, heel leuk. Maar dit setje heeft toch aardig wat geld gekost. Nu maar hopen dat dit alles niet tegen zal vallen.


De voorbereidingen.

Wij hadden het plan opgevat om deze zomer naar Italië te rijden en rond Elba en Corsica te varen.
Omdat de boot pas vlak voor onze vakantie werd afgeleverd hadden wij maar net tijd om twee weekenden op het IJsselmeer proef te zeilen. De boot zeilde heerlijk, maar wij voelden ons nog lang niet genoeg vertrouwd met het schip en alle apparatuur. De vraag was of het niet verstandiger zou zijn om de eerste zomer in Nederland door te brengen. Ja, dat zou inderdaad verstandiger zijn geweest, maar wij besloten om de gok te nemen en te vertrekken.
De voorbereidingen waren niet veel. De voorbereidingen waren niet veel. Wij kochten twee boeken over de havens in dat gebied (Korsika, Sardinien, Elba van Böhm/Röhring, Delius Klasing Verlag ISBN 3-7688-0570-0 en Hafenführer: Tyrrhenisches Meer Elba, Sardinien Korsika van A. Kramer Goldmann Druck ISBN 3-900458-00-6, een kaart van Corsica en het TIENtalen scheepswoordenboek. Dat laatste leek ons wel handig, omdat ons Italiaans niets voorstelt en wij zeker geen enkele scheepsterm in die taal kennen. De benodigde scheepspapieren waren net op tijd klaar. Bij de ANWB haalden wij een internationaal certificaat van eigendom (ICP) en -competentie (ICC) en een vlaggenbrief. Van de verzekering moest een document in het Italiaans komen.
Hans Krijtenberg, de leverancier van onze trailer, had ons de haven in Punta Ala aangeraden. Die zou alle nodige voorzieningen hebben, zoals een kraan en een goede stalling voor auto en trailer. Over de auto hoefden wij ons volgens hem geen zorgen te maken. Deze haven was geheel in handen van de Maffia en die wil toeristen trekken en tolereert daarom geen diefstallen. Het was daar absoluut veilig.
Hoe kom je achter het  telefoonnummer van de havenmeester om te reserveren? Ik wist niet eens de naam van deze marina. In deze tijd blijkt zo’n vraag vrijwel direct te beantwoorden. Op het Internet met zijn oneindige informatie vond ik wel tien prachtige pagina’s met alle denkbare informatie en foto’s van deze haven. Alle telefoonnummers waren gemakkelijk te vinden. Ook de gegevens van de hotels en de wegen naar - en de afstanden tot de omringende dorpen en steden, stations, vliegvelden stonden vermeld. Wat een idee! Was er nog meer te vinden? Ja, over Corsica waren vele pagina’s met prachtige foto’s. Ook van havens en baaien. Elba werd opgezocht. Ook van dit eiland waren er mooie foto’s. Wat een verschil tussen deze twee eilanden. Corsica leek ruig en kaal met hoge bergen. Elba oogde lieflijk en leek met zijn pastel kleurige huizen en de vele bloemen op een Italiaans vakantie stadje. Uit de archieven van Die Yacht werd een verslag van een zeiltocht naar Corsica, ook weer met foto’s, gedownload. Internet blijkt een fantastische bron van informatie te zijn.

 

Naar Italië

Wij vertrokken ‘s morgens om vier uur. Het voelde alsof wij met een tientonner de weg op gingen. In het begin reden wij heel voorzichtig met onze grote lading, maar al snel drong het tot ons door dat wij niet alsmaar in de achteruitkijk spiegel hoefden te kijken of de boot er al was afgevallen. Die bleef keurig volgen. Ook hoefden wij niet extra langzaam te rijden. Het overige verkeer hield goed rekening met ons. Wij reden langs de linker Rijn-oever  richting Zwitserland.
Overlegd waar wij de avondmaaltijd zouden gebruiken. Het leek ons een goed idee om dit in een wegrestaurant te doen. Daar zouden wij in ieder geval geen parkeerproblemen met de boot ondervinden. Maar eerst moest er gepind worden omdat wij niet al te veel D-marken bij ons hadden. Op goed geluk sloegen wij af en reden een vriendelijk ogend plaatsje, genaamd Speyer in. Voor ons lag een heel groot parkeerterrein waar ook bussen stonden. Ideaal voor ons. Hoe je daar zou moeten komen is mij tot vandaag een raadsel, want alle verkeersborden leiden ons hier juist vandaan. Uiteindelijk reden wij langzaam, heel langzaam door steeds smaller wordende straatjes. Hier moesten wij zo snel mogelijk weer uit zien te komen. Wij manoeuvreerden ons gevaarte zonder ongelukken naar de rand van de stad en parkeerden in een gewone straat. Het was niet ver lopen naar het centrum waar gepind kon worden. Daar aangekomen bleek het groot feest te zijn. Op straat waren lange tafels uitgezet waaraan gegeten kon worden en het was hier echt gezellig. De huizen waren oud en schilderachtig. Er kwamen luchtballonnen over varen. Drumbands en verkleedde mensen trokken voorbij. Wij kochten wat te eten en te drinken en zaten aan tafel te genieten van alles wat er om ons heen te zien was. Dit gaf al een echt vakantiegevoel.
Hierna reden wij nog een paar uur door tot wij besloten te overnachten. Bij een truckstop werd de auto met trailer tussen de vrachtwagens geparkeerd. De zwemtrap werd naar beneden geklapt om zo gemakkelijk in de boot te stappen om daar te slapen. Lekker comfortabel op echte bedden.
De volgende dag stonden wij vroeg op en na het ontbijt werd de reis om zeven uur vervolgd. Bij de Zwitserse grens controleerde men alleen op de tolstickers en wij hadden hier nauwelijks enig oponthoud. Wij waren zelfs sneller dan de personenauto’s omdat ik in de rij van de vrachtwagens invoegde.
Het rijden met een boot over (en door) de alpen gaf een merkwaardig Hannibal gevoel. Wij genoten van de uitzichten en van de bergen. De Gotthard tunnel was lang, maar het verkeer reed goed door. Aan de andere kant stonden files. Vlak na de tunnel hielden wij een sanitaire stop.




Het was heerlijk weer. Een Nederlander die ook buiten de auto stond vertelde ons dat het vreselijk heet was geweest in de tunnel. Eerst begrepen wij niet wat hij bedoelde, maar toen realiseerden wij wat een heerlijk bezit airconditioning kan zijn. Geen gezweet en geen winderige open ramen. Wij hebben onderweg niets van de warmte gemerkt.
Via Milaan en Genua reden wij verder naar het zuiden.  Hier zagen wij de eerste glimp van een azuurblauwe Mediterranee. Met witte zeilboten. Zo zullen wij straks ook gaan zeilen! Die gedachte was tegelijkertijd even veelbelovend als onwerkelijk.
Langs de kust passeerden wij veel tunneltjes. Door de felle zon was dit lastig rijden. Van fel licht kwamen wij in een donker gat en even later was het weer fel licht. De tunnels waren smal en de bestuurder was bang dat de boot de tunnelwand  zou raken. Alles verliep gelukkig goed. Wij vorderden boven onze verwachting heel snel. Het was echt een feest om te rijden door dit prachtige landschap.   De afslag naar Punta Ala vonden wij zonder problemen. Hier werd de weg tweebaans, maar er was gelukkig weinig verkeer. Pas vlak bij Punta Ala zelf werd de weg heel smal en er kwamen veel tegenliggers met dagtoeristen van het strand. Af en toe moesten die door de berm om ons door te laten. Even later kwamen wij bij de haven van Punta Ala. Het was vijf uur ‘s middags. De geüniformeerde wacht vertelde ons dat wij de volgende ochtend vanaf acht uur konden worden geholpen en dat wij zolang buiten moesten wachten. Op een publieke parkeerplaats zetten wij ons “setje” neer en liepen naar de haven om ons op te frissen. Wij waren niet echt moe, maar er viel de nodige spanning van ons af toen wij op een terrasje zaten en over de jachthaven keken met een glas wijn in de hand. Dit was een droom die werkelijkheid is geworden. Met je eigen jacht in de Middellandse Zee! Het is ons toch gelukt.

Punta Ala

De volgende ochtend meldden wij ons om acht uur bij de werf. Om negen uur konden wij te water. Met de grootste zorgvuldigheid werd de Argo in de stroppen gehesen en in het water gelaten. Enkele medewerkers vonden onze boot mooi en vroegen of zij ook van binnen een kijkje mochten nemen.

 


Met de creditcard kon worden afgerekend. Nadat de boot was opgetuigd togen wij  naar het havenkantoor om onze ligplaats te reserveren. Men beweerde dat onze E-mail reservering niet was ontvangen, maar dat was geen probleem. Plaatsen genoeg. De prijs loog er niet om. Zeventig gulden per nacht. Goed,  het ging tenslotte maar om één nacht. Later kwam de bemanning opgetogen vertellen dat de douches gratis waren!
Punta Ala Marina is een nieuw toeristenoord, gebouwd rondom een grote jachthaven voor 950 schepen met een maximum lengte van 40 meter. De diepte is 5.5 meter. Er zijn ruim voldoende parkeerplaatsen in de open lucht, maar ook in garages. Voor de auto met trailer wilde men voor twee en een halve week iets meer dan duizend gulden rekenen. Dat was ons te gortig en, met het verhaal van Hans Krijtenberg in gedachten, hebben wij de auto met trailer voor niets geparkeerd op de publieke parkeerplaats. Op de trailer werd door ons een wielklem en een disselslot gezet terwijl de trailer aan de auto bleef gekoppeld. Wij hoopten maar dat de maffia er goed op zou letten. 
Het geheel ziet er wat parkachtig en goed onderhouden uit. Er waren hotels en appartementen complexen in verschillende prijsklassen. Er is een groot strand waar prima gezwommen en gesnorkeld kan worden.
Voor de avondmaaltijd maakten wij een keuze uit een van de vele restaurants in verschillende prijsklassen. Onder witte parasols zaten wij temidden van grote, druk pratende Italiaanse families in de warme avondlucht op het terras met uitzicht over de jachthaven heerlijk te eten en te genieten. Daarna flaneerden wij langs de winkeltjes met mode- en watersportartikelen.
‘s Morgens heerlijk gedoucht. De douches werden voorbeeldig schoongehouden. Direct nadat iemand klaar was werd de douche door een vriendelijke mevrouw uitgesopt en daarna met eucalyptus geur besprenkeld. Dan mocht de volgende er pas in. De Italianen lopen na het douchen allemaal in badstof kamerjassen met capuchon, die dan ook lekker over het hoofd wordt getrokken.
Na het ontbijt werden boodschappen gedaan. Toen waren wij klaar voor vertrek.

 

Naar Elba.

Het eiland Elba ligt zo dicht bij dat je het niet kunt missen. De afstand tot het vasteland is ongeveer achttien mijl, maar door de bergen op het eiland is het van ver al goed zichtbaar.
Met helder weer en veel zonneschijn voeren wij het azuurblauwe water op. De kleur is bijna onwerkelijk.
Snel werden de coördinaten van de haveningang in de hand-GPS opgeslagen. Ik weet nog niet goed hoe het allemaal werkt, maar het lijkt me een prachtapparaat. Achterom kijkend zien we op de berg een bijna wit pad naar beneden lopen. Dit pad is een goed herkenningspunt als wij later hier terugkomen.
Wij genieten van het heerlijke zeilen. De meeste kleren gaan uit en wij genieten van de stralende zon.

Na drie uur zeilen komen wij dicht bij het eiland. De wind neemt plotseling fors in kracht toe zonder dat het weer verandert en wij moeten reven. Dan lopen wij de baai van Porto Azuro binnen en de wind valt geheel weg. Dit fenomeen blijkt zich steeds voor te doen. ‘s Morgens is de wind aflandig en
‘s avonds aanlandig. Overdag warmt de zon het land op, de warme lucht stijgt op en de koelere lucht van zee wordt aangezogen. Rondom het eiland ligt een strook met harde wind, terwijl er dicht onder de kust nauwelijks wind staat. Verder op zee waait het dan normaal.

Wij varen op de motor de haven van Porto Azuro binnen. Aan de steigers is geen plaats meer, maar er is ruim voldoende plek om te ankeren. Wat een plaatje! Pastelkleurige huizen, geplakt tegen de bergen, omringen de haven met de vele afgemeerde zeil- en motor boten, de grote ferry ligt aan de kade en de mensen lopen te flaneren over de boulevard met de wuivende palmbomen.
Wij blazen de bijboot Bumpy op en ontdekken dat we dat beter in Punta Ala hadden kunnen doen. Aan boord is hiervoor geen plaats en het is soms moeilijk om een plaatsje voor de voetpomp te vinden. Trots laten wij Bumpy te water . Wat een handig bijbootje is dit toch en wat mooi van maat. Wij passen er gemakkelijk met z’n drieën in. Gezamenlijk roeien we naar de wal om inkopen te doen.

Porto Azuro is een gezellig plaatsje met een groot plein aan de haven met veel terrasjes en leuke winkeltjes en eethuisjes in de nauwe straatjes daarachter. Een groot fort, dat nu als gevangenis dienst doet, houdt de wacht boven dit stadje. Als echte zeelieden roeien wij met onze proviand naar de Argo terug.

Bij het opruimen ontdekt Elly dat de watertank lek is. Terwijl Elly en ik het water opruimen en de leiding proberen te repareren, neemt Tom een eerste duik in het water. De meter geeft aan dat het 27° Celsius is. Hoewel Tom langer dan twee meter is kunnen wij zijn voeten duidelijk zien. Zo helder is het water. Even later nemen Elly en ik ook een verfrissende duik. Wij spartelen naar hartelust en proberen ook onze duikbrillen uit.



Er wordt onder water naar elkaar gezwaaid, naar vissen gekeken en gekeken waar het anker ligt. In de warme lucht drogen wij snel weer op. Wat heerlijk. Het genieten houdt gewoon niet op.
De watertank blijft lek en wij besluiten losse plastic containers te gebruiken. Tom en ik roeien terug naar de wal om nieuw water te halen. Het water in de tank bleek heel vies van smaak te zijn. Voortaan zullen wij eerst water proeven voordat er iets van wordt meegenomen. Dit geeft verder geen noemenswaardig ongemak.
Tegen vijven wordt het druk in de baai. Er komt een grote verscheidenheid aan zeil- en motorboten binnen lopen. Een enkeling vaart de haven in, maar de meesten gaan voor anker. Terwijl wij al zitten te eten zijn alle Italianen bezig om toilet te maken. Er wordt druk gedoucht, haren worden gewassen en men loopt weer rond in kamerjassen. Na enige tijd komt er een stroom van snorrende bijboten langs varen met mooi opgedofte dames en heren. De restaurantjes lopen vol als wij met de afwas bezig zijn. Wij besluiten ons te voegen naar de gewoonten van het land en roeien netjes gekleed naar de wal en nemen plaats op het terras met een cappuccino. Het is al donker maar het is nog heerlijk warm. Aan boord was het koel en daarom droegen wij een vestje of een trui. Nu kon dat weer uit. Het is een leuk gezicht om de mensen langs te zien lopen in hun nette kleren, gearmd met vrouw of vriendin, in groepjes of met kinderen. Wat opviel was dat bijna iedereen wel een telefoontje bij zich had en dat deze ook te pas en te onpas werden gebruikt. Omdat de Italianen veel buiten de deur leven is het natuurlijk wel handig om bereikbaar te zijn. Maar af en toe was het overdreven. Overal om je heen hoorde je “Pronto!”. Tijdens de maaltijd zat altijd wel iemand te bellen en tijdens het flaneren liep het meisje verveeld rond te kijken terwijl haar vriend een interessant gesprek aan het voeren was.

Rondje Elba

Hoewel Elba een klein eiland is, kan je er aardige dagtochten maken om van de ene plaats naar de andere te komen. De zuidkust is gevormd als een hand met vingers. Deze vingers zijn lange rotspunten die in zee steken, waartussen diepe baaien liggen.

 

 

Zo kan het voorkomen dat er vier uren gezeild wordt terwijl de aanlegplaatsen hemelsbreed hooguit enkele kilometers van elkaar liggen. Door de diepe baaien zijn er veel beschutte anker- of havenplaatsen. In bijna alle baaien zijn zandstranden, die druk door vakantiegasten worden bezocht. De meesten zijn Italianen. Hele families liggen onder parasolletjes. Af en toe gaat men zwemmen of er worden waterfietsen gehuurd, waarmee door de baai wordt gevaren. Sommige hebben er zelfs een kleine glijbaan voor de kinderen op. Wij hebben niemand gezien die daar gebruik van maakte, maar het staat wel aardig. Er wordt ook veel gesnorkeld. Vooral bij de rotsen zitten veel kleine, maar zeer kleurrijke visjes en zeeanemonen. Voor de zeeëgels moet je wel oppassen. De lange stekels kunnen in je vel blijven haken en afbreken.
Sommige stranden behoren bij een camping. Wij roeiden met Bumpy naar de wal en maakten gebruik van de douches en deden boodschappen in de kampwinkel. Aan de weg stond een groot hek om onbevoegden buiten te houden, maar op indringers van zee had men kennelijk niet gerekend. Op die manier hadden wij bijna altijd voorzieningen op de wal ter beschikking. Als het geen havenplaats was dan was het wel een camping.
Op een middag zagen wij vanaf de boot op zee een windhoos langs gaan. Daarna betrok de lucht en het ging onweren. Nadat de bui was weggetrokken, ontstond er in de baai een flinke deining die van zee naar binnen liep. Het was geen lolletje om aan boord te blijven. De eerste tekenen van zeeziekte deden zich al voor. Uiteindelijk werd besloten naar de wal te roeien. Daar verdween de zeeziekte direct. Het was niet aantrekkelijk om weer aan boord te gaan en daarom gingen wij in het restaurant aan het strand dineren. Vanaf ons tafeltje hadden wij een goed uitzicht op de slingerende boot. Zelf hield ik mijn vingers gekruist en hoopte dat het anker zou houden. Dat deed het gelukkig en toen wij tegen middernacht aan boord kwamen was de deining al aardig minder. De volgende ochtend was het weer zonnig en kalm.

De havenplaatsjes zijn zonder uitzondering leuk. Ze ogen echt Italiaans en er is voldoende toerisme om de bezoeker ook genoeg aan winkeltjes en restaurants te bieden.

 

 

In Marina di Campo was er zelfs een groot podium buiten op het strand waar tot na middernacht pop- en dansmuziek werd gespeeld.
Vanaf de boot konden wij hiervan meegenieten.

Toen wij om de west kant voeren zagen wij op zee een groep dolfijnen voorbij  trekken. Af en toe zagen wij een zeilboot. Het was alleen druk in de havens. Overdag vaart iedereen uit en zeilt, vaart met de snelle motorboot of ligt in een baai voor anker. Tegen het eind van de middag vaart iedereen terug naar de haven. Dan is het op de ankerplaatsen in de baaien heerlijk rustig.
Het ankeren leverde meer problemen op dan wij hadden verwacht. De dikke pollen zeegras boden een anker, ook ons Fortress anker, geen enkel houvast. Deze velden waren meestal erg groot. Gelukkig was het water zó helder dat goed te zien was hoe de bodem er uit zag. De Italianen bekommerden zich hier minder om dan wij. Zij gooiden een zwaar anker uit met een enorme hoeveelheid ketting. Alleen al op het gewicht bleef de boot liggen. Als wij doken konden wij vaak zien dat ook hun anker niet in de bodem was ingegraven.

Aangekomen in de schilderachtige haven van Marciana Marina met een wachttoren tegen de Saracenen op het havenhoofd, vonden wij een geschikte plek om te ankeren.

 

 

Het was een waar genot om op een terras in de schaduw van bomen een cappuccino te drinken en op de voor anker liggende boten uit te kijken.
Wij besloten om de volgende dag met de bus Marciana Alta, de oudste stad van het eiland te bezoeken. Deze plaats dateert van 35 voor Christus, toen Marcius hier een Romeinse kolonie stichtte. In de elfde eeuw hebben de Pisaners een kasteel gebouwd en de stadsrechten verleend. Het werd toen de hoofdstad van Elba. Als de Saracenen binnenvielen vluchtten de mensen hierheen om bescherming te zoeken.
De busrit was fantastisch. Langs de berg slingerde de nauwe weg zich met haarspeldbochten omhoog. De uitzichten vanuit de bus waren indrukwekkend. Middeleeuwse stadjes lagen tegen de berg gekleefd en beneden lag de blauwe zee en met de haven. De straten waren zo nauw dat iemand eerst zijn raam moest sluiten om de bus door te laten. Wij bezochten op het heetst van de dag een museum waar we de vondsten van opgravingen bewonderden. Daarna gebruikten wij de lunch op een met bloeiende oleanders omgeven terras met uitzicht over de baai en de haven.

 

Als een klein stipje konden wij de Argo zien liggen. Hier was het heerlijk koel en wij bleven lekker lang zitten en genoten van een koele witte wijn.

‘s Avonds nam de wind toe en er liep een deining de haven binnen. Ik was al vaker bezorgd geweest over het houden van het anker, maar nu gebeurde waar ik al voor had gevreesd. Ankers begonnen te krabben en het groepje voor anker liggende schepen draaide onvoorspelbaar door elkaar. De Amerikaan die ‘s middags zo vriendelijk naar ons had gezwaaid en goedendag in het Nederlands had geroepen, zwaaide steeds dichter naar ons toe. Wij zaten rechtop in bed met onze hoofden uit het luik gestoken. Tenslotte zwaaide zijn schip op enkele centimeters voor ons langs. Ik besloot hem te roepen. Na enige tijd verscheen hij, slechts gekleed in een T-shirt, en haalde zijn ankerketting gedeeltelijk in. Hij verklaarde dat het probleem nu wel zou zijn opgelost. Wij doken weer in bed, maar ik vertrouwde het niet en bleef kijken. De Amerikaan zag ons kennelijk niet meer en stond nu half naakt aan dek en deed een plas in onze richting. Wij moesten hierom wel lachen, maar besloten ons anker op te halen en een veiliger plek te zoeken. Net aan dek gekomen begon ook ons anker te krabben en wij konden nog net voorkomen dat wij tegen een kajuitzeiljachtje aandreven. Iedereen was wakker en paraat. Wij voeren verder de haven in en vonden een ankerplek in het midden van de haven. Eindelijk konden wij gaan slapen.
Tegen een uur of zes in de ochtend hoorde ik een zware scheepshoorn. Dat vertrouwde ik niet en bovengekomen zag ik een groot visserschip dat langzaam onze in richting voer. Hij zou op deze plek moeten draaien om aan te leggen. Wij moesten hier zo snel mogelijk weg. Er werd besloten om dan ook maar de haven uit te varen en op weg te gaan naar Porto Ferraio, de belangrijkste havenplaats van dit eiland. Hoewel er nog een flinke deining stond en de wind pal tegen was, genoten wij van een schitterende zonsopgang.

Porto Ferraio is de hoofdstad. De ferries van de wal varen af en aan. Het is een levendige havenplaats. De oude haven ligt geheel beschut binnen de stad.

 

Om te zien is het een plaatje.

 
De stad is een bezoek meer dan waard. Middeleeuwse vestingwerken, de Piazza della Republica, waar Napoleon destijds zijn privé leger liet exerceren, de villa waar Napoleon heeft gewoond, prachtige winkels en heel veel restaurantjes.

Hierna zijn wij doorgezeild naar ons uitgangspunt Porto Azuro en wij zijn daar nog enkele dagen blijven liggen. Ons leven bestond alleen nog maar uit luieren, zwemmen en boodschappen doen en flaneren door de stad.

De terugtocht was plotseling minder aangenaam. Het weer dat al die tijd zo schitterend was geweest, sloeg om. De lucht werd grijs de wind werd hard en het regende af en toe.
In tegenstelling tot de heenreis, konden wij nu de kust van Italië niet zien. Het was nu dan ook vervelend dat mijn kompas onbruikbaar was. Gelukkig bood de GPS uitkomst en ik kon de Argo op koers leggen. Ik was maar wat blij dat ik in Punta Ala een waypoint had opgeslagen. Dichtgereefd zeilden wij aan de wind door forse golven. De wind wakkerde aan tot kracht 7. De bemanning vond het niet leuk en probeerde hun angst te verbergen. Er was geen reden om bang te zijn, maar beginners die dit nog niet hebben meegemaakt zijn vaak onder de indruk als de natuur ook haar andere gezicht laat zien.  De Argo hield zich uitstekend.
Ik hield zo hoog mogelijk in de wind aan om later bij de kust over enige speelruimte te kunnen beschikken. Opeens herkende Elly het witte pad op de berg en het bleek dat wij recht voor de haven uitkwamen. Na ruim drie uren zeilen voeren wij de beschutte haven in. Vanuit de verkeerstoren op het havenhoofd kregen wij een ligplaats toegewezen. Bij de box stond een assistent klaar om ons te helpen met afmeren.
Een van de eerste dingen die Elly deed was kijken of de auto er nog stond. Die stond nog keurig en onbeschadigd op ons te wachten. Hans Krijtenberg had gelijk: de maffia heeft er goed op gelet.

Het weer werd hierna heel erg slecht. De volgende dag sloegen de golven over de stenen muren van de haven. Regenbuien vlogen over. De zeilen boven de terrassen lekten zo hevig dat de gasten allemaal binnen moesten gaan zitten. Wij hebben met de auto nog een tocht naar Sienna gemaakt en toen wij terug reden naar de kust waren er onweersbuien met zoveel regen dat wij verschillende keren moesten stilstaan omdat rijden niet meer mogelijk was vanwege gebrek aan zicht.
Wat hebben wij geboft met het weer.

Dit was een vakantie om nooit te vergeten. Of wij weer gaan traileren? Voor ons is dat geen vraag. Wij zijn vast van plan om volgend jaar weer naar de Middellandse zee te gaan.

 

Dit verhaal is, in verkorte vorm, gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de Trailersailor vereniging.
Secretaris: Peter van Berk, H. Stoel 68-10, 6601 SW Wijchen.
E-mail: peter.van.berk@philips.com

 

Lees ook over onze reis naar Kroatië in 1998.