Zeilen in Kroatië

 

 

 

In 1998 hebben Elly en ik het plan opgevat om met onze trailerbare zeilboot, een Unna 24 Classic, weer naar de Middellandse zee te gaan. Ditmaal is het doel Kroatië. Een Kroatische kennis had mij een folder met foto’s van prachtige stadjes, droomeilanden en azuurblauwe baaien gegeven. Na het zien hiervan waren wij meteen verkocht. Zeker toen onze kennis ons had verzekerd dat de oorlog al jaren was afgelopen. De Duitsers en de Oostenrijkers hadden dit al direct in de gaten, maar in Nederland dringt dit nieuws maar langzaam door. Nu nog horen wij veel vragen of het er wel veilig is. Het antwoord is simpel. De oorlog is al jaren voorbij en aan de kust is weinig tot niet gevochten. De ingestorte gebouwen die je sporadisch ziet zijn niet het gevolg van oorlogsschade, maar van het feit dat de bewoners zijn weggetrokken op zoek naar een beter bestaan in een ander oord.

Onze voorbereidingen waren vrij miniem. Bij J.L. Harri (Schreierstoren aan de Prins Hendrikkade) in Amsterdam hebben wij een Kroatisch gastenvlaggetje gekocht en het Küstenhandbuch Kroatien, uitgegeven door Edition Maritim in 1998, ISBN 3-89225-338-2. Dit boek kostte f. 93,60. Het is geschreven door Kroaten en het bevat naast de zeer goede luchtfoto’s en gedetailleerde overzichten van alle havens die je maar zou kunnen aantreffen ook een schat aan nuttige informatie over voorschriften, het weer en zijn bijzonderheden, weerberichten etc. Er schijnt naast de Duitse- ook een Engelstalige editie te zijn.
Bij het Kroatisch reisbureau (World Trade Center op Schiphol) hebben wij een grote hoeveelheid folders opgehaald. Als je deze folders doorbladert krijg je het gevoel dat de foto’s je droombeeld van een zeilers paradijs overtreffen. Het lijkt onwerkelijk mooi.
Tenslotte hebben wij bij de ANWB reisinformatie gehaald.
Om door Oostenrijk te mogen rijden moeten wij een tolsticker kopen. Die kan bij de ANWB worden aangeschaft. Daar hebben wij ook maar het boek Kroatische Kust aangeschaft, een Nelles Guide uitgegeven door Het Spectrum, ISBN 90-274-5589-9, ongeveer f. 35,-. Dit is ook voor zeilers een heel geschikte gids omdat de uitgebreide beschrijving van de bezienswaardigheden ook die op de vele eilanden beslaat. Naast veel geschiedenis staan er (alweer) mooie foto’s in. Bovendien is dit in het Nederlands geschreven.

Wij zijn nog in het bezit van een geldig internationaal certificaat van eigendom (ICP) en -competentie (ICC) en een vlaggenbrief. Ook deze certificaten zijn verkrijgbaar bij de ANWB (Zie de folder “Varen in het buitenland” van de ANWB, met aanvraagformulieren).

 

Wij besluiten de route door Duitsland nemen, langs München de E52, door Oostenrijk de A10, door Slovenië, langs Ljubljana de E70. Bij Postojna  volgen wij de weg naar Rijeka, een oliehaven in Kroatië. Het doel is de prachtige jachthaven in Punat op het eiland Krk. 
 
Half augustus is het dan zover. De Argo wordt op de trailer geladen en wij gaan op weg. Onderweg in Duitsland besluiten wij, met het oog op de vele wilde verhalen van roversbendes langs de snelwegen, om gewoon in een dorp te overnachten. Hopelijk zal het daar veiliger zijn. Wij verlaten de snelweg en wij komen langs een groot winkel- en industrieterrein. Hier is ruim parkeergelegenheid. Wij parkeren ons setje, klappen de zwemtrap neer en ons hotel is klaar. Tot grote vreugde van Elly ontdekt zij onder een lantaarnpaal een chemisch toilet dat niet is afgesloten. Er is w.c. papier en, typisch Duits (gründlich wie immer), zijn de schuine moppen al op een keurig A-4tje geprint en opgehangen! Het ontbreekt ons werkelijk aan niets.
De volgende dag rijden wij verder door Duitsland en Oostenrijk.
In Oostenrijk ontdekken wij tijdens een maaltijdstop dat een borgpen van een van de steunen op de trailer er uit is getrild, waarna de steun door het gewicht van de boot naar beneden is gezakt. Zo goed en zo kwaad als het kan proberen wij de steun omhoog te draaien en te borgen. Niet gemakkelijk met een zwaar schip er op. Advies: controleer heel regelmatig alle punten van de trailer en de boot. Op de weg, ook op de mooie vierbaanswegen, kan van alles los rammelen.
De hellingen in de bergen vallen ons erg mee. Er zijn enkele tunnels door de hoogste bergmassieven. De lange Karawanken tunnel op de grens tussen Oostenrijk en Slovenië is een toltunnel.
Vlak na de grens van Slovenië verandert de vierbaansweg in een tweebaans wasbord. Het is al nacht. Elly is bang dat de boot zal beschadigen en wil dat ik langzamer ga rijden, maar langzamer dan 40 km. per uur durf ik niet. Het blijft slecht, waarop wij besluiten om maar van de weg af te gaan om te overnachten. In een dorp vinden wij een mooie ruime parkeerplaats bij de kerk. Wij draaien er op en er klinkt een schot in de duisternis. Van schrik stoppen wij en stappen uit de auto. Het is muisstil. Nu zie ik dat Elly de bocht net iets te krap heeft genomen zodat de band van de trailer bekneld is geraakt tussen de stoeprand. Met een harde knal is die lek geraakt. Gelukkig geen vreselijke oorlogstaferelen. Voor het slapen gaan hebben wij de band nog gewisseld. Het is al erg laat als wij eindelijk heel moe in bed stappen. Dat is een heerlijk gevoel. Lekker slapen. Morgen hebben wij niet veel haast want het is niet ver rijden.

 

Ruw word ik wakker geschud. Ik lig nog diep te slapen. Elly zegt dat ik onmiddellijk moet opstaan. Het is ongeveer zes uur in de ochtend. Het blijkt dat de plaatselijke bewoners met hun auto naar dit parkeerterrein komen en gezamenlijk in busjes naar hun werk gaan. Langzaam loopt het parkeerterrein vol met auto’s. Elly is bang dat onze auto zal worden klemgezet. Wij moeten dus snel onze auto verzetten.
Met het oog op de slechte weg lijkt het ons niet verstandig verder te reizen zonder een reserveband voor de trailer. Dichtbij is een benzinepomp. Helaas kunnen wij de mensen niet verstaan. Zij spreken zelfs geen Duits. Met behulp van ons fotoboekje “Point it” (ook verkrijgbaar bij de ANWB) kunnen wij aanwijzen dat wij een lekke band hebben. Er wordt begrijpend geknikt en even later wordt er getelefoneerd. Men gebaart dat wij moeten wachten. Geen nood, wij kunnen in de boot ontbijten. Nauwelijks zijn wij daaraan begonnen als iemand van de plaatselijke garage zich meldt en de band meeneemt. Een uurtje later komt hij een nieuwe band weer afleveren. Hij schrijft op een papiertje wat dat kost. Ja, daar zitten wij dan met onze minimale voorbereidingen. Wij beschikken niet over Sloveens geld. Gelukkig accepteert men ook Oostenrijks en Duits geld.
Door dit alles zijn wij goed wakker en al heel vroeg vertrekken wij om de laatste etappe af te leggen. Nu het daglicht is lijkt de weg naar Ljubljana lang niet zo slecht te zijn als wij gisternacht dachten. Na ongeveer 12 kilometer wordt het weer een vierbaansweg die redelijk goed is. Bij Postojna verlaten wij de vierbaansweg en nemen de tweebaansweg richting Rijeka. Ook deze weg is goed berijdbaar. Geen van alle grensovergangen levert enig probleem op. Wij hebben alleen maar onze paspoorten laten zien. Bij Kroatië heeft men alleen maar gevraagd of wij ook een seinpistool aan boord hebben. Dat is niet het geval en wij kunnen ongehinderd onze tocht vervolgen. Vlak na de grens hebben wij geld gewisseld. Wij hadden geen idee hoe gemakkelijk je hier aan contant geld kon komen. Dat blijkt wel mee te vallen. Er zijn weinig geldautomaten, maar er zijn altijd wel voldoende banken te vinden om geld te wisselen.

Rijeka. Dit is een verhaal apart. Het is een grote (olie)havenstad. Je moet er doorheen om naar het zuiden te rijden. Voor de bijrijder is het hier heel goed opletten. De richtingborden staan op de meest onverwachte plekken en bovendien worden er vaak plaatsen op aangegeven die ergens halverwege de kust liggen. Wij hebben een paar keer gegokt. (Volg dan het meeste verkeer.) Gelukkig komen wij zonder problemen op de kustweg. Ook een verhaal apart. Dit is een tweebaansweg met veel diepe kuilen, scherpe bochten en veel tegenliggers. Vooral dat laatste is erg hinderlijk. Doordat alle vrachtwagens heel langzaam moeten rijden wil het overige verkeer inhalen. Van beide kanten! Op de kaart staat de waarschuwing dat deze weg al bij enige neerslag zeer glad kan zijn. Een kennis heeft dit meegemaakt en hij heeft veel ongelukken zien gebeuren. U bent dus gewaarschuwd.
Wij kunnen deze weg gelukkig al na 20 kilometer verlaten om de prachtige brug die het vaste land met het eiland Krk verbindt, over te rijden. Het is een tolweg, maar deze weg is een verademing na hetgeen wij zojuist hebben meegemaakt. Ons doel is Punat, een zeer idyllisch haventje op het eiland Krk.

 

Punat

Beneden ons zien wij een kogelronde baai met een nauwe uitgang naar zee. Midden in het helder blauwe water ligt een eilandje met daarop een klooster. Het is een adembenemend gezicht.
In deze baai ligt een zeer goede jachthaven die ons als uitvalsbasis zal dienen. De haven is omgeven door een groot hek. De entree heeft een slagboom en de man in het hokje vraagt onze paspoorten. Wij kunnen direct doorrijden naar het havenkantoortje bij de helling. Daar bespreken wij onze wensen: De kraan zal onze boot te water laten, wij reserveren een ligplaats voor twee nachten en wij spreken af dat de auto en de trailer hier geparkeerd mag worden voor de duur van ons verblijf. Wij kunnen betalen in lokale valuta, Duits- of Oostenrijks geld of met de creditcard. Alles wordt in de computer ingevoerd. Na een uur liggen wij te water en nadat wij de mast hebben opgezet varen wij naar onze ligplaats.
Het was nog vroeg in de middag en wij gaan op pad om de haven en het dorp te verkennen. De haven is groot en er liggen veel Duitse en Oostenrijkse zeilschepen en motorboten. Het ziet er allemaal zeer verzorgd uit. Er zijn schone wasruimtes en douches, er is een niet al te grote supermarkt, een restaurant en een bar. Bovendien is er een goed gesorteerde scheepsbenodigdhedenwinkel.
Het dorp is gezellig. Er zijn diverse restaurants in verschillende prijsklassen en soorten. Langs de boulevard staan veel kraampjes voor de toeristen. In de plaatselijke bank wisselen wij geld.
Alle zeiljachten moeten bij de havenautoriteit worden aangemeld. Er moet een vaarbelasting worden betaald van ongeveer fl. 250,-. Hiervoor geldt een verblijf van een jaar vanaf de dag van aanmelding. Het is toegestaan om tussentijds het land te verlaten en weer binnen te komen. De opbrengsten komen ten goede aan de algemene veiligheid  van het scheepvaartverkeer en worden uitsluitend besteed aan de verbetering van het reddingswezen langs de Kroatische kust. Een sticker geeft aan dat je hebt betaald.
Tegelijk wordt er een keurige bemanningslijst opgemaakt en voorzien van de nodige stempels.
Nadat wij deze formaliteiten hebben geregeld kunnen wij uitvaren en van het nieuwe vaargebied genieten.

De Kroatische kust

Het is misschien te saai om op te sommen waar wij zoal hebben gevaren en geankerd. U zult zich verwilderd afvragen waar alles ligt, want er zijn honderden eilanden en eilandjes met daarop weer vele haventjes met vaak onuitspreekbare namen.
Enkele hoogtepunten wil ik u echter niet onthouden:
De plaats Rab is bijzonder de moeite waard.

 

 

Het is goed te herkennen aan zijn vier kerktorens die boven de stadsmuur uitsteken. In de zeer ruime haven van de stad ligt ook een goede jachthaven. Personeel helpt bij het afmeren, er is een restaurant, een bar en er zijn goede douches.
De plaats zelf is heel schilderachtig. Oude straatjes komen uit op een groot plein met veel toeristen, kraampjes, een markt en cafés.

 

 

 

Het is er niet afgeladen druk, maar wel gezellig vol met mensen.
 
 

Mali Losinj op het eiland Losinj is een heel schilderachtige haven.

Probeer zover mogelijk door te varen tot het einde van de haven om een plekje te vinden. Er zijn erg veel ligplaatsen en die zijn niet alleen voor de autochtonen.

Wij zijn op een dag met stormachtige wind met de bus van Nerezine naar Cres gereden. Cres is ook de moeite waard. Deze plaats heeft wel iets mondains. Het is het winkelcentrum voor de verschillende plaatsen op de eilanden en ik had de indruk dat er ook nogal wat artiesten verbleven.
 
De meeste plaatsen zijn eigenlijk dorpjes. Er is vaak wel een zelfbedieningswinkel, een marktje en er zijn restaurants in verschillende prijsklassen.

 


Voor ons is het hoogtepunt wel de vele baaien waar je vrij kan ankeren, zwemmen en snorkelen.

 

 

Juist bij de eilanden, ver van de scheepvaartroutes, is de natuur nog ongeschonden. Langs de rotsachtige oevers kun je veel mooie, vreemde en kleurrijke vissen zien zwemmen tussen de planten en de koralen. Het is hier prachtig om te snorkelen en te duiken. Het water was heerlijk warm, zo’n 26° C, en kristal helder.
Vaak blijven wij meerdere dagen in één baai. Als de voorraden op zijn of als er te veel andere schepen bij ons in de buurt ankeren vertrekken wij weer.

 


Haast hebben wij niet. Een plan ook niet. Wij drijven waarheen de wind ons waait. Ieder plekje is voor ons een nieuwe ontdekking.
Over het algemeen is het ankeren geen probleem. De bodem bestaat meestal uit zand en rotsen. Het hoge zeegras, zoals dat bij Italië, zijn wij niet tegengekomen. Veel baaien zijn zo diep dat zij een goede beschutting tegen hoge golven bieden.
Voor de bloterikken onder ons is dit vaargebied ideaal, nudisme op het open water en in de baaien is hier erg populair.

Algemene informatie

De inreis.
Met een paspoort is de maximale verblijfsduur drie maanden. Met een toeristenkaart is dat 30 dagen.
Voor het invoeren van de boot zijn geen andere papieren nodig dan de verzekeringsbewijzen voor de boot, de trailer en de auto. Verder de reeds genoemde papieren van de ANWB (ICC en ICP). Inklaring gaat mondeling bij de grens. Wij hebben hierbij geen enkel probleem ondervonden.

Het weer.
Voor zeilers is het begin van de zomer de beste periode. Van mei tot juli is er een gunstige en regelmatige wind. In de zomermaanden zijn er vaak op het midden van de dag windstiltes.
Er zijn een aantal typische winden voor dit gebied: de bora, de sirocco of jugo, de maestral en de nereva.
De bora is een valwind die zich voordoet als er zich boven het vasteland van de Balkan een hogedrukgebied bevindt. De bora stort dan met grote kracht van de bergen op de zee. Deze winden zijn zeer plaatselijk en moeilijk te voorspellen. Hoe verder je van het vasteland af bent hoe minder de kracht van de bora.
De sirocco of jugo komt uit het zuiden. De lucht is dan zwaar bewolkt en er staat een forse zeegang. Dit kan wel enkele dagen aanhouden.
De maestral blaast vooral vanuit het noordwesten, begint tegen het middaguur en gaat ’s avonds weer liggen.. Deze wind brengt meestal mooi weer.
De nereva is een heftige westenwind, vaak met onweer en komt vaak in de zomermaanden voor. Het onweer duurt meestal maar kort en brengt dan een welkome afkoeling.
In het algemeen geldt dat overdag meestal winden vanuit zee waaien en ’s avonds komt de wind vanaf het land.
Natuurlijk zijn er goede weerberichten die worden uitgezonden via de radio, marifoon en de navtex. Zie hiervoor het handige boekje van de ANWB Weerberichten voor de watersport (bijlage van de Waterkampioen of fl. 2,50).

 

Het eten.

Wij vinden het eten goed, maar niet zo lekker als in Italië. Het is wat meer Duits georiënteerd. Het voedsel wordt weggespoeld met bier (pivo) of met een goede lokale wijn. Het eten is niet duur, maar ook niet erg goedkoop, eigenlijk net zo als in Nederland. De restaurants zijn meestal zeer sober ingericht, maar op het terras merk je dat toch niet.

De bevolking.

Op ons maakt de bevolking een heel prettige indruk. De mensen zijn in de meeste gevallen zeer vriendelijk en behulpzaam.
Velen spreken Duits en soms ook Engels.
Een houding die sterk is af te raden is om te laten merken dat je bepaalde voorschriften maar onzin vindt en erger nog, niet wilt naleven. Het is misschien een erfenis van het oude bewind, maar de bevolking neemt de voorschriften zeer serieus en de autoriteiten zullen bij niet naleving streng optreden. Het is maar dat u dit weet.


Mocht u, al dan niet naar aanleiding van dit artikel, besluiten om de steven van uw boot naar Kroatië te wenden, dan wens ik u aldaar heel veel vaarplezier.

 

Dit verhaal is, in verkorte vorm, gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de Trailersailor vereniging.
Secretaris: Peter van Berk, H. Stoel 68-10, 6601 SW Wijchen.
E-mail: peter.van.berk@philips.com

 

Lees ook over onze reis naar Elba in 1997.