|
|
Leiden - Woubrugge |
|
|
| 8 – 12 – 2003
Een strak blauwe lucht, vriezend weer. Een kriebelhoest, keelontsteking houdt me niet tegen. Vandaag koud, maar prachtig wandelweer. Sinterklaas gaf me twee nieuwe LAW’s – het vervolg van het Marskramerspad naar Deventer en ook een streekpad Maas – Zalm en Nette, in Limburg lijkt me prima op met vrij reizendagen te doen. De trein sukkelt verder – nu Alphen aan de Rijn, mijn opstappunt voor de terugweg. |
|||
![]() |
Eerst de start door de oude stad in Leiden. De geboorteplek van Rembrand net gepasseerd. Hij moest eens weten dat vandaag zijn Nachtwacht uit het rijksmuseum verplaatst wordt voor de ophanden zijnde verbouwing. Door Leiden loop ik ook terug in mijn verleden. Hortus Botanicus, Rijksherbarium, zijn plaatsen die nu in het zonnetje komen te staan. De lage zon verblindt me. Na het oude deel binnen de singels door een oud stadsdeel met 30ger jaren huizen. Veel hebben nog de inrichting van de oude bewoners. Via het beeld “Leidens ontzet” en station Lammerschans, loop ik de stad uit. Dit station zag ik vanuit de trein een uur geleden. Hier ben ik de vorige keer opgestapt. |
||
|
Dan volg ik de markering de stad uit langs de stadsrand over een mooie houtkade met essenhakhout en kronkelend door het bos. Even op een bankje om bij te schrijven. De lage zon blijft irritant verblinden. De sloten zijn met ijs bedekt. Een Roodborstje scharrelt over het ijs. Het groen van het sterrekroos ziet er fris uit. Het pad loopt op met een MAW van de provincie Zuid Holland. En dan ontdek ik dat ik de verkeerde kant oploop. Dit is het mooie stuk dat ik de vorige keer afsneed. Nu heb ik het dan toch gelopen. Om weer op de goede route te komen moet niet zo lastig zijn. Twee medewandelaars komen me enthousiast vertellen dat ze een IJsvogeltje hebben gezien. Maar helaas hij wilt zich niet aan mij vertonen hoe ik ook speur. |
|||
![]() |
Wat verder hoor ik een vader aan zijn kinderen uitleggen, dat het ijs het voor sommige dieren moeilijk maakt om bij hun eten te komen Hij heeft hem dus ook gezien. Bij de watermolen zie ik de vertrouwde markering weer. Het pad volgt het Utrechtse Jaagpad. Bij Woerden langs het Floris V pad heb ik daar ook info over gelezen. Dit is het eindpunt van de jaagpaden denk ik. Het verbond Leiden met de rest van de wereld. Verder valt op dat de knotwilgen nog allemaal hun blad hebben. Dat is laat, alle loofbomen hebben het allang verloren. Reigers staan als lantaarnpalen langs het kanaal. Telkens zit er 50 meter tussen. |
||
|
Als ik me wat verder op de kaart oriënteer vraagt een vrouw of ze me kan helpen. Ik ben wat te ver doorgelopen en had even terug de brug moeten oversteken om mijn weg langs het jaagpad te volgen. Ze brengt me wel even, want ze moet toch die kant op. “waar moet u heen?”ik weet dat ik zo’n vraag het beste kan ontwijken, want je komt altijd verkeerd uit. De ruiten beslaan enorm, het wordt zo mistig dat verantwoord stoppen onmogelijk lijkt. Uiteindelijk vinden we een vluchthaven. Nu terug naar het jaagpad. Het is verder dan als ik gelopen had. Heerlijk lunchen op een bankje in die ellendige in het water spiegenden tegenlicht zon. Vandaag wek ik blijkbaar vertrouwen op bij oudere vrouwen. Ze vraagt of ze naast me op het bankje mag komen zitten. We keuvelen over gezond weer – zo vriezend, zonnig. |
|||
![]() |
Nu ben ik bijna bij de Ruige Kade. Als ik er kom is er weinig ruigs meer aan te ontdekken. Het is een keurig geasfalteerd fietspad geworden. Twee molens zijn moeilijk te fotograferen. De oprukkende moderne beschaving kan ik met moeite buiten beeld houden. Een grote betonfabriek voor de HSL eist alle aandacht op. Ook de elektriciteit masten lopen als wegen door het landschap. De Rode Wipmolen doet me denken aan het Groene Hartpad. Tot nu toe is het pad ook eigenlijk niet veel beter. Maar hoe verder weg van de kust hoe meer de stedelijke omgeving uit het landschap verdwijnt. Volgende week nog even en dan wordt het weer mooi. |
||
|
13.30 – 14.00 Midden in de polder – afslag naar de fietskade. Een ekster wandelt over schapen op zoek naar lekkers. Hij lijkt qua gedrag op een tropisch vogeltje die runderen afloopt. Vaarzen lopen nog gewoon buiten te grazen. Maar het verdere landschap is ontdaan van koeien. Een molenaar vlagt voor de gisteren geboren prinses van Oranje. Ik heb net het seksuele leven van kalkoenen vast gelegd. Eerst de balts als stemmingmakerij. Het vrouwtje loopt er nonchalant tussen. Dan wordt ze door de zwaarste kalkoen betreden. Hij maakt er echt een wandelingetje van. Logisch dat ze voor het gewicht haar staart plat legt. Maar hij heeft de tijd. Eindelijk geeft ze zich gewonnen. Dat alles is van korte duur en van naspel ho maar. Alleen maar even de veren fatsoeneren. Dan langs de Wijde Aa. Ik dacht dat ik a langs de Braasemermeer liep, maar dat is niet zo. Smienten pieuwen hun winteroratorium. Ik zit op een overstapje voor mijn laatste koffie en brood 15.00 vervolg langs de Wijde Aa loopt prachtig. Een laag gouden zonnetje verlicht de rietkraag. Woubrugsebrug is weer zo’n heerlijk woord. Daar stopt de bus 182 al na 2 minuten wachten 16.17 Vier strippen naar Alphen. Op drie lantaarnpalen staan ooievaars. |
|||
| vervolg wandeling | terug index marskramerpad terug naar wandelinken | ||