|
|
Woubrugge – Woerdense Verlaat |
![]() |
|
15 – 12 – 2003 De bussen hebben een nieuwe regeling. Ze lopen anders en de tijden zijn anders. Dat geeft al gelijk complicaties. Een kwartiertje wachten nodigt uit om toch maar naar de Lexmondse straatweg te lopen. Ik zie hem net voor me vertrekken. Dus terug – 64 richting Lekbrug – 63 – een halte voor het station stap ik uit, want dat scheelt mogelijk die ene minuut - geen kaartje kopen scheelt ook 3 minuten. Als ik gelijk doorloop naar de conductrice vertelt ze me dat dat wel een stuk duurder is. Het kaartje van 3 € kost nu 8 €. Maar ze doet het wel goedkoper, want mijn reden van de nieuwe busregeling is goed genoeg. Toen ik het huis uitliep hagelde het, maar nu een helder blauwe lucht met een mooie zonsopkomst. We vertrekken 5 minuten te laat. Dat is precies de speling die ik nodig had voor de overstap naar mijn volgende bus. |
||
|
|
Als ik in Alphen uitstap is de conductrice nog niet langs geweest. Ze doet het inderdaad goedkoper. Dan zet de bus me af waar ik vorige week opstapte – Woubrugsebrug. Nu volg ik de overkant langs de bemiddelden. Grote huizen, aanlegplekken voor hun boten. Eerst even mijn regenpak aan, maar dat duurt niet lang of mijn schaduw vergezeld me. De Zwetpolder zit vol ganzen. Ik loop het hele weiland leeg. Nu is de lucht gevuld met hun muziek. Het lijkt wat ongestructureerd, maar de familieverbanden zijn zichtbaar – de ganzenstructuur. Grote vliegtuigen draaien hun parkeerrondjes. Zo zuinig mogelijk, langzaam om net niet naar beneden te vallen. |
|
|
De rand van het Braasemermeer bestaat uit Elzenbroek – het beneemt me het uitzicht op de enorme plas. Aan de andere kant van de weg ligt een diepliggende droogmakerij. Een klein gaatje en het loopt weer vol. De mooiste luchten wisselen elkaar af. Een bankje voor de koffie en even bijpennen 11.11 – 12.16. De route loopt heerlijk, een fris briesje in de rug, over Ringvaartdijken. Ze grenzen aan diepliggende droogmakerijen, rietkragen, eenden Een info paneel vertelt me het volgende: In de middeleeuwen bestond dit deel van Zuid-Holland uit veengrond, die voor een deel nog niet in cultuur was gebracht. De groeiende bevolking en de bedrijvigheid in de steden leidden in de 17e eeuw tot een grote vraag naar brandstof. De veengebieden die geschikt waren voor turfwinning werden afgegraven. De afgravingen resulteerden in meren, zoals de Nieuwkoopse en Reeuwijkse plassen. Een aantal meren is later drooggemalen. De bodem in de ontstane droogmakerijen bestaat vooral uit kleigrond, die geschikt is voor de teelt van akkerbouwgewassen als aardappelen en suikerbieten. In de niet afgegraven veengebieden overheerst de melkveehouderij, wat oppervlakte betreft de belangrijkste agrarische sector in de regio. Dankzij goede vaarwegen en de nabijheid van een grootstedelijk afzetgebied bloeide rond Ter Aar en Noorden de tuinbouw op. In Boskoop en omgeving worden al sinds de 14e eeuw bomen gekweekt., dit boomkwekerij centrum bij uitstek is zo’n 1.000 hectare groot |
||
|
|
Een plas bij Papenveer, plantenkassen. Bij een speelveldje gebruik ik mijn lunch onder de aanvliegroute. Op gezette tijden komt er een binnen – om de minuut?! Dan een klein stukje gelijk op met het Pelgrimpad. Hier liep ik eerder met “LAW’s verbonden”. Al lopend vult mijn geheugen zich. Net wat flarden van uitbuiende wolken. Maar het gezegde werkt nog steeds: “Na regen komt zonneschijn. Vliegtuigen aan de lopende band. Wat een contrasten. Als zo’n bui komt trekt de wind sterk aan, de zon verdwijnt, regen koelt snel, guur weer!! Maar als de bui voorbij is en de wind wegvalt, is het in het zonnetje gelijk weer bloedheet. Voor Nieuwveen neem ik afscheid van het Pelgrimpad. Schoolgeluiden laten me voelen dat ik vrij ben. Over het Sin Nicolaaspad loop ik Nieuwveen uit. Weer op de Hogendijk. |
|
|
Twee uur geleden plande ik waar ik dan dacht te zijn en daar ben ik nu 5 minuten te vroeg. Maar even schuilen voor de nu dreigende bui, die snoept mijn 5 minuten weer op. Zo plannend kan je jezelf onder druk zetten, maar het kan ook een spelletje zijn. Via Noordeinde naar Zevenhoven. Dat is intussen ook wat groter gegroeid sinds het die naam heeft gekregen. Een ouder mannetje is met levend aas aan het snoeken. Hij heeft blijkbaar geen gevoel. Een Smelleken jaagt eerlijker. De lange rechte dijk gaar over in een fietspad. Het valt dus mee |
||
|
|
Het infopaneel vermeldt : De Molenweg, in de volksmond de “Rode wijk”geheten, vormt de scheiding tussen de polders Zevenhoven en Nieuwkoop. De ontginning in de 11e en 12e eeuw tot land dat hoog genoeg was om zowel veeteelt als akkerbouw te bedrijven. Inklinking van de ontgonnen veengrond maakte de aanleg van dijken en kaden noodzakelijk. In de 16e en 17e eeuw werd nog turf gewonnen en daardoor ontstonden de Zevenhovense plassen. Tussen 1809 en 1813 werden de plassen weer drooggemalen. De kavels in de nieuwe polders die zich gemiddeld vijf meter benden Nieuw Amstersdams Peil bevinden, werden uitgegeven voor nieuwe boerderijen Veel nieuwkomers konden zich vestigen dankzij kapitaal dat Russische beleggingen hadden opgeleverd. De Russische namen van enkele boerderijen aan de Molenweg (Charkow, Archangel, Astrakan) herinneren hier nog aan. |
|
|
15.00 Op een bankje aan de kade door de plas bij Noorden. Kassen met bloeiende Witte Hortensia’s en rozen. Een chique nieuw landhuis naast de kerk in aanbouw en restaurant de Plasmolen.Mijn eerste gedachte was niet dat het aan de plas ligt, maar een plek om te plassen. Dan een tandje lager, want hoe eerder ik aankomt des te langer moet ik wachten. Het stuk door Noorden is niet voor wandelaars. Bewoners schermen het mooie uitzicht af, verder verpesten auto’s dit stuk. Als vogeltje moet het hier leuker zijn om over te vliegen. Langs een oude Wipmolen.Ik verpak hem als pixels. Ondanks de rek ben ik toch een half uurtje te vroeg in het bushokje. Als ik mijn telefoon aanzet staat er een voice-mail bericht. Ik was even onbereikbaar, heerlijk !!!!!! |
||
| vervolg wandeling | terug index marskramerpad terug naar wandelinken | |