Uitwerkingen schriftelijk examen VWO Wiskunde B 2001 1e tijdvak oude stijl

Algemene opmerking:

In dit onderstaand antwoordmodel zijn de meest voor de hand liggend antwoorden opgenomen. Andere antwoorden kunnen, mits goed geformuleerd, dus ook punten scoren. Bij een aantal vragen is ook een deelscore te behalen. In onderstaand antwoordmodel is voor elke vraag de maximum score vermeld. Er kunnen aan deze uitwerkingen geen rechten worden ontleend.

het font symbol moet aanwezig zijn


De schaallengte van dit examen is 90 de normeringsfactor N ligt tussen de 0,8 en 1,3. (neem voorlopig maar 1)

Opgave 1

10p  1

Domein: x2 ¼ 0 R\{0}

nulp: f(x) = 0 ->  x2 + 2x + 2 = 0   en x2 ¼ 0

         D = 4 - 4.1.2 = -4 < 0 -> geen nulpunten

extremen: f'(x) = 0

f'(x) = {x2(2x +2) - (x2 +2x + 2). 2x} / x4 = 0

(-2x2 - 4x) / x4 = (-2x - 4) / x3 = 0

-2x - 4 = 0 en x ¼ 0

x = -2

min f(-2) = 1/2

asympt:

6p  2

A(p,1)   B{p, (p2 + 2p + 2)/ p2}

(p2 + 2p + 2)/ p2= 21/2     V      (p2 + 2p + 2)/ p2 = - 1/2

p2 + 2p + 2 = 21/2 p2                               K.N.

-11/2 p2 + 2p + 2 = 0

3p2 -4p -4 = 0

D = (-4)2 - 4.3.(-4) = 64

p = (4 ± 8) / 6

p = -2/3   V  p = 2

7p  3

 

Int-4-1 ((x2 +2x + 2)/x2) dx = Int-4-1 (1 + 2/x + 2/x2) dx = [ x + 2 ln|x| - 2/x]-1-4 =

= (-1 +2ln1 + 2) - (-4 + 2ln4 + 1/2) = 41/2 - 2ln4

6p  4

 

y = ax + b

(0,1): y = ax + 1

f(x) = f'(x) x + 1

(x2 +2x + 2)/x2 = x.(-2x - 4) / x3 + 1

(x2 +2x + 2)/x2 = (-2x - 4) / x2 + x2/x2

(x2 +2x + 2)/x2 = (-2x - 4 + x2 ) / x2

x2 +2x + 2 = -2x - 4 + x2   en x2 ¼ 0

4x = -6

x = -11/2

f'(-11/2) = 8/27

l:  y = 8/27 x + 1

Opgave 2

6p  5

f2/3 (x) = 0 als cos x + 2 /3 sin2 x = 0

cos x + 2/3 (1 - cos2 x) = 0

Stel cos x = c

-2/3 c2 + c + 2/3 = 0 als c = -1/2 V c = 2

cos x = -1/2 V cos x = 2

x = 2/3 p              K.N.

6p  6

grafiek fa snijdt grafiek f-a bij x = 0 en x = p

grafiek fa ligt boven grafiek f-a

Va = Int0p (fa(x) - f-a(x)) dx = Int0p (cos x + asin2x) - (cosx - asin2x)) dx=

Int0p ( 2a sin2x )dx = 2a Int0p ( sin2x )dx

Int0p (sin2 x dx = Int0p ( 1/2 (1 - cos 2x) dx = 1/2 [x - 1/2 sin2x]p0 = 1/2 p

dus Va = 2a . 1/2 p = ap    dit is 6p als a = 6

7p  7

fa heeft alleen maar randextremen. als er geen x is (0<x<p) met f'(x) = 0 met tekenwisseling.

f'a(x) = - sinx + a.2sinx.cosx =

sin x (1 + 2acosx)

f'a(x) = 0 als sin x = 0  V 1 + 2a cos x = 0

                x = 0, p            V       cosx = -1/2a

Uit het 2e antwoord mag geen x tussen 0 en p uitkomen.

dus - 1/2 a < -1 of -1/2a > 1

0 < a < 1/2 of -1/2 < a < 0

mag a = 0 erbij?

f0(x) = cosx die heeft alleen maar randextremen.

antwoord: -1/2 < a < 1/2

Opgave 3

8p  8

2 piramides + 1 prisma

Ipiramide = 1/3 Gh = 1/3 (3.3).4 = 12

Iprisma = G.h = (1/2 .4.3).3 = 18

Inhoud = 2 x 12 + 18 = 42

7p  9

PB + PD minimaal als bij uitklappen BPD een rechte lijn is

PF/BB' = DF/DB'

PF /6 = 3 /8

PF = 18/8 = 21/4

7p  10

straal loodrecht vlak

5 x = 4 .3

x = 12 / 5 = 2 2/5

4 - x = 4 - 2 2/5 = 13/5

minimale afstand is 1 3/5

Opgave 4

6p  11

bij A en B geldt: y = 0.

y = 0 bij t = -1 of t = 1

t = -1: (x,y) = (3,0) punt B

t=1: (x,y) = (-1,0) punt A

voor rc raaklijn: dy/dt = 1/t ( t‚ 0) en dx/dt = 2t -2 ==> dy/dx = (1/t)/(2t - 2) ( t ¼ 0 en t ¼ 1)

als t = -1 dan dy/dx = -1/-4 = 1/4 (punt B) tan a = 1/4 => a = 14°

als t = 1 dan dx/dt = 0 (punt A) verticale raaklijn

gevraagde hoek 90°

6p  12

wentelen om y-as:

inhoud = p Int x2 dy = p Int x2 (dy/dt) dt

kleinste y-waarde y=0 ; t = 1

grootste y-waarde: snijpunt van K met y-as bepalen;

x = 0 als t = 0 of t = 2 (t = 0 voldoet niet)

inhoud = p Int12 (t2 - 2t)2 1/t dt = p Int12 (t3 - 4t2 + 4t) dt=

= p [ 1/4t4 - 4/3 t3 + 4 /2t2]12 = 5/12 p

6p  13

M (a,ln÷a)

Voor de punten P en Q geldt: y = ln÷a

ln|t| = ln÷a als |t|= ÷a , dus t = -÷a of ÷a

bij t = -÷a hoort x = (-÷a)2 - 2(-÷a) = a + 2÷a punt Q

bij t = ÷a hoort x = (÷a)2 - 2(÷a) = a - 2÷a punt P

dus:

P(a, -2÷a, ln÷a)

Q(a + 2÷a, ln÷a)    ==> M is het midden van PQ

M(a, ln÷a)

 

Voor de punten R en S geldt: x = a

Welke t-waarden horen erbij?

t2 - 2t = a <=> t2 -2t -a = 0

t = (2 ± ÷(4 + 4a))/2

t = 1 - 1/2 ÷(4 + 4a) of t = 1 + 1/2 ÷(4 + 4a)

y = ln|1 -1/2÷(4 + 4a)| of y = ln|1 +1/2÷(4 + 4a)|

dus

R(a, ln|1 +1/2÷(4 + 4a)|)

S(a, ln|1 -1/2÷(4 + 4a)|)

M(a, ln÷a)

1/2(ln|1 +1/2÷(4 + 4a)| + ln|1 -1/2÷(4 + 4a)| ) =

1/2(ln|1 +1/2÷(4 + 4a)| .|1 -1/2÷(4 + 4a)| ) =

1/2(ln|1 -1/4(4 + 4a)| ) =

1/2(ln|1 - 1 - a|) =

1/2(ln|-a|) = 1/2(lna) = ln÷a        dus M ligt midden tussen R en S.